<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR433353_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiele verordening gemeente Cromstrijen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP 30 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiele verordening gemeente Cromstrijen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.05738/ADV-BenW-16-00312</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Financiele verordening gemeente Cromstrijen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 1</al><al> Begripsbepaling</al><al>In deze verordening verstaan wij onder:</al><lijst><li nr="1."><al>sector: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan
                                    het college.</al></li><li nr="2."><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves.</al></li><li nr="3."><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet samen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt.</al></li><li nr="4."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van</al></li></lijst><al>informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van</al><al>(onderdelen van) de organisatie van de gemeente Cromstrijen en ten
                            behoeve van de</al><al>verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Begroting en verantwoording</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 2</al><al> Programma-indeling</al><al>1.De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode bij de vaststelling
                            van de begroting een programma-indeling en de taakvelden per programma
                            voor die raadsperiode vast.2. De raad stelt op voorstel van het college
                            per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college
                            bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel
                            25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording
                            provincies en gemeenten.</al><al>ARTIKEL 3</al><al> Inrichting begroting en jaarstukken</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting wordt onder elk van de programma’s een
                                    overzicht gegeven van de lasten en baten per taakveld. </al></li><li nr="2."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting
                                    wordt het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en het
                                    overzicht van het overhead weergegeven.</al></li><li nr="3."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting
                                    wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                    investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                    investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de
                                    raming van de realisatie van het krediet in het lopende boekjaar
                                    weergegeven.</al></li><li nr="4."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting
                                    wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21
                                    van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de
                                    schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en
                                    de investeringen. </al></li><li nr="5."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de realisatie van
                                    de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van
                                    de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 4</al><al>Kaders begroting</al><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt voor 31 mei aan de raad een kadernota aan met
                                    een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de
                                    begroting voor het volgende begrotingsjaar en de
                                    meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast.</al></li><li nr="2."><al>In de begroting wordt bij het programma Bestuur en ondersteuning
                                    onder de overige baten en lasten een post voor onvoorzien
                                    opgenomen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 5</al><al>Autorisatie begroting, investeringskredieten en
                            begrotingswijzigingen</al><al>1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                            lasten en de totale baten per programma.</al><al>Bij de begrotingsbehandeling kan de raad aangeven aan van welke nieuwe
                            investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                            autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe
                            investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen
                            van de financiële positie geautoriseerd. </al><al>Indien het college een overschrijding van de geautoriseerde lasten of
                            investeringskrediet</al><al>voorziet, meldt het college dit in de eerstvolgende raadsvergadering aan
                            de raad. Het college</al><al>voegt hierbij een voorstel voor wijziging van de geautoriseerde lasten
                            van het programma of het investeringskrediet of een voorstel voor
                            bijstelling van het beleid.</al><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                            begroting zijn opgenomen,</al><al>legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een
                            investeringsvoorstel aan de</al><al>raad voor.</al><al>ARTIKEL 6</al><al>Tussentijdse rapportage</al><al>1.Het college informeert de raad door middel van bestuurlijke
                            rapportages (tweemaal per jaar) en een financiële actualisatie (eenmaal
                            per jaar) over de realisatie van de begroting van de gemeente. </al><al>De bestuurlijke rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en
                            de bijstelling van het</al><al>beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van de baten en lasten
                            (begrotingswijziging), het geprognosticeerde rekeningsresultaat, de
                            mutaties in de investeringskredieten en het verloop van de boekwaarden
                            van de reserves en de bouwgrondexploitaties aan het begin en het einde
                            van het jaar.</al><al>In de bestuurlijke rapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                            ramingen van de baten en lasten en de balansposten &gt; € 25.000,00
                            toegelicht.</al><al>ARTIKEL 7</al><al>EMU-saldo</al><al>1.Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Financieel beleid</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 8</al><al>Waardering en afschrijving vaste activa</al><al>1.Het college biedt de raad ter vaststelling eenmaal in de vier jaar een
                            nota waardering- rente- en afschrijvingsbeleid aan. Deze nota bevat
                            beleidsregels over het waarderen van activa, afschrijvingen en
                            rente.</al><al>ARTIKEL 9</al><al>Reserves en voorzieningen</al><al>1.Het college biedt de raad ter vaststelling eenmaal in de vier jaar een
                            nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota bevat beleidsregels over
                            de reserves en voorzieningen.</al><al>ARTIKEL 10</al><al>Financieringsfunctie</al><al>1.Het college biedt de raad ter vaststelling eenmaal in de vier jaar een
                            treasurystatuut aan. Het treasurystatuut bevat beleidsregels over de
                            financieringsfunctie.</al><al>ARTIKEL 11</al><al>Risicomanagement</al><al>1.Het college biedt de raad ter vaststelling eenmaal in de vier jaar een
                            nota risicomanagement aan. Deze nota geeft de kaders met betrekking tot
                            het weerstandsvermogen en het risicomanagement aan.</al><al>ARTIKEL 12</al><al>Kostprijsberekening</al><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en
                                    heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van
                                    goederen, werken en dienstendie worden geleverd aan
                                    overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel
                                    van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening
                                    worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente
                                    van de inzet van vreemd vermogen en voorzieningen voor de
                                    financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.</al></li><li nr="2."><al>Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                    onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
                                    van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in
                                    gebruik zijn de activa. Voor de rechten en de heffingen waarmee
                                    kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de
                                    compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de
                                    gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.</al></li><li nr="3."><al>De totale apparaatskosten verdelen wij onder in kosten ten
                                    behoeve van het primaire proces (directe loonkosten) en overhead
                                    (loonkosten ondersteunend personeel, huisvesting, ICT etc.). De
                                    directe loonkosten rekenen wij op basis van de geraamde
                                    tijdsbesteding rechtstreeks toe aan de taakvelden waar de
