<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR433612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.ouder-amstel.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/53</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.8 november 2016,
                        nummer 2016/53</al><al><vet>BESLUIT :</vet></al><al>Vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening Ouder-Amstel 2017</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>1.1</vet></al><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al><al>bebouwde kom: de bebouwde kom weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze
                        verordening;</al><al>bestuursorgaan: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene
                        wet bestuursrecht;</al><al>betoging: een aantal personen die openlijk en in groepsverband optreden, al
                        dan niet in beweging, en erop uit zijn een mening uit te dragen;</al><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de
                        Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder
                        e, van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, van de Bouwverordening;</al><al>burgemeester: de burgemeester van de gemeente Ouder-Amstel;</al><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Ouder-Amstel;</al><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Woningwet;</al><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,
                        waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en
                        onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                        toegankelijk zijn;</al><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder
                        begrepen de weg als bedoeld onder j;</al><al>raad: de gemeenteraad van de gemeente Ouder-Amstel;</al><al>vaartuig: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder
                        waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of
                        geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water,
                        alsmede drijvende werktuigen zoals kranen, werkeilanden, baggermolens,
                        pontons en ander materieel van soortgelijke aard;</al><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>weg:</al><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                        Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide
                        parkeerterreinen;</al><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke
                        pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                        natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;</al><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen,
                        trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen
                        gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar
                        burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten;</al><al>woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot
                        woning bestemd;</al><al><vet>Beslistermijn</vet></al><al><vet>1.2</vet></al><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag om een vergunning of
                        ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                        verlengen.</al><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wabo van toepassing
                        indien beslist wordt op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld
                        in artikel 2.2 van de Wabo.</al><al><vet>Indiening aanvraag</vet></al><al><vet>1.</vet><vet>3</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Voorschriften en beperkingen</vet></al><al><vet>1.4</vet></al><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing ofwel
                        gedane melding kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze
                        voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het
                        belang of de belangen in verband waarmee de vergunning, ontheffing dan wel
                        melding is vereist.</al><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is
                        verleend, dan wel degene die een melding heeft gedaan, is verplicht de
                        daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al><al><vet>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</vet></al><al><vet>1.5</vet></al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                        deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                        ontheffing zich daartegen verzet.</al><al><vet>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</vet></al><al><vet>1.6</vet></al><al> De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd</al><al> indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                        verstrekt;</al><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                        opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of
                        wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                        waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                        beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                        daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn,
                        binnen een redelijke termijn;</al><al>indien de houder dit verzoekt.</al><al><vet>Termijnen</vet></al><al><vet>1.7</vet></al><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                        vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                        ontheffing zich daartegen verzet.</al><al><vet>Weigeringsgronden</vet></al><al>1:8 Weigeringsgronden</al><al><cursief>De vergunning, ontheffing of vrijstelling kan door het daartoe
                            bevoegd gezag of het daartoe bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in
                            het belang van:</cursief></al><al><cursief>a. de openbare orde;</cursief></al><al><cursief>b. de openbare veiligheid;</cursief></al><al><cursief>c. de volksgezondheid;</cursief></al><al><cursief>d. de bescherming van het milieu;</cursief></al><al><cursief> e. het voorkomen of beperken van overlast;</cursief></al><al><cursief> f. de verkeersveiligheid;</cursief></al><al><cursief> g. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                            omgeving;</cursief></al><al><cursief> h. een goede ruimtelijke ordening.</cursief></al><al><cursief>2. Indien een aanvraag voor een vergunning, vrijstelling of
                            ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip
                            waarop de aanvrager de vergunning, vrijstelling of ontheffing nodig
                            heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag te weigeren indien
                            een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk
                        is.</cursief></al><al><cursief>3. Indien een aanvraag meer dan 6 maanden, voor het tijdstip waarop
                            de aanvrager de vergunning, vrijstelling of ontheffing nodig heeft,
                            wordt ingediend, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag te
                            weigeren.</cursief></al><al><cursief>4. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                            vergunningen, vrijstellingen of ontheffingen kan de in het tweede lid
                            genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf
                        weken.</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al><al><vet>Samenscholing en ongeregeldheden</vet></al><al><vet>2.1</vet></al><al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw
                        of vaartuig deel te nemen aan een samenscholing of in groepsverband dan wel
                        afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of
                        op andere wijze de orde te verstoren.</al><al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw
                        of vaartuig een zaak bij zich te hebben waarvan aannemelijk is dat deze is
                        meegebracht of aanwezig is om de orde te verstoren dan wel schade aan zaken
                        of letsel aan personen toe te brengen.</al><al>Degene die op een openbare plaats</al><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                        ontstaan;</al><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                        ontstaan;</al><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of buitengewoon
                        opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                        richting te verwijderen.</al><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door
                        of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare
                        veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.</al><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde
                        verbod.</al><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                        vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als
                        bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van toepassing.</al><al><vet>Messen en steekwapens</vet></al><al><vet>2.2</vet></al><al>Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen, met inbegrip van
                        daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere zaken
                        die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.</al><al>Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens
                        en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden
                        gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn
                        voor onmiddellijk gebruik.</al><al><vet>Afdeling 2 Betoging</vet></al><al><vet>Optochten</vet></al><al><vet>2.3</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</vet></al><al><vet>2.4</vet></al><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                        houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste
                        lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare
                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al><al>De kennisgeving bevat:</al><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al><al>het doel van de betoging;</al><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en
                        van beëindiging;</al><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van
                        beëindiging;</al><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en</al><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
                        verloop te bevorderen.</al><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
                        verloop te bevorderen.</al><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na
                        12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt
                        de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat
                        tijdstip vooraf gaat voor 12.00 uur.</al><al>De burgemeester kan op verzoek in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                        lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling
                        nemen.</al><al><vet>Afdeling 3 Ver</vet><vet>s</vet><vet>preiden van gedrukte
                        stukken</vet></al><al><vet>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                            afbeeldingen (folderen en flyeren)</vet></al><al><vet>2.5</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</vet></al><al><vet>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</vet></al><al><vet>2.</vet><vet>6</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Dienstverlening</vet></al><al><vet>2.</vet><vet>7</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Straatartiest e.d.</vet></al><al><vet>2.</vet><vet>8</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al><al><vet>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</vet></al><al><vet>2.</vet><vet>9</vet></al><al>Het is verboden zonder vrijstelling van het college de weg of een
                        weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
                        daarvan.</al><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen
                        opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden
                        worden gebruikt;</al><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde
                        gedeelte van de weg en mits:</al><al> *geen onderdeel zich minder dan 2,5 meter boven dat gedeelte bevindt;</al><al> *geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op
                        minder dan 0,6 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                        weg bevindt;</al><al> *geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;</al><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg
                        gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de
                        werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na
                        het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of
                        stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;</al><al>voertuigen, met uitzondering van voertuigen in gestempelde toestand, zoals
                        bijvoorbeeld hijskranen en kraanwagens;</al><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard mits
                        deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                        geen schade aan de weg toebrengen, geen gevaar opleveren voor de
                        bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg
                        en geen belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                        weg;</al><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:26;</al><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:29 ;</al><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17</al><al>Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor
                        de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                        dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud
                        van de weg;</al><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers
                        van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet:</al><al>voor de categorieën van voorwerpen die door het bevoegde bestuursorgaan zijn
                        aangewezen waarbij de nadere regels die voor categorieën van voorwerpen zijn
                        gesteld in acht moeten worden genomen;</al><al>voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                        beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale Wegenverordening.</al><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder a , geldt niet voor zover in het
                        daar ingeregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                        Wegenverkeerswet.</al><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder b, geldt niet voor zover in het
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al><al>Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien voor
                        het betreffende gebruik een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                        eerste lid, onder a; artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wabo is
                        vereist.</al><al>Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid gestelde is eveneens niet
                        vereist indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: er is tenminste 7
                        werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van het object een melding gedaan aan
                        het college; en voor zover het betreft:</al><al>spandoeken;</al><al>ballonnen;</al><al>gevel- en/of rolsteigers en hekwerken, mits deze niet langer dan drie
                        achtereenvolgende dagen op het trottoir worden geplaatst en tenminste 1,50
                        meter vrije ruimte voor voetgangers overblijft;</al><al>container, mits: deze niet langer dan drie maanden in een parkeervak wordt
                        geplaatst zonder dat er sprake is van overlast; en de lengte niet meer dan
                        5,00 meter en de breedte niet meer dan 2,25 meter bedraagt;</al><al>een reclamebord op de stoep direct voor de betreffende winkel mits de
                        afmetingen niet groter zijn dan 60 cm breed en niet hoger dan 100 cm en geen
                        hinder geven aan voorbijgangers.</al><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de
                        woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het plaatsen van
                        reclame-uitingen.</al><al><vet>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van
                            een weg</vet></al><al><vet>2.</vet><vet>10</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te
                        leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te
                        spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                        verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al><al>De vergunning:</al><al>wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag op grond van
                        artikel 2.1 van de Wabo, indien het uit te voeren project bestaat uit het
                        geheel of gedeeltelijk uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
                        werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan,
                        beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald;
                        of</al><al>kan worden verleend door het college in de overige gevallen (artikel 2.2 van
                        de Wabo).</al><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van
                        een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.</al><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                        door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                        Provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of
                        de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Awb
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van
                        toepassing.</al><al><vet>Maken, veranderen van een uitweg</vet></al><al><vet>2.11</vet></al><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><al>een uitweg te maken naar de weg;</al><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg</al><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1
                        van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al><al>De vergunning kan worden geweigerd:</al><al>in het belang van de bruikbaarheid van de weg;</al><al>in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                        omgeving;</al><al>in het belang van de bescherming van openbare groenvoorzieningen in de
