<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43359_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 30/12/2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren gemeente Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, artikel 12, eerste lid onderdeel a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/53</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november
                        2009, nummer 2009/53,</al><al>Gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 12,
                        eerste lid, onderdeel a van de Wet investeren in jongeren;</al><al>Overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen
                        aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet
                        investeren in jongeren;</al><al><vet>s t e l t v a s t :</vet></al><al>de “Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren”.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet investeren in jongeren; </al></li><li nr="b."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden; </al></li><li nr="c."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                    voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs; </al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Ouder-Amstel. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELEID EN FINANCIËN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod,
                            algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                            of een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan. </al><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie van
                            algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                            dan wel één of meerdere voorzieningen. </al><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan uit
                            een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf, als
                            bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet. </al><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden, krachten
                            en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een werkleeraanbod is
                            vastgesteld. Bij de invulling van het werkleeraanbod onderzoekt het
                            college de mogelijkheden en omstandigheden van de jongere. Zij beziet
                            daarbij tevens in hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van
                            het werkleeraanbod kunnen worden betrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in
                                    aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op
                                    de naar het oordeel van het collegenoodzakelijk geachte en
                                    beschikbare voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. </al></li><li nr="2."><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria
                                    die gesteld zijn in deze verordening en de in artikel 4 genoemde
                                    beleidsregels. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod,
                                    één of meer van de volgende voorzieningen aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang
                                            of medische zorg;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsactivering en -toeleiding;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f."><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt
                                            bevorderen;</al></li><li nr="g."><al>gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="h."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="i."><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li><li nr="j."><al>diagnose-instrumenten;</al></li><li nr="k."><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                            schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en
                                            taal- en beroepsgerichte scholing en overige
                                            geïndividualiseerde voorzieningen ter ondersteuning bij
                                            het behouden of verwerven van een werkleeraanbod.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan in beleidsregels vastleggen welke aanvullende
                                    voorzieningen kunnen worden aangeboden alsmede de voorwaarden
                                    die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen
                                    nadere bepalingen over zijn opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de jongere</titel></kop><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking werkleeraanbod</titel></kop><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                    verschillende voorzieningen. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen
                                    dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SUBSIDIE EN VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een
                                    jongere een arbeidsovereenkomst sluiten, als tegemoetkoming in
                                    de loonkosten en in de kosten van voorbereiding op een beoogd
                                    dienstverband met de jongere.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen over de duur van de
                                    subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie
                                    worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een subsidieplafond vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de
                                    reintegratieverordening van toepassing</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college. </al><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening werkleeraanbod Wet
                            investeren in jongeren gemeente Ouder-Amstel’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 17 december 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.J. Heijlman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING VERORDENING WERKLEERAANBOD</tussenkop><tussenkop>De Wet investeren in jongeren en het werkleeraanbod</tussenkop><al>Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een
                    zogenaamd werkleeraanbod vastgelegd. Het werkleerrecht berust op het
                    uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                    kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor
                    zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien.</al><tussenkop>Duurzame arbeidsparticipatie</tussenkop><al>Voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar ontstaat onder de voorwaarden
                    die in de WIJ zijn genoemd, een individueel recht op een werkleeraanbod. Dat is
                    meer dan een recht op een eenmalige voorziening. Zo nodig is het een recht op
                    een reeks voorzieningen gericht op de kortste weg naar duurzame
                    arbeidsparticipatie. Hoe deze route bewandeld wordt is per individu verschillend
                    en wordt bepaald door de afstand van de jongere tot de arbeidsmarkt en de
                    beschikbaarheid van voorzieningen. Onder duurzame arbeidsparticipatie wordt
                    verstaan de arbeidsinschakeling waarbij jongeren gedurende langere tijd en op
                    eigen kracht aan het arbeidsproces kunnen deelnemen en arbeid verrichten dat
                    past bij hun kennis en vaardigheden of deze kennis en vaardigheden bevordert. De
                    jongere dient op het punt gebracht te worden dat hij geen ondersteuning van het
                    college meer nodig heeft. </al><tussenkop>Inhoud werkleeraanbod</tussenkop><al>Het begrip ‘werkleeraanbod’ moet ruim worden uitgelegd. Het werkleeraanbod kan
                    allerlei vormen hebben, variërend van een ‘echte ’ baan tot vakgerichte scholing
                    of een combinatie van beide. Een werkleeraanbod kan ook bestaan uit
                    voorzieningen die nodig worden geacht op weg naar arbeidsinschakeling, zoals een
                    sollicitatietraining, een cursus gericht op de ontwikkeling van
                    werknemersvaardigheden, een stageplaats, schuldhulpverlening, sociale
                    activering, nazorg en gesubsidieerde arbeid. Afgezien van participatieplaatsen
                    kan het gehele instrumentarium dat gemeenten hebben ontwikkeld voor de
                    reïntegratie in het kader van de WWB op jongeren toegepast worden.
