<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR434166_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Reclameheffing Burgum centrum Tytsjerksteradiel 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reclameheffing Burgum centrum Tytsjerksteradiel 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 147, 216 e.v. en 227 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Reclameheffing Burgum centrum Tytsjerksteradiel 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al>Stuknummer: S2016-26761</al><al/><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al/><al>Raadsvergadering d.d.15 december 2016, agendapunt 15</al><al/><al>De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al/><al>gelezen de voorstellen van het College d.d. 15 november 2016;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 147, 216 e.v. en 227 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al> BESLUIT vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening Reclameheffing Burgum centrum</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of
                                kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare
                                weg;</al></li><li nr="b."><al>openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen
                                die erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken
                                voor het geen wordt aangekondigd;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct
                                of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte
                                steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="d."><al>onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de
                                Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="e."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebiedsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel in het centrum van Burgum zoals aangegeven op de bij deze
                        verordening behorende kaart. Dit is de kaart behorende bij de “verordening
                        Reclameheffing Burgum centrum 2014”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de titel ‘reclameheffing’ wordt onder de in de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel gestelde voorwaarden, binnen het gebied als bedoeld
                        in artikel 2 een directe reclamebelasting geheven ter zake van openbare
                        aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclameheffing wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak,
                            waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen, dan
                            wel ten behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten
                            worden aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van reclameobjecten, die met vermelding van de
                            naam van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de huur of de
                            verkoop van roerende of onroerende zaken, geheven van die
                            tussenpersoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van
                            een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclameheffing wordt geheven per onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is een vast bedrag vermeerderd met een bedrag dat
                            afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                            onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het
                            kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het vaste bedrag van de reclameheffing bedraagt € 75,00. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt vermeerderd met een bedrag
                            van € 1,90 per € 1.000,00 van de WOZ-waarde geldend in het
                            belastingjaar, met een maximum van € 725,00, per pand. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De heffing bedraagt maximaal € 725,00 en € 75,00 = € 800,00.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden
                            wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de
                            lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de
                            reclameheffing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                            aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de reclameheffing verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde reclameheffing als er in dat jaar, na het
                            tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclameheffing als
                            er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclameheffing wordt geheven bij wege van aanslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclameheffing wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: </al><lijst><li nr="a."><al>die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare
                                aankondigingen zijn geplaatst aan een pand of in een voorziening
                                waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden
                                geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar
                                waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13
                                weken of meer aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling
                                aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan
                                de gemeente verschuldigd is; </al></li><li nr="c."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt
                                gediend, kunnen worden aangemerkt;</al></li><li nr="d."><al>die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of
                                aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt
                                ter uitvoering van de publieke taak; </al></li><li nr="e."><al>die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee
                                gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn
                                aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een
                                cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang
                                dienen;</al></li><li nr="f."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                                centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit
                                een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of
                                het centrummanagement;</al></li><li nr="g."><al>aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                                rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering
                                zijnde bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="h."><al>die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel
                                belang dienen;</al></li><li nr="i."><al>die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde
                                artikelen en producten in een etalage of in de winkel;</al></li><li nr="j."><al>bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze
                                aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te
                                verhuren zaak;</al></li><li nr="k."><al>aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en
                                moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de
                            volgende termijnen vervalt telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (onroerende zaakbelastingen of
                            andere heffingen) minimaal € 90,00 en maximaal € 4.000,00 is, en zolang
                            de gemeente gemachtigd is de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso af te schrijven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn
                            vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende
                            termijnen vervalt telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste en tweede lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (onroerende
                            zaakbelastingen of andere heffingen) meer is dan € 4.000,00, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt op de
                            laatste werkdag 3 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste, tweede lid en derde lid geldt, in het geval
                            dat het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            (onroerende zaakbelastingen of andere heffingen) minder dan € 90,00
                            bedraagt, en zolang de gemeente gemachtigd is de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso af te schrijven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand
                            die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de
                            volgende termijnen vervalt telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden</al><al> gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de reclameheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>De “Verordening Reclameheffing Burgum centrum 2014, vastgesteld in de
                        raadsvergadering d.d. 19 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de
                        artikel 13 lid 2 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                        verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                        voor die datum hebben voorgedaan.</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                Reclameheffing Burgum centrum 2017’.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd, de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra Wilma J. Mansveld</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>