                        gemeente;</al><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere
                        uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat
                        van een openbare parkeerplaats of openbaar groen.</al><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                        wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur
                        of de Provinciale wegenverordening.</al><al><vet>Verbod voorwerpen aan gemeentelijke eigendommen</vet></al><al><vet>2:12</vet></al><al>Het is verboden om voorwerpen vast te maken aan gemeentelijke
                        eigendommen.</al><al><vet>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</vet></al><al><vet>Veroorzaken van gladheid</vet></al><al><vet>2.13</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Winkelwagentjes</vet></al><al><vet>2.14</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Hinderlijke beplanting of voorwerp</vet></al><al><vet>2.15</vet></al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar oplevert.</al><al><vet>Openen straatkolken e.d.</vet></al><al><vet>2.16</vet></al><al>Vervallen </al><al><vet>Kelderingangen e.d.</vet></al><al><vet>2.17</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</vet></al><al><vet>2.18</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Verbod op gebruik wensballon</vet></al><al><vet>2.19</vet></al><al>Het is verboden zogenaamde wens-of ufoballonen, door middel van hete lucht
                        afkomstig van vuur op te laten stijgen.</al><al>Onder wens- of ufoballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon,
                        Thaise wensballon, papierballon, geluksballon en dergelijke.</al><al><vet>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</vet></al><al><vet>2.20</vet></al><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers
                        bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad,
                        puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
                        lager dan 2,6 meter boven dat gedeelte van de weg.</al><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
                        scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord
                        van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                        aangebracht.</al><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1
                        van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                        wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al><vet>Vallende voorwerpen</vet></al><al><vet>2.21</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</vet></al><al><vet>2.22</vet></al><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat
                        bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar
                        verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                        gewijzigd of verwijderd.</al><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin
                        wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                        Belemmeringenwet Privaatrecht.</al><al><vet>Objecten onder hoogspanningslijn</vet></al><al><vet>2.23</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Verbod om de weg te gebruiken als slaapplaats</vet></al><al><vet>2.24</vet></al><al>Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg of
                        het openbaar water een stilstaand voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of
                        ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of
                        daartoe gelegenheid te bieden;</al><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen;</al><al>Het verbod geldt niet voor een woonschip als bedoeld in artikel 1.1, onder
                        s.</al><al><vet>Veiligheid op het ijs</vet></al><al><vet>2.25</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 7 Evenementen</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>2.26</vet></al><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek
                        toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><al>bioscoopvoorstellingen;</al><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                        en artikel 5:22 van deze verordening;</al><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en horecawet gelegenheid geven
                        tot dansen;</al><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                        manifestaties;</al><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:40 van deze verordening.</al><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><al>een herdenkingsplechtigheid;</al><al>een braderie;</al><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze
                        verordening, op de weg;</al><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al><al>een evenement als bedoeld in het vijfde lid van artikel 2: 27;</al><al>een vechtsportgala</al><al>het plaatsen van WK-schermen in de publieke ruimten.</al><al>Vervallen</al><al><vet>Evenement</vet></al><al><vet>2.27</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van de
                        burgemeester een evenement te organiseren.</al><al>De organisator c.q. vergunning aanvrager van door de burgemeester aan te
                        wijzen categorieën vergunningplichtige vechtsportwedstrijden of -gala’s, is
                        niet van slecht levensgedrag.</al><al>De burgemeester weigert de vergunning als de organisator c.q.
                        vergunningaanvrager van een evenement als bedoeld in het tweede lid, onder
                        a, van slecht levensgedrag is, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en
                        het genoemde in het derde lid.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                        in het belang van:</al><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;</al><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al><al>De burgemeester kan evenementen aanwijzen, waarvoor het in eerste lid
                        bedoelde verbod niet geldt en waarvoor de organisator ten minste twee weken
                        voorafgaand aan het evenement een melding maakt aan de burgemeester.</al><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op een
                        wedstrijd op of aan de weg in situaties waarin wordt voorzien door artikel
                        10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al>De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding als bedoeld
                        in het vijfde lid besluiten een evenement te verbieden, indien er aanleiding
                        is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                        volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al><al><vet>Ordeverstoring</vet></al><al><vet>2.28</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>2.29</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                        waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies
                        wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
                        directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting
                        wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare
                        inrichting wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en
                        andere aanhorigheden;</al><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de
                        openbare inrichting waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                        vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                        consumptie kunnen worden bereid, verstrekt of genuttigd.</al><al>exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en
                        risico een openbare inrichting wordt geëxploiteerd op grond van het bepaalde
                        in artikel 2:30 of 2:31.</al><al>leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene leiding of
                        onmiddellijke leiding geeft aan de openbare inrichting, alsmede de
                        bestuurder van een rechtspersoon voor wiens rekening en risico de openbare
                        inrichting wordt geëxploiteerd;</al><al><vet>Exploitatievergunning openbare inrichting</vet></al><al><vet>2.30</vet></al><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van
                        de burgemeester.</al><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van
                        de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan of
                        beheersverordening.</al><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of
                        gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                        de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of
                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt
                        in</al><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                        activiteiten van de openbare inrichting een ondersteunende activiteit vormen
                        van de winkelactiviteit;</al><al>een zorginstelling;</al><al>een museum; of</al><al>een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.</al><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de
                        burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de
                        openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare
                        inrichting, de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat
                        of bloot zal komen te staan door de exploitatie, de wijze van
                        bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en het levensgedrag
                        van de exploitant of leidinggevende.</al><al>De exploitant en de leidinggevende(n) van een</al><al>horecabedrijfstaan niet onder curatele of bewind en </al><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag.</al><al>De leidinggevende heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt</al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in
                        geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij
                        de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op de weg
                        bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het
                        terras.</al><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vijfde lid kan de burgemeester de
                        in het achtste lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een
                        of meer bij een openbare inrichting horende terrassen weigeren:</al><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar
                        oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
                        gebruik daarvan;</al><al>indien het terras in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan
                        of beheersverordening.</al><al>10 Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voor zover in het
                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                        rijkswaterstaatwerken of de op grond van de Wegenverkeerswet 1994
                        vastgestelde Provinciale wegenverordening.</al><al>11 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                        vergunning als bedoeld in het eerste lid.</al><al><vet>Terrasvergunning zonder exploitatievergunning</vet></al><al><vet>2.31</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester de openbare weg in
                        gebruik te nemen ten behoeve van een terras, behorende bij een horecabedrijf
                        waarvoor het bepaalde in artikel 2.30 niet geldt.</al><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren indien:</al><al>naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de
                        omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare
                        wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare
                        inrichting;</al><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor
                        de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                        daarvan;</al><al>dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en
                        onderhoud van de weg.</al><al>het terras in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.</al><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid, aanhef en onder a, genoemde
                        weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de
                        straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen,
                        de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu
                        ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie
                        van de openbare inrichting.</al><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken
                        of de op grond van de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde Provinciale
                        wegenverordening.</al><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                        vergunning als bedoeld in het eerste lid.</al><al><vet>Sluitingstijden</vet></al><al><vet>2.32</vet></al><al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden dit voor bezoekers
                        geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op
                        maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur en op zaterdag en
                        zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.</al><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere
                        sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of
                        een daartoe behorend terras.</al><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                        voorschriften.</al><al><vet>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</vet></al><al><vet>2.33</vet></al><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                        zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden voor
                        een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel
                        2.32 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                        bevelen.</al><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                        onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.</al><al>De burgemeester kan in het geval van bijzondere omstandigheden krachtens de
                        artikel 2.32 geldende tijden van geopend zijn verruimen, met dien verstande
                        dat wat festiviteiten van afzonderlijke openbare inrichtingen betreft, een
                        maximum geldt van zesmaal per openbare inrichting.</al><al><vet>Sluiting gebouw</vet></al><al><vet>2.33A</vet></al><al>De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk
                        gebouw, inrichting of ruimte als daar:</al><al>is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen;</al><al>door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel
                        zijn verworven of overgedragen;</al><al>discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele
                        gerichtheid of op welke grond dan ook;</al><al>wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn
                        waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of</al><al>zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen
                        dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig
                        gevaar oplevert voor de openbare orde.</al><al>De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het
                        eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer
                        vereisen.</al><al>De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting
                        bij de toegang van het gebouw, de inrichting of de ruimte, of in de directe
                        nabijheid daarvan.</al><al>De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt
                        aangebracht.</al><al>Het is verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden waarvan de
                        sluiting is bevolen.</al><al>Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester
                        bezoekers toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te
                        betreden.</al><al>Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing
                        als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b
                        van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of
                        een bij de woning of dat lokaal behorend erf.</al><al><vet>Verboden gedragingen</vet></al><al><vet>2.34</vet></al><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><al>de openbare orde te verstoren;</al><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de openbare
                        inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel
                        2:33, eerste lid;</al><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen
                        gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras.</al><al>Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te bevinden
                        gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:32 of ingevolge een op
                        grond van artikel 2:33 genomen besluit gesloten dient te zijn.</al><al><vet>Handel binnen openbare inrichtingen</vet></al><al><vet>2.34</vet><vet>A</vet></al><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in
                        artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al>De exploitant of leidinggevende van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp
                        verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al><al><vet>Het college als bevoegd bestuursorgaan</vet></al><al><vet>2.35</vet></al><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw en
                        behorende erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het
                        college bij toepassing van artikel 2:30 tot en met 2:33 op als bevoegd
                        bestuursorgaan.</al><al><vet>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                            nachtverblijf</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>2.36</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting : elke al dan niet besloten
                        ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt
                        verschaft.</al><al><vet>Kennisgeving exploitatie</vet></al><al><vet>2.37</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Nachtregister</vet></al><al><vet>2.38</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Verschaffing gegevens nachtregister</vet></al><al><vet>2.39</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</vet></al><al><vet>Speelgelegenheden</vet></al><al><vet>2.40</vet></al><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek
