<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432486_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ameland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ameland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Digitaal Gemeenteblad 28 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>18</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening rioolheffing 2017</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Verordening rioolheffing 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit van 23 november 2015 blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2017.</al><al>De raad van de gemeente Ameland,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2016,</al><al>Gelet op artikelen 216 en 228a van de gemeentewet.</al><al><vet>BESLUIT </vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2017.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1    Begripsomschrijvingen</label><titel/></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><al/><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke riolering:      een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling,      verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of      grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;      alsmede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater;</al></li><li nr="b."><al>belastingobject:</al></li></lijst><al>1<sup>e</sup>. een roerende zaak;</al><al>2<sup>e</sup>. een onroerende zaak;</al><lijst><li nr="c."><al>één onroerende zaak als      bedoeld onder b:</al></li></lijst><al>1<sup>e</sup>. een gebouwd eigendom;</al><al>2<sup>e</sup>. een ongebouwd eigendom;</al><al>3<sup>e</sup>. een gedeelte van een onder 1<sup>e</sup> of 2<sup>e</sup> bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling bestemd is om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt.</al><al>4<sup>e</sup>. een samenstel van twee of meer van de onder 1<sup>e</sup> of 2<sup>e</sup> bedoelde eigendommen of onder 3<sup>e</sup> bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al><al>5<sup>e</sup>. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van een onder 1<sup>e</sup> of 2<sup>e</sup> bedoeld eigendom, van een onder 3<sup>e</sup> bedoeld gedeelte daarvan of van een onder 4<sup>e</sup> bedoeld samenstel;</al><lijst><li nr="d."><al>verbruiksperiode: de      periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf Vitens betrekking      heeft.</al></li><li nr="e."><al>water: drinkwater,      huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater;</al></li><li nr="f."><al>afvalwater: huishoudelijk      afvalwater, bedrijfsafvalwater. </al></li></lijst><lijst><li nr="g"><al>veehouder: degene die als zodanig zijn hoofdberoep per 1 mei van      het belastingtijdvak in deze gemeente uitoefent.</al></li></lijst><al>  </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 Belastbaar feit en belastingplicht</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam      'rioolheffing' worden geheven: </al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="a."><al>een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar krachtens eigendom, bezit,    gebruik of beperkt recht het genot heeft van een belastingobject dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. </al></li><li nr="b."><al>een heffing van de gebruiker van een belastingobject waarnaar direct of indirect water wordt toegevoerd én van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>Met betrekking tot de      heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt ingeval het      belastingobject een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens      eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van      het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt      dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of      beperkt recht is. </al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="3."><al>Met betrekking tot de      heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruiker      aangemerkt:</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de       omstandigheden beoordeeld het belastingobject al dan niet krachtens       eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt.</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al> </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als       bedoeld in artikel 1, onderdeel c, ten 3<sup>e</sup> – ten gebruike is       afgestaan, degene die dat deel in gebruik heeft afgestaan;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al> </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>ingeval sprake is van volgtijdig gebruik degene die dat       belastingobject ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 Maatstaf van heffing</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffing als bedoeld in      artikel 2, lid 1, sub a, wordt geheven per belastingobject dat direct of      indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>De heffing als bedoeld in      artikel 2, lid 1, sub b, wordt geheven naar het aantal kubieke meters      afvalwater dat direct of indirect vanuit het belastingobject via de      riolering wordt afgevoerd.