<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR435018_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-186606.html">28-12-2016 Gemeenteblad, 2016, 186606</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet, artikelen 6, tweede lid en 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, en e en tweede lid, artikel 8a lid 2 en 10b, lid 5 en lid 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en
                        wethouders;</al><al/><al>overwegende dat de raad van de gemeente Loppersum bij verordening regels
                        dient vast te stellen over:</al><al>• het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van
                        voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7 lid 1
                        onderdeel a en 10 lid 1 Participatiewet;</al><al>• de scholing of opleiding, bedoeld in artikel 10a lid 5 Participatiewet
                        (participatieplaatsen);</al><al>• de (stimulerings)premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 Participatiewet
                        (participatieplaatsen);</al><al>• het verrichten van werkzaamheden in een beschutte omgeving, bedoeld in
                        artikel 10b Participatiewet.</al><al/><al>gelet op artikelen 6, tweede lid en 8a, eerste lid, aanhef en onder a,
                        c, d, en e en tweede lid, artikel 8a lid 2 en 10b, lid 5 en lid 7, van
                        de Participatiewet;</al><al>gelet op de afspraken die gemaakt zijn in de arbeidsmarktregio; </al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>Vast te stellen de </al><al/><al><vet>"</vet><vet>RE-INTEGRATIEVERORDENING</vet><vet>".</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                            worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet,
                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al><al>1.2.In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Participatiewet, IOAW, IOAZ;</al></li><li nr="b."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder
                                    a. van de wet;</al></li><li nr="c."><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet
                            mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="d."><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk
                            binnen één jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELEID EN FINANCIЁN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Evenwichtige verdeling en financiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de voorzieningen,
                                bedoeld in artikel 9 en 10, aanbieden aan personen die behoren tot
                                de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de voorzieningen,
                                bedoeld in artikel 5, 6,7 en 8, aanbieden aan personen die behoren
                                tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders houdt bij het aanbieden
                                van de in deze verordening opgenomen voorzieningen, rekening met de
                                omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De
                                omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die
                                persoon en de mogelijkheid dat hij of zij behoort tot de doelgroep
                                voor loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut
                                werk.</al><al> Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan voor de nadere
                                uitvoering van deze verordening, een Participatienota vaststellen.
                                Daarin staat welke voorzieningen, waaronder ondersteunende
                                voorzieningen, het college van burgemeester en wethouders in ieder
                                geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover
                                daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een voorziening
                                stopzetten als:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt, diens
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet,
                                        de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere
                                        en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de
                                        artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, niet
                                        nakomt; </al></li><li nr="b."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer onder
                                        de doelgroep valt; </al></li><li nr="c."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt, algemeen
                                        geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt
                                        gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening;
                                        tenzij het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; </al></li><li nr="d."><al>naar het oordeel van het College van burgemeester en
                                        wethouders, de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een
                                        snelle arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="e."><al>de voorziening naar het oordeel van het College van
                                        burgemeester en wethouders niet meer geschikt is voor de
                                        persoon die gebruik maakt van de voorziening; </al></li><li nr="f."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt, niet naar
                                        behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; </al></li><li nr="g."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt, niet meer
                                        voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden
                                        gesteld, om in aanmerking te komen voor die voorziening.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een persoon die onder
                                de doelgroep valt, activiteiten aanbieden in het kader van sociale
                                activering. Dat gebeurt voor zover nog niet de mogelijkheid bestaat,
                                dat hij of zij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan
                                krijgen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een
                                voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stemt de duur van de in
                                het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en
                                capaciteiten van die persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vrijwilligerswerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vrijwilligerswerk kan onderdeel zijn van een traject dat gericht is
                                op arbeidsinschakeling of als dat niet direct of niet meer mogelijk
                                is, dat gericht is op zelfstandige maatschappelijke
                                participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Activiteiten als bedoeld in lid 1 hebben tot doel de belanghebbende
                                met behoud van uitkering werkritme te laten doen en/of werkritme te
                                laten behouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De activiteiten worden alleen verricht bij organisaties zonder
                                winstoogmerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vrijwilligerswerk zonder arbeidsverplichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vrijwilligerswerk zonder arbeidsverplichting, is een onderdeel van
                                een traject gericht op participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel is belanghebbende te stimuleren maatschappelijk actief te
                                blijven. Het is bedoeld voor belanghebbenden zonder
                                arbeidsverplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belanghebbenden ontvangen achteraf jaarlijks een éénmalige premie
                                van € 250,--</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De duur is afhankelijk van de behoefte van belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Werkervaringsplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een werkervaringsplaats kan onderdeel zijn van een traject gericht
