<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43346_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening toeslagen en verlagingen wet werk en bijstand 2009 gemeente Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Ouder-Amstel 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeslagen en verlagingen wet werk en bijstand 2009 gemeente Ouder-Amste</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, artikel 8, eerste lid, onderdeel c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/53</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening toeslagen en verlagingen wet werk en bijstand 2009 gemeente Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november
                        2009, nummer 2009/53,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders aan de raad van 17
                        december 2009,</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>overwegende dat op grond van artikel 30, eerste lid, van de Wet werk en
                        bijstand het verplicht is vast te stellen in een verordening voor welke
                        categorieën de norm wordt verhoogd of verlaagd en op grond van welke
                        criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald.</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al>de “Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet werk en bijstand 2009
                        gemeente Ouder-Amstel”.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht; </al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet : de Wet werk en bijstand (WWB);</al></li><li nr="b."><al>gehuwdennorm : de norm als bedoeld in artikel 21, onder
                                            c, van de wet;</al></li><li nr="c."><al>het college : burgemeester en wethouders van de gemeente
                                            Ouder-Amstel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Categorieën</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor
                                    belanghebbenden van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In
                                    geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening
                                    alleen indien beide echtgenoten 27 jaar of ouder doch jonger dan
                                    65 jaar zijn. </al></li><li nr="2."><al>De categorieën worden als volgt aangeduid: </al><lijst><li nr="·"><al>Alleenstaanden </al></li><li nr="·"><al>alleenstaande ouders </al></li><li nr="·"><al>gehuwden</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Criteria voor het wel of niet verhogen van de bijstandsnorm voor
                            alleenstaanden en alleenstaande ouders </titel></kop><al><onderstreept>Toeslagen:</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB bedraagt 20% van de
                                    gehuwdennorm voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de alleenstaande van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65
                                            jaar die de algemeen noodzakelijke kosten van het
                                            bestaan <onderstreept>niet</onderstreept> kan delen met
                                            een ander;</al></li><li nr="b."><al>de alleenstaande ouder van 27 jaar of ouder doch jonger
                                            dan 65 jaar die de algemeen noodzakelijke kosten van het
                                            bestaan <onderstreept>niet</onderstreept> kan delen met
                                            een ander.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB bedraagt 10% van de
                                    gehuwdennorm voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de alleenstaande van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65
                                            jaar die de algemeen noodzakelijke kosten van het
                                            bestaan kan delen met een ander (echtpaar) of met
                                            verschillende anderen;</al></li><li nr="b."><al>de alleenstaande ouder van 27 jaar of ouder doch jonger
                                            dan 65 jaar;</al></li><li nr="c."><al>die de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan
                                            delen met een ander (echtpaar) of met verschillende
                                            anderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In navolging op het eerste en tweede lid van dit artikel
                                    bedraagt bij kamerhuur de toeslag 20% van de gehuwdennorm mits; </al><lijst><li nr="a."><al> er een officieel huurcontract aanwezig is en</al></li><li nr="b."><al>er een commerciële huurprijs betaald wordt en</al></li><li nr="c."><al>er geen andere personen de kamer bewonen en</al></li><li nr="d."><al>de huur via bank en/of giro wordt betaald en</al></li><li nr="e."><al>er een eigen hoofdingang, evenals een eigen kook- en
                                            douche- en toilet voorziening, voor de kamersbewoner
                                            aanwezig is.</al></li></lijst></li></lijst><al>In alle andere situaties wordt aangenomen dat de algemene bestaanskosten
                            gedeeld kunnen worden en bedraagt de toeslag 10% van de
                            gehuwdennorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm voor
                                gehuwden</titel></kop><al>De verlaging als bedoeld in artikel 26 WWB bedraagt 10% van de
                            gehuwdennorm bij gehuwden die lagere algemeen noodzakelijke kosten van
                            bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het kunnen
                            delen van deze kosten met een ander (echtpaar) of met verschillende
