<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43281_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Diemen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, d.d. 24-12-2008, pagina 7.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Diemen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, artikelen 140 en 141;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, artikelen XIII, XV en XVII;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 5;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 4.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-69</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>toekenning voorzieningen ten aanzien van het onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de “Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Diemen 1998” en de “Verordening bewegingsonderwijs Diemen 2001”.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Diemen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Deze regeling vervangt de “Verordening materiële financiële gelijkstelling
                        onderwijs gemeente Diemen 1998” en de “Verordening bewegingsonderwijs Diemen
                        2001”.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Wet op het primair onderwijs, artikelen 140 en 141;</al></li><li nr="2."><al>Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, artikelen
                                XIII, XV en XVII;</al></li><li nr="3."><al>Gemeentewet, artikel 5;</al></li><li nr="4."><al>Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 4.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>01-01-2009</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al/><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>18-12-2008</al><al>Diemer Nieuws</al><al>d.d. 24-12-2008,</al><al>pagina 7.</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>nr. 08-69</al><al/><al/><al><vet>Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente
                            Diemen 2009</vet></al><al/><al>Nr.: 08-69</al><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 4
                        november 2008;</al><al>gelet op artikelen 140 en 141 van de Wet op het primair onderwijs;</al><al>gelet op de artikelen XIII, XV en XVII van de Wet dualisering gemeentelijke
                        medebewindsbevoegdheden;</al><al>gelet op artikel 5 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>gezien het gevoerde overleg met vertegenwoordigers van de bevoegde
                        gezagsorganen van de scholen in de gemeente d.d. 2 september 2008;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in het
                        kader van aanvullend gemeentelijk beleid ten aanzien van het onderwijs bij
                        verordening te regelen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Diemen 2009.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Het college : het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Diemen;</al></li><li nr="b."><al>schoolbestuur : bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of
                                    bijzondere school;</al></li><li nr="c."><al>school : school voor basisonderwijs;</al><lijst><li nr="-"><al>school voor basisonderwijs: een basisschool of een
                                            speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>voorziening : een voorziening zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>aanvullende voorziening : een door het college vastgestelde
                                    nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt
                                    aangevuld;</al></li><li nr="f."><al>indieningdatum : uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening, waardoor een aanvraag voor
                                    een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn
                                    ingediend;</al></li><li nr="g."><al>toekenningscriteria : de omstandigheden zoals opgenomen in de
                                    bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een
                                    schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een
                                    aanvullende voorziening;</al></li><li nr="h."><al>tijdvak : periode zoals opgenomen in bijlage Voorzieningen van
                                    deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;</al></li><li nr="i."><al>subsidieplafond : een bedrag bedoeld zoals bedoeld in artikel
                                    4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een
                                    aanvullende voorziening;</al></li><li nr="j."><al>feitelijke beschikbaarstelling : de beschikking van het college
                                    waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura
                                    beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="k."><al>subsidievaststelling : een beschikking zoals bedoeld in artikel
                                    4:42 van de wet;</al></li><li nr="l."><al>wet : Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en verdelingsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen.
                                Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt
                                verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid
                                overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de
                                gemeentebegroting in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de bijlage behorende bij de voorziening aanpassen en
                                zal daarover de raad informeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van
                                het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum
                                aan de schoolbesturen bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanvullende voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld
                                met een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak
                                bestaat op een aanvullende voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Jaarlijks overzicht</titel></kop><al>Jaarlijks voor 30 november zendt het college aan de schoolbesturen een
                            overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen.
                            Het overzicht omvat de periode van 1 januari tot en met 31 december van
                            het volgende kalenderjaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>PROCEDURES</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1.</nr><titel>Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toevoegen, wijzigen en intrekken</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken
                                voor de indieningdatum bekendgemaakt door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste
                                    daaropvolgende tijdvak wenst, dient voor de indieningdatum een
                                    aanvraag in bij het college. De indieningdatum is niet van
                                    toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een
                                    indieningdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet
                                    voor de indieningdatum is ingediend, besluit het college om de
                                    aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van het schoolbestuur;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de gewenste voorziening;</al></li><li nr="d."><al>de naam van de school indien de voorziening is bestemd
                                            voor een school;</al></li><li nr="e."><al>een motivering dat wordt voldaan aan de
                                            toetsingscriteria.</al><al> Bij het ontbreken van één of meer gegevens deelt het
                                            college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur.
                                            Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om
                                            binnen drie weken na de datum van verzending van de
                                            mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen.