                                op arbeidsinschakeling</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een werkervaringsplaats is een verbetertraject-of
                                ontwikkelingstraject richting betaald werk, waardoor de afstand tot
                                de arbeidsmarkt wordt verkleind. Belanghebbende wordt als surplus
                                toegevoegd aan het bestaande personeel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkervaringsplaats duurt maximaal drie maanden, met de
                                mogelijkheid tot verlenging (maatwerk).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bemiddeling naar een proefplaatsing, kan onderdeel zijn van een
                                traject dat gericht is op betaalde arbeidsinschakeling</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De proefplaatsing heeft tot doel belanghebbende met behoud van
                                uitkering te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het
                                verrichten van betaalde arbeid en het uiteindelijk uitstromen naar
                                betaald werk</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een proefplaatsing kan worden ingezet bij een werkgever die concreet
                                vacatureruimte heeft, waarbij perspectief is op een
                                arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De proefplaatsing duurt twee maanden met maximaal een maand
                                verlenging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Detacheringsbaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan zorgen voor
                                toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep, naar een
                                dienstverband met een werkgever, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij
                                een onderneming. Dedetachering wordt vastgelegd in een schriftelijke
                                overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie, als
                                tussen de werknemer en inlenende organisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een werknemer wordt geplaatst als hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een persoon die
                                behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende
                                eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te
                                        boven, en </al></li><li nr="b."><al>het draagt bij aan vergroting van de kans op inschakeling in
                                        het arbeidsproces van de persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in
                                artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Participatievoorziening beschut werk</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de voorziening
                                    beschut werk aanbieden aan een persoon uit de doelgroep die door
                                    een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een
                                    zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek
                                    nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet
                                    kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders maakt uit de personen
                                    uit de doelgroep een voorselectie en wint bij het
                                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen advies in voor de
                                    beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder
                                    aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                                    hebben. Het college van burgemeester en wethouders selecteert
                                    voor deze beoordeling uitsluitend personen met een grote afstand
                                    tot de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="3."><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet
                                    bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college van
                                    burgemeester en wethouders de volgende ondersteunende
                                    voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de
                                    werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze
                                    van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></li><li nr="4."><al>Het college van burgemeester en wethouders bepaalt de omvang van
                                    het aanbod beschut werk en legt vast hoeveel plekken voor
                                    beschut werk de gemeente beschikbaar stelt. In verband hiermee
                                    overlegt het college van burgemeester en wethouders met het
                                    Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, aan de gemeente
                                    gelieerde bedrijven en andere reguliere werkgevers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ondersteuning bij
                                    leer-werktraject</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ondersteuning aanbieden
                            aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van
                            burgemeester en wethouders van oordeel is dat een leer-werktraject nodig
                            is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een
                            leer-werktraject en het personen betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de
                                    kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet
                                    is geëindigd, of; </al></li><li nr="b."><al>van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben
                                    behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Jobcoaching</titel></kop><al>Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het College van
                            burgemeester en wethouders persoonlijke ondersteuning bij het verrichten
                            van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden, in de vorm van
                            structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet
                            in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een
                                loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die een
                                arbeidsovereenkomst sluiten met een werknemer, die niet in staat is
                                met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de werknemers die tijdelijk niet in staat zijn met voltijdse
                                arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen wordt de periode van
                                loonkostensubsidie bepaald op 12 maanden. Deze periode kan telkens
                                weer aansluitend verlengd worden tot maximaal 12 maanden. Hierbij
                                wordt de verlengingsduur telkens afhankelijk gemaakt van de
                                loonwaarde. Bij verlenging wordt de loonwaarde opnieuw bepaald. Er
                                dient een arbeidsovereenkomst met de werknemer te zijn afgesloten
                                van minimaal 6 maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonkostensubsidie bedraagt een percentage van de
                                loonkosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen
                                verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De loonkostensubsidie of andere tegemoetkoming wordt niet verstrekt,
                                als de werkgever op grond van een andere regeling, aanspraak maakt
                                op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van
                                de werknemer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Jaarlijks wordt er een taakstelling gemaakt en een subsidiebedrag
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen kan het college van
                                burgemeester en wethouders adviseren met betrekking tot het oordeel
                                of een persoon behoort tot de doelgroepsregister
                                loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Aan de persoon met wie de werkgever al een dienstbetrekking is
