<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR434785_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening gemeente Papendrecht 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-181414.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dfinanci%25c3%25able%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20161101%26epd%3d20161230%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dPapendrecht%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 21-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Papendrecht 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=212&amp;g=2016-12-15">Gemeentewet, art 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>093/2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening gemeente Papendrecht 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Papendrecht;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 8 november 2016,</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit Begroting
                        Verantwoording provincies en gemeenten,</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>de Financiële Verordening gemeente Papendrecht 2017 vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="*"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="*"><al> administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd;</al></li><li nr="*"><al> doelstelling: onderdeel van een programma bestaande uit een
                                    samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel
                                    product van de productenraming en productenrealisatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                    programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></li><li nr="2."><al> De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van
                                    de door het college aan de programma’s toegewezen taakvelden de
                                    onderverdeling van de programma’s in doelstellingen vast.</al></li><li nr="3."><al> De raad stelt op voorstel van het college per programma de
                                    indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                    verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                    diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                    beleid. Het voorstel van het college bevat ten minste de
                                    verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede
                                    lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten.</al></li><li nr="4."><al> De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over
                                    welke onderwerpen het in extra paragrafen naast de verplichte
                                    paragrafen in de begroting en jaarstukken kaders wil stellen en
                                    wil worden geïnformeerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de
                                    programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het
                                    overzicht van de overhead, de lasten en baten per taakveld
                                    weergegeven. </al></li><li nr="2."><al> Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting
                                    wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                    investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                    investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de
                                    raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                    weergegeven.</al></li><li nr="3."><al> Bij de uitzettingen van de financiële positie in de begroting
                                    wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21
                                    van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de
                                    schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en
                                    de investeringen en de grondexploitatie.</al></li><li nr="4."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                    projecten de uitputting van de geautoriseerde
                                    investeringskredieten en de actuele raming van de totale
                                    uitgaven weergegeven. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk in de maand juli
                                    een (Perspectief)nota aan met een voorstel voor het beleid en de
                                    financiële kaders van de begroting voor het volgende
                                    begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota
                                    uiterlijk in de maand juli vast.</al></li><li nr="2."><al> In de begroting wordt een post onvoorzien van maximaal €
                                    100.000,- opgenomen. Hiervan is de helft het autonome raadsdeel,
                                    voor de andere helft doet het college een voorstel aan de
                                    raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                    baten en de lasten per programma, het overzicht algemene
                                    dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                    investeringen het op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                    autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De
                                    overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                                    met het vaststellen van de financiële positie
                                    geautoriseerd.</al></li><li nr="3."><al> Het college informeert de raad als het verwacht dat de lasten
                                    de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                                    geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of
                                    de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De
                                    raad geeft vervolgens aan of het hiervoor een voorstel wenst van
                                    het college voor wijziging van het budget of een voorstel wenst
                                    van het college voor bijstelling van het beleid.</al></li><li nr="4."><al> Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                    college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                    budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                    beleid.</al></li><li nr="5."><al> Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met
                                    het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het
                                    college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een
                                    investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van
                                    een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen
                                    groter dan € 1.000.000 informeert het college de raad in het
                                    voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie
                                    van de gemeente.</al></li><li nr="6."><al> Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringskredieten is dat
                                    deze binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn.
