<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR434850_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2017.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-183734.html">Gemeenteblad, 23-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening markt- en standplaatsgelden 2017’</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=216&amp;g=2016-12-20">Gemeentewet, artikel 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=219&amp;g=2016-12-20">Gemeentewet, artikel 219</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;g=2016-12-20">Gemeentewet, artikel 229, lid 1 sub a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016_Raad_ 00158 marktgelden</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2017.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2016;</al><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en
                        onderdeel a en b van de Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T</vet>:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden
                        2017.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>marktstandplaats: een op en voor de duur van de markt door of namens
                                het college</al><al> van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het</al><al> uitoefenen van de markthandel op een weekmarkt.</al></li><li nr="b."><al>marktdagplaats: een marktstandplaats die per marktdag beschikbaar
                                wordt gesteld.</al></li><li nr="c."><al>vaste marktplaats: een marktstandplaats die tot wederopzegging
                                beschikbaar wordt</al><al> gesteld.</al></li><li nr="d."><al>marktstandplaatshouder: ieder aan wie het door of namens het college
                                van burgemeester en</al><al> wethouders is toegestaan om gedurende een weekmarkt een</al><al> marktstandplaats te bezetten.</al></li><li nr="e."><al>standplaats: een voor een bepaalde tijd door of namens het college
                                van</al><al> burgemeester en wethouders aangewezen plaats niet zijnde een</al><al> winkel of een markt waar goederen te koop worden aangeboden.</al></li><li nr="f."><al>standplaatshouder: ieder aan wie het door of namens het college van
                                burgemeester en</al><al> wethouders is toegestaan om een standplaats in te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van een
                            marktstandplaats voor het uitoefenen van de markthandel op onze
                            weekmarkten en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik
                            van verstrekte hulpmiddelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de naam standplaatsgeld wordt een recht geheven voor het innemen
                            van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van
                            diensten of goederen in het kader van de ambulante handel op een door
                            burgemeester en wethouders aangewezen locatie, niet zijnde een winkel of
                            op een weekmarkt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder de naam standplaatsgeld met elektra wordt een recht geheven voor
                            het innemen van een standplaats alsmede voor het ter beschikking stellen
                            van een door de gemeente aangebrachte elektriciteitsvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder de naam standplaatsgeld met elektra (verlichting) wordt een recht
                            geheven voor het innemen van een standplaats alsmede voor het ter
                            beschikking stellen van een door de gemeente aangebrachte
                            elektriciteitsvoorziening voor verlichting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder de naam standplaatsgeld wordt een recht geheven voor het mogen
                            innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen
                            van goederen in het kader van de particuliere handel op een door
                            burgemeester en wethouders aangewezen (particuliere) locatie, </al><al> niet zijnde een winkel of op een weekmarkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het marktgeld genoemd in artikel 2, lid 1 wordt geheven van de
                            marktstandplaatshouder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het standplaatsgeld genoemd in artikel 2, lid 2, 3, 4 en 5 wordt geheven
                            van een standplaatshouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Voor zover de marktgelden worden geheven per jaar is het
                                    belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Voor de
                                    standplaatsgelden is het belastingtijdvak gelijk aan de periode
                                    waarvoor de vergunning tot het innemen van een standplaats is
                                    verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastinggrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het marktgeld wordt berekend naar het aantal strekkende meters
                            frontlengte van de ingenomen standplaats waarbij een gedeelte van een
                            strekkende meter voor een volle strekkende meter wordt gerekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het standplaatsgeld wordt vastgesteld op een vast bedrag, afhankelijk
                            van de frequentie en de duur van de periode dat de standplaats wordt
                            ingenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het marktgeld van artikel 2, lid 1 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een dagplaats (of gedeelte daarvan) € 1,80 per
                                            strekkende meter met een minimum van: € 14,40</al></li><li nr="b."><al>voor een vaste marktplaats € 6,08 per strekkende meter
                                            per maand, met een minimum van: € 48,64</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats
                                            als bedoeld in artikel 2, lid 2 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar:
                                            € 336,65</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                            periode korter dan een jaar, maar langer of gelijk aan
                                            een maand, per maand: € 28,30</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                            10,20</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats
                                            als bedoeld in artikel 2, lid 3 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar:
                                            € 540,65</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                            periode korter dan een jaar, maar langer of gelijk aan
                                            een maand, per maand: € 45,40</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                            13,80</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats
                                            als bedoeld in artikel 2, lid 4 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar:
                                            € 387,65</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                            periode korter dan een jaar, maar langer of gelijk aan
                                            een maand, per maand: € 32,40</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                            10,95</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats
                                            als bedoeld in </al><al> artikel 2, lid 5 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar:
                                            € 153,00</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                            periode korter</al><al> dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per