                                aangegaan en die met voltijdse arbeid niet in staat blijkt tot het
                                verdienen van het wettelijk minimumloon maar wel mogelijkheden tot
                                arbeidsparticipatie heeft en die in de periode van 6 maanden
                                voorafgaande aan de dienstbetrekking deelnam aan praktijkonderwijs,
                                voortgezet speciaal onderwijs of de entreeopleiding kan
                                loonkostensubsidie worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Tijdens de eerste 6 maanden van een dienstbetrekking kan een
                                forfaitaire loonkostensubsidie worden ingezet van 50% van het
                                wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantietoeslag,
                                vermeerderd met een vergoeding voor werkgeverslasten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders hanteert de in de
                            arbeidsmarktregio Groningen vastgestelde methode loonwaardebepaling.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>No-riskpolis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis als:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkgever een arbeidsovereenkomst aangaat met een
                                        werknemer uit het doelgroepenregister, die niet in staat is
                                        het wettelijk minimumloon te verdienen; </al></li><li nr="b."><al>de werknemer een structurele functionele of andere beperking
                                        heeft, of de werkgever ten behoeve van de werknemer een
                                        loonkostensubsidie ontvangt, als bedoeld in artikel 10 d van
                                        de wet;</al></li><li nr="c."><al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en;
                                    </al></li><li nr="d."><al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De no-riskpolis vergoedt:</al><lijst><li nr="a."><al>het loon van de werknemer tot honderd procent van het
                                        minimumloon, inclusief een vakantietoeslag van acht procent,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>vijftien procent boven de dekking voor extra
                                        werkgeverslasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De no-riskpolis wordt in de arbeidsmarktregio Groningen
                                afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de no-riskpolis
                                eerst tot een periode van 12 maanden na indiensttreding van de
                                werknemer bij de werkgever en daaropvolgend, voor de periode zolang
                                de dienstbetrekking in stand blijft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Uitstroompremie</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan eenmalig een
                            uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam
                            uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer
                            recht heeft op algemene bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Subsidie of budgetplafond</titel></kop><al>De gemeenteraad kan bij uitvoeringsbesluit één of meer subsidie- of
                            budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door
                            de gemeenteraad ingestelde subsidie of budgetplafond, is een
                            weigeringsgrond bij de aanspraak op een voorziening.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een plafond instellen
                            voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke
                            voorziening. Jaarlijks vindt een vaststelling plaats van het beschikbare
                            budget per voorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Nadere regels en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                vaststellen over de uitvoering van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                                gevallen ten gunste van de klant, afwijken van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening, als toepassing van de verordening tot
                                onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op
                                grond van de Re- integratieverordening college van burgemeester en
                                wethouders, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening,
                                behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden
                                uit deze verordening voor de duur:</al><lijst><li nr="a."><al>van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze
                                        verordening, of;</al></li><li nr="b."><al>dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode 12
                                        maanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan na afloop van de in
                                het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een
                                voorziening wordt voortgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onvoorziene gevallen.</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            College van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als
                                <vet>"</vet><vet>Re-integratieve</vet><vet>rordening</vet><vet>"</vet>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Loppersum</ondertekening><ondertekening>gehouden op 19 december 2016, nr. 12.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Rodenboog, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>R.S. Bosma, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Er is gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken
                            met de aard van de opdracht die is gekregen, te weten het bij
                            verordening regels stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien
                            van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit moet onder andere
                            aandacht blijken voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen
                            en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Dit leent zich niet tot
                            het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van
                            toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk. Het is helemaal
                            afhankelijk van iemands mogelijkheden en beperkingen, wat in het
                            concrete geval een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan het
                            College van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om op een
                            aantal punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 van de
                            Participatiewet bepaalt dat personen uit de doelgroep aanspraak hebben
                            op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de door het College van
                            burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening binnen de
                            kaders van de re-integratieverordening. Daarom is ervoor gekozen in de
                            verordening de voorzieningen vast te leggen die het College van
                            burgemeester en wethouders in ieder geval kan aanbieden. </al><al>Met betrekking tot de volgende voorzieningen is het college van
                            burgemeester en wethouders verplicht om regels op te nemen in deze
                            verordening: </al><lijst><li nr="-"><al>scholing of opleiding, bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van
                                    de Participatiewet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel c, en
                                    tweede lid, onderdeel c, van de Participatiewet);</al></li><li nr="-"><al>de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, Participatiewet
                                    (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel
                                    c, van de Participatiewet);</al></li><li nr="-"><al>participatievoorziening beschut werk, bedoeld in artikel 10b van
                                    de Participatiewet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel e, en