                                            Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet
                                            binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de
                                            aanvraag niet te behandelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na de indieningdatum op
                                    een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen
                                    indieningdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen
                                    twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken
                                    verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het
                                    einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college
                                    mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij de
                                    reden voor de verlenging aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt de beschikking op de aanvraag binnen twee
                                    weken na het nemen daarvan schriftelijk aan het schoolbestuur
                                    bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;</al></li><li nr="c."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2.</nr><titel>Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient
                                    een aanvraag in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens.
                                Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college
                                het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals
                                        bedoeld in artikel 3 is;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3.</nr><titel>Toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking
                                of wijziging; verbod vervreemding.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud beschikking tot toekenning; betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking van het college tot toekenning van een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>een subsidievaststelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is
                                            toegekend;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                            uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>voor zover van belang de wijze waarop rekening en
                                            verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan
                                            het college;</al></li><li nr="c."><al>de bepaling dat de wet van toepassing is en voor zover
                                            van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen
                                            hierop van kracht zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van het subsidiebedrag vindt in vier termijnen
                                    plaats binnen het tijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking tot feitelijke
                                    beschikbaarstelling of subsidievaststelling</titel></kop><al>Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of
                                verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel
                                terugvordering van gegeven subsidie is titel 4.2. van de wet van
                                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verbod tot vervreemding</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van de op basis van deze
                                verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van het college tenzij er sprake is van overdracht van
                                de voorziening aan een ander schoolbestuur als gevolg van
                                samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander
                                schoolbestuur.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens
                            die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin deze verordening
                                niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs
                                gemeente Diemen 1998 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening bewegingsonderwijs Diemen 2001 wordt
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening materiële en
                            financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Diemen 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Diemen in zijn openbare
                        vergadering van 18 december 2008. </ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Bijlagen: voorzieningen in het kader van de Verordening materiële en
                    financiële gelijkstelling gemeente Diemen 2009</tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 1. Verkeersonderwijs</tussenkop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Het praktisch verkeersexamen voor leerlingen uit groep 8 wordt jaarlijks
                    afgenomen door de Dienst IVV van de gemeente Amsterdam. Het examen wordt
                    afgenomen in het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer. De examens vinden plaats op
                    daartoe door de gemeente Amsterdam beschikbaar gestelde fietsen.</al><tussenkop>Indieningdatum</tussenkop><al>Het schoolbestuur laat voor 15 januari van het desbetreffende jaar weten hoeveel
                    kinderen uit groep 8 deelnemen aan het examen. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt</tussenkop><al>Het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend is een kalenderjaar.</al><tussenkop>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt
                    voor de voorziening</tussenkop><al>De gemeente vergoedt de kosten van het praktisch verkeersexamen voor de
                    leerlingen van groep 8 van het basisonderwijs. </al><tussenkop>Berekening toekenning </tussenkop><al>De kosten zijn € 30,00 per leerling. Gemeenten kunnen voor 50% van de kosten
                    verkeerseducatie subsidie aanvragen bij de stadsregio Amsterdam. Dit komt erop
                    neer dat de gemeente en de stadsregio Amsterdam ieder € 15 voor haar rekening
                    neemt. De scholen dragen zelf zorg voor het vervoer van en naar het parcours en
                    het theoretisch verkeersexamen. De schoolbesturen krijgen hiervoor geen
                    rechtstreekse subsidie, aangezien de kosten door de gemeente worden verrekend