                                    Kredieten die na beschikbaarstelling door de raad, per ultimo
                                    van het begrotingsjaar ouder zijn dan twee jaar, worden niet
                                    voor verdere uitvoering in het volgend begrotingsjaar in stand
                                    gehouden. Indien een krediet in afwijking op deze regel in stand
                                    dient te worden gehouden, kan het college hiertoe aan de raad zo
                                    snel mogelijk na afloop van het begrotingsjaar een onderbouwd
                                    voorstel doen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het college informeert de raad door middel van twee
                                    tussentijdse rapportages over de verwachte baten en lasten en
                                    het saldo van de gemeente per de eerste drie maanden en de
                                    eerste acht maanden van het lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al> De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                    uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met
                                    de bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a."><al> de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar
                                            doelstellingen en taakvelden;</al></li><li nr="b."><al> het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
                                            uitgesplitst naar taakvelden;</al></li><li nr="c."><al> het overzicht van de overhead en de geraamde
                                            vennootschapsbelasting;</al></li><li nr="d."><al> het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit
                                            de onderdelen a, b en c;</al></li><li nr="e."><al> de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
                                            per programma; en</al></li><li nr="f."><al> het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e,</al></li><li nr="g."><al> de realisatie en raming van de uitputting van de
                                            investeringskredieten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> In de tussenrapportages worden incidentele en structurele
                                    afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de
                                    lasten per programma en investeringskredieten in de begroting
                                    groter dan € 25.000 toegelicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een
                            besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                            bedenkingen ter kennis van het college te brengen over:</al><lijst><li nr="a."><al> de aan- en ver koop van goederen, onroerende zaken en diensten
                                    groter dan € 800.000;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties uit hoofde
                                    van een publieke taak groter dan € 250.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>Het college is verantwoordelijk voor een nota waarderen en afschrijven
                            vaste activa. Regels omtrent de waardering en afschrijving vaste activa
                            zijn in deze nota afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd. De raad
                            stelt de nota vast. Het college beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of er
                            aanleiding is deze nota actualiseren en stemt dit af met de
                            Begeleidingscommissie Accountants (BCA).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Voor openstaande vorderingen op verbonden partijen en derden
                                    betreffende belastingen en heffingen wordt een voorziening
                                    wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische
                                    percentage van oninbaarheid.</al></li><li nr="2."><al> Voor de overige openstaande vorderingen wordt een voorziening
                                    wegens oninbaarheid gevormd op basis van een historische
                                    percentage van oninbaarheid en/of een individuele beoordeling op
                                    inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie
                                    maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het college is verantwoordelijk voor een nota reserves en
                                    voorzieningen. Het college beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of
                                    er aanleiding is deze nota actualiseren en stemt dit af met de
                                    Begeleidingscommissie Accountants (BCA). De nota wordt door de
                                    raad vastgesteld en behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="c."><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve
                                    voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al> het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al> de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al> de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al> de maximale looptijd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen
                                    binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                    investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan
                                    de algemene reserve toegevoegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen en
                                    diensten van de gemeente, wordt een systeem van integrale
                                    kostendoorberekening gehanteerd. Bij de kostenberekening worden
                                    naast de directe kosten ook de indirecte kosten betrokken, die
                                    rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten of geleverde goederen.</al></li><li nr="2."><al> Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                    onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
                                    van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik
                                    zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele omzetbelasting (BTW) en de kosten van het
                                    kwijtscheldingsbeleid.</al></li><li nr="3."><al> Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
                                    overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten
                                    welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke
                                    uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart
                                    geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de
                                    besteding toegerekend aan die activiteiten.</al></li><li nr="4."><al> Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
                                    overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte
                                    vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart
                                    geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs
                                    van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten
                                    toegerekend.</al></li><li nr="5."><al> Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                                    rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht,
                                    en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan
                                    overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten
                                    als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt
                                    uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter
                                    grootte van de geraamde directe kosten van de economische
                                    categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend
                                    personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen,
                                    werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde
                                    directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en
                                    sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.</al></li><li nr="6."><al> Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente
                                    voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld
                                    in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
                                    Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het
                                    gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde
                                    rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende
                                    leningen, kortlopende leningen en kredieten en het
                                    rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de
                                    voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het achtste en
                                    negende lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente
                                    wordt op een half procent afgerond.</al></li><li nr="7."><al> Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves in
                                    de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het
                                    zevende lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De
                                    hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de
                                    reserves wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting
                                    geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende
                                    leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit
                                    rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en
                                    voorzieningen wordt op een half procent afgerond.</al></li><li nr="8."><al> In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte
                                    lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van
                                    vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de
                                    lening die voor de financiering van de verstrekte lening is
                                    aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het
                                    debiteurenrisico. </al></li><li nr="9."><al> In afwijking van het eerste lid worden bij
                                    vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en
                                    grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd
                                    vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering
                                    worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere
                                    gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde
                                    rentepercentage van de portefeuille leningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel> Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>Het college past bij economische activiteiten de gedragregels volgend
                            uit de Wet Markt en Overheid toe. De raad neemt indien nodig een besluit
                            als er uit oogpunt van publiek belang wordt afgeweken van de
                            gedragsregels tot integrale kostendoorberekening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, heffingen en prijzen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de
                                    tariefhoogte van de gemeentelijke belastingen en heffingen.
