<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR435309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016 Nr. 184953</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV GM 2016-023740</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening rioolheffing 2017</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening rioolheffing 2017</vet></al><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><al>voorgenomen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders RV
                        GM2016-023740 d.d. 15 november;</al><al>overwegende, dat jaarlijks de belastingverordeningen voor het volgende
                        belastingjaar aangepast en vastgesteld worden op basis van het
                        begrotingsbeleid;</al><al>gehoord de Algemene Kamer op 8 december 2016;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet
                        Milieubeheer;</al><al><vet>besluit :</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                        2017.</vet></al><al>(Verordening rioolheffing 2017).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan;</al><al>b gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen
                        voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater,
                        hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                        gemeente;</al><al>c verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                        betrekking heeft.</al><al>d water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater,
                        grondwater of oppervlaktewater;</al><al>e gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet
                        Milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling en afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                        waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                        afgevoerd.</al><al>2 Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene
                        die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens
                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b ingeval een
                        gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor
                        gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>1De belastingwordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                        dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.</al><al>2 Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters
                        leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het
                        belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd
                        of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
                        twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang
                        bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor
                        een volle maand gerekend. </al><al>3 Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                        pompinstallatie zijn voorzien van een: a watermeter, waarvan de hoeveelheid
                        opgepompt water kan worden afgelezen, of b bedrijfsurenteller, waarvan het
                        aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                        geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien
                        vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                        andere wettelijke bepaling.</al><al>4 Voor zover de gegevens, als bedoeld in het tweede lid, niet bekend zijn,
                        wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van
                        de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het waterverbruik
                        van vergelijkbare objecten.</al><al>5 De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                        gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet
                        is afgevoerd. Vermindering als gevolg van het besproeien van een tuin of
                        landerijen vindt niet plaats </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het belastingtarief bedraagt:</al><al>a bij een waterverbruik van 0 tot en met 200 m3 € 169,80;</al><al>b bij een waterverbruik van 201 m3 tot en met 500 m3 € 226,20;</al><al>c bij een waterverbruik van meer dan 500 m³ voor elke volle eenheid van
                        500m³ of gedeelte daarvan per belastingjaar € 226,20.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden bij wege van een aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>1De belastingen zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                        of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2 Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                        het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                        twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belastingbedrag als
                        er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                        kalendermaanden overblijven.</al><al>3 Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting
                        in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
                        voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
                        belastingbedrag als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                        volle kalendermaanden overblijven.</al><al>4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                        belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom
                        in gebruik neemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later. Indien de aanslag in één keer wordt betaald, moet dit
                            vóór de eerste vervaldag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1De ‘Verordening rioolheffing 2016’ van 23 november 2015, wordt
                        ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                        van de bekendmaking.</al><al>3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al><al>4 Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing 2017’. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>van de gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 19 december 2016</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>G.A.A. van Luijn, B.H.M. Link,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>