                        toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                        bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
                        waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                        verloren.</al><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid
                        te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing
                        op:</al><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b,
                        van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al><al>speelgelegenheden waarvoor de bevoegde minister of de Kamer van Koophandel
                        bevoegd is vergunning te verlenen; en</al><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel
                        als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te
                        spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de
                        kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                        de kansspelen te verrichten.</al><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie
                        in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                        wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid,
                        of</al><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                        bestemmingsplan of beheersverordening.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve beschikking bij
                        niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al><vet>Kansspelautomaten</vet></al><al><vet>2.41</vet></al><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                        Wet;</al><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                        van de Wet;</al><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e,
                        van de Wet.</al><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten
                        toegestaan.</al><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.</al><al><vet>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</vet></al><al><vet>Betreden gesloten woning of lokaal</vet></al><al><vet>2.42</vet></al><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten
                        woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                        dat lokaal behorend erf te betreden.</al><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning,
                        een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                        lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                        lokaal behorend erf te betreden.</al><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of
                        het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al><al><vet>Plakken en kladden</vet></al><al><vet>2.43</vet></al><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de
                        weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de
                        weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar
                        is:</al><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te
                        plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                        aanbrengen;</al><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige afbeelding, letter,
                        cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                        gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                        meningsuitingen en bekendmakingen.</al><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken
                        voor het aanbrengen van handelsreclame.</al><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                        meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de
                        inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is
                        verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond
                        ter inzage af te geven.</al><al><vet>Vervoer plakgereedschap e.d.</vet></al><al><vet>2.44</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Verboden voorwerpen op evenemententerreinen</vet></al><al><vet>2.45</vet></al><al>Het is op door het college aangewezen evenemententerreinen verboden om
                        flesjes, blikjes, steenachtig materiaal en overige, in het kader van de
                        handhaving van de openbare orde en veiligheid op het evenemententerrein,
                        mogelijk gevaarlijke voorwerpen bij zich te dragen of voorhanden te
                        hebben.</al><al><vet>Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde voorwerpen</vet></al><al><vet>2.46</vet></al><al>Het is verboden op een openbare plaats (inbrekers)werktuigen, waaronder
                        gereedschappen, voorwerpen of middelen te vervoeren of bij zich te hebben,
                        met het kennelijke doel zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf
                        te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal
                        door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                        voorkomen.</al><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels een voorwerp te
                        vervoeren of bij zich te hebben dat er kennelijk toe is uitgerust om het
                        plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                        redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp,
                        niet bestemd is voor het plegen van de in dat lid bedoelde handelingen.</al><al><vet>Betreden van plantsoenen e.d.</vet></al><al><vet>2.47</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Rijden over bermen e.d.</vet></al><al><vet>2.48</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</vet></al><al><vet>2.49</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Hinderlijk gebruik van drank en softdrugs</vet></al><al><vet>2.50</vet></al><al>Het is verboden op of aan de weg, op het openbaar water of in een voor
                        publiek toegankelijk gebouw alcoholhoudende drank te nuttigen en of
                        softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben als dit gepaard gaat
                        met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast
                        of anderszins overlast veroorzaakt.</al><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of weggedeelten
                        alcoholhoudende drank te nuttigen of bij zich te hebben in aangebroken
                        flessen, blikjes en dergelijke.</al><al>In dit artikel wordt verstaan onder softdrugs: de middelen, bedoeld in lijst
                        II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.</al><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op:</al><al>een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 1
                        van de Drank- en Horecawet;</al><al>een andere plaats, niet zijnde een openbare inrichting, als bedoeld onder a,
                        waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en
                        Horecawet.</al><al><vet>Openlijk gebruik</vet></al><al><vet>2.51</vet></al><al>Het is verboden, op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk
                        gebouw, vaartuig of voertuig harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat
                        gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben.</al><al><vet>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</vet></al><al><vet>2.52</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</vet></al><al><vet>2.53</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Gebiedsontzegging</vet></al><al><vet>2.54</vet></al><al>De burgemeester kan degene die, hetzij alleen, hetzij in groepsverband, de
                        openbare orde ernstig verstoort door het plegen van strafbare feiten, of
                        anderszins personen lastig valt of schade toebrengt uit het oogpunt van
                        openbare orde het bevel geven zich te verwijderen en zich verwijderd te
                        houden van of uit een door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of
                        gebied gedurende de tijd bij het bevel genoemd.</al><al>Het is verboden zich in het gebied te bevinden in strijd met een krachtens
                        het eerste lid gegeven bevel.</al><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de persoon tot
                        wie het bevel is gericht:</al><al>in het gebied blijkens opgave in het persoonsregister van de gemeente
                        woonachtig is, of</al><al>aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied werkzaam is, of</al><al>anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend belang heeft zich in
                        dat gebied op te houden.</al><al>De burgemeester bepaalt de plaats of het gebied waarvoor een
                        gebiedsontzegging bij bevel opgelegd kan worden.</al><al><vet>Verblijfsontzegging</vet></al><al><vet>2.55</vet></al><al>De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde en veiligheid, een
                        verbod opleggen aan degene die de openbare orde of veiligheid heeft
                        verstoord om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op
                        in dat verbod genoemde plaatsen. Dit verbod geldt gedurende de in de
                        bekendmaking van het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken
                        mag bedragen.</al><al><vet>Aanstootgevend en verstorend gedrag</vet></al><al><vet>2.56</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Neerzetten van fietsen en dergelijke</vet></al><al><vet>2.57</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Vastmaken van fietsen en dergelijke</vet></al><al><vet>2.58</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Overlast van fiets, bromfiets op markt-, kermisterrein en
                            dergelijke</vet></al><al><vet>2.59</vet></al><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen tijden
                        zich met een fiets, bromfiets, of andersoortig voertuig te bevinden op een
                        door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt,
                        kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek
                        trekt, mits dit verbod kenbaar is gemaakt aan de bezoekers van het
                        terrein.</al><al><vet>Overlast van fiets, bromfiets en dergelijke</vet></al><al><vet>2.60</vet></al><al>Het is verboden een fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig te parkeren
                        als daardoor:</al><al>op de weg de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;</al><al>de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt
                        belemmerd;</al><al>schade ontstaat of</al><al>voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets,
                        bromfiets of het gehandicaptenvoertuig staat geparkeerd, de doorgang of het
                        uitzicht wordt belemmerd.</al><al>Het is verboden:</al><al>een fiets of bromfiets te parkeren in door het college daarvoor aangewezen
                        gebieden, langer dan een door het college te bepalen periode;</al><al>fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud
                        en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg te
                        laten staan.</al><al>Het college kan in het belang van de veiligheid en ter voorkoming van hinder
                        een gebied aanwijzen waarin fietsen of bromfietsen uitsluitend in een
                        daarvoor bestemde voorziening mogen worden geparkeerd. Het is verboden een
                        fiets of een bromfiets in een gebied als bedoeld in het derde lid buiten een
                        voor parkeren bestemde voorziening te plaatsen.</al><al><vet>Bespieden van personen</vet></al><al><vet>2.61</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Bewakingsapparatuur</vet></al><al><vet>2.62</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Nodeloos alarmeren</vet></al><al><vet>2.63</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Alarminstallaties</vet></al><al><vet>2.64</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Loslopende honden (aanlijnplicht)</vet></al><al><vet>2.65</vet></al><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                        verblijven of te laten lopen:</al><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;</al><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
                        aangewezen plaats;</al><al>op de weg, indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander
                        identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarvoor het gestelde in het eerste lid,
                        aanhef en onder a niet van toepassing is.</al><al>De in het eerste lid, aanhef, onder a en b, genoemde verboden zijn niet van
                        toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat
                        begeleiden; of</al><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale
                        hulphond.</al><al><vet>Verontreiniging door honden (opruimplicht)</vet></al><al><vet>2.66</vet></al><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die
                        hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><al>op de weg;</al><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gesteld gebod
                        wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt
                        dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar de plicht tot het opruimen van de
                        uitwerpselen niet geldt.</al><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht een doelmatig opruimmiddel
                        bij zich te dragen dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen. Dat
                        geldt zowel aan het begin van de uitlaatronde als aan het eind ervan. De
                        eigenaar of houder is verplicht dit opruimmiddel op eerste vordering te
                        tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar.</al><al>De in het eerste lid, aanhef, onder a en b, genoemde verboden zijn niet van
                        toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn
                        handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.</al><al><vet>Gevaarlijke honden</vet></al><al><vet>2.67</vet></al><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                        hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod
                        of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                        loopt op de weg of op een terrein van een ander.</al><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                        aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot
                        halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond te
                        voorzien en te houden van een muilkorf die:</al><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                        stoffen;</al><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht
                        dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al><al>zodanig is uitgevoerd dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte
                        binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe
                        delen binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen
                        scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:65,eerste lid aanhef en onder c,
                        dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door
                        de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door
                        middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.</al><al><vet>Hinderlijke, schadelijke en wilde dieren</vet></al><al><vet>2.68</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Verontreiniging door andere dieren</vet></al><al><vet>2.69</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Wilde dieren</vet></al><al><vet>2.70</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Loslopend vee</vet></al><al><vet>2.71</vet></al><al> Vervallen </al><al><vet>Duiven</vet></al><al><vet>2.72</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Bijen</vet></al><al><vet>2.73</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Bedelarij</vet></al><al><vet>2.74</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van
                        goederen</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>2.74A</vet>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de
                        handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                        grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al><vet>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</vet></al><al><vet>2.74B</vet></al><al>1. De handelaar houdt van alle gebruikte of ongeregelde zaken die hij
                        verkoopt of op andere wijze overdraagt, aantekening in een doorlopend
                        verkoopregister, volgens een door de burgemeester vastgesteld model.</al><al>In het verkoopregister vermeldt hij onmiddellijk na de verkoop of
                        overdracht:</al><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot de zaak;</al><al>de datum van de verkoop of overdracht van de zaak;</al><al>een omschrijving van de zaak, daaronder begrepen - voor zover mogelijk - de
                        soort, het merk en het nummer van de zaak;</al><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van de zaak en</al><al>de naam en het adres van degene die de zaak heeft verkregen.</al><al><vet>Artikel 2.68 Voorschriften als bedoel in artikel 437, eerste lid, van
                            het Wetboek van strafrecht (verplichtingen handelaar)</vet></al><al><vet>2.74C</vet></al><al>1. De handelaar die overeenkomstig artikel 437ter, tweede lid van het
                        Wetboek van Strafrecht aan de burgemeester of een door de burgemeester
                        aangewezen ambtenaar mededeling doet dat hij van het opkopen zijn beroep of
                        gewoonte maakt, doet tevens mededeling van zijn woonadres en het adres van
                        elke ruimte die hij voor de uitoefening van zijn onderneming gebruikt en
                        levert een pasfoto van zichzelf in.</al><al>De handelaar doet aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar zo spoedig
                        mogelijk maar uiterlijk binnen veertien dagen mededeling van een verandering
                        in zijn woonadres of het `adres van een ruimte die hij voor de uitoefening
                        van zijn onderneming gebruikt.</al><al>De handelaar heeft aan de hoofdingang van de ruimte waar zijn onderneming is
                        gevestigd een kenteken waarop de naam en de aard van de onderneming
                        duidelijk zichtbaar zijn aangebracht.</al><al>De handelaar die een zaak kan verwerven waarvan redelijkerwijs kan worden