                    met de Dienst IVV. </al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 2. Remedial teaching</tussenkop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Sinds 1977 zijn er binnen het basisonderwijs in de gemeente Diemen leerkrachten
                    werkzaam om leerlingen die moeite hebben met de leerstof extra ondersteuning te
                    bieden om zo te voorkomen dat deze leerlingen moeten worden doorverwezen naar
                    het speciaal basisonderwijs. Deze leerkrachten hebben naast hun
                    onderwijsbevoegdheid aanvullende opleidingen en cursussen gevolgd voor de taak
                    als remedial teacher. De activiteiten van een remedial teacher beslaan onder
                    meer het geven van individuele begeleiding aan leerlingen die dat nodig hebben,
                    het uitvoeren van diagnostisch onderzoek en het opstellen van handelingsplannen. </al><tussenkop>Indieningdatum</tussenkop><al>De schoolbesturen hoeven voor deze voorziening geen aanvraag in te dienen. De
                    subsidie wordt verleend op basis van de 1 oktobertelling van het jaar
                    voorafgaand aan het tijdvak. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt</tussenkop><al>Het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend is een kalenderjaar.</al><tussenkop>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt
                    voor de voorziening</tussenkop><al>De gemeente vergoedt de kosten van remedial teaching voor de scholen voor het
                    basisonderwijs. De subsidiebijdrage remedial teaching aan de scholen zal in 2009
                    voor het laatst worden verstrekt. In het vooroverleg met de schoolbesturen is
                    door Stichting Openbaar Onderwijs Primair en Stichting Spirit in overweging
                    gegeven de bezuinigingen voor hen sneller te doen ingaan om hiermee financiële
                    ruimte te creëren voor en geleidelijkere afbouw van de formatie voor de
                    éénpitters, St. Petrusschool en De Nieuwe Kring. </al><tussenkop>Berekening toekenning </tussenkop><al>Voor de financiering van de remedial teaching is in 2008 is uitgegaan van een
                    gemiddelde kostprijs per uur van € 24,27 per uur. Deze uurprijs wordt in 2009
                    aangepast in overstemming met de ontwikkeling van de personeelslasten in de
                    gemeentelijke begroting. </al><al>Voor de subsidiering voor 2009 wordt op het voorstel van St. OOP en Stichting
                    Spirit ingegaan en zal het beschikbare geld, zijnde € 39.000,00, worden verdeeld
                    over de éénpitters op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2008. </al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 3. Schoolsportdagen</tussenkop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>In het kader van het bewegingsonderwijs worden vijfmaal per jaar sportdagen en
                    schoolsporttoernooien georganiseerd. De schoolsportdagen worden georganiseerd
                    door Stichting Openbaar Onderwijs Primair en opgenomen in het jaarlijkse
                    sportkalender.</al><tussenkop>Indieningdatum</tussenkop><al>De schoolbesturen hoeven voor deze voorziening geen aanvraag in te dienen. De
                    subsidie wordt verleend op basis van de 1 oktobertelling van het jaar
                    voorafgaand aan het tijdvak. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt</tussenkop><al>Het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend is een kalenderjaar.</al><tussenkop>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt
                    voor de voorziening</tussenkop><al>De voorziening schoolsportdagen is beschikbaar voor de basisscholen. De
                    schoolbesturen ontvangen een bedrag per leerling voor consumpties van de
                    leerlingen. </al><tussenkop>Berekening toekenning </tussenkop><al>De schoolbesturen ontvangen op basis van de 1 oktobertelling voor het volgende
                    jaar een subsidiebedrag. Het bedrag per leerling is € 0,50. </al><al>Aan Stichting Openbaar Onderwijs Primair wordt jaarlijks een subsidie toegekend
                    van € 5.000 voor de algemene kosten van de schoolsportdagen, zoals bekers en
                    vaantjes. </al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 4. Bewegingsonderwijs</tussenkop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Voor zowel het openbaar als het bijzonder basisonderwijs wordt een deel van de
                    basisformatie die de scholen vanuit de rijksoverheid ontvangen ingezet voor
                    bewegingsonderwijs. De invulling van het bewegingsonderwijs is onderdeel van het
                    lokaal onderwijsbeleid, waarbij in het verleden nadrukkelijk de keuze is gemaakt
                    hier gemeentelijke middelen voor beschikbaar te stellen. Dit stelt de scholen in
                    staat de kinderen van groep 3 tot en met 8 circa twee keer drie kwartier
                    gymnastiekonderwijs door een vakleraar te laten geven. De vakleerkrachten zijn
                    in dienst bij de schoolbesturen. </al><tussenkop>Indieningdatum</tussenkop><al>De schoolbesturen hoeven voor deze voorziening geen aanvraag in te dienen. De
                    subsidie wordt verleend op basis van de 1 oktobertelling van het jaar
                    voorafgaand aan het tijdvak. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt</tussenkop><al>Het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend is een kalenderjaar.</al><tussenkop>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt
                    voor de voorziening</tussenkop><al>De voorziening bewegingsonderwijs is beschikbaar voor de basisscholen.</al><tussenkop>Berekening toekenning </tussenkop><al>De gemeentelijke bijdrage wordt vanaf 1 januari 2009 bepaald op basis van de 1
                    oktobertelling en een gemiddelde prijs per leerling. Het bedrag per leerling is
                    voor 2008 €40,46. Jaarlijks zal het bedrag per leerling worden geindexeerd,
                    zijnde in overstemming met de ontwikkeling van de personeelslasten in de
                    gemeentelijke begroting. </al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 5. Schoolzwemmen</tussenkop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>In het kader van bewegingsonderwijs krijgen alle kinderen in groep 5 een half
                    uur per week schoolzwemmen met als doel dat de betrokken leerlingen die nog geen
                    diploma hebben binnen één schooljaar één of meerdere zwemdiploma´s behalen.