                    Participatieplaatsen zijn uitgezonderd. Bij jongeren zal de situatie waarin de
                    afstand tot de arbeidsmarkt dusdanig groot is dat die alleen met de maximale
                    drie jaar additionele arbeid te overbruggen is zich niet in die mate voordoen
                    dat de regering participatieplaatsen in de vorm van artikel 10a WWB noodzakelijk
                    acht. Ook uitgezonderd is het reguliere onderwijs dat door het Rijk wordt
                    bekostigd. Het college kan de jongere weliswaar adviseren een dergelijke vorm
                    van onderwijs te volgen of weer te gaan volgen als dit zinvol wordt geacht, maar
                    het is geen voorziening die de gemeente kan inzetten om vorm te geven aan het
                    werkleeraanbod. Een premie voor de arbeidsinschakeling past niet bij het
                    uitgangspunt dat jongeren die daartoe in staat zijn moeten leren of werken.
                    Daarom is er geen aanleiding om werken en/of leren te belonen met een financiële
                    vrijlating van inkomsten uit deeltijdarbeid of van een premie i.v.m.
                    arbeidsinschakeling bij de inkomensvoorziening. Dat geldt evenzeer voor een
                    onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, tenzij deze bestemd is voor
                    aantoonbaar gemaakte kosten. </al><al>Het college bepaalt de inhoud van het werkleeraanbod. Dat geldt ook voor de
                    vraag of het accent komt te liggen op werken of leren. Gelet op de duurzame
                    arbeidsparticipatie als einddoel, zal werken de hoogste prioriteit hebben als de
                    jongere daartoe in staat is. Zijn er echter belemmeringen op de weg daar
                    naartoe, dan kunnen allerlei voorzieningen worden ingezet om dat einddoel te
                    bereiken. Van belang daarbij is dat de startkwalificatie binnen het
                    werkleeraanbod een ijkpunt vormt, omdat deze in belangrijke mate kan bijdragen
                    aan duurzame arbeidsparticipatie. Het is aan de gemeenten overgelaten om te
                    beoordelen in hoeverre de jongere in staat moet worden gesteld een dergelijke
                    kwalificatie te behalen of anderszins scholing te ontvangen die de toegang tot
                    de arbeidsmarkt bevordert. </al><tussenkop>Maatwerk</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat maatwerk wordt geleverd: dat het werkleeraanbod wordt
                    afgestemd op de omstandigheden, krachten en capaciteiten van de jongere. De
                    wensen van jongeren worden betrokken bij het vormgeven van het werkleeraanbod.
                    Het college is verplicht die wensen vast te leggen in de rapportage die ten
                    grondslag ligt aan het werkleeraanbod en dient daarbij tevens aan te geven op
                    welke wijze die wensen bij het werkleeraanbod betrokken zijn. </al><tussenkop>Werken en leren niet direct mogelijk</tussenkop><al>Wanneer het doen van een werkleeraanbod bestaande uit werken en/of leren niet
                    direct mogelijk is, dient een aanbod gedaan te worden dat op termijn perspectief
                    biedt op arbeidsinschakeling. Dat kan betekenen dat voorzieningen worden ingezet
                    in de vorm van zorg- of hulpverlening, waarbij ook aandacht kan worden besteed
                    aan belemmerende factoren, zoals psychische, sociale en cognitieve problemen.
                    Het werkleeraanbod omvat immers het geheel van reïntegratievoorzieningen, dat
                    gericht is op duurzame arbeidsparticipatie. Is de jongere naar het oordeel van
                    het college in het geheel niet in staat dat om redenen van lichamelijk, sociale
                    of psychische aard uitvoering wordt gegeven aan een werkleeraanbod, dan kan
                    daarvan vooralsnog worden afgezien. Zorgtaken kunnen worden aangemerkt als reden
                    van sociale aard, voor zover daarmee geen rekening kan worden gehouden door
                    middel van een voorziening. </al><tussenkop>Alleenstaande ouders</tussenkop><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht besteed
                    aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijke medische en/of
                    fysieke beperkingen. Daarom geldt voor alleenstaande ouders met een ten laste
                    komend kind jonger dan vijf jaar, dat het werkleeraanbod desgevraagd wordt
                    ingevuld door middel van scholing of opleiding die de toegang tot de
                    arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing de krachten of
                    bekwaamheden van de jongere te boven gaat. </al><tussenkop>Zelfstandigen</tussenkop><al>Besloten is om zelfstandigen uit te zonderen van het recht op een werkleeraanbod
                    en van het recht op inkomensvoorziening. Zij kunnen een beroep doen op algemene
                    bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op
                    grond van artikel 78f van de WWB, zodat de (jongere) zelfstandige zich geheel
                    kan richten op zijn bestaan als zelfstandige. In het zesde lid van artikel 17
                    WIJ wordt evenwel bepaald dat het college de mogelijkheid (niet de verplichting)
                    heeft om aan de jongere die als zelfstandige wil beginnen een werkleeraanbod te
                    doen dat bestaat uit een voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige.