                        vermoed dat deze van misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                        is gegaan, stelt hiervan onmiddellijk de in het eerste lid bedoelde
                        ambtenaar of de chef van het dichtstbijzijnde wijkteam van de politie in
                        kennis.</al><al>De handelaar die ophoudt van het opkopen een beroep of gewoonte te maken,
                        doet hiervan aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar hiervan zo spoedig
                        mogelijk maar uiterlijk binnen veertien dagen mededeling.</al><al><vet>Afdeling 13. Vuurwerken </vet><vet>en </vet><vet>carbid</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>2.75</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1, 2 of 3 en dat
                        bij of krachtens het vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter
                        beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;</al><al>carbidschieten: het in een (melk)bus / container / opslagvat op explosieve
                        wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                        calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                        eigenschappen.</al><al><vet>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            verkoopdagen</vet></al><al><vet>2.76</vet></al><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                        consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                        beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het
                        college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden gevestigd.</al><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het
                        belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken
                        van overlast.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al><vet>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</vet></al><al><vet>2.77</vet></al><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het college in
                        het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen
                        plaats.</al><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als
                        dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in
                        het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                        onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al><vet>Carbid</vet></al><al><vet>2.78</vet></al><al>Het is verboden carbid te bezigen met het kennelijke doel om het af te
                        schieten of te schieten.</al><al><vet>Afdeling 14 Drugsoverlast</vet></al><al><vet>Drugshandel op openbare plaats</vet></al><al><vet>2.79</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                        openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld
                        in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, al dan niet tegen betaling af te leveren,
                        aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                        bemiddelen.</al><al><vet>Afdeling 15: Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                            cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al><vet>Bestuurlijke ophouding</vet></al><al><vet>2.80</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Veiligheidsrisicogebieden</vet></al><al><vet>2.81</vet></al><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                        bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel
                        bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van
                        de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                        erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al><al><vet>Cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al><vet>2.82</vet></al><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet om
                        te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten
                        behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens
                        ten aanzien van parkeerterreinen bij woningen en winkelcentra met het oog op
                        de handhaving van de openbare orde ter plaatse.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                        e.d</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1 Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>3.1</vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of
                        een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;</al><al>beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor
                        de feitelijke leiding van een seksbedrijf;</al><al>besloten prostitutiebedrijf: een prostitutiebedrijf dat niet is een
                        raamprostitutiebedrijf of een prostitutiehotel;</al><al>escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid
                        geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en
                        prostituee;</al><al>exploitant: de natuurlijke persoon of bestuurder van een rechtspersoon of,
                        indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon
                        bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf
                        wordt uitgeoefend;</al><al>klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een
                        prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;</al><al>leidinggevende: de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding
                        geeft aan een bedrijf alsmede de bestuurder van de rechtspersoon voor wiens
                        rekening en risico een bedrijf wordt geëxploiteerd;</al><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                        seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                        handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                        gelegenheid geven tot prostitutie;</al><al>prostitutiehotel: een prostitutiebedrijf waar kamers ter beschikking worden
                        gesteld aan prostituees die hun klanten elders hebben geworven;</al><al>raamprostitutiebedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig
                        gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt
                        door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke
                        plaats;</al><al>seksautomatenhal: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte, waar door
                        middel van één of meer automaten voorstellingen van erotisch-pornografische
                        aard worden gegeven;</al><al>seksbedrijf: prostitutiebedrijven, escortbedrijven, seksinrichtingen en
                        sekswinkels;</al><al>seksbioscoop: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar
                        uitsluitend of hoofdzakelijk voorstellingen van erotisch-pornografische aard
                        worden gegeven door</al><al> middel van audiovisuele apparatuur;</al><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                        handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard
                        plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
                        prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische- massagesalon, al
                        dan niet in combinatie met elkaar;</al><al>sekstheater: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar ook anders
                        dan doo middel van audiovisuele apparatuur of automaten voorstellingen van
                        erotischpornografische aard worden gegeven;</al><al>sekswinkel: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend
                        of hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren
                        worden verkocht of verhuurd.</al><al><vet>Bevoegd bestuursorgaan</vet></al><al><vet>3.2</vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college
                        of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester.</al><al><vet>Nadere regels</vet></al><al><vet>3.3</vet></al><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor de verschillende categorieën
                        prostitutiebedrijven nadere regels stellen in het belang van de vrijheid, de
                        veiligheid, de gezondheid of de arbeidsomstandigheden van de prostituees, de
                        volksgezondheid, het voorkomen van strafbare feiten, het voorkomen of
                        beperken van overlast of het voorkomen van aantasting van het woon-, en
                        leefklimaat.</al><al><vet>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels
                        e.d.</vet></al><al><vet>Seksinrichtingen</vet></al><al><vet>3.4</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een
                        besloten prostitutiebedrijf ,een escortbedrijf of een seksinrichting te
                        exploiteren of te wijzigen.</al><al>Het is verboden een prostitutiehotel dan wel een raamprostitutiebedrijf te
                        exploiteren.</al><al>Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en
                        transparante verlening van beschikbare vergunningen.</al><al>De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend aan de
                        exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet
                        overdraagbaar.</al><al>De vergunning kan worden verlengd.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al><vet>Aanvraag</vet></al><al><vet>3.5</vet></al><al>De aanvraag om vergunning wordt ingediend bij het bevoegde bestuursorgaan en
                        vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en er worden in
                        ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:</al><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al><al>het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van
                        Koophandel;</al><al>of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning
                        voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende
                        vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;</al><al>het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;</al><al>het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;</al><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden
                        gebruikt;</al><al>een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                        identificatieplicht van de exploitant;</al><al>indien van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;</al><al>een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen,
                        verstrekt door de Belastingdienst;</al><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de
                        ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;</al><al>indien van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting
                        waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets
                        met een noordpijl en schaalaanduiding;</al><al>indien van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor
                        vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een
                        schaalaanduiding;</al><al>bij het indienen van een aanvraag om een vergunning wordt naast het
                        aanvraagformulier ook een bedrijfsplan overgelegd.</al><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, b, c, g en
                        h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.</al><al>Als het bevoegde bestuursorgaan dat nodig acht voor de beoordeling van een
                        aanvraag, kan worden verlangd dat aanvullende gegevens worden
                        overgelegd.</al><al><vet>Weigeringsgronden</vet></al><al><vet>3.6</vet></al><al>Een vergunning wordt geweigerd als:</al><al>de exploitant of de beheerder onder curatele staat;</al><al>de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de
                        voogdij;</al><al>de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een
                        gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van
                        slecht levensgedrag is;</al><al>de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft
                        bereikt;</al><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met
                        het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;</al><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal
                        handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;</al><al>er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld
                        zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd
                        van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de
                        leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of
                        verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de
                        Vreemdelingenwet 2000;</al><al>de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat
                        de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is
                        veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes
                        maanden;</al><al>de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat
                        de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of
                        strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke
                        geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                        artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan
                        wel mede wegens overtreding van:</al><al>bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de
                        Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de APV
                        van de gemeente Ouder-Amstel.</al><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met
                        420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;</al><al>artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;</al><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of
                        juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of</al><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie;</al><al>de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met een
                        geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is
                        gelegd, een beheersverordening.</al><al>Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h, wordt gelijk
                        gesteld:</al><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;</al><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid,
                        onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a,
                        van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan €
                        375,- bedraagt.</al><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt bij
                        de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                        intrekking van deze vergunning.</al><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid,
                        onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is
                        ondergaan, niet mee.</al><al>Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:</al><al>voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste
                        lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en
                        met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de
                        Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is
                        ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;</al><al>als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eisen met
                        betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                        aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te
                        vullen;</al><al>als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen
                        van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een
                        vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning
                        een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;</al><al>als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de
                        gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de
                        aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is
                        aangevraagd;</al><al>als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in dit hoofdstuk;</al><al>als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de in dit hoofdstuk
                        gestelde verplichtingen zal naleven.</al><al><vet>Afdeling 3. Regels voor alle prostitutiebedrijven en
                        prostituees</vet></al><al><vet>Adverteren</vet></al><al><vet>3.7</vet></al><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><al>geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:5,
                        eerste lid, onder f, van het nummer, bedoeld in artikel 3:5 eerste lid,
                        onder b, en van de bedrijfsnaam;</al><al>vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a,
                        en</al><al>c als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te
                        garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken
                        vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.</al><al><vet>Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund
                            prostitutiebedrijf</vet></al><al><vet>3.8</vet></al><al>Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van
                        21 jaar heeft bereikt.</al><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten
                        werken die:</al><al>nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;</al><al>in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens
                        de Vreemdelingenwet 2000.</al><al>Het is een prostituee verboden:</al><al>te handelen in strijd met het eerste lid;</al><al>werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een
                        prostitutiebedrijf is verleend.</al><al><vet>Bedrijfsplan</vet></al><al><vet>3.9</vet></al><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval
                        wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:</al><al>op het gebied van hygiëne;</al><al>ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het
                        zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;</al><al>ter bescherming van de gezondheid van de klanten;</al><al>ter voorkoming van strafbare feiten.</al><al>De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid,
                        onderdelen a en b, waarborgen dat:</al><al>de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor
                        in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;</al><al>inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn
                        bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en
                        veilige werkomstandigheden voor prostituees;</al><al>in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering
                        voor gebruik beschikbaar zijn;</al><al>in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende
                        alarmvoorziening aanwezig is;</al><al>de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel
                        overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is
                        over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;</al><al>de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten
                        onderzoeken;</al><al>de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;</al><al>de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar
                        andere werkzaamheden gevolgen heeft;</al><al>de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor
                        haar werkzaamheden gevolgen heeft;</al><al>aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen
                        op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld
                        en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;</al><al>de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de
                        prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te
                        stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan
                        heeft opgenomen;</al><al>de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen
                        onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;</al><al>de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de
                        prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in
                        dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking
                        stelt;</al><al>de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter
                        beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een
                        prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;</al><al>de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende
                        seksinrichtingen beperkt wordt.</al><al>Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.</al><al>De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan
                        onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na
                        goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het
                        bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig
                        het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.</al><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede
                        lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal
                        uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de
                        exploitant.</al><al>In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed
                        zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren
                        en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.</al><al><vet>Sluitingstijden</vet></al><al><vet>3.10</vet></al><al>Het is verboden een besloten prostitutiebedrijf of een seksinrichting voor
                        bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                        verblijven:</al><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 06.00 uur;</al><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 06.00 uur.</al><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijk besloten
                        prostitutiebedrijf of een afzonderlijke seksinrichting andere
                        sluitingstijden vaststellen.</al><al>Het is bezoekers van een besloten prostitutiebedrijf of een seksinrichting
                        verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat het besloten
                        prostitutiebedrijf of die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede
                        lid, dan wel krachtens artikel 3:11, eerste lid, gesloten dient te
                        zijn.</al><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin
                        wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al><al><vet>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</vet></al><al><vet>3:11</vet></al><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6 vijfde
                        lid onder d of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                        kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:10, eerste of tweede lid,
                        geldende sluitingstijden vaststellen;</al><al>van een afzonderlijk besloten prostitutiebedrijf of een afzonderlijke
                        seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                        bevelen.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Awb maakt het bevoegd
                        bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid tevens bekend op de
                        wijze genoemd in artikel 3:42, tweede lid, van de Awb.</al><al><vet>Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                            prostitutiebedrijf</vet></al><al><vet>3:12</vet></al><al>De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het
                        prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.</al><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:</al><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs
                        hun eigen werktijden kunnen bepalen;</al><al>er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele
                        gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;</al><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;</al><al>de verhuuradministratie;</al><al>met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                        prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het
                        oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:9, tweede
                        lid, onder k;</al><al>de werkroosters van de beheerders;</al><al>de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt
                        bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;</al><al>medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de
                        burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot
                        seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en
                        preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te
                        verspreiden;</al><al>onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of
                        andere vormen van dwang en uitbuiting;</al><al>onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten
                        minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze
                        melding vermeldt de reden en de verwachte duur;</al><al>gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het
                        prostitutiebedrijf.</al><al><vet>Straatprostitutie</vet></al><al><vet>3:13</vet></al><al>1. Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                        andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een
                        prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken:</al><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;</al><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan
                        door politieambtenaren en toezichthouders het bevel worden gegeven zich
                        onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al><al><vet>Sekswinkels</vet></al><al><vet>3.14</vet></al><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                        sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare
                        orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                        gemeente.</al><al><vet>afdeling 4.</vet><vet> Overige bepalingen</vet></al><al><vet>Verbodsbepalingen klanten</vet></al><al><vet>3.15</vet></al><al>Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een
                        prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij
                        werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een
                        prostitutiebedrijf is verleend.</al><al>Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek
                        toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een
                        prostituee.</al><al>Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting
                        waarvoor een vergunning is verleend.</al><al><vet>Afdeling 5. Besli</vet><vet>stermijn, intrekking en sluiting</vet></al><al><vet>Beslistermijn</vet></al><al><vet>3.16</vet></al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het
                        bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om een vergunning bedoeld in artikel
                        3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                        is.</al><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                        verdagen.</al><al><vet>Bijzondere gronden voor intrekking</vet></al><al><vet>3.17</vet></al><al>De vergunning wordt ingetrokken als:</al><al>de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op
                        de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling
                        daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;</al><al>de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;</al><al>is gehandeld in strijd met het bepaalde in dit hoofdstuk;</al><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen,
                        dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de
                        openbare orde of veiligheid;</al><al>zich een omstandigheid voordoet als genoemd onder de weigeringsgronden voor
                        een vergunning, zoals bedoeld in dit hoofdstuk;</al><al>de vergunninghouder dat verzoekt;</al><al>de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend
                        bestemmingsplan of beheerverordening.</al><al>De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:</al><al>is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of
                        beperkingen;</al><al>in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde
                        omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met
                        het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het
                        belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;</al><al>een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is
                        geworden;</al><al>is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk
                        gestelde bepalingen;</al><al>is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven
                        maatregelen;</al><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen
                        dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon-
                        en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;</al><al>de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit
                        hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;</al><al>er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn
                        veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;</al><al>gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de
                        vergunning.</al><al><vet>Sluiting besloten prostitutiebedrijf of seksinrichting</vet></al><al><vet>3.18</vet></al><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan de sluiting van en besloten
                        prostitutiebedrijf, seksinrichting of escortbedrijf bevelen als het belang
                        van de bescherming van de prostituees, de openbare orde, de veiligheid, de
                        zedelijkheid of de gezondheid dat</al><al> naar haar oordeel vereist.</al><al>Het bevoegd bestuursorgaan trekt het bevel tot sluiting in als naar zijn
                        oordeel geen</al><al> van de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting
                        vereist.</al><al><vet>Afdeling 6. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</vet></al><al><vet>Beëindiging exploitatie</vet></al><al><vet>3.19</vet></al><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op
                        de</al><al> vergunning is vermeld, de exploitatie van het besloten prostitutiebedrijf,
                        de</al><al> seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de
                        exploitant</al><al> daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al><al><vet>Wijziging beheer</vet></al><al><vet>3.20</vet></al><al>Indien de leidinggevende het beheer van het besloten prostitutiebedrijf,
                        de</al><al> seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de
                        exploitant daarvan</al><al> binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende, indien
                        het</al><al> bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de
                        verleende</al><al> vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                        bepaalde in</al><al> artikel 3:6, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer
                        worden</al><al> uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant
                        een</al><al> aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de
                        aanvraag is</al><al> besloten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                            het uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</vet></al><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>4.1</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit);</al><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;</al><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                        beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein
                        aantal inrichtingen is verbonden;</al><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één
                        of een klein aantal inrichtingen;</al><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen
                        zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder met uitzondering van
                        gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al><al>geluidsgevoelige terreinen: geluidsgevoelige terreinen zoals bedoeld in
                        artikel 1 van de Wet geluidhinder met uitzondering van terreinen behorende
                        bij de betreffende inrichting;</al><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt;</al><al><vet>Aanwijzing collectieve festiviteiten</vet></al><al><vet>4.2</vet></al><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het
                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                        de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                        sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid,
                        van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                        wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                        dagdelen.</al><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college
                        bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer aan te wijzen
                        gebieden van de gemeente.</al><al>Het college maakt de aanwijzing bekend.</al><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te
                        voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als
                        bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting tijdens de
                        collectieve festiviteit, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de
                        gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter</al><al>Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting tijdens de
                        collectieve activiteit, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel
                        van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is inclusief
                        onversterkte muziek en stemgeluid en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege de
                        correctie voor duidelijk herkenbaar muziekgeluid. Metingen worden uitgevoerd
                        volgens de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai; daarbij wordt het
                        volgende buiten beschouwing gelaten:</al><al>een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb);</al><al>een meteocorrectie (Cm);</al><al>de gebruikelijke meteoraamcondities.</al><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient ten gehore brengen van extra
                        muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                        2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening te worden beëindigd
                        op de hierna genoemde tijdstippen:</al><al>zondag tot met donderdag tot uiterlijk 23.30 uur</al><al>zondag tot met donderdag tot uiterlijk 23.30 uur</al><al>feestdagen waarbij de volgende dag gewone werkdag is tot uiterlijk 23.30
                        uur</al><al>zondag en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is tot
                        uiterlijk 00.30 uur.</al><al><vet>Kennisgeving incidentele festiviteiten</vet></al><al><vet>4.3</vet></al><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per
                        kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen
                        2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet
                        van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken
                        voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                        gesteld.</al><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 incidentele
                        festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten
                        behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.148, eerste lid, van het
                        Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                        kennis heeft gesteld.</al><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                        kennisgeving.</al><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig
                        en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                        formulier vermeld.</al><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op
                        verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die
                        redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.</al><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt
                        niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op
                        een hoogte van 1,5 meter.</al><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte
                        muziek en stemgeluid en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege de correctie voor
                        duidelijk herkenbaar muziekgeluid. Metingen worden uitgevoerd volgens de
                        Handleiding meten en rekenen Industrielawaai; daarbij wordt het volgende
                        buiten beschouwing gelaten:</al><al>een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb);</al><al>een meteocorrectie (Cm);</al><al>de gebruikelijke meteoraamcondities.</al><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient ten gehore brengen van extra
                        muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                        2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening te worden beëindigd
                        op de hierna genoemde tijdstippen:</al><al>zondag tot met donderdag tot uiterlijk 23.30 uur</al><al>vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 00.30 uur</al><al>feestdagen waarbij de volgende dag gewone werkdag is tot uiterlijk 23.30
                        uur</al><al>zondag en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is tot
                        uiterlijk 00.30 uur.</al><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte
                        van de inrichting en niet voor de buitenruimte.</al><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren
                        gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of
                        goederen.</al><al><vet>Verboden incidentele festiviteiten</vet></al><al><vet>4.4</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Onversterkte muziek</vet></al><al><vet>4.5</vet></al><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel
                        2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen
                        is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige
                        gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen
                        geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren
                        van geluidsmetingen;</al><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                        geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al><al>de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het
                        woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                        verblijfsruimten;</al><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen
                        bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al><al>Tijdstip (uur)</al><al>07:00–19:00</al><al>19:00–23:00</al><al>23:00–07:00</al><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al><al>50 dB(A)</al><al>45 dB(A)</al><al>40 dB(A)</al><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al><al>35 dB(A)</al><al>30 dB(A)</al><al>25 dB(A)</al><al>LAmMAX op de gevel van gevoelige gebouwen</al><al>70 dB(A)</al><al>65 dB(A)</al><al>60 dB(A)</al><al>LAr,MAX in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al><al>55 dB(A)</al><al>50 dB(A)</al><al>45 dB(A)</al><al>Voor de duur van drie uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het
                        oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                        fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode
                        uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                        wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit
                        van toepassing;</al><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele
                        festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.</al><al><vet>Overige geluidhinder</vet></al><al><vet>4.6</vet></al><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of
                        van het Besluit op een zodanige wijze toestellen, machines of
                        geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor
                        een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                        Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.1.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al><al><vet>Mosquito</vet></al><al><vet>4.6 A</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 2: Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</vet></al><al><vet>Straatvegen</vet></al><al><vet>4.7</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Natuurlijke behoefte doen</vet></al><al><vet>4.8</vet></al><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke
                        behoefte te doen </al><al>buiten een daarvoor bestemde plaats.</al><al><vet>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten
                            buiten gebouwen</vet></al><al><vet>4.9</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</vet></al><al><vet>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</vet></al><al><vet>4.10</vet></al><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de
                        weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                        voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                        openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                        plaatsen of aanwezig te hebben:</al><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
                        vaartuigen of onderdelen daarvan;</al><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:14 of onderdelen daarvan, indien
                        het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                        anderszins voor een commercieel doel; of</al><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                        ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                        afbraakmaterialen en oude metalen.</al><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al><al>Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                        voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of door de toepasselijke
                        Provinciale Verordening.</al><al><vet>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</vet></al><al><vet>4.11</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Vergunningplicht handelsreclame</vet></al><al><vet>4.12</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende
                        zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift,
                        aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een
                        voor het publiek toegankelijke plaats.</al><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een
                        onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf een
                        voor het publiek toegankelijke plaats;</al><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan onroerende zaken,
                        daartoe aangewezen door de overheid;</al><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                        langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:</al><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of </al><al>verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke
                        betekenis hebben;</al><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt
                        uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;</al><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen die betrekking hebben op in
                        uitvoering zijnde bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, een tijdelijke
                        werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw, mits geplaatst op of in de
                        onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop die activiteit of
                        werkzaamheid wordt uitgevoerd zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                        hebben;</al><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan onroerende zaken
                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
                        dienste van dat vervoer.</al><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld
                        in het tweede lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of
                        ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.</al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld
                        in het eerste lid worden geweigerd:</al><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                        omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers
                        van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing in situaties waarin
                        wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening.</al><al>De weigeringsgrond genoemd in het vierde lid, onder c, is niet van
                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien voor de
                        betreffende vorm van handelsreclame een omgevingsvergunning ingevolge
                        artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo is vereist.</al><al><vet>Vergunningplicht lichtreclame</vet></al><al><vet>4.13</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>4.14</vet></al><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of
                        voertuig waarvoor </al><al>geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in de zin van artikel
                        2.1, eerste lid, onder </al><al>a, van de Wabo is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt
                        wordt of kan worden </al><al>gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al><al><vet>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</vet></al><al><vet>4.15</vet></al><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
                        plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in
                        het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een
                        voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen
                        gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al><al><vet>Aanwijzing kampeerplaatsen</vet></al><al><vet>4.16</vet></al><al>Het verbod van artikel 4:15, eerste lid is niet van toepassing op door het
                        college, aangewezen plaatsen.</al><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                        bescherming van natuur en landschap en de bescherming van een
                        dorpsgezicht.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1. Parkeerexcessen</vet></al><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>5.1</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement
                        verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine
                        wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                        verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al><al><vet>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</vet></al><al><vet>5.2</vet></al><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                        betaling.</al><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:</al><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die
                        in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig
                        is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                        persoon.</al><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van
                        maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te
                        verhandelen, of daartoe de gelegenheid te geven, verboden:</al><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg
                        te</al><al>parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt
                        een van deze voertuigen;</al><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al><al><vet>Te koop aanbieden van voertuigen</vet></al><al><vet>5.3</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Parkeren voertuigen zonder kentekenplaten</vet></al><al><vet>5.3 A</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Defecte voertuigen</vet></al><al><vet>5.4</vet></al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te </al><al>verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie </al><al>achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al><al><vet>Voertuigwrakken</vet></al><al><vet>5.5</vet></al><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
                        onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de
                        weg te parkeren.</al><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                        Wet milieubeheer.</al><al><vet>Caravans, kampeerwagens, aanhangers e.a.</vet></al><al><vet>5.6</vet></al><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere
                        dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg
                        te plaatsen of te hebben;</al><al>op de weg of op een plaats elders dan op de weg, te parkeren, waar dit naar
                        het oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                        gemeente, dan wel buitensporig met het oog op de verdeling van de
                        beschikbare parkeerruimte.</al><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in de situaties
                        waarin wordt voorzien door het Provinciale wegenverordening of de
                        Provinciale landschapsverordening.</al><al><vet>Parkeren van reclamevoertuigen</vet></al><al><vet>5.7</vet></al><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                        handelsreclame, op de </al><al>weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te
                        maken.</al><al><vet>Parkeren van grote voertuigen</vet></al><al><vet>5.8</vet></al><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte
                        heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen
                        weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de
                        verdeling van beschikbare parkeerruimte.</al><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing gedurende de
                        tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                        werkzaamheden of het verrichten van diensten waarvoor de aanwezigheid van
                        het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing op
                        campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze
                        voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden
                        geplaatst of gehouden.</al><al><vet>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</vet></al><al><vet>5.9</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</vet></al><al><vet>5.10</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</vet></al><al><vet>5.11</vet></al><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door, dan wel deze te doen of te
                        laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde
                        beplanting of groenstrook.</al><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><al>op de weg;</al><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van
                        werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die
                        voor dit doel zijn bestemd.</al><al><vet>Overlast van fiets of bromfiets</vet></al><al><vet>5.12</vet></al><al>(verplaatst)</al><al><vet>Afdeling 2. Collecteren</vet></al><al><vet>Inzameling van geld of goederen</vet></al><al><vet>5.13</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling
                        van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te
                        bieden.</al><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het
                        aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                        stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of
                        goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt
                        dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                        bestemd.</al><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                        wordt.</al><al>Het college kan onder door hen te stellen voorschriften vrijstelling
                        verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die
                        gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                        toepassing.</al><al><vet>Afdeling 3. Venten</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>5.14</vet></al><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de
                        ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                        wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen
                        plaats of aan huis;</al><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter
                        exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet;</al><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                        aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of snuffelmarkten als bedoeld in
                        artikel 5:22;</al><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                        aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al><al><vet>Ventverbod</vet></al><al><vet>5.15</vet></al><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare
                        veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op
                        zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 21.00 en 09.00 uur.</al><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is het eveneens
                        verboden te venten binnen een straal van 100 meter van een
                        evenemententerrein dan wel een andere door het college aangewezen openbare
                        plaats.</al><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al><vet>Vrijheid van meningsuiting</vet></al><al><vet>5.16</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van toepassing op
                        het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                        worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                        Grondwet.</al><al>et college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid
                        beperken door een verbod in te stellen:</al><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al><al>voor bepaalde dagen en uren.</al><al><vet>Afdeling 4. Standplaatsen</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>5.17</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste
                        plaats op een openbare en/of in de openlucht gelegen plaats te koop
                        aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te
                        bieden, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een
                        wagen of een tafel.</al><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:26.</al><al><vet>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</vet></al><al><vet>5.18</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te