                            anderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Verlaging woonsituatie</titel></kop><al>De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt : </al><lijst><li nr="·"><al>20% van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan
                                    voor de belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten
                                    verbonden zijn. </al></li><li nr="·"><al>10% van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor belanghebbenden die voor het ingaan van deze verordening al
                                recht hadden op een toeslag, geldt een overgangsregeling indien als
                                gevolg van deze verordening de toeslag lager wordt vastgesteld dan
                                voor het ingaan van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overgangsregeling bedoeld in het eerste lid van dit artikel houdt
                                in dat belanghebbende de toeslag behoudt waar hij recht op had voor
                                het ingaan van deze verordening, gedurende drie volle maanden nadat
                                bij beschikking is vastgesteld dat een lagere toeslag van toepassing
                                is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor belanghebbenden die voor het ingaan van deze verordening al
                                recht hadden op een toeslag en waarbij als gevolg van deze
                                verordening de toeslag hoger wordt vastgesteld, geldt dat
                                belanghebbende de hogere toeslag ontvangt, zonodig met terugwerkende
                                kracht, per datum ingang van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Individualisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn op basis van artikel 18, eerste
                                    lid, en artikel 30, vierde lid, WWB bevoegd om af te wijken van
                                    het bepaalde in deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Verhoging of verlaging van de bijstandsnorm vindt plaats met
                                    inachtneming van artikel 18, eerste lid, WWB.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college kan de uitvoering van deze verordening mandateren aan
                            ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.</al><al>De <cursief>‘Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente
                                Ouder-Amstel</cursief>, vastgesteld door de raad in 2004, wordt
                            ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:</al><al>‘Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet werk en bijstand 2009 gemeente
                            Ouder-Amstel’</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 17 december 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.J. Heijlman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1:</tussenkop><tussenkop>Begripsomschrijving</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die reeds zijn omschreven in de WWB niet
                    afzonderlijk te definiëren in de verordening. Dit voorkomt dat in geval van
                    wijziging van betreffende definities in de WWB ook de verordening moet worden
                    aangepast. Voor het gebruik van het begrip gehuwdennorm is gekozen, omdat de
                    hoogte van deze norm in de wet zelf wordt gegeven in artikel 21 onder c van de
                    WWB. Dit bedrag is feitelijk gelijk aan de gehuwdennorm.</al><tussenkop>Artikel 2:</tussenkop><tussenkop>Categorieën</tussenkop><al>Artikel 30 WWB schrijft voor dat in de verordening moet zijn vastgelegd voor
                    welke categorieën de bijstandsnorm wordt verlaagd of verhoogd. De
                    categorie-indeling is gebaseerd op de categorieën van artikel 4 WWB.</al><tussenkop>Artikel 3:</tussenkop><al>Criteria voor het wel of niet verhogen van de bijstandsnorm voor alleenstaande
                    en alleenstaande ouders</al><al>Dit artikel regelt de verhoging van de landelijke bijstandsnorm met een toeslag
                    voor alleenstaande ouders van 27 jaar of ouder, en alleenstaanden ouder dan 27
                    jaar, doch jonger dan 65 jaar die niet in een inrichting verblijven (voor
                    personen in een inrichting bestaan aparte normen). Boven op de landelijke norm
                    kan een toeslag verstrekt worden.</al><al>Ingeval in de woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verondersteld dat
                    er noodzakelijke kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden. De woonsituatie
                    is hierbij van doorslaggevende betekenis. Huisvestingskosten die gedeeld kunnen
                    wor den zijn bijvoorbeeld huur en stookkosten.</al><al>Dit laat onverlet dat ook andere kosten gezamenlijk gedeeld kunnen worden. Denk
                    hierbij aan inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen en dergelijke, de
                    zogenaamde huishoudingskosten. </al><al>Of de woonkosten werkelijk worden gedeeld is niet van belang, dat is een
                    verantwoordelijkheid van de belanghebbende zelf. De Memorie van Toelichting bij
                    de Wet werk en bijstand zegt letterlijk: “Bij de beoordeling of de
                    belanghebbende inderdaad hogere bestaanskosten heeft, is in voorkomende gevallen
                    niet bepalend of deze ook feitelijk deze kosten met een ander deelt”. Beoordeeld
                    dient te worden of het redelijk is ervan uit te gaan dat deze kosten kunnen
                    worden gedeeld. Daarom wordt in deze verordening gesproken van het “kunnen
                    delen” van de kosten met een ander. </al><al>De toeslag de verstrekt kan worden bedraagt maximaal 20% van de gehuwdennorm.