                                </al></li><li nr="2."><al> Het college biedt de raad voorafgaand aan een nieuw
                                    begrotingsjaar, een nota aan met de kaders voor de prijzen voor
                                    de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten en
                                    voor de huren en de erfpachten. </al></li><li nr="3."><al> Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen,
                                    huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota
                                    vooraf een besluit voor aan de raad. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Het college heeft regels ter uitvoering van de financieringsfunctie
                            alsmede regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en
                            de bijbehorende informatievoorziening vastgelegd in een
                            financieringsstatuut. De raad stelt het financieringsstatuut vast. Het
                            college beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of er aanleiding is het
                            statuut te actualiseren en stemt dit af met de Begeleidingscommissie
                            Accountants (BCA).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college de verplichte onderdelen van artikel 10 van het
                            Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting
                            en verantwoording provincies en gemeenten en voorschriften uit overige
                            wet- en regelgeving op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                    begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte
                                    onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten en voorschriften uit overige wet- en
                                    regelgeving op. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                    paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op
                                    grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten op.</al></li><li nr="2."><al> Het college is verantwoordelijk voor actuele beheerplannen. De
                                    beheerplannen geven de kaders weer voor de inrichting van het
                                    onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het
                                    onderhoud, de eventuele normkosten van het onderhoud, de
                                    meerjarige kosten en budgettaire beslag van het onderhoud. De
                                    raad stelt de beleidsvisie Integraal Beheer Openbare Ruimte eens
                                    in de vijf jaar vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college de verplichte onderdelen van het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college de verplichte onderdelen van het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken
                                    neemt het college de verplichte onderdelen van artikel 16 van
                                    het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente
                                    op.</al></li><li nr="2."><al> Het college is verantwoordelijk voor een nota grondbeleid en
                                    beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of er aanleiding is de nota
                                    actualiseren en stemt dit af met de Begeleidingscommissie
                                    Accountants (BCA).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Administratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                    ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al> het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel en in de
                                            afdelingen;</al></li><li nr="b."><al> het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in
                                            de omvang van de vaste activa met economisch nut,
                                            voorraden, vorderingen, schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                            toegekende budgetten en investeringskredieten en voor
                                            het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al> het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                            betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen
                                            en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                            gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al> het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                            de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                            begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                            en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                            controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                            wet- en regelgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                    vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve
                                    van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al> een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen; </al></li><li nr="b."><al> een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al> de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al> de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al> de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al> de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de taakvelden;</al></li><li nr="g."><al> het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van werken, leveringen en diensten; </al></li><li nr="h."><al> het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al> het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                    jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                    Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                    balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van
                                    de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                    getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid
                                    van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al> Het college zorgt voor de systematische controle van de
                                    registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het
                                    financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen,
                                    de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren
                                    jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                    bedrijfsmiddelen op basis van het interne controleplan, maar
                                    tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de
                                    registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                    tekortkomingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel> Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De “Financiële verordening gemeente Papendrecht 2015”,
                                    vastgesteld 12 november 2015 en inwerking getreden op 1 januari
                                    2016, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en
                                    bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het
                                    jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de
                                    begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken
                                    van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze
                                    verordening in werking treedt.</al></li><li nr="2."><al> Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
                                    die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de "Financiële
                                    verordening gemeenten Papendrecht 2015" van toepassing zoals
                                    deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze
                                    verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    gemeente Papendrecht 2017.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.P.M.A.F. Bergmans</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.J. Moerkerke</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><al/><al>Financiële verordening gemeente Papendrecht 2017</al><al/><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1. Begripsbepaling</al><al/><al>Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording</al><al>Artikel 2. Programma-indeling</al><al>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</al><al>Artikel 4. Kaders begroting</al><al>Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten </al><al>Artikel 6. Tussentijdse rapportage</al><al>Artikel 7. Informatieplicht</al><al>Artikel 8. EMU-saldo </al><al/><al>Hoofdstuk 3. Financieel beleid </al><al>Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa</al><al>Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen </al><al>Artikel 11. Reserves en voorzieningen</al><al>Artikel 12. Kostprijsberekening</al><al>Artikel 13. Prijzen economische activiteiten </al><al>Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, heffingen en prijzen</al><al>Artikel 15. Financieringsfunctie</al><al/><al>Hoofdstuk 4. Paragrafen</al><al>Artikel 16. Lokale heffingen</al><al>Artikel 17. Financiering </al><al>Artikel 18. Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</al><al>Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen</al><al>Artikel 20. Bedrijfsvoering </al><al>Artikel 21. Verbonden partijen</al><al>Artikel 22. Grondbeleid</al><al/><al>Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer</al><al>Artikel 23. Administratie</al><al>Artikel 24. Financiële organisatie</al><al>Artikel 25. Interne controle </al><al/><al>Hoofdstuk 6. Slotbepalingen </al><al>Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht </al><al>Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel </al></bijlage></regeling></body></cvdr>