                                    medewerkers hoofdzakelijk werkzaam voor zijn. Taakvelden waar
                                    medewerkers minder dan 5% van de tijd aan besteden laten wij
                                    buiten beschouwing (met uitzondering van bouwgronden,
                                    investeringen, riolering en de begraafplaatsen).</al></li></lijst><al>De overheadskosten rekenen wij via een opslagpercentage op de directe
                            loonkosten (extracomptabel) toe aan de tarieven. Het percentage bepalen
                            wij door de totale overhead te delen door de totale directe
                            loonkosten.</al><al>4.Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor
                            de financiering van de in gebruik zijnde activa en rentevergoeding over
                            de voorzieningen wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het
                            percentage van deze omslagrente wordt bepaald door de totale rentekosten
                            te delen door de boekwaarde van de totale activa aan het begin van het
                            boekjaar. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een
                            half procent afgerond.</al><al>ARTIKEL 13</al><al>Prijzen economische activiteiten</al><lijst><li nr="1."><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                    overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende
                                    activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen
                                    treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in
                                    rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor
                                    elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een
                                    raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt
                                    gemotiveerd. </al></li><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan
                                    overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde
                                    integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college
                                    vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                    belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. </al></li><li nr="3."><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                    overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een
                                    vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de
                                    verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een
                                    voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                    kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></li><li nr="4."><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als
                                    bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is
                                    van:</al></li><li nr="1."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken
                                    van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor
                                    zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de
                                    uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;</al></li><li nr="2."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet
                                    opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="3."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend
                                    bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften
                                    gelden;</al></li><li nr="4."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="5."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="6."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; </al></li><li nr="7."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                    staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie
                                    en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 14</al><al>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen</al><lijst><li nr="1."><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte
                                    van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het college biedt de raad periodiek een nota aan met de kaders
                                    voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen,
                                    werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de
                                    huren en de erfpachten. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>- Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 15</al><al>Administratie</al><lijst><li nr="1."><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                    ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel en in de
                                            sectoren;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                            schulden, contracten, enzovoort;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over de realisatie van de
                                            toegekende budgetten en investeringskredieten en voor
                                            het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                            betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen
                                            en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                            gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                            de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                            begroting en relevante wet- en regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                            en van de daaraan ontleende informatie, evenals voor de
                                            controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                            wet- en regelgeving.</al></li></lijst></li></lijst><al>ARTIKEL 16</al><al>Financiële organisatie</al><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie
                                            en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken
                                            aan de sectoren; </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies,
                                            bevoegdheden, verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan
                                            van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten
                                            en investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen
                                            van de lasten en baten aan de producten van de
                                            productenraming en de productenrealisatie;</al></li><li nr="e."><al>de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van
                                            goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="f."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening
                                            en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en
                                            instellingen; </al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van
                                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke
                                            regelingen en eigendommen,</al></li></lijst></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al><al>ARTIKEL 17</al><al>Interne controle</al><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                    jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                    Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                    balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van
                                    de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                    getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid
                                    van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de
                                    registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het
                                    vermogen van de gemeente met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen,
                                    de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren
                                    jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                    bedrijfsmiddelen periodiek. Bij afwijkingen in de registratie
                                    neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                    tekortkomingen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 18</al><al>Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2017, met dien
                                    verstande dat de stukken met ingang van het begrotingsjaar 2017
                                    voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in de plaats van de ‘Financiële
                                    verordening 2015’, vastgesteld door de raad op 16 december 2014,
                                    met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    jaarstukken 2016.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 19</al><al>Citeertitel</al><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente
                            Cromstrijen 2017.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van gemeente Cromstrijen in
                        zijn openbare vergadering gehouden op 20 december
                        2016,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>