                                    10b, vierde lid, van de Participatiewet), en</al></li><li nr="-"><al>no riskpolis (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de
                                    Participatiewet).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                            behandeld. </al><al/><al>Artikel 1 Begrippen </al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                            bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                            verordening. </al><al/><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al>De doelgroep wordt gevormd door personen zoals bedoeld in artikel 7,
                            eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Het betreft: </al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c, van de
                                    Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel
                                    35, vierde lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36,
                                    derde lid, onderdelen b en c, van de WIA, tot het moment dat het
                                    inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee
                                    aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten
                                    behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 10d van de
                                    Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                    Algemene nabestaandenwet (hierna: ANW);</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening
                                    oudere en gedeeltelijk</al><al> arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW); </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening
                                    oudere en gedeeltelijk</al><al> arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IOAZ); </al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering; en, die voor de arbeidsinschakeling
                                    zijn aangewezen op een door het College van burgemeester en
                                    wethouders aangeboden voorziening.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Korte afstand tot de arbeidsmarkt </cursief></al><al>Onder een korte afstand tot de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een
                            persoon redelijkerwijs binnen één jaar geschikt is voor deelname aan de
                            arbeidsmarkt. </al><al/><al><cursief>Grote afstand tot de arbeidsmarkt </cursief></al><al>Onder een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een
                            persoon redelijkerwijs niet binnen één jaar geschikt is voor deelname
                            aan de arbeidsmarkt. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><al>Artikel 2 Evenwichtige verdeling en financiering </al><al/><al>Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de
                            Participatiewet, moet de verdeling van de voorzieningen over personen in
                            de verordening worden opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met de
                            omstandigheden en de functionele beperkingen van die personen. Hierin
                            ligt besloten dat ook rekening wordt gehouden met de omstandigheden en
                            functionele beperkingen van personen met een handicap. Dit is in
                            overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met
                            een handicap. De doelstelling van dit verdrag is het bevorderen,
                            beschermen en waarborgen van het volledige genot door alle personen met
                            een handicap, van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet
                            van gelijkheid en het bevorderen van de eerbiediging van hun inherente
                            waardigheid. In dit artikel is aan het voorgaande uitvoering gegeven. </al><al/><al><cursief>Grote afstand tot arbeidsmarkt </cursief></al><al>Het College van burgemeester en wethouders kan voorzieningen, bedoeld in
                            artikel 8 en 9, aanbieden aan personen aan die behoren tot de doelgroep
                            met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. </al><al/><al><cursief>Korte afstand tot arbeidsmarkt </cursief></al><al>Het College van burgemeester en wethouders kan de voorzieningen, bedoeld
                            in artikel 4, 5, 6 en 7, aanbieden aan personen die behoren tot de
                            doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. </al><al/><al><cursief>Overige voorzieningen </cursief></al><al>Voor de overige voorzieningen, volgt al uit de doelgroepomschrijving aan
                            wie het College van burgemeester en wethouders deze voorzieningen kan
                            aanbieden. Het gaat om: scholing (artikel 10), beschut werk (artikel
                            11), ondersteuning bij leer-werktrajecten (artikel 12), Jobcoaching
                            (artikel 13), no-riskpolis (artikel 16), loonkostensubsidie (artikelen
                            14), uitstroompremies (artikel 17) en loonwaarde (artikel 15). </al><al/><al><cursief>Rekening houden met omstandigheden en beperkingen
                            </cursief></al><al>Het College van burgemeester en wethouders moet bij de inzet van de
                            voorzieningen, rekening houden met de omstandigheden en functionele
                            beperkingen van een persoon. In artikel 2.3 is opgenomen waarmee het
                            College van burgemeester en wethouders in ieder geval rekening moet
                            houden. </al><al/><al>Onder mantelzorg wordt hier verstaan de langdurige zorg, die niet in het
                            kader van een hulpverlenend beroep, wordt geboden aan een hulpbehoevende
                            door personen uit diens directe omgeving; de zorgverlening daarbij,
                            vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie en overstijgt de
                            gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar. Zie voor de
                            begripsbepaling ook de toelichting, zoals die staat omschreven de
                            verordening maatschappelijke bijdrage.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><al>Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen </al><al>De Participatiewet schrijft niet uitputtend voor welke voorzieningen het
                            College van burgemeester en wethouders aan moet bieden. Het enige
                            criterium is dat de voorziening gericht moet zijn op de
                            arbeidsinschakeling en moet bijdragen aan het (op termijn) mogelijk
                            maken van reguliere arbeid door een persoon. Al naar gelang de afstand
                            van een persoon tot de arbeidsmarkt, kan een voorziening gericht zijn op
                            bijvoorbeeld sociale activering en het voorkomen van een isolement
                            (zoals het doen van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering), het
                            leren van vaardigheden of kennis, of het opdoen van werkervaring
                            (bijvoorbeeld via gesubsidieerd werk). Ook is het mogelijk dat in
                            individuele gevallen een persoonsgebonden re-integratiebudget ter
                            beschikking komt. </al><al/><al><cursief>Beëindigingsgronden </cursief></al><al>Het tweede lid geeft aan dat het College van burgemeester en wethouders
                            een voorziening kan stopzetten en in welke gevallen het dat kan doen.
                            Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de
                            subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de arbeidsovereenkomst
                            bij een detacheringsbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen, dienen
                            vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de
                            eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht te worden genomen. </al><al>Het College van burgemeester en wethouders kan een voorziening
                            stopzetten in de gevallen zoals opgenomen in artikel 3, tweede lid, van
                            deze verordening. Een voorziening wordt bijvoorbeeld gestopt, als een
