<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432896_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 185138</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 288 en 255 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INT/16/751016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening precariobelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2016,
                        nr. INT/16/751016; </al><al>gelet op de artikelen 228 en 255 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de: </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                        2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening en de tarieventabel wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="c."><al>week: een kalenderweek;</al></li><li nr="d."><al>dag: een etmaal;</al></li><li nr="e."><al>horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27,
                                    eerste lid, sub a, van de Algemene plaatselijke verordening 2010
                                    gemeente Zevenaar;</al></li><li nr="f."><al>terras: een terras als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, sub
                                    b, van de Algemene plaatselijke verordening 2010 gemeente
                                    Zevenaar;</al></li><li nr="g."><al>standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van de
                                    Algemene plaatselijke verordening 2010 gemeente Zevenaar;</al></li><li nr="h."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                            dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en
                            de daarbij behorende tarieventabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Belastingplicht</titel></kop><al>1.De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer
                            voorwerpen heeft onder, op of boven</al><al>1. voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene
                            ten behoeve van wie die </al><al> voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegronden worden</al><al> aangetroffen.</al><al>2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
                            een vergunning heeft verleend voor het</al><al>2. hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde</al><al> gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als</al><al> degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven</al><al> voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven: a. voor het hebben van
                            voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden
                            gedoogd;</al><lijst><li nr="b."><al>voor voorwerpen, waarvan de gemeente Zevenaar genothebbende
                                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering
                                    van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>voor voorwerpen, waarvoor ter zake reeds een privaatrechtelijke
                                    vergoeding is overeengekomen;</al></li><li nr="d."><al>voor braderieën, mits een duidelijke relatie met lokale belangen
                                    gelegd wordt;</al></li><li nr="e."><al>voor niet-commerciële particuliere initiatieven, waaronder
                                    bijvoorbeeld te verstaan: wijk-, buurt- en straatfeesten,
                                    kindermarkten e.d.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven
                                opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van
                                een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Wijze van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven door middel van een gedagtekende,
                            schriftelijke kennisgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten als er voor dat tijdvak, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting
                                als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog
                                volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde</al><al> aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het
                                bedrag daarvan minder is dan € 50,- </al><al> de verschuldigde belasting door middel van automatisch incasso in
                                twee termijnen van de betaalrekening van de belastingschuldige kan
                                worden afgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval
                                het totaalbedrag van de op één</al><al> aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                                één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- doch minder
                                dan € 10.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige
                                kunnen worden afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                        juli van het belastingjaar waarop ze</al><al> betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                        termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                                        aanslagbiljet tot en met september nog maanden in het
                                        belastingjaar overblijven;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 1 juli van het
                                        belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden
                                        betaald in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een machtiging wordt afgegeven na dagtekening van de aanslag
                                wordt het aantal termijnen gelijkgesteld aan het resterend aantal
                                termijnen wat van toepassing zou zijn indien de machtiging vóór het
                                opmaken van het aanslagbiljet zou zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het van toepassing zijn van de voorgaande leden vervallen de
                                incassotermijnen op of rond de laatste werkdag van de maand, waarbij
                                de eerste termijn ten minste veertien dagen na de dagtekening van de
                                aanslag valt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het termijnbedrag wordt berekend naar evenredigheid van het aantal
                                nog te vervallen incassotermijnen van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening precariobelasting 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 21 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor deze
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            precariobelasting 2017”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar, gehouden op 21 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2017
                            </vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Terras </vet></al><lijst><li nr="1."><al>1 Voor een terras behorende bij een horecabedrijf met een
                                    vergunning tot het open mogen houden van het terras tot een
                                    tijdstip gelegen na 22:00 uur, gelegen in het horeca-
                                    concentratiegebied, wordt een tarief per m², per jaar in
                                    rekening gebracht van € 29,40</al></li><li nr="1."><al>2 Voor een terras, niet bedoeld in artikel 1.1 van deze
                                    tarieventabel, wordt een tarief per m2, per jaar in rekening
                                    gebracht van € 19,80</al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 2 Braderie</vet></al><al>Voor het houden van een braderie, blijkens een hiervoor
                                    afgegeven vergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening, wordt per m<sup>2</sup> een tarief berekend van €
                                    0,40. Het aantal m<sup>2</sup> wordt, tenzij anders blijkt,
                                    vastgesteld op de ingevolge de vergunning beschikbaar gestelde
                                    oppervlakte.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Standplaatsen</vet></al><lijst><li nr="3."><al>1 Voor het hebben van een standplaats wordt gerekend
                                            voor een periode van:</al></li><li nr="3."><al>1a per dag of een gedeelte daarvan € 8,20</al></li><li nr="3."><al>1b met dien verstande dat het tarief niet minder
                                            bedraagt dan € 16,35</al></li><li nr="3."><al>2 Het tarief als bedoeld in artikel 3.1 wordt, indien de
                                            standplaats zich in het kernwinkelgebied van Zevenaar
                                            bevindt, verhoogd met 25%</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Roerende zaken op
                                        parkeerapparatuurplaatsen</vet></al><al>Voor het plaatsen van roerende zaken, niet zijnde
                                    motorvoertuigen, op een parkeerapparatuurplaats wordt een tarief
                                    berekend van € 3,15 per parkeerapparatuurplaats per dag. </al><al/><al>Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Zevenaar van
                                    21 december 2016,</al><al>Mij bekend,</al><al>De griffier, </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>