<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432614_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="1."><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="2."><al>beleidsregels: beleidsregels jeugdhulp gemeente Oisterwijk;</al></li><li nr="3."><al>besluit: besluit jeugdhulp gemeente Oisterwijk , het door het
                                college op grond van deze verordening vast te stellen besluit
                                jeugdhulp gemeente Oisterwijk waarin nadere regels opgenomen worden
                                over de uitvoering van deze verordening;</al></li><li nr="4."><al>gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in
                                redelijkheid mag worden verwacht van de ouders, inwonende kinderen
                                of andere huisgenoten die een leefeenheid vormen;</al></li><li nr="5."><al>college: het College van Burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="6."><al>familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld
                                door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen
                                die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren waarin ouders
                                aangeven hoe ze zelf de opvoed- en opgroeisituatie voor hun
                                kind(eren) willen verbeteren;</al></li><li nr="7."><al>formele zorgverlener: professioneel gekwalificeerde
                                jeugdhulpaanbieders en ZZP'ers;</al></li><li nr="8."><al>gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse zorg die ouders en/of
                                andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Voor
                                jeugdigen geldt dat ouders de tot hun gezin behorende minderjarige
                                kinderen behoren te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te
                                bieden, ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte,
                                aandoening of beperking;</al></li><li nr="9."><al>gesprek: hierin worden alle feiten en omstandigheden van de
                                specifieke hulpvraag onderzocht;</al></li><li nr="10."><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in
                                verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en
                                stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de
                                wet;</al></li><li nr="11."><al>individuele voorziening: op de jeugdige en/of zijn ouders
                                toegesneden voorziening ;</al></li><li nr="12."><al>informele zorgverlener: zorgverleners uit het eigen sociale netwerk
                                en overige niet-gekwalificeerde zorgverleners;</al></li><li nr="13."><al>integraal Plan van Aanpak; plan waarbij de verschillende
                                leefgebieden van de jeugdige en het gezin worden beschreven. Het
                                Integraal plan van aanpak bestaat uit een integrale (vraag)analyse
                                en een beschrijving van de gewenste resultaten;</al></li><li nr="14."><al>jeugdhulp: </al><lijst><li nr="a."><al>Ondersteuning, hulp en zorg, met uitzondering van preventie,
                                        aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen,
                                        stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de
                                        gevolgen van psychische problemen en stoornissen,
                                        psychosociale problemen, gedragsproblemen of een
                                        verstandelijke beperking van de jeugdige,
                                        opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde
                                        problemen; </al></li><li nr="b."><al>het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk
                                        verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen
                                        met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of
                                        zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of
                                        een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien
                                        jaar nog niet hebben bereikt, en het ondersteunen bij of het
                                        overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke
                                        verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan
                                        zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke,
                                        lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of
                                        psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van
                                        achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande
                                        dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor
                                        jeugdhulp in het kader van het jeugdstrafrecht.</al></li></lijst></li><li nr="15."><al>Ouder; gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander
                                die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt,
                                niet zijnde een pleegouder;</al></li><li nr="16."><al>overige voorziening: algemene voorziening die vrij toegankelijk is
                                voor iedereen;</al></li><li nr="17."><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de
                                wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige
                                of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de
                                individuele voorziening behoort van derden te betrekken;</al></li><li nr="18."><al>pleegouder: persoon die een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind
                                is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en daartoe een
                                pleegcontract als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, heeft gesloten
                                met een pleegzorgaanbieder;</al></li><li nr="19."><al>pleegoudervoogd: pleegouder die tevens belast is met voogdij als
                                bedoeld in boek 1 Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="20."><al>sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen
                                met wie de jeugdige een sociale relatie onderhoudt;</al></li><li nr="21."><al>toegangsteam; op wijkniveau georganiseerd multidisciplinair team dat
                                de hulpvraag van jeugdigen of hun ouders afhandelt;</al></li><li nr="22."><al>wet: Jeugdwet;</al></li><li nr="23."><al>zorg in natura (ZIN): De ondersteuning of jeugdhulp die aan personen
                                wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente gecontracteerd
                                zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><al>De volgende overige voorzieningen zijn algemeen toegankelijk;</al><lijst><li nr="1."><al>advies en informatie, mede ten behoeve van de mogelijk toegang tot
                                individuele voorzieningen</al></li><li nr="2."><al>enkelvoudige, ambulante opgroei- en opvoedondersteuning anders dan
                                specialistische ondersteuning</al></li><li nr="3."><al>advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>individuele voorzieningen</titel></kop><al>De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar;</al><lijst><li nr="1."><al>zonder verblijf</al><lijst><li nr="a."><al>Persoonlijke verzorging</al></li><li nr="b."><al>Begeleiding</al></li><li nr="c."><al>Specialistische ambulante jeugdhulp (incl. eerste en
                                        tweedelijns psychologische hulp / specialistische
                                        jeugd-geestelijke gezondheidszorg);</al></li><li nr="d."><al>Onderzoek en diagnostiek</al></li><li nr="e."><al>In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd een
                                        alternatieve maatwerkvoorziening verstrekken</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>met verblijf</al><lijst><li nr="a."><al>pleegzorg</al></li><li nr="b."><al>gezinsgericht</al></li><li nr="c."><al>residentieel (specialistische jeugd-geestelijke
                                        gezondheidszorg)</al></li><li nr="d."><al>gedwongen verblijf</al></li><li nr="e."><al>bovenregionale gespecialiseerde voorzieningen</al></li><li nr="f."><al>landelijke gespecialiseerde voorzieningen</al></li><li nr="g."><al>In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd een
