<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43509_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2008/034</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150 en art. 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-01-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvoorstel 4/2008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
                voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Nijmegen, </al><al>gelezen het voorstel van het college van 16 oktober 2007 nummer 4/2008; </al><al>gelet op de artikelen 150 en 156 van de Gemeentewet; </al><al>besluit :</al><al/><al>I in te trekken de Inspraakverordening, vastgesteld bij zijn besluit van 22
                        februari 1995</al><al>II vast te stellen de <vet>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en
                            belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                            betrokken.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al> Deze verordening verstaat onder </al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;
                                c. beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid;</al></li><li nr="d."><al>bestuursorgaan: hetgeen de Algemene wet bestuursrecht daaronder
                                verstaat;</al></li><li nr="e."><al>ingezetenen: personen die hun werkelijke woonplaats in de gemeente
                                hebben;</al></li><li nr="f."><al>belanghebbende: hetgeen de Algemene wet bestuursrecht daaronder
                                verstaat;</al></li><li nr="g."><al>inspraakplan: een document waarin staat hoe het gemeentebestuur
                                voornemens is de inspraak vorm te geven voor een daarbij aangegeven
                                vast te stellen beleidsvoornemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel stelt elk
                            bestuursorgaan inspraak open met betrekking tot elk daarvoor in
                            aanmerking komend beleidsvoornemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak volgens deze verordening wordt altijd verleend indien en op de
                            wijze zoals de wet daartoe verplicht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak volgens deze verordening wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al> indien en voor zover bij of krachtens de wet andere vormen van
                                    inspraak zijn voorgeschreven;</al></li><li nr="b."><al> indien en voor zover inspraak bij of krachtens wettelijk
                                    voorschrift is uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al> ten aanzien van naar het oordeel van het bestuursorgaan
                                    ondergeschikte herzieningen, uitwerkingenof
                                    toepassingenvan eerder vastgesteld beleid;</al></li><li nr="d."><al> indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="e."><al> inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="f."><al> indien de uitvoering van een beleidsvoornemen naar het oordeel
                                    van het bestuursorgaan zo spoedeisend is dat inspraak niet kan
                                    worden afgewacht;</al></li><li nr="g."><al> indien het belang van inspraak naar het oordeel van het
                                    bestuursorgaan niet opweegt tegen het belang van de
                                    verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in
                                    de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al> Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al> Het bestuursorgaan stelt voor elk voornemen waarop inspraak wordt
                                verleend in een inspraakplan de procedure vast die in concreto zal
                                worden gevolgd. Het bestuursorgaan maakt zijn besluit op de
                                gebruikelijke wijze bekend, en informeert ter zake indien van
                                toepassing en redelijkerwijs mogelijk de belanghebbenden.</al></li><li nr="2."><al> Inspraak wordt verleend door toepassing van de uniforme openbare
                                voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene
                                wet bestuursrecht, voor zover het bestuursorgaan geen andere
                                inspraakprocedure vaststelt.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd inspraakplannen vast te stellen ten behoeve
                                van beleid dat door de raad wordt vastgesteld, tenzij de raad in
                                bepaalde gevallen deze bevoegdheid aan zich houdt.</al></li><li nr="4."><al> De raad stelt kaders voor de wijze waarop de bestuursorganen
                                inspraak toepassen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Ter afronding van de inspraak stelt het bestuursorgaan tegelijk met het
                            beleid waarop de inspraak betrekking had een beknopt eindverslag vast.