                            persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Voor de persoon zoals
                            bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de
                            Participatiewet, wordt op dit punt een uitzondering gemaakt. Het gaat om
                            de persoon zoals bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c,
                            35, vierde lid, onderdelen b en c en 36, derde lid, onderdelen b en c,
                            van de WIA. Voor deze doelgroep geldt dat het College van burgemeester
                            en wethouders ondersteuning bij de arbeidsinschakeling moet bieden tot
                            het moment dat het inkomen in dienstbetrekking gedurende twee
                            aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve
                            van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie is verstrekt. </al><al>De Participatiewet voorziet niet in een terugvorderingsgrond van
                            re-integratiekosten die onnodig zijn gemaakt. Noch van een
                            bijstandsgerechtigde, noch van een niet bijstandsgerechtigde kunnen die
                            kosten worden teruggevorderd. Terugvordering dient te gebeuren op grond
                            van het Burgerlijk Wetboek. </al><al/><al>Artikel 4 Sociale activering </al><al>Volgens de Participatiewet dient ook sociale activering uiteindelijk
                            gericht te zijn op arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is
                            arbeidsinschakeling echter een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen
                            staat dan ook niet re-integratie, maar participatie voorop. </al><al/><al><cursief>Sociale activering </cursief></al><al>Onder 'sociale activering' wordt verstaan: Het verrichten van onbeloonde
                            maatschappelijk zinvolle activiteiten, gericht op arbeidsinschakeling
                            of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige
                            maatschappelijke participatie (artikel 6, eerste lid, onderdeel c,
                            Participatiewet). Bij activiteiten in het kader van sociale activering
                            kan worden gedacht aan het zelfstandig, zonder externe begeleiding,
                            verrichten van vrijwilligerswerk of deelnemen aan activiteiten in de
                            wijk of buurt.</al><al/><al><cursief>Doelgroep sociale activering </cursief></al><al>Het College van burgemeester en wethouders kan aan een klant die behoort
                            tot de doelgroep, activiteiten aanbieden in het kader van sociale
                            activering. Dat gebeurt voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op
                            enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen
                            gebruik wordt gemaakt van een voorziening. </al><al>Voor de verplichting op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel b,
                            van de Participatiewet, om gebruik te maken van een voorziening gericht
                            op sociale activering, is vereist dat de mogelijkheid bestaat dat een
                            persoon op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan krijgen waarbij
                            geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. Bestaat die mogelijkheid
                            niet, dan kan een persoon niet worden verplicht gebruik te maken van een
                            dergelijke voorziening. Sociale activering heeft tot doel personen met
                            een grote afstand tot de arbeidsmarkt terug te leiden naar de
                            arbeidsmarkt, of als dit nog niet mogelijk is, als tussendoel te
                            bevorderen dat personen zelfstandig kunnen deelnemen aan het
                            maatschappelijk leven. Hieruit volgt dat als het einddoel,
                            arbeidsinschakeling, niet kan worden bereikt, er geen grond is die klant
                            te verplichten om gebruik te maken van een voorziening gericht op
                            sociale activering.</al><al/><al><cursief>Het </cursief><cursief>College van burgemeester en
                                wethouders</cursief><cursief> stemt duur activiteiten af op de
                                persoon </cursief></al><al>Het tweede lid geeft het College van burgemeester en wethouders de
                            mogelijkheid om de duur van activiteiten in het kader van sociale
                            activering nader te bepalen. Het College van burgemeester en wethouders
                            moet de duur afstemmen op de mogelijkheden en capaciteiten van een
                            persoon. Gezien de mogelijk sterk verschillende behoeften op dit gebied,
                            zal een al te rigide termijn moeilijk zijn. </al><al/><al>Artikel 5 Vrijwilligerswerk</al><al>Vrijwilligerswerk vindt onverplicht plaats en op initiatief en
                            intrinsieke motivatie van de klant. Het werk kan ten allen tijde
                            plaatsvinden. Het verrichten van vrijwilligerswerk mag betaald werk niet
                            in de weg staan. Het vrijwilligerswerk mag ook de kansen op betaald werk
                            niet verkleinen. Als een klant in kan stromen in een
                            re-integratieactiviteit of een betaalde baan, dan moet hij of zij
                            stoppen met vrijwilligerswerk onder werktijd. In de vrije tijd mag een
                            klant vrijwilligerswerk blijven doen. Klanten moeten het
                            vrijwilligerswerk dat ze doen, doorgeven aan College van burgemeester en
                            wethouders. College van burgemeester en wethouders beoordeelt of het
                            werk voldoet aan de criteria van vrijwilligerswerk en of het de
                            re-integratie naar betaald werk niet belemmert.</al><al>Vrijwilligerswerk is werk dat onbetaald en onverplicht wordt verricht
                            voor anderen of voor de samenleving.</al><al>In het algemeen gelden de volgende voorwaarden voor
                            vrijwilligerswerk:</al><lijst><li nr="-"><al>het werk is in het algemeen belang of in een bepaald
                                    maatschappelijk belang;</al></li><li nr="-"><al>het werk heeft geen winstoogmerk;</al></li><li nr="-"><al>het werk kost de arbeidsmarkt geen banen en komt niet in de
                                    plaats van een betaalde baan.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 6 Vrijwilligerswerk zonder arbeidsverplichting</al><al>Klanten kunnen door bijzondere individuele omstandigheden worden
                            ontheven van de arbeidsverplichting. De klanten worden gestimuleerd deel
                            te nemen aan de maatschappij door het verrichten van vrijwilligerswerk.
                            Klanten die onder deze doelgroep vallen, ontvangen jaarlijks achteraf
                            een éénmalige premie. De premie is bedoeld als stimulans om
                            maatschappelijk actief te worden en te blijven.</al><al/><al>Artikel 7 Werkervaringsplaats</al><al>De werkzaamheden worden ingezet als een verbeter- of
                            ontwikkelingstraject voor de klant, waardoor de afstand tot de
                            arbeidsmarkt wordt verkleind. Bij deelname aan een werkervaringsplaats
                            moet er uitzicht zijn op doorstroom naar een reguliere (ook tijdelijke)
                            baan voor de klant. Bij voorkeur bij de organisatie waar werkervaring
                            wordt uitgevoerd of anders naar een andere werkgever.</al><al>De duur van een werkervaringsplaats is drie maanden. Er bestaat een
                            mogelijkheid deze periode te verlengen (maatwerk).</al><al/><al>Artikel 8 Proefplaatsing</al><al>Als een werkgever een werkzoekende met een bijstandsuitkering in dienst
                            wil nemen, maar het is nog niet zeker of deze persoon de functie goed
                            kan vervullen, dan kan een proefplaatsing worden afgesproken. De
                            werknemer verricht gedurende maximaal twee maanden werkzaamheden met
                            behoud van uitkering. De periode kan met een maand worden verlengd.