                                        alternatieve maatwerkvoorziening verstrekken</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt uitsluitend de meest passende voorziening
                                jeugdhulp voor het bereiken van het afgesproken resultaat. </al></li><li nr="2."><al>Voor de inzet van een voorziening voor jeugdigen in de
                                leeftijdscategorie 16-18 jaar zal er bij met name de intramurale
                                jeugdhulp tijdig (een half jaar voor het bereiken van 18 jaar)
                                gekeken worden naar een vervolgtraject na de 18 jaar. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan besluiten het vervoer van een jeugdige van en naar
                                de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden toe te kennen als
                                jeugdhulp voorziening als dit noodzakelijk is in verband met een
                                medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid) waarbij is
                                aangetoond dat ouder(s) of het sociale netwerk niet in staat is de
                                jeugdige te vervoeren.</al></li><li nr="4."><al>De jeugdhulp voorziening dient te worden uitgevoerd door een in
                                Nederland gevestigde jeugdhulpaanbieder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Vaststellen beschikbare overige en individuele
                        voorzieningen</titel></kop><al>Het college stelt bij nadere regeling vast welke overige en individuele
                        voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Toegang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Jeugdigen en/of ouders kunnen een hulpvraag melden bij het
                                college.</al></li><li nr="2."><al>Jeugdigen en/of ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een
                                overige voorziening zonder toestemming van het college.</al></li><li nr="3."><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk doch
                                binnen 2 weken een passende tijdelijke voorziening of vraagt het
                                college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan. In het geval dat
                                de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de
                                beslissing omtrent de inzet vast in een beschikking als bedoeld in
                                artikel 4.5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Toegang jeugdhulp via het medisch domein</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing
                                door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een
                                jeugdhulpaanbieder, als en zover genoemde jeugdhulpaanbieder
                                gecontracteerd is door de gemeente en de jeugdhulp aanbieder van
                                oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het
                                afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel
                                4.5. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Toegang jeugdhulp via justitieel kader</titel></kop><al>1.Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de
                        gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een
                        kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de
                        selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële
                        inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke
                        beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de
                        uitvoering van de jeugdreclassering. Hiervoor verstrekt het college geen
                        beschikking als bedoeld in artikel 4.6.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Procedure toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kent een individuele voorziening toe door middel van een
                                besluit, met een bepaalde geldigheidsduur, dat toegang geeft tot een
                                of meerdere zorgsegmenten.</al></li><li nr="2."><al>De zorgaanbieder van een individuele voorziening start de
                                behandeling of hulp slechts nadat het besluit bedoeld in het eerste
                                lid genomen is.</al></li><li nr="3."><al>In situaties waar onmiddellijke uitvoering geboden is, kan afgeweken
                                worden van het gestelde in het tweede lid. Het besluit dient echter
                                ook in die gevallen zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen vier
                                weken, na de start van de hulp verkregen te worden.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt bij nadere regels de zorgsegmenten en de
                                geldigheidsduur van het besluit, zoals bedoeld in het eerste lid,
                                vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Melding en vooronderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Jeugdigen en/of ouders kunnen een hulpvraag mondeling, telefonisch
                                of schriftelijk melden bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk of
                                digitaal.</al></li><li nr="3."><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en
                                toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt
                                vervolgens zo spoedig mogelijk met hem en/of zijn ouders een
                                afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college
                                (toegangsprofessional) de jeugdige en/of zijn ouders op de hoogte
                                van de mogelijkheid om zelf een familiegroepsplan op te stellen. Als
                                de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg
                                voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
                            </al></li><li nr="4."><al>Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of zijn ouders aan het
                                college alle overige gegevens en bescheiden die naar oordeel van het
                                college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs
                                de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of zijn ouders
                                verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in
                                artikel 1 van de wet op de identificatieplicht ter inzage</al></li><li nr="5."><al>Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien
                                van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover
                                nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid,
                                        ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het
                                        probleem of de hulpvraag;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;</al></li><li nr="c."><al>het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouders om zelf of
                                        met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor
                                        de hulpvraag te vinden;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
                                        voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking
                                        van een overige voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te
                                        verstrekken;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele
                                        voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het
                                        gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning,
                                        of werk en inkomen;</al></li><li nr="h."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
                                        gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond
                                        van de jeugdige en/of zijn ouders en</al></li><li nr="i."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        pgb, waarbij de jeugdige en/of zijn ouders in begrijpelijke
                                        bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze
                                        en de te volgen procedure.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als de jeugdige en/of zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld
                                in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat
                                als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang
                                van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
                                vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens
                                te verwerken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien
                                van een gesprek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt na het gesprek voor schriftelijke verslaglegging
                                in de vorm van een Integrale vraaganalyse (IvA) en een Integraal
                                plan van aanpak (IPvA) van het onderzoek aan de jeugdige en/of zijn
                                ouders. Tenzij jeugdige of ouders hebben medegedeeld dit niet te
                                wensen.</al></li><li nr="2."><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders
                                worden aan het verslag (IvA en IPvA) toegevoegd.</al></li><li nr="3."><al>De gezaghebbende (ouder(s)) ondertekent het verslag (IvA en IPvA)
                                voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar
                                wordt geretourneerd aan de Toegangsprofessional waarmee hij/zij het
                                gesprek heeft gehad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een individuele voorziening voor de jeugdige en/of
                                het gezin wordt in behandeling genomen als;</al><lijst><li nr="a."><al>duidelijk is welke passende voorziening met welk resultaat
                                        tot welk doel ingezet dient te worden</al></li><li nr="b."><al>het integraal plan van aanpak of familiegroepsplan
                                        ondertekend is door de gezaghebbende ouder(s) en/of de
                                        jeugdige. Waarbij in het geval van gescheiden, gezaghebbende
                                        ouders van jeugdigen onder de 12 jaar, beide gezaghebbende
                                        ouders het plan dienen te hebben ondertekend. Bij jeugdigen
                                        in de leeftijdscategorie 12-16 jaar de jeugdige en de
                                        ouder(s) tekenen, en in de leeftijdscategorie 16-18 jaar de
                                        jeugdige alleen mag ondertekenen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een ondertekend verslag (door gezaghebbende(n)) van
                                het gesprek aanmerken als aanvraag als de jeugdige of zijn ouder(s)
                                dat op het verslag hebben aangegeven. </al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag voor een individuele voorziening dient, naast de
                                mogelijkheid als genoemd in lid 2,schriftelijk te worden ingediend
                                bij het college middels een door het college vastgesteld (digitaal)
                                aanvraagformulier waarna het college binnen 2 weken een beslissing
                                zal nemen op de aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening
                                wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als
                                pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de
                                beschikking kan worden gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de
                                beschikking tevens de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte
                                afspraken vastgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1
                                van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Vastgesteld is dat ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale
                                netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of
                                gemachtigde, in staat zijn tot een redelijke waardering van hun
                                belangen, en in staat zijn om de rechten en plichten die zijn
                                verbonden aan het pgb op een verantwoorde manier uit te voeren.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>wordt bepaald aan de hand van een door de jeugdige en/of
                                        zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan
                                        besteden;</al></li><li nr="b."><al>is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
                                        jeugdhulp in te kopen;</al></li><li nr="c."><al>wordt afgeleid van het tarief voor een voorziening in natura
                                        op een door het college nader te bepalen wijze;</al></li><li nr="d."><al>waarmee zorg wordt ingekocht bij en informele zorgverleners
                                        uit het eigen sociale netwerk en overige
                                        niet-gekwalificeerde zorgverleners wordt vastgesteld op een
                                        door het college vast te stellen percentage van het tarief
                                        dat wordt gehanteerd voor de inzet van formele zorgverleners
                                        (inclusief professioneel gekwalificeerde ZZP'ers;</al></li><li nr="e."><al>bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende
                                        situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in
                                        natura.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder
                                de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot
                                het sociale netwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>voor diensten genoemd in artikel 2.2 lid a 1 en 2 zijnde
                                        persoonlijke verzorging en begeleiding;</al></li><li nr="b."><al>bij de inzet van een persoon uit het sociale netwerk kan
                                        door het college advies opgevraagd worden bij een extern
                                        bureau over de passendheid van deze inzet</al></li><li nr="c."><al>dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de
                                        belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Gewaarborgd is dat de voorziening die met het pgb betaald wordt, van
                                goede kwaliteit is.</al></li><li nr="6."><al>De aanvraag voor een pgb omvat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de te treffen individuele voorziening en het beoogde
                                        doel;</al></li><li nr="b."><al>de vooringenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en
                                        kosten;</al></li><li nr="c."><al>de kwalificaties van de uitvoerder, en;</al></li><li nr="d."><al>een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente
                                        gecontracteerde aanbieder (zorg in natura) niet passend is
                                        naar oordeel van de aanvrager.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het college kan een pgb weigeren indien aan de jeugdige en/of zijn
                                ouders in de afgelopen jaren, voorafgaand aan de datum van het
                                gesprek, een pgb is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn
                                ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het pgb; </al></li><li nr="8."><al>Tussenpersonen en belangenbehartigers mogen niet uit het
                                persoonsgebonden budget worden betaald.</al></li><li nr="9."><al>Begeleidings- of administratiekosten mogen niet uit het pgb worden
                                betaald.</al></li><li nr="10."><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van
                                pgb’s.</al></li><li nr="11."><al>Het college stelt in nadere regels de pgb tarieven en zo nodig
                                nadere regels omtrent pgb vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                het onderzoek, advies te vragen aan een door hem daartoe aangewezen
                                adviesinstantie indien het college dat gewenst vindt.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college advies gaat inwinnen als bedoeld in lid 1 wordt
                                de cliënt hier van op de hoogte gebracht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, controle, herziening,
                        intrekking of terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige en/of zijn
