<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43279_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, 19-03-2009, p. 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 8 lid 1 onderdeel d en artikel 36.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09-17</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wet werk en bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Wet werk en bijstand, artikel 8 lid 1 onderdeel d en artikel 36.</al><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>27-03-2009</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al>01-01-2009</al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>05-03-2009</al><al>Diemer Nieuws</al><al>d.d. 19-03-2009, p. 7</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>nr. 09-17</al><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>Verordening langdurigheidstoeslag 2009</vet></al><al/><al>Nr.: 09-17</al><al>De Raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen, het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 16 december
                        2008;</al><al>gelet op, de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65
                        jaar bij verordening te regelen;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al>Verordening langdurigheidstoeslag 2009</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>1. Algemene bepalingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet : de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>Referteperiode : een periode van 60 maanden voorafgaand aan de
                                peildatum;</al></li><li nr="c."><al>Peildatum : de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>Inkomen : het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien
                                verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op
                                bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een
                                bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet
                                voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als
                                inkomen gezien;</al></li><li nr="e."><al>Gehuwdennorm : de norm van artikel 21 onderdeel c van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester
                        en wethouders.</al><al><cursief>2. Recht op langdurigheidstoeslag</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het
                        hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende
                        referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 100 procent van de van
                        toepassing zijnde bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gelijk aan 38% van de op de
                            peildatum van toepassing zijnde norm, inclusief vakantietoeslag en naar
                            boven afgerond op hele tientallen. Voor alleenstaanden en alleenstaande
                            ouders geldt dat de norm verhoogd wordt met de maximale toeslag als
                            bedoeld in artikel 25 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                            op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de
                            wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                            alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college stelt beleidsregels met betrekking tot de uitvoering van deze
                        regeling. Deze beleidsregels zijn verwerkt in de beleidsregels bijzondere
                        bijstand.</al><al><cursief>3. Slotbepalingen</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening
                        langdurigheidstoeslag 2009”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening is met terugwerkende kracht van toepassing tot en met 1
                        januari 2009.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 maart 2009.</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting verordening langdurigheidstoeslag 2009</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan het begrip langdurig, laag inkomen, zoals dat in artikel 36 lid 1
                    WWB worden gebruikt.</al><al>In deze verordening is gekozen voor invulling die rekening houdt met de
                    jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de in de huidige regeling en
                    uitvoeringspraktijk gesignaleerde tekortkomingen. Voorts is gekozen voor een
                    invulling die zo veel mogelijk ongewenste armoedeval-effecten voorkomt.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Met de invulling van het begrip peildatum als datum <cursief>waartegen
                    </cursief>is aangevraagd wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de CRvB,
                    dat het niet gaat om de datum <cursief>waarop </cursief>is aangevraagd (zie CRvB
                    22-07-2008, nr. 07/2304 WWB). De aanvraag wordt daarom steeds geacht te zijn
                    gedaan <cursief>tegen </cursief>de eerst mogelijke datum na afloop van een
                    referteperiode. Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB
                    afwijkende definitie opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht gegeven
                    om in de verordening regels te geven met betrekking tot het begrip ‘langdurig,
                    laag inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van
                    artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt
                    aangesloten bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door
                    de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB,
                    doch wordt de wettechnische imperfectie weggenomen.</al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef wordt gehandhaafd. Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt
                    ingevuld als een inkomen dat gemiddeld niet hoger is dan 100% van de
                    bijstandsnorm. Marginale overschrijdingen van deze 100%-grens dienen genegeerd
                    te worden (zie CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.).</al><al>Er is bewust niet voor gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe
                    kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau. Van deze bevoegdheid wordt om een
                    twee redenen geen gebruik gemaakt. Ten eerste omdat dit ongewenste
                    armoedeval-effecten in zich heeft. </al><al>Weliswaar doen de armoedeval-effecten zich ook voor bij de grens van 100% van de
                    bijstandsnorm, maar zullen belanghebbenden die uitstromen doorgaans een dermate
                    hoger inkomen ontvangen, dat het verlies van de langdurigheidstoeslag feitelijk
                    minder wordt gevoeld. Bij een hogere inkomensgrens bestaat er een risico dat
                    belanghebbenden als het ware blijven steken bij een inkomen tot bijvoorbeeld
                    120% van de bijstandsnorm. Ten tweede omdat het in aanmerking laten komen van
                    belanghebbenden met een inkomen van bijvoorbeeld 110% van de bijstand niet valt
                    te rijmen met de wettelijke uitsluiting van belanghebbenden van 65 jaar of
                    ouder. Zij zijn immers uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, omdat
                    hun inkomen al voldoende hoger zou zijn dan de bijstandsnorm voor
                    belanghebbenden tot 65 jaar. Het verschil is echter maar ongeveer 5 tot 9 %
                    (precieze percentage is afhankelijk van de vraag of iemand een alleenstaande,
                    alleenstaande ouder of gehuwde is). Het hanteren van een grens van 110% zou
                    daarom maken dat de uitsluiting van 65-plussers in dat geval strijdig is met het
                    verbod op leeftijdsdiscriminatie zoals dat is vastgelegd in artikel 26 van
                    Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. De feitelijke
                    ruimte is dus beperkt tot een grens van maximaal ongeveer 105 % van de
                    bijstandsnorm. Door uit te gaan van een maximaal inkomen van 100% wordt al
                    voldoende gebruik gemaakt van deze ruimte.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op hoogte van de toeslag in
                    2008. Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de
                    hoogte jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen.
                    Omgerekend is dat een percentage van 38 % van de norm inclusief toeslag en
                    vakantietoeslag.</al><al>De peildatum is van toepassing bij het bepalen van de hoogte van de norm. Er
                    worden drie normen onderscheiden: alleenstaanden, alleenstaande ouders en
                    gehuwden. Bij de berekening wordt dus niet gekeken naar de feitelijke norm
                    (bijvoorbeeld zak en kleedgeld, norm delen woonlasten) van de belanghebbende(n),
                    maar naar de landelijke norm inclusief de maximale gemeentelijke toeslag en
                    vakantietoeslag waar de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwden
                    (fictief) recht hebben op basis van artikel 25 van de Wet werk en bijstand.</al><al>In het tweede lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De
                    WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. NB: Dit tweede lid ziet enkel op de
                    situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond
                    van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. Indien één van beide gehuwden niet in
                    aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen
                    aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben
                    beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op
                    langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom
                    ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Omdat de uitvoering van de langdurigheidstoeslag is opgedragen aan het college
                    worden ten behoeve van de uitvoering nadere beleidsregels gesteld. Deze
                    beleidsregels geven nadrukkelijk géén invulling aan hetgeen door de raad bij
                    deze verordening is geregeld, maar dienen als handvat voor de uitvoering. Deze
                    uitvoeringsregels worden samen met de beleidsregels uit de verordening verwerkt
                    in het handboek WWB.</al><tussenkop>Tenslotte:</tussenkop><al>Er is geen hardheidsclausule opgenomen. Het college is immers op grond van
                    artikel 4:84 Awb verplicht af te wijken van de beleidsregels als uitvoering van
                    de beleidsregels wegens bijzondere omstandigheden onevenredige gevolgen zou
                    kunnen hebben.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>