                    Dit werkleeraanbod duurt maximaal twaalf maanden en kan slechts worden
                    aangeboden op verzoek van de jongere. </al><tussenkop>Gehandicapten</tussenkop><al>Voor de groep jongeren met een medische beperking (die niet behoren tot de
                    doelgroep van de WAJONG) is het van belang dat het aanbod aansluit bij hun
                    mogelijkheden. Het uitgangspunt van maatwerk bij het werkleerrecht zal vooral
                    voor deze groep een cruciale rol spelen. Aan de hand van de individuele situatie
                    zal beoordeeld moeten worden welk aanbod past bij de jongere gelet op zijn/haar
                    mogelijkheden en beperkingen. Het werkleeraanbod moet aansluiten bij de
                    individuele mogelijkheden van de persoon in verband met gezondheid en
                    belastbaarheid. Maatwerk betekent een zorgvuldige op de persoon toegesneden
                    afweging bij de uiteindelijke keuze van een traject. Voor de groep jongeren die
                    weinig perspectief heeft op arbeidsinschakeling behoort sociale activering tot
                    mogelijkheden. Als een werkleeraanbod vanwege de medische situatie in het geheel
                    niet mogelijk is, wordt de gehandicapte geen aanbod gedaan. Wel kan aanspraak op
                    een inkomensvoorziening bestaan. </al><tussenkop>Beleid werkleeraanbod in verordening</tussenkop><al>Om recht te doen aan de beleidsruimte die gemeenten nodig hebben om door
                    maatwerk invulling te geven aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid, worden
                    aan de vormgeving van het werkleeraanbod en de mate waarin gemeente daartoe
                    voorzieningen kan inzetten, geen wettelijke eisen gesteld. Gezien de
                    verantwoordelijkheid die de gemeenteraad in het kader van dit wetsvoorstel
                    heeft, en mede met het oog op de rechtszekerheid, is bepaald dat het
                    gemeentelijke beleid inzake de voorzieningen in een verordening moet worden
                    vastgelegd. De jongere moet uit de verordening kunnen afleiden welke
                    voorzieningen het college kan inzetten om het doel, de duurzame
                    arbeidsparticipatie, te bereiken. </al><tussenkop>Relatie met Maatregelverordening</tussenkop><al>De verordening Werkleeraanbod en de Maatregelverordening vormen twee kanten van
                    dezelfde medaille. Immers, de WIJ legt het college de plicht op om jongeren een
                    werkleeraanbod te doen. Het werkleeraanbod wordt door deze verordening
                    gefaciliteerd. Anderzijds staat daar wel wat tegenover. De jongere is verplicht
                    het aanbod te aanvaarden en verplichtingen die aan het werkleeraanbod zijn
                    gekoppeld na te leven. Komt de jongere die verplichtingen niet na, dan vormt dat
                    een grond voor verlaging van de inkomensvoorziening. Beide verordeningen sluiten
                    dus op elkaar aan. In verband daarmee is in de verordening Werkleeraanbod
                    herhaald dat onder de voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ het werkleeraanbod
                    ingetrokken kan worden. Omdat met deze intrekking tevens het recht op
                    inkomensvoorziening vervalt, is het van belang dat wordt afgebakend wanneer de
                    inkomensvoorziening verlaagd en wanneer deze ingetrokken wordt. Uitgangspunt van
                    de wetgever is daarbij geweest dat bij schending van verplichtingen primair een
                    maatregel aangewezen is en pas in tweede instantie intrekking van het
                    werkleeraanbod en daarmee tevens van de inkomensvoorziening aan de orde komt.