                            Tijdens deze periode betaalt de werkgever geen loon. Voorwaarde voor
                            proefplaatsing is dat de werkgever de werkzoekende bij goed functioneren
                            minimaal een contract van zes maanden aanbiedt. Wordt de werknemer ziek
                            tijdens de proefplaatsing, dan kan de proefplaatsing worden verlengd met
                            de tijd dat hij of zij ziek is geweest. Als de werknemer op vakantie
                            gaat tijdens proefplaatsing wordt de proefplaatsing niet verlengd. Dan
                            blijft de duur van de proefplaatsing de toegekende periode.</al><al/><al>Artikel 19 Detacheringsbaan </al><al>De Participatiewet biedt de mogelijkheid personen uit de doelgroep een
                            dienstverband aan te bieden, om op detacheringsbasis werkervaring op te
                            doen. In de verordening zijn de randvoorwaarden vastgelegd waarbinnen de
                            banen vormgegeven worden. </al><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid tot het aangaan van het
                            dienstverband. Het College van burgemeester en wethouders zorgt ervoor
                            dat een persoon een dienstverband krijgt aangeboden door een derde, de
                            werkgever. Die derde kan bijvoorbeeld een detacheringsbureau zijn. In
                            het tweede lid wordt bepaald dat het gaat om detachering. Daarbij worden
                            op twee vlakken afspraken gemaakt. Ten eerste tussen het inlenende
                            bedrijf en de werkgever. Hierin worden zaken geregeld als de verhouding
                            tot de werkgever, de hoogte van de inleenvergoeding en de wijze waarop
                            de begeleiding wordt vormgegeven. In de overeenkomst tussen werknemer en
                            inlener worden afspraken gemaakt over werktijden, verlof en de inhoud
                            van het werk. Voor het derde lid wordt verwezen naar de toelichting bij
                            het artikel over werkstages.</al><al/><al>Artikel 10 Scholing </al><al><cursief>Startkwalificatie </cursief></al><al>Onder startkwalificatie wordt verstaan een HAVO- of VWO-diploma of een
                            diploma van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), niveau twee. Scholing
                            kan worden aangeboden aan klanten met of zonder een dergelijke
                            startkwalificatie. Vooral voor personen zonder startkwalificatie, kan
                            scholing noodzakelijk zijn voor de re-integratie. </al><al><cursief>Jongeren </cursief></al><al>Personen jonger dan 27 jaar die nog mogelijkheden hebben binnen het uit
                            's Rijks kas bekostigde onderwijs, kunnen sinds 1 juli 2012 geen
                            voorziening ontvangen die hen ondersteunt bij de arbeidsinschakeling
                            (artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Participatiewet). Dit is voor
                            de volledigheid opgenomen in het derde lid.</al><al/><al> Artikel 11 Participatievoorziening beschut werk </al><al>Het College van burgemeester en wethouders kan de voorziening beschut
                            werk aanbieden aan een persoon uit de doelgroep die door een
                            lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate
                            van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft, dat niet
                            van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat
                            hij deze in dienst neemt (eerste lid). </al><al/><al><cursief>Stap 1: voorselectie </cursief></al><al>Ten behoeve van de participatievoorziening beschut werk, voert Werkplein
                            Fivelingo een voorselectie uit. Tijdens de voorselectie bepaalt het
                            College van burgemeester en wethouders welke mensen in aanmerking kunnen
                            komen voor beschut werk, en op welk moment. In de verordening moet
                            vastgelegd worden hoe zij deze voorselectie uitvoeren. Daarom is in het
                            tweede lid bepaald dat het College van burgemeester en wethouders
                            uitsluitend personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt
                            selecteert voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte
                            omgeving mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Voor dit
                            criterium is gekozen, omdat personen met een korte afstand tot de
                            arbeidsmarkt veelal niet uitsluitend in een beschutte omgeving
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Onder de personen met een
                            grote afstand tot de arbeidsmarkt, is het aannemelijk dat daartoe
                            personen behoren die uitsluitend in een beschutte omgeving kunnen
                            werken. </al><al>Het College van burgemeester en wethouders kan ambtshalve vaststellen of
                            een persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste
                            omstandigheden, mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft (artikel
                            10b, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor is dus geen aanvraag
                            van een persoon nodig. Het College van burgemeester en wethouders maakt
                            uit de personen uit de doelgroep een voorselectie. Het College van
                            burgemeester en wethouders moet bij het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen advies inwinnen voor de beoordeling of de
                            geselecteerde personen uitsluitend in een beschutte omgeving, onder
                            aangepaste omstandigheden, mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. </al><al/><al><cursief>Stap 2: advies Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            </cursief></al><al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het College
                            van burgemeester en wethouders met betrekking tot het oordeel of een
                            persoon tot de doelgroep beschut werk behoort. Het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen voert op basis van landelijke criteria een
                            beoordeling uit (artikel 10b, tweede lid, van de Participatiewet). </al><al/><al><cursief>Stap 3: besluit gemeente </cursief></al><al>Op basis van het advies van het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen beslist het College van burgemeester en
                            wethouders of iemand bij de doelgroep 'beschut werk' hoort. Alleen als
                            sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies van het
                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, kan het College van