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters      afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat:</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="a."><al>in het belastingtijdvak van waterleidingbedrijf Vitens is betrokken; </al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="b."><al>in het belastingtijdvak is opgepompt.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="4."><al>Indien gebruik wordt      gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van      een:</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al></li></lijst><al> </al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al><al> </al><lijst><li nr="5."><al>Ten aanzien van een      belastingobject of een gedeelte van een belastingobject, waarin een      veehouder zijn bedrijf uitoefent, wordt de overeenkomstig het tweede lid      bepaalde hoeveelheid water verminderd tot nihil, wanneer er vanuit het      bedrijfsgedeelte geen afvalwater wordt afgevoerd via het gemeenteriool.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="6."><al>Bij toepassing van lid 5      wordt het aantal kubieke meters, als bedoeld in lid 2, gesteld op 50 per      gezinslid, dan wel anderszins inwonend persoon, wonend op hetzelfde adres      als waarop het bedrijf is gevestigd.</al></li></lijst><al>  </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 Belastingtarief</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffing als bedoeld in      artikel 2, lid 1, sub a, bedraagt per jaar       <vet>€  115,60</vet>.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>De heffing als bedoeld in      artikel 2, lid 1, sub b, bedraagt per volle kubieke meter afvalwater <vet>€ 0,50</vet>, met dien verstande dat per      belastingtijdvak geen hoger bedrag wordt geheven dan € 12.500,- (= 25.000      m3).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 Belastingtijdvak</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffingen als bedoeld      in artikel 2, lid 1, letter b worden geheven over een aaneengesloten      periode die samenvalt met de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken      belastingplichtige geldt voor de levering van water door waterleidingbedrijf      Vitens.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>Ingeval de betrokken      belastingplichtige geen nota's ontvangt van waterleidingbedrijf Vitens,      maar van de gemeente, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="3."><al>De in lid 2 genoemde      periode wordt gelijkgesteld met 365 volle dagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6 Wijze van heffing</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffingen als bedoeld      in artikel 2, lid 1, letter b worden geheven bij wege van een      schriftelijke, gedagtekende kennisgeving. Als kennisgeving wordt mede      aangemerkt de afrekeningnota van waterleidingbedrijf Vitens, waarop het      definitief gevorderde bedrag is vermeld.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>De door waterleidingbedrijf      Vitens verzonden voorschotnota's worden aangemerkt als voorlopig      gevorderde bedragen. De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief      gevorderde bedrag verrekend.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="3."><al>Ingeval aan de      belastingplichtige geen voorschotnota's c.q. eindafrekening wordt      gezonden, wordt als kennisgeving van het gevorderde bedrag aangemerkt de door      de gemeente verzonden bij wege van aanslag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De heffingen als bedoeld      in artikel 2, lid 1, zijn verschuldigd bij de aanvang van het      belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de      belastingplicht.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht      met betrekking tot het belastingobject voor de heffingen als bedoeld in artikel      2, lid 1, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de heffingen      verschuldigd over zoveel driehonderd vijf en zestigste gedeelten van het      voor dat tijdvak verschuldigde heffingen als er in dat tijdvak, na het      tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen      overblijven.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht      met betrekking tot het belastingobject voor de heffingen als bedoeld in      artikel 2, lid 1, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat      aanspraak op ontheffing voor zoveel drie honderd vijf en zestigste      gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde heffingen als er in dat      tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid      zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente      verhuist en aldaar een ander belastingobject in gebruik neemt.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="5."><al>Indien in het      belastingtijdvak meer tarieven van toepassing zijn, worden de      verschuldigde heffingen als bedoeld in artikel 2, lid 1, bepaald naar rato      van het aantal volle dagen per periode waarin een tarief geldend is, tegen      de respectievelijke tarieven per periode.