                    Kinderen die hun diploma niet halen, kunnen dat alsnog in groep 6, 7 &amp; 8
                    doen. Deze kinderen gaan eens per maand 30 minuten zwemmen in het kader van het
                    bewegingsonderwijs (natte gymnastiek). </al><tussenkop>Indieningdatum</tussenkop><al>De schoolbesturen hoeven voor deze voorziening geen aanvraag in te dienen. De
                    subsidie wordt verleend op basis van de 1 oktobertelling van het jaar
                    voorafgaand aan het tijdvak. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt</tussenkop><al>Het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend is een kalenderjaar.</al><tussenkop>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt
                    voor de voorziening</tussenkop><al>De voorziening schoolzwemmen is beschikbaar voor de basisscholen.</al><tussenkop>Berekening toekenning </tussenkop><al>De subsidiering van schoolzwemmen is onderdeel van de subsidie
                    bewegingsonderwijs en derhalve zal er geen apart bedrag beschikbaar worden
                    gesteld. Bij wijze van voorziening wordt het gemeentelijk zwembad kosteloos ter
                    beschikking gesteld.</al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 6. Schoolbegeleiding</tussenkop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>De inzet van schoolbegeleidingsmiddelen past binnen de gemeentelijke
                    doelstelling van het preventief jeugdbeleid: individuele ontwikkelingskansen
                    voor kinderen in de gemeente Diemen vergroten, waardoor maatschappelijk
                    ongewenste effecten worden verminderd, dan wel voorkomen.</al><al>Om de individuele ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten zal er ingezet
                    moeten worden op individuele leerlingenzorg (o.m. kind-onderzoeken), alsmede op
                    het netwerk van professionals (zorgbreedteoverleggen) eromheen dat zorg moet
                    kunnen bieden aan de kinderen. </al><tussenkop>Indieningdatum</tussenkop><al>De schoolbesturen hoeven voor deze voorziening geen aanvraag in te dienen. De
                    subsidie wordt verleend op basis van de 1 oktobertelling van het jaar
                    voorafgaand aan het tijdvak. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt</tussenkop><al>Het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend is een kalenderjaar.</al><al><onderstreept>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in
                        aanmerking komt voor de voorziening in overleg met de schoolbesturen is de
                        toekomst van de schoolbegeleidingsmiddelen als volgt
                        vastgesteld</onderstreept>:</al><al>In overleg met de schoolbesturen is de toekomst van de
                    schoolbegeleidingsmiddelen als volgt vastgesteld:</al><al>• Het gemeentelijk deel van schoolbegeleidingsmiddelen voor individuele
                    leerlingenzorg (zijnde de 60% van het budget 2008 , afgerond € 60.000,-) blijft
                    door de gemeente beschikbaar gesteld voor dit doel, onder voorwaarde dat
                    schoolbesturen ook tenminste een zelfde bedrag besteden aan individuele
                    leerlingenzorg. De verdeling van de middelen over de schoolbesturen vindt plaats
                    op basis van leerlingaantal;</al><al>• De gemeentelijke schoolbegeleidingsmiddelen voor de individuele leerlingenzorg
                    worden vanaf 2009 beschikbaar gesteld aan de schoolbesturen op basis van het
                    aantal leerlingen op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar waar de
                    subsidie betrekking op heeft. Over de besteding van deze middelen, alsmede de
                    inzet van de cofinanciering, dient verantwoording te worden afgelegd aan de
                    gemeente; </al><al>• Voor de periode januari - juli 2009, zijnde de tweede helft van het komende
                    schooljaar 2008-2009, dienen zowel de gemeentelijke middelen als eenzelfde
                    bedrag van de schoolbesturen besteed te worden bij het ABC voor de individuele
                    leerlingenzorg (continuering van huidige afspraken uit het convenant). Hierbij
                    wordt een kleine ruimte geboden aan enkele partijen om, na overleg met de
                    gemeente, voor een klein deel van hun eigen schoolbegeleidingsmiddelen voor
                    individuele leerlingenzorg, elders diensten in te kopen. ´t ABC zal samen met de
                    schoolbesturen zorgdragen voor een goede wijze van verantwoording, die na juli
                    2009 door de schoolbesturen gehanteerd kan worden voor de verantwoording naar de
                    gemeente;</al><al>• Vanaf augustus 2009 zijn schoolbesturen vrij om de individuele leerlingenzorg
                    in te kopen waar zij willen, waarbij de voorwaarde geldt dat er wel sprake moet
                    zijn van inkoop van gecertificeerde diensten, in verband met de kwaliteit;</al><al>• Deze afspraken gelden tot met kalenderjaar 2010. Dit tijdspad loopt parallel
                    aan het tijdspad van de notitie preventief jeugdbeleid.</al><al>Tevens worden de overige 40% van de gemeentelijke schoolbegeleidingsmiddelen
                    (afgerond € 40.000) worden besteed aan het versterken van de keten van