                            burgemeester en wethouders besluiten het advies niet te volgen.</al><al/><al><cursief>Stap 4: dienstbetrekking 'beschut werk' </cursief></al><al>Nadat is vastgesteld dat iemand bij de doelgroep 'beschut werk' hoort,
                            zorgt het College van burgemeester en wethouders ervoor dat deze persoon
                            in een dienstbetrekking, onder beschutte omstandigheden, aan de slag
                            gaat (artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet). Het kan dan gaan
                            om een privaatrechtelijke of een publiekrechtelijke dienstbetrekking
                            (artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van de Participatiewet). Hoe de
                            dienstbetrekking wordt georganiseerd, hoort tot de beleidsvrijheid. Een
                            dienstbetrekking kan bijvoorbeeld worden georganiseerd via een
                            gemeentelijke dienst, NV, BV of stichting. Ook kunnen personen (via
                            detachering) in een beschutte omgeving bij reguliere werkgevers aan het
                            werk.</al><al/><al>Artikel 12 Ondersteuning bij leer-werktraject</al><al>Personen uit de doelgroep kunnen in aanmerking komen voor de voorziening
                            ondersteuning bij leer-werktrajecten. Het College van burgemeester en
                            wethouders moet dan wel van oordeel zijn dat een leer-werktraject nodig
                            is en de ondersteuning nodig moet zijn voor het volgen van dat
                            leer-werktraject.</al><al>De voorziening ondersteuning bij werk-leertrajecten is inzetbaar voor
                            jongeren van zestien of zeventien jaar, die dreigen uit te vallen uit
                            school, maar via een leer/werktraject alsnog een startkwalificatie
                            kunnen behalen. Om te voorkomen dat jongeren onnodig uit vallen, wordt
                            de mogelijkheid geboden extra ondersteuning te bieden. Deze voorziening
                            kan ook worden ingezet om schooluitval te voorkomen bij jongeren van 18
                            tot 27 jaar, die door een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie
                            kunnen behalen.</al><al>Bijstandsgerechtigden jonger dan 27 jaar die uit 's Rijks kas betaalde
                            onderwijs kunnen volgen, zijn uitgesloten van ondersteuning.</al><al/><al>Artikel 13 Jobcoaching </al><al/><al>Het gaat hier om een voorziening zoals een job-/werkcoach, die op vaste
                            tijden en gedurende een langere periode, de werknemer met beperkingen
                            bij het verrichten van zijn taken ondersteunt. Het moet dan ook gaan om
                            een systematische ondersteuning. Daarnaast moet de ondersteuning
                            noodzakelijk zijn; in die zin, dat de werknemer zonder die ondersteuning
                            in redelijkheid niet zijn werkzaamheden zou kunnen verrichten.
                            Jobcoaching heeft tot doel dat een werknemer wordt begeleid naar een
                            situatie dat hij uiteindelijk zonder begeleiding van een dergelijke
                            voorziening, bij een reguliere werkgever werkzaam kan zijn. </al><al/><al>Artikel 14 Loonkostensubsidie </al><al/><al>Het College van burgemeester en wethouders kan een loonkostensubsidie
                            verstrekken aan werkgevers die een arbeidsovereenkomst sluiten met een
                            werknemer, die niet in staat is met voltijdse arbeid het wettelijk
                            minimumloon te verdienen </al><al/><al>Het doel van de loonkostensubsidie, is het bieden van compensatie voor
                            het feit dat voor een persoon tenminste het wettelijk minimumloon moet
                            worden betaald, terwijl de werkgever een persoon (nog) niet ten volle
                            kan inzetten. Zo kan het College van burgemeester en wethouders een
                            loonkostensubsidie aan de werkgever verstrekken, om tijdelijk het
                            verschil in arbeidsproductiviteit te compenseren en zo de re-integratie
                            van de klant te bewerkstelligen. </al><al/><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt
                            vastgesteld of een persoon bij de doelgroep loonkostensubsidie hoort.
                            Het gaat hier om personen met een arbeidsbeperking.</al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan het
                            College van burgemeester en wethouders is om vast te stellen of een
                            persoon bij de doelgroep loonkostensubsidie hoort. Binnen de kaders van
                            de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke wijze zij
                            bepalen of mensen bij de doelgroep loonkostensubsidie horen.</al><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie, kan het College van burgemeester en wethouders zich
                            laten adviseren door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
                            Het College van burgemeester en wethouders draagt personen voor die
                            zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, Het
                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert. Op basis van het
                            advies beslist het College van burgemeester en wethouders of iemand tot
                            de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een
                            onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten worden het
                            advies niet te volgen.</al><al/><al>Lid 2 geeft de mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken aan
                            werknemers die tijdelijk niet in staat zijn om met voltijdse arbeid het
                            wettelijk minimum loon te verdienen. Uit de loonwaardebepaling moet
                            blijken of iemand het wettelijk minimum loon wel of niet kan verdienen. </al><al/><al>Artikel 15 Vaststelling loonwaarde</al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat, als
                            een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                            voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het
                            College van burgemeester en wethouders de loonwaarde van die persoon
                            vaststelt. De vastgestelde loonwaarde legt het College van burgemeester
                            en wethouders vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                            persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                            instellen. </al><al/><al>Artikel 16 No-riskpolis </al><al>Gemeenten sluiten een gezamenlijke polis af voor werkgevers </al><al>De no-riskpolis kan worden ingezet als ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de