</al></li></lijst><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 Termijnen van betaling</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het voorlopig gevorderde      bedrag en het definitief gevorderde bedrag van de heffing als bedoeld in      artikel 2, lid 1, moeten worden voldaan tegelijk met en op dezelfde wijze      als die waarop de voorschotnota's c.q. afrekening van waterleidingbedrijf Vitens      waarop het voorlopig gevorderde bedrag c.q. definitief gevorderde bedrag      is vermeld, moeten worden voldaan.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre      van het bepaalde in lid 1 moet het gevorderde bedrag dat blijkt uit een      door de gemeente verzonden schriftelijke gedagtekende aanslag worden      voldaan binnen 30 dagen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 Kwijtschelding</nr><titel/></kop><al>Bij de invordering van de rioolheffingen kan kwijtschelding worden verleend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</nr><titel/></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 Inwerkingtreding en citeertitel</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening      rioolheffing 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit van 23 november 2015,      wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van      ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op      de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in      werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="3."><al>De datum van ingang van de      heffing is <vet>1 januari 2017.</vet></al></li></lijst><al> </al><lijst><li nr="4."><al>Deze verordening wordt      aangehaald als <vet>“Verordening      rioolheffing 2017”.</vet></al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering                                                                              van de Raad van de gemeente Ameland,                                                                          gehouden op 19 december 2016.</ondertekening><ondertekening>Albert de Hoop                                                                                                                                , voorzitter.</ondertekening><ondertekening>Jacqueline Metz                                                                                                                                , griffier.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Artikelgewijze toelichting</label><titel/></kop><al><vet>Artikel 1             Begripsomschrijvingen </vet></al><al>Rioolstelsel: omvat alle met elkaar in verbinding staande open en gesloten riolen, opvangputten, kolken, reservoirs, rioolgemalen enz, waarvan de gemeente de zorg heeft voor de aanleg, het onderhoud en het functioneren.</al><al/><al><vet>  Artikel 2             Belastbaar feit en belastingplicht </vet></al><al>De rioolheffing kan worden geheven van zowel de eigenaren als de gebruikers van belastingobjecten. In de toelichting bij de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken staat dat de wetgever de bestaande praktijk dat de belasting zowel van de eigenaar als de gebruiker kan worden geheven wil voortzetten.</al><al> </al><al>De gemeente heeft destijds gekozen om te heffen van de gebruiker.</al><al> </al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>De belasting bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geheven van de gebruiker van het belastingobject. In dit lid zijn regels opgenomen om aan te geven wie als gebruiker van het belastingobject moet worden aangemerkt.</al><al> </al><al>Er doen zich hier twee mogelijkheden voor die zich van elkaar laten onderscheiden door het gebruik van een al dan niet zelfstandig gedeelte van een belastingobject.</al><al> </al><al><cursief>Derde lid, onderdeel a</cursief></al><al>In onderdeel a gaat het om het gebruik van een zelfstandig belastingobject, een zelfstandig gedeelte van een belastingobject of verschillende zelfstandige gedeelten van een belastingobject, die tezamen, met toepassing van artikel 4, als één belastingobject moeten worden aangemerkt. De gebruiker is dan degene die - naar de omstandigheden beoordeeld - het belastingobject al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. Niet van belang is dus op welke rechtsgrond van het belastingobject gebruik wordt gemaakt. Ook bij wederrechtelijk gebruik (krakers) is sprake van gebruik. Degene die het belastingobject voor zich zelf bezigt, moet als gebruiker worden aangemerkt (HR 5 september 1979, nr. 19420, BNB 1979/268 (Uitgeest) waarin werd beslist dat het doen bouwen op een ongebouwd eigendom moet worden aangemerkt als gebruik van het belastingobject door de opdrachtgever).