                    signaleren - toeleiding - actie, zoals is besloten bij de vaststelling van de
                    notitie “preventief jeugdbeleid”. Hiervoor worden onder meer de
                    zorgbreedteoverleggen op de 7 basisscholen ingericht. Daarnaast wordt onder meer
                    de cofinanciering voor schoolmaatschappelijk werk uit dit budget bekostigd;</al><tussenkop>Berekening toekenning </tussenkop><al>Zie bij toekenningscriteria.</al><tussenkop>Toelichting Verordening materiële en financiële gelijkstelling gemeente
                    Diemen 2009</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling</tussenkop><tussenkop>d. Voorziening</tussenkop><al>De voorzieningen die op grond van deze verordening kunnen worden aangevraagd,
                    zijn opgenomen in de bijlage bij deze verordening. Uit de beschrijving van een
                    voorziening in de bijlage kan een schoolbestuur dus opmaken of het in beginsel
                    in aanmerking komt voor een bepaalde voorziening en zo ja, op welke wijze de
                    bekostiging vervolgens plaatsvindt.</al><tussenkop>e. Aanvullende voorziening</tussenkop><al>De wet biedt de mogelijkheid dat de raad besluit dat het college de verordening
                    tijdelijk kunnen aanvullen met nieuwe voorzieningen (zie b.v. artikel 140,
                    vierde lid van de WPO). Binnen de verordening wordt het college deze
                    mogelijkheid geboden.</al><tussenkop>f. Indieningdatum</tussenkop><al>De indieningdatum die voor een voorziening geldt, is opgenomen bij de
                    omschrijving van de voorziening in de bijlage. De indieningdatum is afhankelijk
                    van het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend. Voor het tijdvak moet
                    de aanvraagprocedure zijn afgerond. </al><tussenkop>g. Toekenningscriteria</tussenkop><al>In de bijlage bij deze verordening worden als onderdeel van een voorziening de
                    omstandigheden geformuleerd op basis waarvan bevoegde gezagsorganen in
                    aanmerking kunnen komen voor toekenning van een voorziening. </al><tussenkop>i. Subsidieplafond</tussenkop><al>Een toekenning van een voorziening in de vorm van financiële middelen, is een
                    subsidie. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht bestaat de mogelijkheid om
                    voor subsidies een subsidieplafond in te stellen. Dit instrument wordt in de
                    verordening opgenomen om de beheersbaarheid van de uitgaven te bevorderen.</al><tussenkop>k. Subsidievaststelling</tussenkop><al>Bij het beschikbaar stellen van financiële middelen gaat het altijd om een
                    subsidie waarop, hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing
                    is. Met de subsidievaststelling ontstaat een definitieve aanspraak op de
                    subsidie. De subsidie kan direct na een aanvraag van een schoolbestuur worden
                    vastgesteld. </al><tussenkop>Artikel 2. Subsidieplafond en verdelingsregels</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Met het oog op de beheersbaarheid van de uitgaven kan de gemeenteraad bepalen
                    dat een subsidieplafond wordt vastgesteld voor bepaalde voorzieningen. Indien de
                    raad bepaalt dat voor een voorziening een subsidieplafond geldt, dienen ook
                    verdelingsregels te worden opgesteld. In de toelichting op de bijlage wordt
                    ingegaan op de mogelijke verdelingsregels.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Om niet jaarlijks de verordening te moeten wijzigen omdat alleen de hoogte van
                    het subsidieplafond verandert, kan de raad ervoor kiezen om het college de
                    hoogte het subsidieplafond te laten vaststellen. De raad kan ook de wijze van
                    verdelen opdragen aan het college. Indien de raad het vaststellen van het
                    subsidieplafond en de verdeling voor een specifieke voorziening opdraagt aan het
                    college, dient de bijlage bij de betreffende voorziening dit te bepalen.</al><tussenkop>Artikel 3. Aanvullende voorzieningen</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>In dit artikel wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid die de wet biedt aan
                    het college om deze verordening tijdelijk aan te vullen met een of meerdere
                    voorzieningen (art. 140, vierde lid WPO).</al><al>De wet zelf bepaalt vervolgens dat de gemeenteraad binnen 12 weken na het
                    besluit van het college om de verordening tijdelijk aan te vullen, beslist over
                    de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken beslist,
                    wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een
                    afwijzing door de gemeenteraad van een dergelijke aanvulling, heeft geen
                    gevolgen voor aanvragen waarop reeds is beslist of die reeds zijn ingediend en
                    die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft. Op het moment
                    dat bekrachtiging door de raad heeft plaatsgevonden of de termijn van 12 weken
                    is verstreken, wordt de aanvullende voorziening opgenomen in de bijlage bij de