                        nemen of te hebben.</al><al>Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend
                        bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                        voorbereidingsbesluit.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                        geweigerd:</al><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving
                        niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een
                        deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen
                        van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                        redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                        komt.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al><al><vet>Toestemming rechthebbende</vet></al><al><vet>5.19</vet></al><al> Vervallen</al><al><vet>Afbakeningsbepalingen</vet></al><al><vet>5.20</vet></al><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien </al><al>door de Wet milieubeheer, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken of de
                        Provinciale </al><al>wegenverordening.</al><al><vet>Aanhoudingsplicht</vet></al><al><vet>5.21</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 5 Snuffelmarkten</vet></al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>5.22</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor
                        het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                        goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                        standplaats.</al><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                        onder h, van de Gemeentewet;</al><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:26.</al><al><vet>Organiseren van een snuffelmarkt</vet></al><al><vet>5.23</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te
                        organiseren.</al><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel
                        en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                        Winkeltijdenwet.</al><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend
                        bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                        voorbereidingsbesluit.</al><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al><al><vet>Afdeling 6 Openbaar water</vet></al><al><vet>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</vet></al><al><vet>5.24</vet></al><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder
                        vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                        indien:</al><al>het voorwerp, niet zijnde een vaartuig, door zijn omvang of vormgeving,
                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                        van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan
                        wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                        openbaar water;</al><al>het plaatsen, aanbrengen of hebben van het voorwerp in strijd is met een
                        geldend bestemmingsplan.</al><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop
                        gedachten of gevoelens worden geopenbaard.</al><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten
                        of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben,
                        indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                        bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of
                        voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen
                        voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al><al>De in het eerste en vierde lid genoemde verboden zijn niet van toepassing op
                        situaties waarin is voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                        Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de
                        Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                        gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al><al><vet>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</vet></al><al><vet>5.25</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen
                        op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.</al><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een
                        ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid
                        aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                        veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                        indien sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan.</al><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                        vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.</al><al><vet>Aanwijzingen ligplaats</vet></al><al><vet>5.26</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5:25, tweede lid, kan het college aan
                        de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het
                        innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien
                        van de gemeente.</al><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het
                        college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of
                        gebruik van een ligplaats op te volgen.</al><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de
                        Provinciale vaarwegenverordening. of de Provinciale
                        landschapsverordening.</al><al><vet>Verbod innemen ligplaats</vet></al><al><vet>5.27</vet></al><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                        stellen in strijd met het</al><al>krachtens de artikelen 5:25, tweede lid, bepaalde.</al><al><vet>Beschadigen van waterstaatswerken</vet></al><al><vet>5.28</vet></al><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in
                        de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren vaarten,
                        havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                        bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                        stootpalen, bakens of sluizen.</al><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt door het Wetboek van Strafrecht, het
                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                        vaarwegenverordening.</al><al><vet>Reddingsmiddelen</vet></al><al><vet>5.29</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Veiligheid op het water</vet></al><al><vet>5.30</vet></al><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water
                        ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer
                        daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of
                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al><al><vet>Overlast aan vaartuigen</vet></al><al><vet>5.31</vet></al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in
                        openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                        bevinden.</al><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in
                        of aan een openbaar water, los te maken.</al><al><vet>Hotel- en rondvaartboot</vet></al><al><vet>5.31 A</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                            natuurgebieden</vet></al><al><vet>Crossterreinen</vet></al><al><vet>5.32</vet></al><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of
                        een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd,
                        een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel
                        te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                        daartoe aanwezig te hebben.</al><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing
                        is. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze
                        terreinen in het belang van:</al><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming
                        van andere milieuwaarden;</al><al>de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde
                        wedstrijden en ritten of van het publiek.</al><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien in door de Wet milieubeheer of het Besluit
                        geluidproductie sportmotoren.</al><al><vet>Beperking verkeer in natuurgebieden</vet></al><al><vet>5.33</vet></al><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken,
                        plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of
                        zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een
                        paard.</al><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde
                        verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij nadere regels stellen
                        ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het kader van:</al><al>het voorkomen van overlast in het belang van;</al><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al><al>de veiligheid van het publiek.</al><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op
                        motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van
                        andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                        verkeerstekens 1990 door de bevoegde Minister aangewezen
                        hulpverleningsdiensten;</al><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de
                        terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                        voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen
                        zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d.
                        bedoelde personen.</al><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:</al><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of
                        terreinen;</al><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden'
                        aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of
                        krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al><al><vet>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</vet></al><al><vet>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                            vuur te stoken</vet></al><al><vet>5.34</vet></al><al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden buiten
                        inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te
                        leggen, te stoken of te hebben.</al><al>Het verbod is niet van toepassing voor zover het betreft:</al><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                        worden verbrand;</al><al>vuur voor koken, bakken en braden;</al><al>en uitsluitend voor zover het in dit lid bepaalde onder a., b. en c. geen
                        gevaar, overlast </al><al>of hinder voor de omgeving oplevert.</al><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd
                        ter bescherming van de flora en fauna.</al><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                        Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al><al><vet>Afdeling 9. Verstrooiing van as</vet></al><al>Vervallen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Strafbepaling</vet></al><al><vet>6.1</vet></al><al>Overtreding van het bij of krachtens de voorgaande artikelen bepaalde en de
                        op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                        gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                        tweede categorie.</al><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische
                        delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de
                        artikelen 2:10, zevende lid, 2:11 en 2:12.</al><al><vet>Toezichthouders</vet></al><al><vet>6.2</vet></al><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening
                        zijn belast: de als zodanig bij de gemeentelijke organisatie aangewezen
                        personen en de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b van
                        het Wetboek van Strafvordering.</al><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                        krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de
                        burgemeester aan te wijzen personen.</al><al><vet>Binnentreden woningen</vet></al><al><vet>6.3</vet></al><al> Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al><vet>Intrekking oude verordening</vet></al><al><vet>6.4</vet></al><al>De “Algemene plaatselijke verordening Ouder-Amstel 2013” wordt
                        ingetrokken.</al><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al><vet>6.5</vet></al><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die
                        golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                        waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                        besluiten genomen krachtens deze verordening;</al><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                        aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van de
                        verordening bedoeld in artikel 6:4 is ingediend en voor het tijdstip van
                        inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist,
                        wordt daarop beslist volgens de toepasselijke verordening bedoeld in artikel
                        6:4.</al><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al><vet>6.6</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                        bekendmaking.</al><al><vet>Citeertitel</vet></al><al><vet>6.7</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene plaatselijke verordening
                        Ouder- </al><al>Amstel 2017”.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 15 december 2016</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.A. Swets</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1</cursief></vet><vet><cursief> Algemene
                    bepalingen</cursief></vet></al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen 9</al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn 10</al><al>Artikel 1.3 Indienen aanvraag (vervallen) 10</al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen 11</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijke karakter van vergunning of ontheffing 11</al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 11</al><al>Artikel 1.7 Termijnen 11</al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden 11</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2</cursief></vet><vet><cursief> Openbare
                    orde</cursief></vet></al><al>Afdeling 1…….. Bestrijding van ongeregeldheden 12</al><al>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden 12</al><al>Artikel 2.2 Messen en steekwapens 13 </al><al>Afdeling 2…….. Betoging </al><al>Artikel 2.3 Optochten (vervallen) 13</al><al>Artikel 2.4 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 13</al><al>Afdeling 3…….. Verspreiding van gedrukte stukken</al><al>Artikel 2.5 Folderen en flyeren (vervallen) 14</al><al>Afdeling 4…….. Vertoningen e.d. op de weg</al><al>Artikel 2.6 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen) 14</al><al>Artikel 2.7 Dienstverlening (vervallen) 14</al><al>Artikel 2.8 Straatartiest e.d. (vervallen) 14</al><al>Afdeling 5…….. Bruikbaarheid en aanzien van de weg</al><al>Artikel 2.9 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg 15</al><al>Artikel 2.10 (Omgevingsvergunning) voor het aanleggen, beschadigen en
                    veranderen van een weg 16</al><al>Artikel 2.11 Maken, veranderen van een uitweg 17</al><al>Artikel 2.12 Verbod voorwerpen aan gemeentelijke eigendommen 18</al><al>Afdeling 6…….. Veiligheid op de weg</al><al>Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid (vervallen) 18</al><al>Artikel 2.14 Winkelwagentjes (vervallen) 18</al><al>Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of voorwerp 18</al><al>Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d. (vervallen) 18</al><al>Artikel 2.17 Kelderingangen e.d. (vervallen) 18</al><al>Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (vervallen) 18</al><al>Artikel 2.19 Verbod op gebruik wensballon 19</al><al>Artikel 2.20 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 19</al><al>Artikel 2.21 Vallende voorwerpen (vervallen) 19</al><al>Artikel 2.22 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 19</al><al>Artikel 2.23 Objecten onder hoogspanningslijn (vervallen) 20</al><al>Artikel 2.24 Verbod om weg te gebruiken als slaapplaats 20</al><al>Artikel 2.25 Veiligheid op het ijs (vervallen) 20</al><al>Afdeling 7…….. Evenementen</al><al>Artikel 2.26 Begripsbepaling 20</al><al>Artikel 2.27 Evenement 21</al><al>Artikel 2.28 Ordeverstoring 22</al><al>Afdeling 8…….. Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2.29 Begripsomschrijvingen 22</al><al>Artikel 2.30 Exploitatievergunning openbare inrichting 23</al><al>Artikel 2.31 Terrasvergunning zonder exploitatievergunning 24</al><al>Artikel 2.32 Sluitingstijden 25</al><al>Artikel 2.33 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 25</al><al>Artikel 2.33A Sluiting gebouw 25</al><al>Artikel 2.34 Verboden gedragingen 26</al><al>Artikel 2.34A Handel binnen openbare inrichtingen 26</al><al>Artikel 2.35 Het college als bevoegd bestuursorgaan 26</al><al>Afdeling 9…….. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                    nachtverblijf</al><al>Artikel 2.36 Begripsbepaling 26</al><al>Artikel 2.37 Kennisgeving exploitatie (vervallen) 27</al><al>Artikel 2.38 Nachtregister (vervallen) 27</al><al>Artikel 2.39 Verschaffing gegevens nachtregister (vervallen) 27</al><al>Afdeling 10…….Toezicht op speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.40 Speelgelegenheden 27</al><al>Artikel 2.41 Kansspelautomaten 28</al><al>Afdeling 11…… Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al><al>Artikel 2.42 Betreden gesloten woning of lokaal 28</al><al>Artikel 2.43 Plakken en kladden 28</al><al>Artikel 2.44 Vervoer plakgereedschap e.d.(vervallen) 29</al><al>Artikel 2.45 Verboden voorwerpen op evenemententerreinen 29</al><al>Artikel 2.46 Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde voorwerpen 29</al><al>Artikel 2.47 Betreden van plantsoenen e.d.(vervallen) 30</al><al>Artikel 2.48 Rijden over bermen e.d. (vervallen) 30</al><al>Artikel 2.49 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (vervallen) 30</al><al>Artikel 2.50 Hinderlijk gebruik van drank en softdrugs 30</al><al>Artikel 2.51 Openlijk gebruik 31</al><al>Artikel 2.52 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen(vervallen) 31</al><al>Artikel 2.53 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                    ruimten(vervallen) 31</al><al>Artikel 2.54 Gebiedsontzegging 31</al><al>Artikel 2.55 Verblijfsontzegging 32</al><al>Artikel 2.56 Aanstootgevend en verstorend gedrag 32</al><al>Artikel 2.57 Neerzetten van fietsen e.d. (vervallen) 32</al><al>Artikel 2.58 Vastmaken van fietsen e.d. (vervallen) 32</al><al>Artikel 2.59 Overlast van fiets, bromfiets op markt-, kermisterrein e.d.