                                            maand: € 9,95</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                            4,35</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het recht voor het gebruik van een (seizoens)standplaats
                                            voor de verkoop vanijs bedraagt per maand: € 72,65</al></li><li nr="7."><al>Voor een standplaats op meer dan één dag in de week
                                            worden de in lid 2, 3, 4 en 5 genoemde standplaatsgelden
                                            vermenigvuldigd met het aantal dagen waarvoor per week
                                            een standplaats is toegewezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het markt- en standplaatsengeld wordt geheven door
                                            middel van een mondelinge dan wel eengedagtekende
                                            schriftelijke kennisgeving, waaronder ook wordt begrepen
                                            een nota of ander</al><al> schriftuur.</al></li><li nr="a."><al>Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving, de
                                            nota of ander schriftuur vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Marktgeld</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het marktgeld als bedoeld in artikel 6, lid 1 is
                                            verschuldigd bij de aanvang van hetbelastingtijdvak of,
                                            indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht. </al></li><li nr="b."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingtijdvak aanvangt, is het in het eerstelid, sub
                                            a van dit artikel bedoelde marktgeld verschuldigd over
                                            zoveel twaalfde gedeelten</al><al> als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van
                                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden. </al></li><li nr="c."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in ditartikel,
                                            eerste lid, sub a bedoelde marktgeld ontheffing verleend
                                            over zoveel twaalfde</al><al> gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
                                            eindigen van de belastingplicht nog volle
                                            kalendermaanden overblijven. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Standplaatsgeld</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het standplaatsgeld als bedoeld in artikel 6, lid 2 t/m
                                            7, is verschuldigd bij de aanvang van het
                                            belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de
                                            loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang
                                            van de belastingplicht.</al></li><li nr="b."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingtijdvak aanvangt, is het in het tweedelid, sub
                                            a van dit artikel bedoelde standplaatsgeld verschuldigd
                                            over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na
                                            het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog
                                            volle kalendermaanden.</al></li><li nr="c."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in ditartikel,
                                            eerste lid, sub a bedoelde standplaatsgeld ontheffing
                                            verleend over zoveel twaalfde</al><al> gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
                                            eindigen van de belastingplicht nog volle
                                            kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="1."><al>Het markt- en standplaatsgeld moet, met inachtneming
                                            van onderstaande leden, wordenvoldaan in vier gelijke
                                            termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de
                                            laatste dag van de maand volgende op die van de dagtekening van de
                                            schriftelijke kennisgeving. De volgendetermijnen
                                            vervallen elke drie maanden na het vervallen van de
                                            vorige termijn. </al></li><li nr="2."><al>Indien na het ontstaan van de belastingplicht voor het
                                            markt- of standplaatsgeld zeven, acht of negen
                                            kalendermaanden resteren tot het einde van het
                                            belastingjaar, moet het verschuldigde bedrag worden voldaan in drie gelijke termijnen,
                                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                            volgende op die van de dagtekening van de schriftelijke
                                            kennisgeving. De volgende termijnen vervallen elk drie
                                            maanden na de vorige termijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het ontstaan van de belastingplicht voor het
                                            markt- of standplaatsgeld vijf of zes kalendermaanden
                                            resteren tot het einde van het belastingjaar moet het
                                            verschuldigde bedrag worden voldaan in twee gelijke
                                            termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag
                                            van de maand volgende op die van de dagtekening van de
                                            schriftelijke kennisgeving. De tweede termijn vervalt
                                            drie maanden na de eerste termijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien na het ontstaan van de belastingplicht voor
                                            markt- of standplaatsgeld vier kalender- maanden of
                                            minder resteren tot het einde van het belastingjaar,
                                            moet het verschuldigde bedrag worden voldaan op de laatste dag van de maand volgende
                                            op die van de dagtekening van de schriftelijke
                                            kennisgeving. </al></li><li nr="5."><al>In afwijking van bovenstaande leden vervalt de
                                            betaaltermijn voor standplaatsgelden minder dan € 275,--
                                            op de laatste dag van de maand volgende op die van de
                                            dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.</al></li><li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de markt- en standplaatsgelden wordt geen
                                    kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en invordering van de markt-
                                    en standplaatsgelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening markt- en standplaatsgelden 2016’,
                                            vastgesteld bij raadsbesluit van</al><al> 15 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de
                                            in het 3<sup>e</sup> lid genoemde datum van </al><al> Ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                            toepassing blijft op de belastbare feiten</al><al> die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                            1<sup>e</sup> dag na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                            markt- en standplaatsgelden 2017’.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad van 20 december 2016.</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>R.J. van der Veen H. Jager</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>