<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432431_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Zutphen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zutphen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zutphen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-165301.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dEenvoudig%26pst%3d%26vrt%3dverordening%2brekenkamercommissie%2bzutphen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAfgelopenDag%26sdt%3dDatumBrief%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2016, 165301</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Zutphen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=81oa">artikel 810a Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=182 tot en met 185">artikel 182 tot en met 185 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016-0123</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Onderwerp: Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Zutphen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Ons kenmerk: 2016-0123</al><al/><al>De raad van de gemeente Zutphen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van de Rekenkamercommissie van 23 september 2016 met
                        nummer 2016-000298;</al><al/><al>gelezen het besluit van de raad van Zutphen van 9 mei 2016, waarbij de keuze
                        is gemaakt voor het instellen van een rekenkamerfunctie, in de vorm van een
                        commissie bestaande uit drie externe leden, waaronder de voorzitter, en twee
                        raadsvertegenwoordigers;</al><al/><al>gelet op artikelen 81oa en 182 tot en met 185 van de Gemeentewet en het ter
                        zake bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Zutphen 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>commissie: de gemeentelijke rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>forum: georganiseerd overleg ter voorbereiding van
                                raadsbesluiten;</al></li><li nr="d."><al>presidium: de vergadering van raadsvoorzitter en
                                fractievoorzitters;</al></li><li nr="e."><al>raad: de raad van de gemeente Zutphen;</al></li><li nr="f."><al>voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="g."><al>wet: Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een door de raad ingestelde rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft als taak het onderzoeken van de doelmatigheid, de
                            doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur
                            gevoerde bestuur, en het vastleggen van haar bevindingen in
                            rapporten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling, benoeming en zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit vijf leden, te weten: drie externe leden en
                            twee raadsvertegenwoordigers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad benoemt de externe leden voor een periode van vier jaar. Zij
                            kunnen eenmaal worden herbenoemd voor eenzelfde periode. De eerste
                            termijn vangt aan met het eerste benoemingsbesluit van de externe
                            leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Niet benoembaar tot extern lid is:</al><lijst><li nr="a."><al>een lid van het college;</al></li><li nr="b."><al>een lid van de raad dan wel vaste vervanger;</al></li><li nr="c."><al>een bestuurder of persoon in dienst van een instelling, zoals
                                    bedoeld in artikel 14, vijfde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad benoemt uit de kring van raadsleden en forumleden twee
                            raadsvertegenwoordigers, voor een periode gelijk aan de zittingsduur van
                            de raad. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad benoemt de voorzitter vanuit de drie externe leden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door een door de commissie
                            uit haar midden aan te wijzen extern lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Bij een extern lid is artikel 81g van de wet van overeenkomstige
                        toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergoeding externe leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maandelijkse vergoeding voor de externe leden bedraagt voor een
                            extern lid/ niet voorzitter € 240 en voor de voorzitter € 300 exclusief
                            reiskosten (prijspeil 2016). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsvertegenwoordigers hebben, op grond van de Verordening
                            rechtspositie wethouders, raadsleden, Forumleden en commissieleden 2014
                            geen recht op vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het in eigen beheer verrichten van (onderzoeks-)werkzaamheden kan
                            de commissie ten behoeve van werkzaamheden voor de commissie een
                            vergoeding toekennen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden en stelt hen op non-activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    externe lidmaatschap;</al></li><li nr="c."><al>wanneer een extern lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld dan wel een maatregel
                                    is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>als een extern lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement
                                    is verklaard, aan hem surséance van betaling is verleend of
                                    wegens schulden is gegijzeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadsvertegenwoordiger eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>door het verlies van de hoedanigheid van raads- of
                                    forumlid;</al></li><li nr="c."><al>als de raad van oordeel is dat de raadsvertegenwoordiger niet
                                    langer geschikt is zijn functie in de commissie te
                                    vervullen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan een extern lid van de commissie ontslaan wanneer hij door
                            ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie in de commissie
                            te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoeksprogramma</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie stelt eenmaal per twee jaar, mede aan de hand van
                            aangedragen onderwerpen, een onderzoeksprogramma vast. Vaststelling van