                            Dit verslag bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de inbreng van de participanten in het
                                    proces;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de resultaten van deze inbreng waarbij voor
                                    zover relevant wordt aangegeven of en in hoeverre deze inbreng
                                    is overgenomen, dan wel met redenen omkleed wordt aangegeven op
                                    welke punten de inbreng niet is overgenomen of waarom niet tot
                                    aanpassing van een beleidsvoornemen is overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            bekend.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Inspraakprocedures waarmee een aanvang is gemaakt voor het in werking treden
                        van deze verordening worden afgewikkeld op de voet van de
                        Inspraakverordening, vastgesteld op 22 februari 1995. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van Nijmegen op 23 januari 2008 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, mr. Th.C. de Graaf</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, drs. M.M.V. Mientjes</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><al>Artikel 2</al><al/><al><cursief>Bevoegd orgaan</cursief></al><al>Op basis van de huidige inspraakverordening regelt het college zowel de inspraak
                    voor de besluiten waartoe hij zelf bevoegd is, als die voor de raad en de
                    burgemeester. </al><al>In de praktijk is dit wel beargumenteerd met de stelling dat inspraak regelen
                    hoort tot de voorbereidende taak van het college. </al><al>Niet voorzien is echter in de sinds de invoering van het duale stelsel alleszins
                    voor de hand liggende mogelijkheid dat ook de raad bijvoorbeeld voor nota’s die
                    hij zelf opstelt een eigen inspraakprocedure wil voeren. </al><al>Ook is er geen rekening mee gehouden dat het college geen beleidsvoorbereidende
                    taak heeft inzake besluiten van de burgemeester. </al><al>Het voor de hand liggende uitgangspunt is dat elk bestuursorgaan zijn eigen
                    inspraak moet regelen. De modelverordening van de VNG gaat daar ook expliciet
                    vanuit. Wij nemen dit in ons voorstel over.</al><al>Niettemin is het in de praktijk in zeer veel gevallen wenselijk dat het college
                    de inspraak op raadsbesluiten regelt. Hierop gaan wij bij artikel 4 nader
                    in.</al><al><cursief>Object van inspraak; inspraakprocedure</cursief></al><al/><al>Artikel 2 laat elk bestuursorgaan om te beginnen enige vrijheid om te bepalen of
                    een onderwerp zich leent voor inspraak.</al><al>Die vrijheid geldt weer niet als een wet tot inspraak hetzij volgens de
                    verordening hetzij tot specifieke vormen van inspraak verplicht.</al><al>De besluiten om al dan niet inspraak te verlenen zijn besluiten als bedoeld in
                    de Awb.</al><al>Voorgesteld te bepalen dat inspraak altijd wordt verleend als de wet dat
                    bepaalt, en dat het dan ook gebeurt op de wijze zoals de wet dat
                    voorschrijft.</al><al>Een wettelijke inspraakprocedures treffen we bijvoorbeeld aan de Wet op de
                    ruimtelijke ordening die voor diverse ruimtelijke plannen toepassing van
                    afdeling 3.4 Awb voorschrijft. </al><al>Wat wel blijft is dat dan de gemeente vrijheid houdt (en daarmee op grond van
                    onze eigen verordening in principe verplicht blijft) op de besluitvorming voor
                    andere besluiten in het voortraject de gemeentelijke inspraakverordening toe te
                    passen.</al><al>Een andere aanpak treffen we aan in de Wet milieubeheer, die voor het
                    gemeentelijk milieubeleidsplan in artikel 4.17 en de afvalstoffenverordening in
                    artikel 10.26 het college resp. de raad opdragen ingezetenen en belanghebbenden
                    te betrekken op de voet van de gemeentelijke inspraakverordening. Ook de Wet
                    stedelijke vernieuwing draagt het college in artikel 7 op bij de voorbereiding
                    van het ontwikkelingsprogramma inspraak op de voet van de inspraakverordening te
                    verlenen.</al><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning (artikel 11) geeft het college eveneens
                    een dergelijke opdracht voor de voorbereiding van het beleid betreffende
                    maatschappelijke ondersteuning. Artikel 47 Wet werk en bijstand doet het wéér
                    anders en schrijft voor dat de raad bij verordening de cliëntenparticipatie
                    regelt. Het college moet bovendien de burgers in de gelegenheid stellen
                    zelfstandig voorstellen voor het maatschappelijke ondersteuningsbeleid in te
                    dienen. </al><al/><al>Artikel 3</al><al>De aanduiding van belanghebbenden en ingezetenen als inspraakgerechtigden is
                    rechtstreeks ontleend aan de Gemeentewet. Ingezetenen kunnen altijd inspreken
                    ook als ze in juridische zin geen rechtstreeks belang bij het onderwerp hebben. </al><al/><al>Artikel 4</al><al>Inspraak zo zegt dit artikel begint met een inspraakplan. Hieruit vloeit ook
                    voort dat inspraak tijdig en op effectieve wijze als zodanig wordt
                    aangekondigd.</al><al>Het (juridisch) probleem van de combinatie van beleidsvoorbereiding met inspraak
                    door het college voor raadsbeleid wordt opgelost in het tweede lid, doordat de
                    raad daar deze bevoegdheid expliciet aan het college overdraagt. Den raad kan
                    zich deze bevoegdheid in voorkomende gevallen voorbehouden.</al><al>Voor de duidelijkheid wordt het algemeen geldende uitgangspunt vastgelegd dat de
                    raad kaders kan stellen voor de wijze waarop alle gemeentelijke bestuursorganen
                    dus ook hij zelf met inspraak om moeten gaan. </al><al/><al>Artikel 5</al><al>Het eindverslag over de inspraak is overgenomen uit de huidge verordening.
                    Voorgesteld wordt overigens nu te volstaan met een beknopt verslag. Dit kan
                    onderdeel uitmaken van het besluit of de overwegingen behorend bij het besluit
                    omtrent het beleid waar de inspraak betrekking op had.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>