                                ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college
                                mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn
                                tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele
                                voorziening. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan, al dan niet steekproefsgewijs, onderzoeken of de
                                verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed aan het doel
                                waarvoor ze verstrekt zijn.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
                                aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als
                                het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige
                                        gegevens hebben verstrekt en de</al></li><li nr="b."><al>verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                        beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="c."><al>de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele
                                        voorziening of op het pgb zijn aangewezen;</al></li><li nr="d."><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend
                                        is te achten;</al></li><li nr="e."><al>de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de
                                        voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb,
                                        of;</al></li><li nr="f."><al>de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of
                                        het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor
                                        het is bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a,
                                heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                                gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van
                                degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten
                                onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten
                                pgb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en
                        uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel></kop><al>1.Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                        bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                        leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                        jeugdreclassering, rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de
                                zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; de
                                kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Klachtregeling en vertrouwenspersoon</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lijst><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor een behoorlijke en transparante
                                procedure ten behoeve van de afhandeling van klachten van een
                                jeugdige of ouder betreffende de algemene, overige voorzieningen
                                zoals bedoeld in hoofdstuk 2 en de toekenningsprocedure als bedoeld
                                in hoofdstuk 4.</al></li><li nr="3."><al>Jeugdhulpaanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling
                                van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst een onafhankelijke vertrouwenspersoon aan met
                                volledige rechtsbevoegdheid en onafhankelijkheid waarop jeugdigen en
                                (pleeg)ouders een beroep kunnen doen.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst jeugdigen en (pleeg)ouders erop dat zij zich
                                desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                vertrouwenspersoon.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Betrekken ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                                geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van
                                het beleid betreffende jeugdhulp, overeenkomstig in de Gemeentewet
                                gestelde regels over de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste
                                lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Privacy</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Gegevensverwerking, privacy en toestemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de gegevensverwerking, privacy en toestemming op grond van deze
                                verordening zijn de wettelijke bepalingen in de Jeugdwet en daaruit
                                afgeleide regelgeving in de regeling Jeugdwet, de Algemene Wet
                                Bestuursrecht en de Wet bescherming Persoonsgegevens van toepassing.
                            </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt gebruik van het vastgestelde Privacy protocol
                                verwerking persoonsgegevens bovenlokale Jeugdhulptaken en Privacy
                                protocol verwerking persoonsgegevens Sociaal Team Oisterwijk. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>1.Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken
                        van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening tot
                        onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Voorwaarden voorziening</titel></kop><al>1.Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden
                        verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde
                        voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Besluit en beleidsregels</titel></kop><al>1.Het college stelt een besluit jeugdhulp gemeente Oisterwijk en
                        beleidsregels vast. Hierin neemt het nadere regels op over de uitvoering van
                        deze verordening en over de omvang van de (financiële) verstrekkingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>1.Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                        verordening en het op deze verordening berustende besluit geldende bedragen
                        indexeren. In het Besluit is opgenomen voor welke bedragen dit geldt, welk
                        prijsindexcijfer gehanteerd wordt en over welke periode van 12 maanden de
                        index berekend wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2016 wordt
                                ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond
                                van de verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2016, totdat het
                                college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee
                                deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2016 onder de
                                verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2016 en waarop nog niet is
                                beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden
                                afgehandeld krachtens deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                                afgeweken.</al></li><li nr="5."><al>Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de
                                verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2016, geschiedt op grond
                                van de verordening jeugdhulp gemeente Oisterwijk 2016 die ten
                                aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt.</al></li><li nr="6."><al>Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                                afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp
                                gemeente Oisterwijk 2017.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al>Toelichting op de verordening jeugdhulp </al><al>Artikelsgewijs</al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Onder het begrip ‘andere voorziening’ wordt in deze verordening
                                verstaan een voorziening die niet op grond van de Jeugdwet wordt
                                getroffen, maar in het kader van maatschappelijke ondersteuning,
                                onderwijs, werk en inkomen of zorg. Zie ook artikel 2.9, onder b,
                                van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Met het familiegroepsplan krijgen ouders, gezinnen en hun netwerk de
                                mogelijkheid om de regie te voeren over hulp die zij nodig hebben.
