<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR434363_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 29-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet minleubeheer, art 15:33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>INTEGRALE VERORDENING</al><al>Behoort bij raadsvoorstel ………titel: Verordening op de heffing en de
                        invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29
                        november 2016</al><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen:</al><al>De verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigingsrechten 2017 (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
                        2017).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Belastingplicht</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>-‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in
                            de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; </al><al>-‘grof bedrijfsafval’: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                            afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                            hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>-Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><al>1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al><al>2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                            zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                            artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                            verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al><al>2Ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: wordt
                            als gebruiker aangemerkt degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                            afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>1 De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4 van de Verordening
                            Afvalstoffenheffing kan in aanmerking komen voor vrijstelling van de
                            toeslag voor het gebruik van een 240 liter container voor restafval
                            indien hij/zij als gevolg van chronische ziekte, handicap, of chronische
                            ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden,
                            extra restafval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst.</al><al>2 De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor deze
                            vrijstelling dient een daartoe strekkend verzoek in bij de
                            heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een bewijsstuk te worden
                            gevoegd waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of
                            handicap extra afval wordt aangeboden. Als geldig bewijsstuk wordt,
                            behalve een schriftelijke verklaring van een huisarts,
                            wijkverpleegkundige of verzekeraar, ook de factuur van de apotheek of de
                            pakbon van het gebruikte materiaal, geaccepteerd.</al><al>3 De vrijstelling gaat in op de eerste dag van de maand volgend op het
                            ontvangen van het verzoek, en is geldig voor het lopende kalenderjaar.
                            Voor het nieuwe jaar moet het verzoek opnieuw, met een actueel
                            bewijsmiddel zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden ingediend. </al><al>4 De vrijstelling wordt voor slechts één container voor restafval per
                            perceel verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, zoals
                            opgenomen in hoofdstuk 1 en 3 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden geheven
                            bij wege van aanslag.</al><al>2.De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven
                            door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende
                            kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al>1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al><al>4Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop
                            van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                            als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden
                            overblijven. Deze ontheffing bestaat uit het verschil in tarief over die
                            periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de
                            belastingschuld na wijziging.</al><al>5Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
                            perceel gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                termijn twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht, of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen
                                in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke
                                gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><al>1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                            verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
                            bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                            dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><lijst><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li><li nr="6"><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.
                                    Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                    één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                    afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één
                                    belastingbedrag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd
                            bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid moeten de aanslagen, zolang
                                        de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                        betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, worden betaald
                                        in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de
                                        laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                        volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De rechten zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van hoofdstuk 3
                                        van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten
                                        worden voldaan binnen 1 maand na dagtekening van de
                                        schriftelijke kennisgeving zoals bedoeld in artikel 15 van
                                        deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>De rechten zoals bedoeld in artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.4
                                        van hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende
                                        tarieventabel moeten terstond, na het doen van de
                                        kennisgeving zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, contant
                                        betaald worden.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                        voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels met betrekking tot de heffing en
                                invordering</titel></kop><al>Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap
                            Utrecht kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                            invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten, als bedoeld in artikel 1,
                            aanhef, onderdeel b, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016,
                                    vastgesteld door de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug op
                                    17 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                    derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                    verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                    afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017'.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 december 2016</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> TARIEVENTABEL</titel></kop><al>W.Behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
                    Utrechtse Heuvelrug 2017.</al><lijst><li nr=""><al>HOOFDSTUK 1 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING</al><lijst><li nr="1.1.1."><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar €
                                    208,19</al></li><li nr="1.1.2."><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt indien het
                                    perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                                    belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                    belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon
                                    vermeerderd met € 52,08</al></li><li nr="1.1.3."><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 wordt
                                    vermeerderd voor het in bruikleen hebben van: 1. een 240 liter
                                    Rest container € 105,45</al></li><li nr="2."><al>een extra GFT container € 74,19 3. een extra Rest container €
                                    253,08 </al><lijst><li nr=""><al><vet>HOOFDSTUK 2 </vet><vet> MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE
                                                TARIEVEN REINIGINGSRECHTEN</vet></al></li><li nr="2.1.1."><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek
                                            verwijderen van bedrijfsafval, exclusief BTW €
                                            260,27</al></li><li nr="2.1.2."><al>Het recht als bedoeld in de onderdeel 2.1.1 wordt
                                            vermeerderd voor het in bruikleen hebben van: 1. een 240
                                            liter Rest container, exclusief BTW € 105,45</al></li><li nr="2."><al>een extra GFT container, exclusief BTW € 74,19 3. een
                                            extra Rest container, exclusief BTW € 253,08 </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>HOOFDSTUK 3 MAATSTAVEN EN TARIEVEN OVERIGE AFVALSTOFFENHEFFING EN
                            REINIGINGSRECHTEN</al></li><li nr="3.1."><al>Het recht bedraagt voor: 3.1.1. vervangen afvalpasje bij verlies,
                            diefstal of beschadiging binnen 5 jaar € 17,20</al></li><li nr="3.1.2."><al>bij een defect zonder schuld of pasje ouder dan 5 jaar kosten nihil,
                            indien oude pasje retour.</al></li><li nr="3.1.3."><al>het achterlaten van asbestplaten met een maximum van 20 platen, per m2 €
                            2,80</al></li><li nr="3.1.4."><al>autobanden met velg tot 16 inch € 5,60</al></li></lijst><al>W.Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2016.</al><al>W.De griffier, </al><al>W.Hooghiemstra</al></bijlage></regeling></body></cvdr>