                            het onderzoeksprogramma geschiedt niet eerder dan nadat de raad in de
                            gelegenheid is gesteld een reactie daarover uit te brengen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het onderzoeksprogramma kan een onderzoek naar de jaarstukken deel
                            uitmaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de commissie, voorafgaand aan de opstelling van het
                            onderzoeksprogramma, gemotiveerd verzoeken een onderwerp in het
                            onderzoeksprogramma op te nemen. Als de commissie niet aan het verzoek
                            van de raad voldoet, motiveert zij dat naar behoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Probleemstelling, onderzoeksopzet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Probleemstelling en onderzoeksopzet zijn een eigen verantwoordelijkheid
                            van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vastgestelde onderzoeksopzet brengt de commissie zo spoedig mogelijk
                            ter kennis van de raad en het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is bevoegd, binnen het in de Programmabegroting beschikbaar
                            gestelde budget, uitgaven te doen voor de uitvoering van haar
                            taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de kosten
                            gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de externe leden en de vergoedingen voor
                                    werkzaamheden ten behoeve van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>de vergoedingen voor het in eigen beheer verrichten van
                                    (onderzoeks-) werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die eventueel door de commissie worden
                                    ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>eventuele andere uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                                    uitoefening van haar taak;</al></li><li nr="e."><al>de vergoeding voor de ondersteuning door de raadsgriffie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert tenminste twee maal per jaar, over enerzijds het
                            vaststellen van het onderzoeksprogramma en anderzijds het vaststellen
                            van het jaarverslag van de commissie. Verder vergadert de commissie zo
                            dikwijls als zij dit nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door of namens de voorzitter worden de leden ter vergadering opgeroepen.
                            De oproeping wordt, schriftelijk dan wel digitaal, aan de leden
                            toegezonden, onder vermelding van de tijdens de vergadering te
                            behandelen agenda en zo mogelijk onder bijvoeging van de bij de agenda
                            behorende stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergadering wordt niet gehouden als, behalve de voorzitter, niet ten
                            minste de helft van het aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een stemming is alleen geldig als meer dan de helft van het aantal
                            aanwezige leden daaraan heeft deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het tot stand komen van besluiten van de commissie is de
                            meerderheid vereist van de uitgebrachte stemmen. Als de stemmen staken,
                            geeft de stem van de voorzitter de doorslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beslotenheid, openbaarheid en verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert in beginsel in beslotenheid; haar rapporten zijn
                            openbaar. Op grond van de belangen, zoals vermeld in artikel 10 van de
                            Wet openbaarheid van bestuur, kan de commissie rapporten die aan de raad
                            worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde activiteiten van de commissie, zoals beraadslagingen over
                            het onderzoeksprogramma, kan tot openbaarheid van de vergaderingen
                            worden besloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar
                            werkzaamheden over het voorgaande jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier wijst een medewerker van de griffie aan als
                            commissiegriffier van de commissie. De griffier regelt zo nodig de
                            vervanging van de commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier staat de commissie bij de uitvoering van haar taken
                            terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor (een bijdrage aan) de
                            onderzoekswerkzaamheden, de agendaplanning, de verslaglegging de
                            correspondentie en de vorming van dossiers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissiegriffier legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                            (voorzitter van de) commissie over de wijze waarop de ondersteunende
                            taken worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ondertekening stukken</titel></kop><al>De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter
                        en de commissiegriffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter
                        kennisneming aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                                gemeentebestuur te onderzoeken, voor zover zij dat ter vervulling
                                van haar taak nodig acht.</al></li><li nr="2."><al>Het college en de onder zijn verantwoordelijkheid ressorterende
                                ambtenaren verstrekken desgevraagd en binnen de door de commissie
                                gestelde (redelijke) termijn alle inlichtingen die de commissie ter
                                vervulling van haar taak nodig acht.</al></li><li nr="3."><al>Als de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is
                                het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie
                                van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in
                                opdracht van die derde voert.</al></li><li nr="4."><al>Het college verstrekt aan de commissie de planning en de resultaten
                                van de onder zijn verantwoordelijkheid uitgevoerde doelmatigheids-,