                    32</al><al>Artikel 2.60 Overlast van fiets, bromfiets e.d. 32</al><al>Artikel 2.61 Bespieden van personen (vervallen) 33</al><al>Artikel 2.62 Bewakingsapparatuur (vervallen) 33</al><al>Artikel 2.63 Nodeloos alarmeren (vervallen) 33</al><al>Artikel 2.64 Alarminstallaties (vervallen) 33</al><al>Artikel 2.65 Loslopende honden (aanlijnplicht) 34</al><al>Artikel 2.66 Verontreiniging door honden (opruimplicht) 34</al><al>Artikel 2.67 Gevaarlijke honden 35</al><al>Artikel 2.68 Hinderlijke, schadelijke en wilde dieren (vervallen) 35</al><al>Artikel 2.69 Verontreiniging door andere dieren 35</al><al>Artikel 2.70 Wilde dieren (vervallen) 35</al><al>Artikel 2.71 Loslopend vee(vervallen) 36</al><al>Artikel 2.72 Duiven (vervallen) 36</al><al>Artikel 2.73 Bijen (vervallen) 36</al><al>Artikel 2.74 Bedelarij (vervallen) 36</al><al>Afdeling 12…… Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </al><al>Artikel 2.74A Begripsbepaling 36</al><al>Artikel 2.74B Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 36</al><al>Artikel 2.74C Voorschriften als bedoel in artikel 437, eerste lid, </al><al> van het Wetboek van strafrecht (verplichtingen handelaar) 37</al><al>Afdeling 13…….Vuurwerk en carbid</al><al>Artikel 2.75 Begripsbepaling 37</al><al>Artikel 2.76 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen 38</al><al>Artikel 2.77 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                    38</al><al>Artikel 2.78 Carbid 38</al><al>Afdeling 14…… Drugsoverlast</al><al>Artikel 2.79 Drugsoverlast op openbare plaats 38</al><al>Afdeling 15…… Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                    cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.80 Bestuurlijke ophouding (vervallen) 39</al><al>Artikel 2.81 Veiligheidsrisicogebieden 39</al><al>Artikel 2.82 Cameratoezicht op openbare plaatsen 39</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 3</cursief></vet><vet><cursief> Seksinrichtingen,
                    sekswinkels, straatprostitutie e.d.</cursief></vet></al><al>Artikel 3.1 Begripsbepalingen 39</al><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan 41</al><al>Artikel 3.3 Nadere regels 41</al><al>Afdeling 2…….. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d</al><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen 41</al><al>Artikel 3.5 Aanvraag 41</al><al>Artikel 3.6 Weigeringsgronden 42</al><al>Afdeling 3…….. Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees</al><al>Artikel 3.7 Adverteren 44</al><al>Artikel 3.8 Leeftijd en verblijfstitel prostituees, verbod werken onvergund
                    prostitutiebedrijf 45</al><al>Artikel 3.9 Bedrijfsplan 45</al><al>Artikel 3.10 Sluitingstijden 45</al><al>Artikel 3.11 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
                    45</al><al>Artikel 3.12 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                    prostitutiebedrijf 47</al><al>Artikel 3.13 Straatprostitutie 47</al><al>Artikel 3.14 Sekswinkels 48</al><al>Afdeling 4…….. Overige bepalingen</al><al>Artikel 3.15 Verbodsbepaling klanten 48</al><al>Afdeling 5…….. Beslistermijn, intrekking en sluiting</al><al>Artikel 3.16 Beslistermijn 48</al><al>Artikel 3.17 Bijzondere gronden voor intrekking 48</al><al>Artikel 3.18 Sluiting prostitutiebedrijf of seksinrichting 49</al><al>Afdeling 6…….. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Artikel 3.19 Beëindiging exploitatie 49</al><al>Artikel 3.20 Wijziging beheer 49 </al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 4 </cursief></vet><vet><cursief> Bescherming van het
                    milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de
                    gemeente</cursief></vet></al><al>Afdeling 1…….. Geluidhinder en verlichting </al><al>Artikel 4.1 Begripsbepalingen 50</al><al>Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 50</al><al>Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 51</al><al>Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten 52</al><al>Artikel 4.5 Onversterkte muziek 52</al><al>Artikel 4.6 Overige geluidhinder 52</al><al>Artikel 4.6A Mosquito 53</al><al>Afdeling 2…….. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging </al><al>Artikel 4.7 Straatvegen (vervallen) 53</al><al>Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen 53</al><al>Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen (vervallen) 53</al><al>Afdeling 3…….. Het bewaren van houtopstanden (vervallen) </al><al>Afdeling 4…….. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al><al>Artikel 4.10 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest afvalstoffen enz. 53</al><al>Artikel 4.11 Stankoverlast door gebruik van meststoffen (vervallen) 54</al><al>Artikel 4.12 Vergunningplicht handelsreclame 54</al><al>Artikel 4.13 Vergunningplicht lichtreclame (vervallen) 55</al><al>Afdeling 5…….. Kamperen buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4.14 Begripsbepaling 55</al><al>Artikel 4.15 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 55</al><al>Artikel 4.16 Aanwijzing kampeerplaatsen 55</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 5 </cursief></vet><vet><cursief> Andere onderwerpen
                    betreffende de huishouding der gemeente</cursief></vet></al><al>Artikel 5.1 Begripsbepalingen 56</al><al>Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 56</al><al>Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen (vervallen) 56</al><al>Artikel 5.3A Parkeren voertuigen zonder kentekenplaten (vervallen) 56</al><al>Artikel 5.4 Defecte voertuigen 56</al><al>Artikel 5.5 Voertuigwrakken 56</al><al>Artikel 5.6 Caravans, kampeerwagens, aanhangwagens e.a 57</al><al>Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen 57</al><al>Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen 57</al><al>Artikel 5.9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen (vervallen) 57</al><al>Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    (vervallen) 57</al><al>Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 57</al><al>Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets (verplaatst) 57</al><al>Afdeling 2…….. Collecteren</al><al>Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen 58</al><al>Afdeling 3…….. Venten</al><al>Artikel 5.14 Begripsbepaling 58</al><al>Artikel 5.15 Ventverbod 58</al><al>Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting 59</al><al>Afdeling 4…….. Standplaatsen</al><al>Artikel 5.17 Begripsbepaling 59</al><al>Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 59</al><al>Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende (vervallen) 59</al><al>Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen 59</al><al>Artikel 5.21 Aanhoudingslicht (vervallen) 59</al><al>Afdeling 5…….. Snuffelmarkten</al><al>Artikel 5.22 Begripsbepaling 60</al><al>Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt 60</al><al>Afdeling 6…….. Openbaar water</al><al>Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 60</al><al>Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 60</al><al>Artikel 5.26 Aanwijzingen ligplaats 61</al><al>Artikel 5.27 Verbod innemen ligplaats 61</al><al>Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken 61</al><al>Artikel 5.29 Reddingsmiddelen (vervallen) 62</al><al>Artikel 5.30 Veiligheid op het water 62</al><al>Artikel 5.31 Overlast van vaartuigen 62</al><al>Artikel 5.31A Hotel- en rondvaartboot (vervallen) 62</al><al>Afdeling 7…….. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                    natuurgebieden </al><al>Artikel 5.32 Crossterreinen 62</al><al>Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden 62</al><al>Afdeling 8…….. Verbod vuur te stoken</al><al>Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                    anderszins vuur te stoken 63</al><al>Afdeling 9 Verstrooiing van as (vervallen)</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 6 </cursief></vet><vet><cursief> Straf-, overgangs-
                    en slotbepalingen</cursief></vet></al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling 64</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders 64</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen 64</al><al>Artikel 6.4 Intrekking oude verordening 64</al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling 64</al><al>Artikel 6.6 Inwerkingtreding 64</al><al>Artikel 6.7 Citeertitel 64</al></bijlage></regeling></body></cvdr>