                    verordening. Naast vorenstaande procedure bepaalt de wet dat de aanvulling
                    binnen een week na het besluit van het college om de verordening tijdelijk aan
                    te vullen, aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand
                    gehouden scholen moet worden gezonden.</al><al>Een aanvulling zoals bedoeld in artikel 3 is doorgaans bedoeld om in geval van
                    calamiteiten snel een voorziening open te kunnen stellen. Vanwege de
                    spoedeisendheid is er ten aanzien van deze voorziening geen indieningtermijn
                    opgenomen. Nadat de gemeenteraad de voorziening heeft bekrachtigd of nadat de
                    termijn van 12 weken is verstreken en de voorziening van rechtswege is
                    bekrachtigd, kan de voorziening alleen nog worden aangevraagd via de reguliere
                    aanvraagprocedure ex artikel 6. Immers, de aanvullende voorziening is na
                    bekrachtiging door de raad (of nadat de termijn van 12 weken is verstreken) een
                    reguliere voorziening geworden.</al><al>Het college kan, vanwege een spoedeisend belang, ook op verzoek van één of meer
                    van de bevoegde gezagsorganen besluiten om de verordening aan te vullen met een
                    voorziening. Een verplichting is dit echter niet. Het gaat om aanvullend
                    gemeentelijk beleid. Een schoolbestuur kan dus niet afdwingen dat het college de
                    verordening tijdelijk aanvult met een voorziening.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Het tweede lid stelt dat het college dient aan te geven onder welke
                    omstandigheden schoolbesturen in aanmerking kunnen komen voor de voorziening.
                    Het stramien van de bijlage wordt hierbij gevolgd. Op deze wijze kan, indien de
                    raad de voorziening bekrachtigt, op relatief eenvoudige wijze de voorziening
                    worden ingepast in de verordening.</al><tussenkop>Artikel 4. Jaarlijks overzicht</tussenkop><al>De wet stelt dat het college verplicht is om jaarlijks een overzicht bekend te
                    maken van de op grond van de verordening toegekende voorzieningen. Dit moet
                    gebeuren in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                    huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. In de verordening is
                    ervoor gekozen om de bevoegde gezagsorganen die vallen onder de reikwijdte van
                    deze verordening, rechtstreeks te informeren over de op grond van de verordening
                    toegekende voorzieningen. Hiermee wordt een praktische invulling gegeven aan de
                    mogelijkheid om via ‘een andere geschikte wijze' het overzicht te publiceren. In
                    de praktijk kan dit erop neer komen dat in het kader van het reguliere overleg
                    tussen de gemeente en de schoolbesturen een dergelijk overzicht wordt
                    toegezonden. Dit overzicht bevat: de ‘reguliere' voorzieningen die zijn
                    toegekend voor het eerste daaropvolgende tijdvak en eventuele aanvullende
                    voorzieningen waarover in het afgelopen jaar is beslist.</al><tussenkop>Artikel 5. Toevoegen, wijzigen en intrekken</tussenkop><al>Op het moment dat de raad voor de eerste keer de verordening vaststelt, wordt
                    tegelijkertijd in de bijlage bij de verordening een aantal voorzieningen
                    opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 6. Indiening aanvraag</tussenkop><tussenkop>Eerste lid </tussenkop><al>Een schoolbestuur dat een voorziening wenst, kan deze voorziening aanvragen bij
                    het college. Dit moet geschieden voor de indieningdatum zoals die is
                    geformuleerd in de bijlage bij de gewenste voorziening. De indieningdatum is een
                    fatale datum. Hiervoor is gekozen om te voorkomen dat bij hantering van een
                    subsidieplafond de verdeling van het budget over alle bevoegde gezagsorganen,
                    niet plaats kan vinden omdat een van de aanvragen nog moet worden
                    ingediend.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Bij de aanvraag dient een aantal gegevens dat noodzakelijk is voor de
                    beoordeling van de aanvraag te worden bijgevoegd. De bepaling is opgebouwd uit
                    een opsomming van enkele gegevens die bij elke aanvraag moet worden vermeld. Uit
                    de omschrijving van de voorziening in de bijlage kan namelijk worden opgemaakt
                    welke toekenningscriteria gelden en daarmee welke additionele gegevens
                    noodzakelijk zijn om te beoordelen of een schoolbestuur in de omstandigheid
                    verkeert dat het aanspraak kan maken op een voorziening.</al><tussenkop>Derde lid</tussenkop><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) schrijft voor dat het bestuursorgaan,
                    voordat kan worden overgegaan om de aanvraag buiten behandeling te laten, het
                    schoolbestuur de mogelijkheid moet bieden om de aanvraag binnen een redelijke
                    termijn te completeren. In dit lid is een termijn van drie weken opgenomen.
