<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR435104_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-186614.html">28-12-2016 Gemeenteblad, 2016, 186614</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97, 99 en 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al/><al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97, 99 en 147 van
                        de Gemeentewet;</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden;</al><al/><al>gelet op de gedragscode bestuurlijke integriteit, zoals vastgesteld door
                        de gemeenteraad van Loppersum op 13 december 2010;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        6 december 2016;</al><al/><al><vet>b</vet><vet>e</vet><vet>s</vet><vet>l</vet><vet>u</vet><vet>i</vet><vet>t</vet><vet>:</vet></al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>“ VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN
                        2016”</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83
                                    of 84 van de Gemeente-</al><al> wet;</al></li><li nr="-"><al>commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel e, van het Rechtspositie-</al><al> besluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>VOORZIENINGEN VOOR RAADS- EN COMMISSIELEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het voor de toepassing zijnde inwonersklasse
                            vastgestelde bedrag zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de
                                    vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend
                                    die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde
                                    inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene
                                    die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                    rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                    grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet
                            van toepassing op degene die als commissielid een vaste vergoeding voor
                            de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de
                            Gemeentewet ontvangt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor reis- en verblijfkosten, buiten het grondgebied
                                van de gemeente als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97
                                van de Gemeentewet is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig
                                        in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                        overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan
                                niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de
                                vervulling van de functie van raads- of commissielid, dienen daartoe
                                vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken,
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslissen de fractievoorzitters van alle in
                                de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen op basis van
                                meerderheid van stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en commissieleden aan wie op aanvraag een computer,
                                bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking
                                wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met
                                de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan raads- en commissieleden aan wie geen computer, bijbehorende
                                apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het
                                college van burgemeester en wethouders op aanvraag voor de
                                uitoefening van het raads- of commissielidmaatschap een
                                tegemoetkoming verleend voor de aanschaf of het gebruik van een
                                eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. Deze bedraagt
                                voor de duur van het raads- of commissielidmaatschap maandelijks
                                1/36e van de aanschafwaarde. Als de werkelijke aanschafwaarde hoger
                                is dan de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                software welke aan raads- en commissieleden in bruikleen ter
                                beschikking wordt gesteld, wordt uitgegaan van de laatstbedoelde
                                aanschafwaarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangen raads- en commissieleden voor de duur van hun
                                raads- of commissielidmaatschap € 10 per maand ter vergoeding van de
                                aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in
                                dit artikel bedoelde computerapparatuur voor zover deze nodig is
                                voor het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding of tegemoetkoming als bedoeld in dit
                                artikel wordt gedaan bij de griffier. De griffier beslist over de
                                aanvraag op basis van bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen
                                de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in
                                artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder
                                aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen,
                                genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden
                                gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als
                                bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van
                                de Wet op de Loonbelasting 1964.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>VOORZIENINGEN VOOR WETHOUDERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten
                            woon-werkverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van
                            het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 3 van de
                            Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Zakelijke reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en
                            verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt,
                            bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de
                            gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>Wethouders kunnen voor zakelijke reizen ten behoeve van de gemeente
                            gebruik maken van een dienstauto. Onder dienstauto wordt, voor de
                            toepassing van dit artikel, verstaan een (middels reservering)
                            beschikbare (elektrische) auto met het logo van de gemeente
                            Loppersum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders aan wie op aanvraag een computer, bijbehorende apparatuur
                                en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen
                                hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan wethouders aan wie geen computer, bijbehorende apparatuur en
                                software ter beschikking is gesteld wordt door het college van
                                burgemeester en wethouders op aanvraag voor de uitoefening van het
                                wethouderschap een tegemoetkoming verleend voor de aanschaf of het
                                gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
                                Deze bedraagt voor de duur van het wethouderschap maandelijks 1/36e
                                van de aanschafwaarde. Als de werkelijke aanschafwaarde hoger is dan
                                de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                software welke aan wethouders in bruikleen ter beschikking wordt
                                gesteld, wordt uitgegaan van de laatstbedoelde aanschafwaarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangen wethouders voor de duur van hun wethouderschap
                                € 10 per maand ter vergoeding van de aanleg- en abonnementskosten
                                voor de internetverbinding voor de in dit artikel bedoelde
                                computerapparatuur voor zover deze nodig is voor het uitoefenen van
                                het wethouderschap.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding of een tegemoetkoming als bedoeld in
                                dit artikel wordt gedaan bij de gemeentesecretaris. De
                                gemeentesecretaris beslist over de aanvraag op basis van
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                            beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met
                            de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verhuis-, reis-en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele
                                woonlasten bij benoeming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                    gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van reis-
                                    en pensionkosten, dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld
                                    in artikel 22, eerste lid, onderdeel a en b, van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig de artikelen 1
                                    en 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                    gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste
                                            lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit
                                            wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de
                                            Regeling rechtspositie wethouders, en;</al></li><li nr="b."><al>dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel
                                            22, eerste lid, onderdeel b, van het
                                            Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel
                                            2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen
                                de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen genoemd in
                                artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder
                                aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen,
                                genoemd in paragraaf 3 van deze verordening, voor zover deze worden
                                gerekend tot een vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel
                                31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de
                                Loonbelasting 1964.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>DE PROCEDURE VAN DECLARATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor de
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis,
                            tenzij het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden of de Regeling rechtspositie wethouders anders
                            bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Betaling en declaratie van onkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor
                                vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats
                                door:</al><lijst><li nr="a."><al>Betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een
                                        rechtstreekse aan de gemeente toegezonden factuur;</al></li><li nr="b."><al>of betaling vooruit uit eigen middelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit
                                artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en
                                bewijsstukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden
                                na factuurdatum of betaling door:</al><lijst><li nr="a."><al>raads- en commissieleden ingediend bij de griffier;</al></li><li nr="b."><al>wethouders ingediend bij de gemeentesecretaris.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De <vet>”Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                                2014” </vet>vastgesteld op 24 november 2014 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt de dag na bekendmaking in werking en werkt terug
                            tot en met 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>“Verordening rechtspositie
                                wethouders, raads- en commissieleden 2016”.</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening> van de raad van de gemeente Loppersum, </ondertekening><ondertekening> gehouden op 19 december 2016, nr. 20.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.Rodenboog, voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A. R.S. Bosma, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>