<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432502_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 21-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MID 16/016.08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening toeristenbelasting 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING TOERISTENBELASTING 201</vet><vet>7</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1
                        november 2016;</al><al/><al>Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2017</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van
                                de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij
                        verblijf houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
                                        enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig
                                        of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde
                                        waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als
                                        bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet
                                        algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander
                                        voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele
                                        blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
                                        worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; </al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk
                                        ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop
                                        gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden
                                        van kampeermiddelen merendeels / hoofdzakelijk / geheel of
                                        nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
                                    </al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                                        uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt
                                        gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel
                                        gedurende een seizoen of een jaar; </al></li><li nr="d."><al>volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
                                        deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking
                                        wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van
                                        verschillende kampeermiddelen; </al></li><li nr="e."><al>woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare
                                        ander onderkomen of een deel van een huis of een
                                        vergelijkbaar onderkomen; </al></li><li nr="f."><al>particulier: een natuurlijk persoon die buiten de
                                        uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot
                                        verblijf; </al></li><li nr="g."><al>particulier verhuurde woning: een woning die door een
                                        particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden
                                        van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke
                                        vorm dan ook. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste
                                of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen bedoeld
                                in artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de
                                belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire
                                vaststelling wordt het aantal overnachtingen gesteld op het aantal
                                nachten, overeenkomstig het bepaalde in het derde tot en met het
                                vijfde lid.</al></li><li nr="3."><al>Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen
                                wordt per woning: </al><al>a.het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal
                                slaapplaatsen </al><al/></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colwidth="47*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>het aantal nachten gesteld op:</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>als een woning in het belastingjaar geschikt is voor
                                            gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>meer dan</al></entry><entry colname="col4"><al>maar niet meer dan</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>60 nachten</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>6 maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>100 nachten</al></entry><entry colname="col3"><al>6 maanden</al></entry><entry colname="col4"><al>12 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="4."><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
                                standplaatsen wordt per standplaats:</al></li><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op:</al><lijst><li nr="1."><al>2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
                                        bedraagt; </al></li><li nr="2."><al>3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                                        bedraagt.</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colwidth="47*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>het aantal nachten gesteld op:</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is
                                            voor gebruik of alleen mag worden gebruikt
                                            gedurende:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>meer dan</al></entry><entry colname="col4"><al>maar niet meer dan</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>60 nachten</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>6 maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>100 nachten</al></entry><entry colname="col3"><al>6 maanden</al></entry><entry colname="col4"><al>12 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="5."><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige
                                standplaatsen, wordt: per standplaats:</al></li><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op:</al><lijst><li nr="1."><al>2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
                                        bedraagt; </al></li><li nr="2."><al>3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                                        bedraagt;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>het aantal nachten gesteld op 120;</al></li><li nr="c."><al>het aantal kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen wordt
                                vastgesteld op de gemiddelde bezetting per kalenderdag
                                vermenigvuldigd met 365 dagen. De gemiddelde bezetting per
                                kalenderdag is het gemiddelde van zes tellingen gedurende het
                                belastingjaar, waarbij iedere telling binnen een afzonderlijke
                                periode van twee maanden valt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,12.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                            voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de
                            aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de voorlopige aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen.
                            De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de
                            tweede termijn vervalt op de laatste dag van de derde maand volgend op
                            de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de voorlopige aanslagen moeten worden betaald in 7
                            gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld, en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste dag van
                            de daarop volgende maand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen, voor zover niet bedoeld in het eerste en tweede
                            lid, worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt
                            op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                            van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn vervalt op de
                            laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening
                            van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste, tweede en het
                            derde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig
                            wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d,
                        van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening toeristenbelasting 2016”, vastgesteld in de openbare
                                raadsvergadering van 5 november 2015, wordt ingetrokken met ingang
                                van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                toeristenbelasting 2017”.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in openbare raadsvergadering van 20 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>