                                doeltreffendheids- en rechtmatigheidsonderzoeken.</al></li><li nr="5."><al>De commissie is bevoegd, indien en voor zover het gemeentebestuur of
                                de gemeente uit anderen hoofde over deze bevoegdheid beschikt, ten
                                aanzien van de volgende instellingen onderzoek te doen instellen
                                bij:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                        krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de
                                        gemeente of het gemeentebestuur deelneemt, over de jaren dat
                                        de gemeente of het gemeentebestuur deelneemt in de
                                        regeling;</al></li><li nr="b."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
                                        beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50%
                                        van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat
                                        de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal
                                        houdt;</al></li><li nr="c."><al>andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente
                                        of een derde voor rekening en risico van de gemeente
                                        rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie
                                        heeft verstrekt ten bedrage van tenminste 50% van de baten
                                        van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie,
                                        lening of garantie betrekking heeft.</al></li></lijst><al>De commissie is bevoegd mondeling en schriftelijk informatie in te
                                winnen bij de onder a., b. en c. genoemde instellingen. Bij het
                                uitoefenen van haar taak kan de commissie gebruik maken van de
                                resultaten van door anderen verrichte controles, onverminderd haar
                                bevoegdheid tot eigen onderzoek.</al></li><li nr="6."><al>De accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de
                                Gemeentewet verstrekt desgevraagd aan de commissie
                                controleprogramma’s en licht haar volledig in over de resultaten
                                daarvan door overlegging van rapporten of op andere door de
                                commissie aan te geven wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verstrekken inlichtingen en bijwonen vergaderingen</titel></kop><al>De commissie is bevoegd collegeleden, raadsleden, ambtenaren, externe
                        deskundigen en bestuurders en medewerkers van instellingen als bedoeld in
                        artikel 15, vijfde lid uit te nodigen tot het verstrekken van inlichtingen
                        of het bijwonen van een vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitvoering onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk onderzoeksrapport van de commissie bevat een verantwoording over de
                            wijze waarop de commissie het onderzoek heeft verricht en waarop zij van
                            haar bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uitvoering van haar onderzoek draagt de commissie zorg voor de
                            toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor over de feitelijke
                            bevindingen ten aanzien van de organisatie(onderdelen), instellingen en
                            de daarbij werkzame personen die onderwerp van onderzoek zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderzoeksrapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie legt de resultaten van haar onderzoek vast in een
                            concept-onderzoeksrapport. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld om binnen een door de
                            commissie te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, aan de
                            commissie kenbaar te maken of en zo ja, welke feitelijke onjuistheden in
                            het conceptonderzoeksrapport staan vermeld. Betrokkenen zijn zij van wie
                            de taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is geweest. De
                            commissie bepaalt verder wie nog meer als betrokkenen worden aangemerkt.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie wordt het onderzoeksrapport, inclusief
                            conclusies en aanbevelingen, alsmede de eventuele op- en/ of
                            aanmerkingen op het rapport van betrokkenen, zo spoedig mogelijk aan de
                            raad aangeboden, onder toezending van een afschrift aan het college en
                            betrokkenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening op de rekenkamercommissie Zutphen 2010, zoals vastgesteld bij
                        besluit van 17 januari 2011, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de rekenkamercommissie
                        gemeente Zutphen 2016.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Zutphen op 10 oktober 2016</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting </tussenkop><al>De Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Zutphen 2016 voorziet in het
                    vastleggen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                    rekenkamercommissie. De artikelen 81oa en 182 tot en met 185 van de Gemeentewet
                    zijn hier leidend en verplichtend in, omdat er geen rekenkamer als bedoeld in
                    artikel 81a Gemeentewet wordt ingesteld. Verschil ten aanzien van de geldende
                    Verordening op de rekenkamercommissie Zutphen 2010 is dat deze verordening
                    regels vastlegt voor de invulling van een rekenkamerfunctie van de gemeente
                    Zutphen met drie externe leden en twee raadsvertegenwoordigers.</al><al/><al>De bevoegdheden van de rekenkamercommissie zijn door aanpassingen in de
                    Gemeentewet en in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen gelijk gesteld met
                    die van de rekenkamer in de Gemeentewet. Daarmee kan de rekenkamercommissie ook
                    onderzoek doen en inlichtingen inwinnen bij publiekrechtelijke en