                    Het opleggen van een maatregel is derhalve regel, het intrekken van het
                    werkleeraanbod uitzondering. </al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>Begripsbepalingen</tussenkop><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals ‘werkleeraanbod’,
                    ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’, niet opnieuw gedefinieerd. Wel gedefinieerd
                    zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat
                    deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. Het begrip ‘startkwalificatie’ is
                    afkomstig uit de Wet educatie en beroepsonderwijs. De omschrijving van ‘algemeen
                    geaccepteerde arbeid’ is afkomstig uit de nota naar aanleiding van het
                    Kamerverslag. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><tussenkop>Opdracht college</tussenkop><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord. In het tweede lid is
                    verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook samengesteld kan zijn uit een
                    combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                    arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder voorziening wordt
                    verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere dichterbij de
                    arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei vormen hebben, variërend
                    van schuldhulpverlening tot training van werknemersvaardigheden. </al><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan uit
                    ondersteuning bij een traject gericht op werk in zelfstandig beroep of bedrijf. </al><al>Het vierde lid beschrijft de gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de
                    wensen van de jongere bij de invulling te betrekken. Met het oog op motivering
                    en kansbenutting zal het college daarmee rekening dienen te houden. Daarmee is
                    niet gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde specifieke voorziening en
                    deze kan opeisen. De uiteindelijke invulling van de aard en de samenstelling van
                    het aanbod is voorbehouden aan het college. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><tussenkop>Aanspraak op ondersteuning</tussenkop><tussenkop>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking voor
                    ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voorzieningen. Wat de vorm van de
                    ondersteuning is, bepaalt het college zelf. </tussenkop><tussenkop>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet gaan
                    die recht op een werkleeraanbod hebben. Dat is niet iedere ‘jongere’ in de zin
                    van de WIJ, want daaronder wordt verstaan de jongere in de leeftijd van 16 tot
                    27 jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de doelgroep af. </tussenkop><tussenkop>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van
                    een werkleeraanbod. Daarbij wordt verwezen naar de verordening (en de
                    beleidsregels waarin die criteria zijn uitgewerkt). </tussenkop><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><tussenkop>De voorzieningen </tussenkop><al>Gezien de verantwoordelijkheid die de gemeenteraad in het kader van de WIJ
                    heeft, en mede met het oog op de rechtszekerheid, is bepaald dat het
                    gemeentelijke beleid inzake de voorzieningen in een verordening moet worden
                    vastgelegd. De jongere moet uit de verordening kunnen afleiden welke
                    voorzieningen het college kan inzetten om het doel, de duurzame
                    arbeidsparticipatie, te bereiken. Tevens kan in de verordening in hoofdlijnen
                    worden bepaald voor welke doelgroepen welke voorzieningen bij voorkeur kunnen
                    worden ingezet. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan voorbereidingstrajecten voor
                    startende zelfstandigen en speciale arbeids- of scholingstrajecten voor
                    alleenstaande ouders, eventueel in combinatie met kinderopvang, zodat
                    scholing/arbeid en zorg kan worden gecombineerd. </al><al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling kan het college voorzieningen aanbieden. Die voorzieningen
                    zijn primair bedoeld voor jongeren die niet direct inzetbaar zijn op de
                    arbeidsmarkt, maar kan in een krimpende arbeidsmarkt ook worden aangeboden aan
                    jongeren zonder direct aanwijsbare belemmeringen. </al><al>In dit artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het college ter beschikking
                    staan. Dit is geen limitatieve lijst. Het college kan andere voorzieningen
                    aanbieden en ontwikkelen die niet in de verordening zijn opgenomen. Deze
                    verordening staat daaraan niet in de weg. Het college kan niet gedwongen worden
                    om in een concreet geval een specifieke voorziening aan te bieden. Het staat het
                    college in beginsel vrij om het werkleeraanbod zelf invulling te geven en
                    daarbij ook te betrekken de mate waarin voorzieningen noodzakelijk geacht worden
                    en feitelijk beschikbaar zijn</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><tussenkop>Verplichtingen van de jongere</tussenkop><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het recht op een
                    werkleeraanbod. Daaraan is toegevoegd dat de jongere de verplichtingen dient na
                    te komen die voortvloeien uit de verordening of die aan een voorziening zijn
                    verbonden. Dit kunnen verplichtingen van uiteenlopende aard zijn. Zo kan bepaald
                    worden dat een jongere gedurende het traject op gezette tijden met de consulent
                    de voortgang bespreekt. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><tussenkop>Intrekking werkleeraanbod</tussenkop><al>Aan het college wordt overgelaten om te bepalen onder welke voorwaarden kan
                    worden besloten het werkleeraanbod in te trekken. Het is niet aan de
                    gemeenteraad om daarover voorschriften te geven. </al><al>Intrekking is in wezen slechts aan de orde als er een situatie is ontstaan dat
                    niet langer kan worden gevergd dat het werkleeraanbod wordt voortgezet en een
                    andere invulling (via gedeeltelijke herziening) evenmin een oplossing biedt.
