<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432998_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening hondenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 186059</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening hondenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 226 en 255 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INT/16/751016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening hondenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al><al> gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2016, nr.
                        INT/16/751016;</al><al>gelet op de artikelen 226 en 255 van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting
                    </vet><vet>2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het houden van een hond binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is de houder van een hond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als houder wordt aangemerkt degene, die, onder welke titel dan ook, een
                            hond in bezit, ter verzorging of onder toezicht heeft, tenzij blijkt dat
                            een ander de houder is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt
                            als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid,
                            onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeente-ambtenaar aan te
                            wijzen lid van dat huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Vrijstellingen</titel></kop><al>1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden
                        ruimte of ruimtes bestemd of</al><al> gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn
                        aangetroffen, dan wel waarvan door de </al><al> eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is
                        aangemeld overeenkomstig</al><al> artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.</al><lijst><li nr="2."><al>De belasting wordt niet geheven voor honden:</al><lijst><li nr="a."><al>die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
                                        hoofdzaak als zodanig door een blind</al><al> persoon worden gehouden, ofwel waarvan de houder blijkens
                                        een te overleggen bewijs is belast met de</al><al> opvoeding tot geleidehond;</al></li><li nr="b."><al>die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
                                        hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt</al><al> persoon worden gehouden, ofwel waarvan de houder blijkens
                                        een te overleggen bewijs is belast met de </al><al> opvoeding tot gehandicaptenhond;</al></li><li nr="c."><al>die verblijven in een hondenasiel;</al></li><li nr="d."><al>die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
                                        gehouden in een inrichting als bedoeld in</al><al> artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van
                                        dieren;</al></li><li nr="e."><al>die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met
                                        de moederhond worden gehouden;</al></li><li nr="f."><al>die door ambtenaren van politie worden gehouden ter
                                        verrichting van opsporingsdiensten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per belastingjaar voor de:</al><lijst><li nr="a."><al>eerste hond € 64,20;</al></li><li nr="b."><al>tweede en volgende hond van dezelfde houder, per hond €
                                    96,00;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting
                            voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel €
                            256,20 per jaar. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder
                            kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid,
                            van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken
                            van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Gecontinueerde belastingplicht</titel></kop><al>Ten aanzien van de belastingplichtige aan wie over het vorige belastingjaar
                        een aanslag werd opgelegd, wordt de belasting geheven naar hetzelfde aantal
                        honden als waarnaar bedoelde aanslag werd opgelegd, tenzij aangetoond wordt
                        dat bedoeld aantal honden waarvoor de belastingplichtig geldt, wijziging
                        heeft ondergaan of blijkt dat de belastingplicht vóór de aanvang van het
                        belastingjaar is beëindigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het
                            aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
                            belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het
                            toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                            aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het
                            aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan
                            wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal
                            honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,- worden niet opgelegd. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op
                            één aanslagbiljet verenigde</al><al> aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag
                            daarvan minder is dan € 50,- </al><al> de verschuldigde belasting door middel van automatisch incasso in twee
                            termijnen van de betaalrekening van de belastingschuldige kan worden
                            afgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval het
                            totaalbedrag van de op één</al><al> aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                            aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- doch minder dan €
                            10.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                            afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                    juli van het belastingjaar waarop ze</al><al> betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                    termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                                    aanslagbiljet tot en met september nog maanden in het
                                    belastingjaar overblijven;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 1 juli van het
                                    belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald
                                    in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een machtiging wordt afgegeven na dagtekening van de aanslag
                            wordt het aantal termijnen gelijkgesteld aan het resterend aantal
                            termijnen wat van toepassing zou zijn indien de machtiging vóór het
                            opmaken van het aanslagbiljet zou zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het van toepassing zijn van de voorgaande leden vervallen de
                            incassotermijnen op of rond de laatste werkdag van de maand, waarbij de
                            eerste termijn ten minste veertien dagen na de dagtekening van de
                            aanslag valt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het termijnbedrag wordt berekend naar evenredigheid van het aantal nog
                            te vervallen incassotermijnen van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de invordering van hondenbelasting, zoals bedoeld in artikel 5,
                            eerste lid onder a. (eerste hond), wordt in afwijking van de
                            Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990: a. het percentage voor de
                            kosten van bestaan gesteld op 100%; b. de kwijtscheldingsnorm voor
                            personen van 65 jaar of ouder gesteld op 100 % van de toepasselijke
                            netto AOW-bedragen; c. bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen
                            rekening gehouden met de netto-kosten van kinderopvang; d. aan personen
                            die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers)
                            kwijtschelding verleend voor privé-belastingschulden, onder de
                            voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de invordering van de hondenbelasting, zoals bedoeld in artikel 5,
                            eerste lid onder b. en tweede lid, wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening hondenbelasting 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit van 21
                        december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid
                        genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening hondenbelasting
                        2017”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar, gehouden op 21 december 2016. </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>