                                De jeugdwet beoogt dat gezinnen zoveel mogelijk zelf en met steun
                                van hun netwerk problemen voorkomen en aanpakken en hierbij is het
                                familiegroepsplan een belangrijk hulpmiddel.</al></li><li nr="3."><al>Het gesprek is het mondeling contact bij het onderzoek naar de
                                hulpvraag waarin het college - in de praktijk zal het college deze
                                bevoegdheid mandateren aan deskundigen - met degene die jeugdhulp
                                vraagt zijn gehele situatie bespreekt ten aanzien van de ondervonden
                                problemen en de gevolgen daarvan en de gewenste resultaten van de te
                                kiezen oplossingen.</al></li><li nr="4."><al>In de verordening gebruiken we de begrippen jeugdige en ouder
                                overeenkomstig de Jeugdwet. Indien mogelijk aangeduid algemeen als
                                ‘jeugdigen en ouders’ en specifiek veelal als ‘de jeugdige of zijn
                                ouders’. Gebruik van ‘of’ impliceert ook de betekenis ‘en’. Met de
                                aanduiding ‘de jeugdige of zijn ouders’ bedoelen we dus: de jeugdige
                                (van bijvoorbeeld 16 jaar of ouder) zelfstandig, de jeugdige met een
                                of beide ouders (in de definitie van artikel 1 van de wet: de
                                gezaghebbend ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een
                                jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet
                                zijnde een pleegouder) (bij een jeugdige tussen de 12 en de 16
                                jaar), of de ouders namens de jeugdige (bij een jeugdige jonger dan
                                12 jaar).</al></li><li nr="5."><al>De definitie van ‘pgb’ is opgenomen omdat de afkorting pgb in het
                                spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan voluit
                                ‘persoonsgebonden budget’.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 2 Vormen van jeugdhulp</al><al>Artikel 2.1 Overige voorzieningen </al><al>Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling
                        van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij
                        verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele
                        voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen. </al><al>Artikel 2.2 Individuele voorzieningen</al><al>Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling
                        van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij
                        verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele
                        voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen.</al><al>Artikel 2.3 Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp</al><al>Dit artikel geeft de voorwaarden weer waar een individuele voorziening
                        jeugdhulp </al><al>Artikel 2.4 Vaststellen beschikbare overige en individuele
                        voorzieningen</al><al>Dit artikel geeft aan dat het college bij nadere regels de beschikbare
                        voorzieningen vaststelt.</al><al>Hoofdstuk 3 Toegang</al><al>Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag</al><al>Voor het verkrijgen van een individuele, niet overige voorziening, geldt de
                        in hoofdstuk 3 beschreven procedure. Bij het onderzoek ter beoordeling van
                        een aangemelde hulpvraag zal, in een gesprek met de jeugdige en zijn ouders
                        de gehele situatie worden bekeken en kan bijvoorbeeld alsnog worden verwezen
                        naar een overige jeugdhulpvoorziening in plaats van, of naast, mogelijke
                        toekenning van een individuele voorziening. </al><al>Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via het medisch domein</al><lijst><li nr="1."><al>In artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de Jeugdwet is geregeld
                                dat, naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp, ook
                                de directe verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch
                                specialist en jeugdarts naar de jeugdhulp blijft bestaan. Dit
                                laatste geldt zowel voor de vrij-toegankelijke (overige)
                                voorzieningen als de niet vrij-toegankelijke (individuele)
                                voorzieningen bij door de gemeente gecontracteerde aanbieders. Met
                                een dergelijke verwijzing kan de jeugdige rechtstreeks aankloppen
                                bij de jeugdhulpaanbieder. In de praktijk zal het de
                                jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld de jeugdpsychiater, de gezinswerker
                                of orthopedagoog) zijn die na de verwijzing (stap 1) beoordeelt
                                welke jeugdhulp precies nodig is. Deze bepaalt in overleg met de
                                jeugdige of ouder daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en
                                duur van de benodigde jeugdhulp. Deze aanbieder stelt dus feitelijk
                                vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening
                                dient te zijn en hij zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen
                                en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen
                                vormen (stap 2).</al></li><li nr="2."><al>Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het
                                afwijzen daarvan, in alle gevallen vast in een beschikking aan de
                                jeugdige of zijn ouders.</al></li></lijst><al>Artikel 3.3 Toegang jeugdhulp via justitieel kader</al><al>Een verzoek ten aanzien van een machtiging gesloten jeugdzorg wordt, conform
                        artikel 6.1.8 eerste lid Jeugdwet, door het college van de gemeente waar de
                        jongere woont ingediend.</al><al>De uitzondering op deze regel wordt verwoord in het tweede lid van dat
                        artikel. Als er sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel, dan is het de
                        GI die het genoemde verzoek indient en niet het college. In de Memorie van
                        Toelichting bij de Veegwet VWS 2015 (Kamerstukken II, 2014/15, 34 191, nr.