</al><al> </al><al>De belasting wegen het afvoeren van water op de gemeentelijke riolering kan alleen worden geheven van degenen die de op die riolering aangesloten percelen feitelijk gebruiken. Niet als feitelijk gebruiker wordt aangemerkt diegene die verantwoordelijk is voor het gebruik (bijvoorbeeld de verhuurder), zonder het belastingobject zelf te gebruiken (HR 23 mei 1990, nr. 26328, BNB 1990/239, Belastingblad 1990, blz. 470 (Tegelen). Na de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet (1 januari 1995) is bij de onroerende-zaakbelastingen in bepaalde gevallen een ander dan de feitelijke gebruiker als belastingplichtige van de gebruikersbelasting aangewezen. Het is evenwel verdedigbaar ook bij de rioolheffing bij verhuur voor korte perioden de verhuurder als feitelijk gebruiker aan te merken. Voor de reinigingsrechten en de afvalstoffenheffing heeft de Hoge Raad dat beslist in zijn arresten van 26 februari 1992, nr. 27935, Belastingblad 1992, blz. 389 en van 1 december 1999, nr. 34301, Belastingblad 2000, blz. 57. Hof Arnhem heeft in de uitspraak van 7 mei 2002, nr. 99/00504, LJN: AE4937 (Gramsbergen) voor het rioolrecht in gelijke zin beslist. Bij het volgtijdig ter beschikking stellen aan een huurbemiddelingsbureau dat recreatiebungalows voor rekening en risico van de eigenaar verhuurt aan derden, wordt de eigenaar als gebruiker aangemerkt. Daaraan doet niet af dat de eigenaar zelf geen verblijf kan houden (zie ook Hoge Raad 22 november 2002, nr. 37361, LJN: AF0960, BNB 2003/36, m.n. Snoijink (Oostburg) voor de onroerende-zaakbelastingen). De Hoge Raad heeft omtrent een overeenkomst waarbij vakantiewoningen voor rekening en risico van een huurbemiddelingsbureau werden verhuurd geoordeeld dat de eigenaar in dat geval niet als gebruiker voor het rioolrecht kan worden aangemerkt (Hoge Raad 7 februari 2001, nr. 35865, LJN: AA9843, BNB 2001/113, m.n. Snoijink (Wierden)).</al><al> </al><al>Wie de belastingplichtige gebruiker van een woning is, zal veelal kunnen worden bepaald aan de hand van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Bij bedrijfsgebouwen en andere niet-woningen is dit uiteraard niet mogelijk. Daar - maar ook bij woningen - kan bijvoorbeeld de administratie van nutsbedrijven een hulpmiddel zijn. Ook het handelsregister kan uitkomst bieden.</al><al> </al><al><cursief>Derde lid, onderdeel b</cursief></al><al>In onderdeel b gaat het om het gebruik van een niet-zelfstandig gedeelte van een belastingobject, waarop het bepaalde in artikel 4 van de verordening geen toepassing vindt. In artikel 4 gaat het om de kleinste zelfstandig bruikbare eenheid, terwijl hier sprake is van een niet-zelfstandig gedeelte van een belastingobject. De uitsluiting van het bepaalde in artikel 4 is alleen voor de duidelijkheid in de onderhavige bepaling opgenomen. Onderdeel b ziet op de situatie dat de degene die één of meer gedeelten van het belastingobject voor gebruik afstaat, maar, naar de omstandigheden beoordeeld, zelf wel van het belastingobject gebruik blijft maken.</al><al/><al><vet>  Artikel 3             Maatstaf van heffing </vet></al><al>Voor de rioolheffing van artikel 228a van de Gemeentewet is het goed om aan te sluiten bij de terminologie die in de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken wordt gehanteerd: het begrip “belastingobject”. Met die wet wordt onder andere artikel 10.33 van de Wet milieubeheer gewijzigd. Die bepaling legt bij het college van B&amp;W de zorg neer voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, dat vrijkomt bij de binnen het gemeentelijk grondgebied gelegen percelen. Onder stedelijk afvalwater wordt in die wet verstaan: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.</al><al>Voor alle duidelijkheid moet opgemerkt worden dat met het begrip “belastingobject” geen inhoudelijke wijziging wordt beoogd. Ook onder dit begrip vallen dan: een onroerende of roerende zaak.</al><al/><al><vet>  Artikel 4             Belastingtarief </vet></al><al>In de verordening rioolheffing legt de gemeente vast welk tarief van toepassing is. Artikel 219 van de Gemeentewet stelt als eis dat de heffing niet afhankelijk mag worden gesteld van inkomen, winst of vermogen. De tariefstelling in de verordening mag niet in strijd zijn met de algemene rechtsbeginselen en niet leiden tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing.</al><al>De laatste eis aan de tariefstelling is dat de geraamde (netto)opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten die de gemeente heeft geraamd.</al><al/><al><vet>   Artikel 5             Belastingtijdvak </vet></al><al>In dit artikel staat dat wij het tijdvak van de gemeente (van 1 januari tot en met 31 december) laten samenlopen met het tijdvak van waterleidingbedrijf Vitens (1 juli tot en met 30 juni).</al><al/><al><vet>   Artikel 6             Wijze van heffing </vet></al><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze.</al><al/><al>    <vet>Artikel 7             Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang </vet></al><al>Op grond van het eerste lid is de belasting verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij het begin van de belastingplicht. Aangezien de materiële belastingschuld in beginsel ontstaat bij het begin van het belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet mogelijk.</al><al>    </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>