                            Participatiewet). De no-riskpolis is een belangrijk instrument om
                            aarzelingen bij werkgevers weg te nemen om mensen met arbeidsbeperkingen
                            in dienst te nemen. De no-riskpolis zorgt ervoor dat de werkgever
                            compensatie ontvangt voor de loonkosten, wanneer een werknemer met
                            arbeidsbeperkingen ziek wordt. Een werkgever komt niet in aanmerking
                            voor een no-risk polis als artikel 29b van de Ziektewet van toepassing
                            is (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b Participatiewet). </al><al>De no-riskpolis is een verzekering, waarbij de werkgever bij ziekte van
                            de werknemer die een structurele functionele of andere beperking heeft
                            of ten behoeve van wie die werkgever een loonkostensubsidie verstrekt
                            komt in aanmerking komt voor de no-riskpolis. </al><al/><al>Voorwaarden </al><al>In het eerste lid is opgenomen wanneer een werkgever in aanmerking komt
                            voor een no-riskpolis. </al><al>Voor inzet van de no-riskpolis is vereist dat de werknemer behoort tot
                            de doelgroep en een structurele functionele of andere beperking heeft of
                            ten behoeve van hem of haar, de werkgever een loonkostensubsidie als
                            bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet ontvangt. Ook ligt voor de
                            hand dat de werknemer zijn woonplaats moet hebben binnen de gemeente. </al><al/><al>Hoogte vergoeding </al><al>De no-riskpolis vergoedt: </al><al>• het loon van de werknemer tot 100% van het minimumloon alsmede een
                            vakantietoeslag van </al><al> 8% en</al><al>• 15% boven de dekking voor extra werkgeverslasten. </al><al>Duur no-riskpolis </al><al>Het College van burgemeester en wethouders vergoedt de no-riskpolis tot
                            in eerste instantie 12 maanden na indiensttreding van de werknemer bij
                            de werkgever. Daarna kan de inzet van polis worden verlengd, zo lang het
                            dienstverband voortduurt.</al><al/><al>Na twee jaar is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            verantwoordelijk </al><al>De no-riskpolis kan maximaal voor de duur van twee jaar worden ingezet.
                            Nadat betrokkene twee jaar zelfstandig het minimumloon heeft verdiend,
                            dus zonder loonkostensubsidie, gaat de verantwoordelijkheid voor de
                            no-riskpolis over naar Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en
                            kan artikel 29b van de Ziektewet van toepassing zijn.</al><al/><al>Artikel 17 Uitstroompremie</al><al>Het verstrekken van een uitstroompremie, is alleen mogelijk als een
                            persoon die algemene bijstand ontving, uitstroomt. De premie kan worden
                            aangevraagd vanaf de zevende maand na indiensttreding. Onder langdurig
                            werkloze wordt verstaan, een persoon die gedurende een aaneengesloten
                            periode van twaalf maanden of langer aangewezen is (geweest) op een
                            uitkering. In de Participatiewet is geregeld dat jaarlijks een éénmalige
                            premie kan worden verstrekt (artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de
                            Participatiewet. Voor personen jonger dan 27 jaar is deze premie
                            vrijgelaten (artikel 31 zevende lid, van de Participatiewet.</al><al/><al>Artikel 18 Subsidie-of budgetplafond</al><al>De wet stelt dat ontbreken van financiële middelen alleen, geen geldige
                            reden mag zijn om een aanvraag af te wijzen. Nagegaan moet worden welke
                            andere goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus in
                            dat er geen algemeen plafond kan worden ingesteld. Wat wel kan, is dat
                            per voorziening een plafond kan worden ingebouwd. Dit laat de
                            mogelijkheid open dat naar een andere voorziening kan worden uitgeweken.
                            Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die subsidies inhouden. Een
                            subsidieplafond dient wel bekend te worden gemaakt voor de periode
                            waarvoor dit plafond geldt. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><al>Artikel 19 Nadere regels hardheidsclausule</al><al>Hoeft geen nadere toelichting</al><al/><al>Artikel 20 Overgangsrecht </al><al/><al><cursief>Voortzetten toegekende voorzieningen </cursief></al><al>Toegekende voorzieningen op grond van de re-integratieverordening ISD
                            Noordoost in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van
                            deze verordening. Na afloop van die periode kan het College van
                            burgemeester en wethouders besluiten of een voorziening wordt
                            voortgezet. Hierbij kan het College van burgemeester en wethouders
                            rekening houden met al gesloten overeenkomsten. Voortzetting van een
                            voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het College van
                            burgemeester en wethouders is gehouden de kosten van een dergelijke
                            voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de
                            voorziening. Lopende re-integratievoorzieningen kunnen in beginsel na
                            inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond conform de
                            overeenkomst. </al><al/><al><cursief>Voortzetting is niet mogelijk </cursief></al><al>Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet
                            mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het
                            niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van
                            de re-integratieverordening Wet werk en bijstand of als de voorziening
                            is toegekend voor een kortere duur dan 12 maanden na inwerkingtreding
                            van de verordening. Een voorziening dient immers niet langer te worden
                            voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning. Ten aanzien
                            van die voorziening, blijft de re-integratieverordening Wet werk en
                            bijstand van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21,</nr><titel>22 en 23 Onvoorziene gevallen, Inwerkingtreding en
                                Citeertitel</titel></kop><al>Hoeven geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>