                    Indien het schoolbestuur geen gebruik maakt van deze termijn, of nog onvoldoende
                    informatie geeft, voorziet de verordening er in dat het college de
                    desbetreffende aanvraag buiten behandeling laat. De Algemene wet bestuursrecht
                    bepaalt bovendien dat een besluit van het college om de aanvraag niet te
                    behandelen aan de aanvrager moet worden bekend gemaakt. De bekendmaking vindt
                    plaats binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor
                    gestelde termijn ongebruikt is verstreken (vgl. art. 4:5, lid 4 Awb).</al><tussenkop>Artikel 7 Beslissingstermijn</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Nadat aanvragen voor een of meerdere voorzieningen voor de indieningdatum zijn
                    ingediend, beschikt het college binnen 12 weken op de aanvraag. Het college
                    heeft dus in beginsel drie maanden om op aanvragen te beschikken. De termijn is
                    zo gekozen dat binnen deze termijn de verzoeken die onvolledig zijn nog kunnen
                    worden gecompleteerd (ingevolge artikel 6, derde lid, dient het schoolbestuur
                    binnen drie weken de aanvraag te completeren). De completering moet dus binnen
                    de 12 weken plaatsvinden. Dit is ook noodzakelijk omdat over alle aanvragen voor
                    een voorziening op een moment moet worden beslist door het college in verband
                    met een eventueel subsidieplafond. Op dit moment moet namelijk worden beoordeeld
                    of de gezamenlijke aanvragen het subsidieplafond overschrijden. Tevens wordt in
                    dit lid bepaald dat in die gevallen waarin geen indieningdatum wordt gehanteerd,
                    de termijn waarbinnen het college een beschikking moet afgeven op 12 weken na
                    ontvangst van de aanvraag wordt gesteld.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Indien het college dit noodzakelijk acht kan de termijn van 12 weken, met vier
                    weken worden verlengd. Dit moet gemotiveerd worden medegedeeld aan de betrokken
                    schoolbesturen.</al><tussenkop>Artikel 8. Weigeringsgronden</tussenkop><al>In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen die het college in ieder
                    geval in acht neemt bij het afgeven van een beschikking op een aanvraag om in
                    aanmerking te komen voor een voorziening.</al><al>In weigeringsgrond genoemd in onderdeel a (`de gewenste voorziening is geen
                    voorziening in de zin van deze verordening') komt tot uitdrukking dat de
                    voorzieningen die in de verordening zijn opgenomen uitdrukkelijk limitatief
                    zijn. Daarnaast dienen aanvragen te worden getoetst aan de toekenningscriteria
                    zoals deze per voorziening zijn vastgesteld. De bijlage bij de verordening bevat
                    de voorzieningen en een omschrijving van de omstandigheid waaronder een
                    schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening. Indien een aanvraag van
                    een schoolbestuur tot toekenning van een voorziening niet voldoet aan één of
                    meerdere van de toekenningscriteria, dient de gewenste voorziening te worden
                    geweigerd. In onderdeel c is de mogelijkheid opgenomen om een voorziening te
                    weigeren als de subsidie die is gemoeid met het ter beschikking stellen van de
                    voorziening, is uitgeput.</al><tussenkop>Artikel 9. Indiening aanvraag</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Dit lid voorziet in de mogelijkheid dat een schoolbestuur een aanvul¬lende
                    voorziening kan aanvragen. Vanwege het spoedeisende karakter van deze
                    voorzieningen is niet gekozen voor een bepaalde indieningtermijn. Op het moment
                    dat een aanvullende voorziening is bekrachtigd door de gemeenteraad (of indien
                    de gemeenteraad niet binnen 12 weken beslist), is de aanvullende voorziening een
                    reguliere voorziening in de zin van de verordening en kan deze voorziening
                    alleen nog maar op basis van artikel 6 worden aangevraagd.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Zie toelichting artikel 6, tweede en derde lid.</al><tussenkop>Artikel 10. Beslissingstermijn</tussenkop><al>Dit artikel volgt grotendeels het stramien van de besluitvormingsprocedure ten
                    aanzien van de reguliere voorzieningen (artikel 7). Wel zijn de termijnen
                    ingekort omdat het in het algemeen zal gaan om spoedeisende voorzieningen in
                    geval van calamiteiten. Bepaald is dat het college binnen vier weken beschikt op
                    een aanvraag dan wel binnen vier weken nadat aanvullende gegevens zijn verstrekt
                    door het schoolbestuur. Binnen twee weken na de datum van de beschikking dient
                    het schoolbestuur schriftelijk op de hoogte te worden gebracht van de
                    beschikking van het college.</al><tussenkop>Artikel 11. Weigeringsgronden</tussenkop><al>In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen die het college in ieder
                    geval in acht neemt bij het afgeven van een beschikking op een aanvraag om in
                    aanmerking te komen voor een aanvullende voorziening.</al><tussenkop>Artikel 12. Inhoud beschikking tot toekenning; betaling</tussenkop><al>Een beschikking tot subsidieverlening hoeft niet het subsidiebedrag te bevatten.
