<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR433639_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Boxmeer 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl/gemeenteblad">Website gemeente Boxmeer en Boxmeers Weekblad d.d. 27 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Boxmeer 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 228a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>O-FIN/2016/1129</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing Boxmeer 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeente Boxmeer</vet></al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Vaststelling van de Verordening rioolheffing Boxmeer 2017.</al><al/><al><vet>Nummer:</vet></al><al>6f.</al><al/><al>De raad van de gemeente Boxmeer;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 november
                        2016;</al><al/><al>gelezen het memo van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2016;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Boxmeer
                        2017</vet></al><al>(Verordening rioolheffing Boxmeer 2017)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="2."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="3."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="4."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater,
                                grondwater of oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van dekosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>1.de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater,alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                        en</al><al>2.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                        ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                        structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond
                        gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                        indirect op degemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                                onroerendezaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt rechtaangemerkt degene die bij het begin van het
                                belastingjaar als zodanig in dekadastrale registratie is vermeld,
                                tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, 
                                bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                                krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld
                                in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte
                                voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijnom als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake vanelk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel
                        worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de
                                laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
                                verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
                                Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
                                twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                                kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of </al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. </al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li><li nr="5."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel bedraagt € 97,85</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke kubieke meters water, bij
                                    een hoeveelheid water:</al><lijst><li nr="a."><al>van 0 m³ tot en met 999 m³: € 0,92</al></li><li nr="b."><al>van 1.000 m³ tot en met 9.999 m³: € 0,72</al></li><li nr="c."><al>van 10.000 m³ tot en met 14.999 m³: € 0,64</al></li><li nr="d."><al>van 15.000 m³ tot en met 19.999 m³: € 0,55</al></li><li nr="e."><al>van 20.000 m³ tot en met 49.999 m³: € 0,45</al></li><li nr="f."><al>van 50.000 m³ tot en met 99.999 m³: € 0,27</al></li><li nr="g."><al>van 100.000 m³ tot en met 149.999 m³: € 0,04</al></li><li nr="h."><al>van 150.000 m³ of meer: € 0,01</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van
                            afrekeningen van Brabant Water N.V. plaatsvindt de verbruiksperiode
                            zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende
                            belastingobject.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak
                            gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt
                            geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in het belastingtijdvak vanuit een eigendom minder dan 1.000
                            kubieke meter afvalwater is of wordt afgevoerd wordt de belasting
                            bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, geheven bij wege van een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de
                            afrekening van Brabant Water N.V.. Als dagtekening van de kennisgeving
                            geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening. Als kennisgeving
                            van voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de voorschotnota van
                            Brabant Water N.V. of de kennisgeving op andere wijze van betaling van
                            voorschotbedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief gevorderde
                            bedrag verrekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b,
                            niet kan worden geheven door middel van de kennisgeving als bedoeld in
                            het tweede lid wordt de belasting geheven door middel van een
                            aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a., is
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het perceel
                            voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, in
                            de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd met
                            ingang van de dag waarop dat perceel in gebruik wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het perceel
                            voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, in
                            de loop van het belastingjaar eindigt, is de belasting verschuldigd tot
                            en met de dag waarop het gebruik van dat perceel wordt beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden betaald
                            uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan €
                            35,00, doch minder is dan € 4.000,00, dat de aanslagen moeten worden
                            betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op
                            de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening
                            van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid, geldt in afwijking in zoverre van
                            het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, moet het voorlopig
                            gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag worden
                            betaald met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag,
                            onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van Brabant
                            Water N.V. moet worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van percelen die in hoofdzaak
                        worden gebruiktvoor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van
                        genootschappen opgeestelijke grondslag andere dan kerkgenootschappen, die
                        rechtspersoon met volledigerechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk
                        beleven van en zich bezinnen op de aan diegenootschappen ten grondslag
                        liggende levensovertuiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de rioolheffing als bedoeld in artikel 6, lid 1, van deze verordening
                        wordt geenkwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekkingtot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening rioolheffing Boxmeer 2016' van 10 december 2015 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Boxmeer
                        2017'.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Boxmeer</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.W.J.M. Cornelissen MMC</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>K.W.T. van Soest</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>