                    Gedacht kan worden aan herhaalde misdragingen jegens andere jongeren of
                    begeleiders op de werk/leerplek of veelvuldig verzuim. Daarbij kunnen bijv. ook
                    een rol spelen de positie van gemotiveerde jongeren die wachten op een
                    werk/leerplek, de staat van de arbeidsmarkt en de kosten van de
                    voorziening.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><tussenkop>Budgetplafonds</tussenkop><al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over de
                    verschillende voorzieningen. Dit kan in de beleidsregels of de begroting
                    gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn
                    om geen werkleeraanbod te doen. Wel kan de invulling van het werkleeraanbod
                    beïnvloed worden door budgettaire beperkingen. Zijn er vanwege die beperkingen
                    voor bepaalde voorzieningen geen middelen meer dan dient te worden nagegaan
                    welke andere instrumenten beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen
                    algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening een
                    plafond wordt ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                    instrument wordt uitgeweken om tot duurzame arbeidsparticipatie te komen. </al><al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds
                    in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                    verwezen naar de bedragen die in de beleidsregels of in de begroting voor de
                    verschillende voorzieningen worden gereserveerd. </al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><tussenkop>Vergoedingen</tussenkop><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. In het eerste
                    lid is vastgelegd dat de subsidie aan de werkgever kan bestaan uit een
                    tegemoetkoming in de loonkosten of andere bijkomende kosten. Deze subsidie vormt
                    als zodanig een noodzakelijke voorwaarde voor de voorziening. </al><al>Voor het verstrekken van een subsidie is een wettelijke grondslag vereist. Om
                    die reden is een specifiek artikel opgenomen dat deze grondslag biedt. In het
                    eerste lid worden loonkostensubsidies en subsidies ter voorbereiding van een
                    dienstverband van een grondslag voorzien.</al><al>De hoogte van de subsidies en de voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend,
                    worden afzonderlijk geregeld in het beleidsplan.</al><al>Op grond van het tweede lid kan het college nadere regels stellen over enkele
                    zaken betreffende de subsidiering. </al><al>De gemeente kan subsidieplafonds instellen. Om subsidies te kunnen weigeren bij
                    ontbrekende middelen is het een vereiste dat een dergelijk plafond is ingesteld.
                    In lid 3 is de bevoegdheid van het college vastgesteld om plafonds in te
                    stellen. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><tussenkop>Subsidies</tussenkop><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. In het eerste
                    lid is vastgelegd dat de subsidie aan de werkgever kan bestaan uit een
                    tegemoetkoming in de loonkosten of andere bijkomende kosten. Deze subsidie vormt
                    als zodanig een noodzakelijke voorwaarde voor de voorziening. Voor het
                    verstrekken van een subsidie is een wettelijke grondslag vereist. Om die reden
                    is een specifiek artikel opgenomen dat deze grondslag biedt. In het eerste lid
                    worden de loonkostensubsidies en subsidies ter voorbereiding van een
                    dienstverband van een grondslag voorzien.</al><al>De hoogte van de subsidies en voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend,
                    worden afzonderlijk geregeld in een beleidsplan.</al><al>Op grond van het tweede lid kan het college nadere regels stellen over enkele
                    zaken over de subsidiering. Het college stelt deze nadere regels vast.</al><al>De gemeente kan subsidieplafonds instellen. Om subsidies te kunnen weigeren bij
                    ontbrekende middelen is het een vereiste dat een dergelijk plafond is ingesteld.
                    In lid 3 is de bevoegdheid van het college vastgesteld om plafonds in te
                    stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                    verwezen naar de bedragen die in een beleidsplan of in de begroting voor de
                    verschillende soorten subsidie worden gereserveerd. Een subsidieplafond dient
                    wel bekendgemaakt te worden voor de periode waarvoor deze geldt.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><tussenkop>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</tussenkop><al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college past het dat de
                    gemeenteraad beleidskaders vaststelt. Dat is in deze verordening uitgewerkt. Het
                    college is belast met de uitvoering van dat beleid en op sommige onderdelen ook
                    met de nadere uitwerking daarvan. Doen zich situaties voor waarin niet is
                    voorzien of waarin onverkorte toepassing van de gestelde bepalingen onverhoopt
                    tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, dan is het aan het college om
                    besluiten te nemen waarin recht wordt gedaan aan enerzijds het belang van
                    handhaving van het gemeentelijk beleid en anderzijds het individuele belang van
                    de jongere. Dat kan onder omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen
                    die afwijken van deze verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>