                    Indien de beschikking niet het bedrag vermeldt, dient het maximaal toe te kennen
                    bedrag te worden vermeld. Het college kan na een beschikking tot
                    subsidieverlening, voorschotten verlenen. Indien het college dit wenst, dient in
                    de beschikking tot subsidieverlening te worden vermeld dat er sprake is van
                    bevoorschotting en dient tevens de hoogte van het voorschot, dan wel de wijze
                    waarop dit bedrag wordt bepaald, bekend gemaakt te worden.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>De beschikking tot toekenning van een voorziening dient in ieder geval een
                    aantal elementen te bevatten. De beschikking bevat de periode waarvoor de
                    voorziening is toegekend, een omschrijving van de wijze waarop het schoolbestuur
                    uitvoering dient te geven aan de voorziening en een omschrijving van het doel
                    waarvoor de voorziening ter beschikking is gesteld. De wijze van uitvoering kan
                    meer of minder gedetailleerd zijn. De wijze van uitvoering is een verplichting
                    waaraan het schoolbestuur moet voldoen. Indien het schoolbestuur niet aan deze
                    verplichtingen voldoet, kan de voorziening geheel of gedeeltelijk worden
                    teruggevorderd op grond van artikel 13.</al><tussenkop>Derde lid</tussenkop><al>Hier is bepaald dat beschikkingen tot subsidievaststelling een aantal extra
                    gegevens dienen te bevatten. Ten eerste dient het bedrag van de subsidie te
                    worden aangegeven. Deze bepaling volgt uit de Awb. De middelen die worden
                    toegekend zijn doeluitkeringen. Het college mag dan ook verlangen dat het
                    schoolbestuur aangeeft dat de toegekende middelen zijn besteed aan het doel
                    waarvoor ze zijn bestemd. In de beschikking kan dan ook worden verwoord op welke
                    wijze het schoolbestuur verantwoording dient af te leggen over de besteding van
                    middelen.</al><al>Afhankelijk van de toegekende voorziening kan de rekening en verantwoording meer
                    en minder zwaar worden opgezet. Bij een voorziening `computer´ kan een
                    aankoopbon volstaan, bij de voorziening `vakleerkracht´ kunnen bijvoorbeeld een
                    uitdraai van de salarisadministratie en een verantwoording dat de leerkracht
                    daadwerkelijk voor het betreffende vak is ingezet worden overlegd.</al><al>Daarnaast kan de beschikking aangeven dat de Awb van toepassing is en welke
                    eventuele afwijkingen er van kracht zijn.</al><tussenkop>Artikel 13. Intrekken of wijzigen beschikking </tussenkop><al>In dit artikel wordt kortheidshalve verwezen naar de Awb: deze kent een
                    uitgebreide subsidietitel. In het kader van deregulering is het wenselijk de Awb
                    rechtstreeks toe te passen. </al><tussenkop>Artikel 14. Verbod tot vervreemding</tussenkop><al>Met dit artikel wordt voorkomen dat bepaalde aan een schoolbestuur toegekende
                    voorzieningen worden vervreemd door het schoolbestuur zonder dat toestemming van
                    het college is verkregen. Uitzondering wordt gemaakt voor een
                    bestuursoverdracht. Bij een bestuursoverdracht vindt formeel ook een
                    vervreemding van de voorzieningen plaats. Hiervoor is echter geen toestemming
                    van het college noodzakelijk.</al><tussenkop>Artikel 15. Informatieverstrekking</tussenkop><al>In deze bepaling is voorzien in de mogelijkheid dat het college nog nadere
                    gegevens aan het schoolbestuur kan vragen. Weliswaar voorziet de verordening in
                    een procedure voor die situatie dat een aantal gegevens ontbreekt bij de
                    aanvraag; er kan echter ook een situatie ontstaan waarin het college om een
                    nadere toelichting vraagt van hetgeen bij de aanvraag aan gegevens is
                    bijgevoegd. Ook is het mogelijk dat het college tijdens de uitvoering nadere
                    gegevens wenselijk acht, bijvoorbeeld indien het college toepassing wil geven
                    aan de mogelijkheid om de (toekenning van een) voorziening in te trekken of te
                    wijzigen.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>