                        3) geeft de wetgever eveneens aan dat artikel 2.11 er toe strekt “de
                        kwaliteit van de voorzieningen op grond van de Jeugdwet te waarborgen
                        alsmede de goede verhouding tussen de prijs en de kwaliteit ervan”. Er wordt
                        vervolgens duidelijk aangegeven dat er in “de parlementaire behandeling
                        diverse malen is aangegeven dat het college de mogelijkheid heeft om
                        jeugdhulpaanbieders te mandateren om namens het college te besluiten welke
                        jeugdhulp jeugdigen of ouders nodig hebben.”</al><al>Door deze voorgenomen wijziging in de Jeugdwet is daarmee artikel 2.11
                        eerste lid Jeugdwet verduidelijkt; het college heeft, na inwerkingtreding
                        van de Veegwet VWS 2015, de mogelijkheid om de vaststelling van rechten en
                        plichten, als bedoeld in een verleningsbesluit, te mandateren.</al><al>Hoofdstuk 4 Procedure toegang jeugdhulp via gemeente</al><al>Artikel 4.1 Algemeen</al><al>In dit artikel zijn verschillende procedure afspraken opgenomen die gelden
                        bij de procedure toegang jeugdhulp via de gemeente. Deze hebben te maken met
                        het besluit en de start zorg van een zorgaanbieder bij een afgegeven
                        besluit.</al><al>Artikel 4.2 Melding en vooronderzoek </al><lijst><li nr="1."><al>Het eerste en tweede lid geven weer hoe men een hulpvraag kan melden
                                bij het college en hoe deze door het college wordt bevestigd.</al></li><li nr="2."><al>Het derde lid dient ter voorbereiding van het gesprek waarbij voor
                                het onderzoek naar aanleiding van de melding relevante bekende
                                gegevens in kaart worden gebracht, zodat cliënten niet worden belast
                                met vragen over zaken die bij de gemeente al bekend zijn en een
                                goede afstemming mogelijk is met eventuele andere voorzieningen op
                                het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of
                                werk en inkomen. De regels met betrekking tot de privacy van
                                betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de
                                Jeugdwet en de Wet bescherming persoonsgegevens zijn hierop van
                                overeenkomstige toepassing. Indien gegevens nodig zijn waartoe het
                                college geen toegang heeft in verband met de privacyregels, kan het
                                college de jeugdige of zijn ouders vragen om toestemming om deze op
                                te vragen of in te zien. Het vooronderzoek kan afhankelijk van de
                                inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook de
                                uitnodiging voor het gesprek.</al></li><li nr="3."><al>In het vierde lid kunnen bij de vaststelling van de datum, het
                                tijdstip en de locatie voor het gesprek ook al wat concrete vragen
                                worden gesteld of aan de jeugdige of zijn ouders worden verzocht om
                                nog een aantal stukken te overleggen. In het kader van de
                                rechtmatigheid wordt in ieder geval de identiteit van de jeugdige of
                                ouders vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in
                                artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Tevens kan worden
                                beoordeeld of sprake is van een voorliggende voorziening en of het
                                college op grond van artikel 1.2 van de wet al dan niet is gehouden
                                om een voorziening op basis van deze wet te treffen.</al></li><li nr="4."><al>Ook is hierin een bepaling opgenomen ter voorkoming van onnodige
                                bureaucratie. Als de gemeente al een dossier heeft van de jeugdige
                                of zijn ouders, en de jeugdige of zijn ouders geven toestemming om
                                dit dossier te gebruiken, dan kan een vooronderzoek achterwege
                                blijven. Een gesprek over de acute hulpvraag is dan in de regel nog
                                wel nodig. Indien de hulpvraag ook al bekend is, en het bijvoorbeeld
                                over een vervolgvraag gaat, dan kan in overleg met de jeugdige of
                                zijn ouders ook van het gesprek worden afgezien.</al></li></lijst><al>Artikel 4.3 Gesprek</al><lijst><li nr="1."><al>Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle
                                feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden
                                onderzocht. Daarbij is het van belang dat het onderzoek in
                                samenspraak met de jeugdige en zijn ouders wordt verricht. Voor een
                                zorgvuldig onderzoek is veelal persoonlijk contact nodig om een
                                totaalbeeld van de jeugdige en zijn ouders te krijgen. Het ligt
                                daarom ook voor de hand dat tijdens een gesprek met de jeugdige en
                                zijn ouders het een en ander wordt besproken. Of dit gesprek op een
                                gemeentelocatie (wijkteam) plaatsvindt, op school, kinderopvang of
                                peuterwerk, bij de jeugdige of zijn ouders thuis, of bij een andere
                                deskundige zal afhankelijk van de concrete situatie worden besloten.