                    Met een maximale toeslag bedraagt de maximale uitkering voor alleenstaanden en
                    alleenstaande ouders respectievelijk 70% en 90% van de gehuwdennorm. Dit is
                    toereikend voor de voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het
                    bestaan.</al><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Artikel 30 , tweede lid, onder a, van de wet bepaalt dat de toeslag moet worden
                    vastgesteld op het maximumbedrag (= 20% van de gehuwdennorm) indien geen ander
                    zijn hoofdverblijf heeft in de woning. De lasten kunnen dan niet gedeeld worden
                    door iemand anders.</al><tussenkop>Lid 2 </tussenkop><al>Het gezamenlijk bewonen van een woning levert schaalvoordelen op. Deze
                    schaalvoordelen treden op omdat de woonlasten kunnen worden gedeeld. De kosten
                    voor huur, heffingen, </al><al>belastingen, verzekeringen etc. zijn voor personen die een woning delen lager
                    omdat deze kosten slechts éénmaal in rekening worden gebracht. </al><al>Deze schaalvoordelen worden berekend op 10% van de gehuwdennorm per inwonende
                    (of inwonend echtpaar) met wie de algemene bestaanskosten kunnen worden
                    gedeeld.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Bij kamerhuur is vaak moeilijk te bepalen of er algemene bestaanskosten gedeeld
                    kunnen worden. Ook in die situatie kan er sprake zijn van schaalvoordelen. Dit
                    artikel bepaalt dat alleen een maximumtoeslag kan worden verstrekt als:</al><lijst><li nr="a."><al>er een officieel huurcontract aanwezig is en</al></li><li nr="b."><al>er een commerciële huurprijs betaald wordt en </al></li><li nr="c."><al>er geen andere personen de kamer bewonen en</al></li><li nr="d."><al>de huur via bank en/of giro wordt betaald en</al></li><li nr="e."><al>er een eigen hoofdingang, evenals een eigen kook- en douche- en
                            toiletvoorziening, voor de kamerbewoner aanwezig is.</al></li></lijst><al>In alle andere situaties wordt aangenomen dat de algemene bestaanskosten gedeeld
                    kunnen worden en bedraagt de toeslag 10% van de gehuwdennorm.</al><tussenkop>Artikel 4:</tussenkop><tussenkop>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm voor gehuwden</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>In de gehuwdennorm is reeds rekening gehouden met het feit dat beide echtgenoten
                    de kosten van huishouding volledig kunnen delen met elkaar. Indien in de woning
                    nog een ander zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de algemeen noodzakelijke kosten
                    van het bestaan nog verder gedeeld worden.</al><tussenkop>Artikel 5:</tussenkop><tussenkop>Verlaging woonsituatie</tussenkop><al>Artikel 27 geeft het college de mogelijkheid de norm of de toeslag te verlagen
                    in zoverre belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                    heeft ten gevolge van zijn woonsituatie. Artikel 27 WWB is aanvullend bedoeld op
                    de artikelen 25 en 26. In dit artikel is onder a een verlaging opgenomen voor de
                    situatie dat aan de woning voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden.
                    Het wordt nodeloos ingewikkeld geacht om hier ook nog onderscheid te maken naar
                    de mate waarin de woonkosten ontbreken. Het gaat om kosten van huur of
                    hypotheeklasten. Hiermee wordt duidelijk, dat het hebben van kosten voor water,
                    gas en licht en dergelijke voor belanghebbende niet afdoende is om een verlaging
                    krachtens dit artikel te voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 6:</tussenkop><tussenkop>Overgangsbepaling</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Zoals de verordening nu is opgesteld, zullen er geen cliënten zijn die als
                    gevolg van deze verordening een lagere toeslag zullen krijgen dan zij nu
                    ontvangen. Mocht dit onderhoopt toch het geval zijn, dan geldt er een
                    overgangsregeling om de belanghebbenden niet van de ene op de andere dag met
                    deze lagere toeslag te confronteren. Belanghebbende behoudt gedurende drie
                    maanden na het vaststellen dat een lagere toeslag van toepassing is, recht op de
                    hogere toeslag die hij voorheen ontving. Na afloop van deze drie maanden geldt
                    de toeslag zoals die moet worden toegepast op grond van deze verordening.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Omgekeerd kan het ook zo zijn dat iemand een hogere toeslag ontvangt op grond
                    van deze verordening. Belanghebbende ontvangt dan de hogere toeslag met
                    terugwerkende kracht vanaf de ingangsdatum van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 7: </tussenkop><tussenkop>Individualisering</tussenkop><al>Artikel 18 WWB bepaalt dat het college de bijstand en de daaraan verbonden
                    verplichtingen afstemt op de omstandigheden, mogelijkheid en middelen van de
                    belanghebbende. </al><al>Artikel 30, vierde lid, WWB bepaalt nadrukkelijk dat deze
                    individualiseringsbepaling ook moet gelden voor de verhoging of verlaging van de
                    bijstandsnorm op grond van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 8:</tussenkop><tussenkop>Uitvoering</tussenkop><tussenkop>Evenals de uitvoering van de wet ligt de uitvoering van de
                    toeslagenverordening bij het college. Het college heeft de uitvoering van de WWB
                    gemandateerd aan ambtenaren.</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>