                    privaatrechtelijke instellingen waaraan de gemeente of bestuursorganen van de
                    gemeente deelnemen.</al><al/><al>De vaste maandelijkse vergoeding van de externe leden is gebaseerd op de
                    regeling Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en is, rekening houdend
                    met de specifieke deskundigheden die worden gevraagd van de externe leden, in
                    lijn met de gemiddelde vergoedingen voor externe leden van rekenkamercommissies
                    in de inwonersklasse van Zutphen. </al><al>Voor 2016 betreft het een vaste maandelijkse vergoeding voor een extern lid/
                    niet-voorzitter van € 240,00 en voor de voorzitter € 300,00. Conform het advies
                    van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies is niet
                    voorzien in een variabel uurtarief voor eigen onderzoekswerkzaamheden door
                    externe leden. De onderzoekswerkzaamheden worden in beginsel ook uitbesteed aan
                    de commissiegriffier dan wel aan externe onderzoekers buiten de
                    rekenkamercommissie.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele omschrijvingen van begrippen om te voorkomen dat
                    bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. Er is voor
                    gekozen om de begrippen doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid (die
                    in artikel 182 van de Gemeentewet zijn genoemd) niet in artikel 1 op te nemen.
                    Voor de volledigheid wordt in deze toelichting wel uiteengezet wat onder deze
                    termen wordt verstaan. </al><al>Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering
                    mogelijke kosten worden bereikt.</al><al>Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt
                    aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden
                    verwezenlijkt.</al><al>Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is
                    voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en
                    lasten.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Rekenkamercommissie</tussenkop><al>In deze verordening is gekozen voor een rekenkamercommissie met raadsleden en
                    externen. De voorzitter wordt uit de externe leden gekozen.</al><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling, benoeming en zittingsduur</tussenkop><al>De raad benoemt uit de externe leden de voorzitter. In het tweede lid is een
                    termijn van vier jaar genoemd voor externe leden te beginnen bij het eerste
                    benoemingsbesluit.</al><al>De verplichting om de in het vijfde lid genoemde eed of verklaring en belofte af
                    te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de
                    Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de
                    externe leden van de rekenkamercommissie.</al><al>In het zesde lid wordt de termijn voor raadsleden gelijk gesteld aan de
                    zittingsperiode van de raad.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Eed</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Vergoeding voor bijwonen vergaderingen</tussenkop><al>In dit artikel is de vergoeding die externe leden voor hun werkzaamheden
                    ontvangen, vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Ontslag en non-activiteit</tussenkop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Onderzoeksprogramma</tussenkop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit
                    verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid, van de wet expliciet
                    genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er
                    een bepaalde gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                    rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad
                    zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Probleemstelling, onderzoeksopzet</tussenkop><al>Dit artikel bevestigt nog eens de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van de
                    rekenkamer(functie).</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Budget</tussenkop><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het
                    budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Vergaderingen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Beslotenheid, openbaarheid en verslag</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Commissiegriffier</tussenkop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. De
                    rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het vierde lid is
                    voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten
                    opzichte van de rekenkamercommissie.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Ondertekening stukken</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Reglement van orde</tussenkop><al>Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de
                    vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie,
                    verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij
                    onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te
                    verrichten enzovoorts geregeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Werkwijze</tussenkop><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur
                    en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel
                    openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen
                    rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt.</al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het
                    college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de
                    rekenkamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt
                    de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen,
                    conclusies en eventueel aanbevelingen.</al><al>Eventueel zouden zaken die in dit artikel zijn opgenomen ook in een reglement
                    van orde kunnen worden geregeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Verstrekken inlichtingen en bijwonen vergaderingen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Uitvoering onderzoek</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Onderzoeksrapport</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Intrekking oude regeling</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>