                                Indien nodig voor het onderzoek, kan ook sprake zijn van meerdere
                                (opeenvolgende) gesprekken.</al></li><li nr="2."><al>In het eerste lid is opgenomen dat het gesprek zo spoedig mogelijk
                                moet plaatsvinden. Het hangt af van de situatie hoe snel dat kan of
                                moet plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>In de onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen van het gesprek
                                weergegeven. Het betreft uiteraard altijd maatwerk. In onderdeel c
                                wordt de eigen kracht van jeugdigen en ouders voorop gesteld
                                overeenkomstig het in de considerans van de wet [en de verordening]
                                vermelde uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en
                                veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de
                                jeugdige zelf ligt. Een te verstrekken voorziening kan ook juist
                                nodig zijn om de mate van probleemoplossend vermogen van de jeugdige
                                en zijn ouders en die van de naaste omgeving te versterken.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid bevestigt de regeling van het familiegroepsplan,
                                Integraal Plan van aanpak in de Jeugdwet (artikel 2.1, onder g, in
                                samenhang met artikel 1.1). De wet vraagt niet om hierover bij
                                verordening een regeling op te stellen. De bepaling is toch in de
                                verordening opgenomen vanwege het belang om in de verordening een
                                compleet overzicht van rechten en plichten van jeugdigen en ouders
                                te geven.</al></li></lijst><al>Artikel 4.4 Verslag</al><lijst><li nr="1."><al>Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige
                                dossiervorming en een zorgvuldige procedure. Het college een
                                weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt om de cliënt
                                in staat te stellen een aanvraag te doen voor een
                                maatwerkvoorziening. Dat moet in beginsel schriftelijk. Een goede
                                weergave maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste
                                beslissing te nemen te nemen op een aanvraag en draagt bij aan een
                                inzichtelijke communicatie met de cliënt. De schriftelijke weergave
                                van de uitkomsten van het onderzoek wordt ook gebruikt als een met
                                de cliënt overeengekomen plan (arrangement) waarin de gemaakte
                                afspraken en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, zijn
                                vastgelegd. Het is in dat geval passend dat het college en de cliënt
                                dit plan ondertekenen.</al></li><li nr="2."><al>Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van
                                wijzigingen of het herstellen van feitelijke onjuistheden is
                                eveneens vormvrij (derde lid).</al></li></lijst><al>Artikel 4.5 Aanvraag</al><al>De gemeente stelt bij verordening in ieder geval regels vast met betrekking
                        tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de
                        afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Een aanvraag is nodig om
                        een verleningsbeschikking voor een individuele voorziening te
                        verkrijgen.</al><al>Artikel 4.5 Inhoud beschikking</al><al>Indien de jeugdige of zijn ouders een formele aanvraag bij het college
                        indienen of er een beschikking afgegeven wordt, dient het college een
                        schriftelijke beschikking op te stellen, waartegen zij bezwaar en beroep
                        kunnen indienen. </al><al>Artikel 4.6 Regels pgb</al><lijst><li nr="1."><al>Jeugdigen of hun ouders kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief
                                van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan de in de
                                betreffende situatie goedkoopst adequate door het college te bieden
                                individuele voorziening in natura. Het college kan het pgb slechts
                                weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan deze door het college
                                te bieden individuele voorziening in natura.</al></li><li nr="2."><al>Het derde lid berust op artikel 2.9, onder c, van de wet. In deze
                                wetsbepaling staat dat in de verordening in ieder geval wordt
                                bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het vierde lid berust op artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet.</al></li></lijst><al>Artikel 4.8 Advisering</al><al>Dit artikel geeft aan dat het voor het college mogelijk is om een extern
                        deskundige om advies te vragen in het onderzoek. Hierbij moet toestemming
                        worden gevraagd aan de jeugdige en/of ouders.</al><al>Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving</al><al>Artikel 5.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, controle, herziening,
                        intrekking of terugvordering</al><lijst><li nr="1."><al>Het eerste lid berust mede op artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet.
                                Ook de overige onderdelen van artikel 8.1.2 en artikel 8.1.3 en
                                8.1.4 geven handen en voeten aan de bestrijding van misbruik en
                                oneigenlijk gebruik en zijn opgenomen in deze verordening. De
                                wettekst van de artikelen 8.1.2 tot en met 8.1.4 is veelal beperkt
                                tot de pgb. Waar mogelijk en zinvol, is dit ter uitwerking van de
                                delegatiebepaling in artikel 2.9, onder d, van de wet, in de
                                verordening uitgebreid tot de individuele voorziening in natura.
                                Hiervoor kan ook steun gevonden worden in de tekst van de
                                toelichting op artikel 8.1.2, waarbij is vermeld dat de in het
                                eerste lid geregelde inlichtingenverplichting als uitgangspunt heeft
                                dat van de jeugdige en zijn ouders aan wie een individuele
                                voorziening of een daaraan gekoppeld pgb is verstrekt, verlangd kan
                                worden dat ze voldoende gegevens en inlichtingen verstrekken om het
                                college in staat te stellen te beoordelen of het beroep op die
                                individuele voorziening of het daaraan gekoppelde pgb terecht is
                                gedaan. Indien het de jeugdige of zijn ouders redelijkerwijs
                                duidelijk moet zijn dat er feiten en omstandigheden, of daarin
                                opgetreden wijzigingen, zijn die van invloed kunnen zijn op de
                                toekenning van de individuele voorziening of het daaraan gekoppelde
                                pgb, dienen zij dit onverwijld aan het college te melden.
                                Verstrekken zij niet onverwijld uit eigen beweging of op verzoek van
                                het college alle gevraagde inlichtingen en bewijsstukken, dan heeft
                                dat gevolgen voor de toekenning van de voorziening of het daaraan
                                gekoppelde pgb. Het college kan niet alleen bij een aanvraag, maar
                                ook in andere stadia concrete informatie en bewijsstukken van de
                                belanghebbende vragen.</al></li><li nr="2."><al>Het derde lid is geënt op artikel 8.1.4 van de wet. Ook hier is de
                                tot de pgb beperkte reikwijdte van artikel 8.1.4 van de wet op grond
                                van het bepaalde in artikel 2.9, onder d, van de wet uitgebreid tot
                                de individuele voorziening in natura.</al></li></lijst><al>Artikel 5.2 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en
                        uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</al><al>Het college kan de uitvoering van de Jeugdwet, met uitzondering van de
                        vaststelling van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders, door
                        aanbieders laten verrichten (artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet). Met
                        het oog op gevallen waarin dit ten aanzien van jeugdhulp,
                        kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering gebeurt, moeten bij
                        verordening regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding
                        tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een
                        kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden
                        gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.12 va de Jeugdwet). Daarbij
                        dient in ieder rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de
                        beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.</al><al>Hoofdstuk 6 Klachtregeling en vertrouwenspersoon</al><al>Artikel 6.1 Klachtregeling</al><al>Dit artikel regelt het gemeentelijke klachtrecht. De gemeente is al op grond
                        van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van
                        mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van bestuursorganen en
                        personen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. </al><al>Artikel 6.2 Vertrouwenspersoon</al><al>In artikel 2.6, eerste lid, onder f, van de wet is bepaald dat het college
                        ervoor verantwoordelijk is dat jeugdigen, hun ouders of pleegouders een
                        beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon. Met de vertrouwenspersoon
                        wordt een functionaris bedoeld zoals deze nu al werkzaam is binnen de
                        jeugdzorg. Onafhankelijkheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn
                        belangrijke factoren (wettelijke vereisten) voor een goede invulling van
                        deze functie. </al><al>Hoofdstuk 7 Inspraak</al><al>Artikel 7.1 Betrekken van ingezetenen bij het beleid</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over de medezeggenschap bij
                                de gemeente. De mogelijkheid tot medezeggenschap tegenover de
                                aanbieder is al geregeld in artikel 4.2.4 en verder van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Met het tweede lid wordt het aan het college overgelaten om de
                                exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 8</al><al>Artikel 8.1 Gegevensverwerking, privacy en toestemming </al><al>In het kader van het verlenen van de Toegang tot het sociale domein, de
                        inzet van een jeugdhulp voorziening, vinden verschillende verwerkingen van
                        Persoonsgegevens plaatst. Deze verwerkingen dienen onder meer te voldoen aan
                        de Algemene Wet Bestuursrecht (AwB), de Wet bescherming Persoonsgegevens
                        (Wbp), maar ook aan de bijzondere regels aangaande verwerking van
                        persoonsgegevens in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet
                        (hoofdstuk 7 Gegevensverwerking, privacy en toestemming) en daaruit
                        afgeleide regelgeving in de regeling Jeugdwet (vastgesteld op 1 augustus
                        2016) en Participatiewet.</al><al>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</al><al>Artikel 9.1 Hardheidsclausule</al><al>Deze bepaling regelt de toepassing van een hardheidsclausule als instrument
                        voor het college om onvoorziene omstandigheden het hoofd te bieden.</al><al>Artikel 9.3 Besluit en Beleidsregels</al><al>In dit artikel wordt bepaald dat er een Besluit en beleidsregels jeugdhulp
                        gemeente Oisterwijk worden vastgesteld. Deze documenten bevatten richtlijnen
                        over de uitvoering van deze verordening. Het Besluit omvat ook de omvang van
                        de diverse (financiële) verstrekkingen voor met name het pgb.</al><al>Artikel 9.5 Intrekkingen oude verordening </al><al>In het derde lid is als hoofdregel opgenomen dat aanvragen die nog bij het
                        college in behandeling zijn, op grond van deze verordening beoordeeld zullen
                        worden. Omdat dit nadelige gevolgen voor de cliënt kan hebben, is in het
                        vierde lid bepaald dat de vorige verordening gebruikt mag worden, als dit
                        evident voordeliger is voor de cliënt. Dit ter voorkoming dat de cliënt
                        gedupeerd is als zijn aanvraag enige tijd bij het college in behandeling is
                        geweest en zijn rechtspositie door het tijdsverloop wordt aangetast. De
                        zelfde regeling is voor de bezwaarfase opgenomen in het zesde lid.</al><al>Artikel 9.6 Inwerkingtreding</al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening en de wijze
                        waarop deze wordt geciteerd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>