<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43238_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale Werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, 03-07-2008. p. 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale Werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, artikel 7, tiende lid.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-31</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wet sociale werkvoorziening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale Werkvoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Wet sociale werkvoorziening, artikel 7, tiende lid.</al><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>01-07-2008</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>26-06-2008</al><al>Diemer Nieuws</al><al>d.d. 03-07-2008,</al><al>pagina 7.</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>nr. 08-31</al><al/><al/><al><vet>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale
                            Werkvoorziening</vet></al><al/><al>Nr.: 08-31</al><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 april 2008; nr.
                        08-16-15, inzake de ontwerpverordening persoonsgebonden budget;</al><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen
                        met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden budgetten; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale
                        Werkvoorziening</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Diemen;</al></li><li nr="b."><al>de wet : de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>periodieke subsidie : de loonkostensubsidie en overige aan de
                                werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten;</al></li><li nr="d."><al>de uitvoeringsorganisatie : Stichting Pantar Amsterdam, de
                                organisatie die in opdracht van de gemeenten Diemen en Amsterdam de
                                Wsw uitvoert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><al>Het Begeleid werken maakt integraal onderdeel uit van de uitvoering van de
                        Wsw. Kosten en baten van het Begeleid Werken inclusief de uitvoeringskosten
                        worden geacht integraal onderdeel uit te maken van het totaal beschikbare
                        SW-budget. De uitvoeringsorganisatie zal de kosten en baten zichtbaar maken
                        in de verantwoording over de besteding van het SW-budget als geheel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Begeleid Werken</titel></kop><al>Het Begeleid Werken in het kader van de Wsw bij de gemeente Diemen is een
                        specifiek instrument dat ingezet wordt om burgers met een Wsw-indicatie op
                        of zo dicht mogelijk bij de reguliere arbeidsmarkt aan het werk te laten.
                        Daarmee is dit instrument onderdeel van het totale
                        re-integratieinstrumentarium dat de Gemeente Diemen inzet. Dit houdt in dat
                        de gemeente zich het recht voorbehoudt om andere instrumenten in te zetten
                        als deze voor de betreffende persoon meer passend worden geacht. Het college
                        kan hiervoor nadere aanvullende regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Invulling voorwaarden passende werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar
                            recht op heeft een persoonsgebonden budget Begeleid Werken Wsw, indien
                            werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de
                            arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingericht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang van het dienstverband
                                    zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de
                                    Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken;</al></li><li nr="b."><al>Bij de werkgever is nog minimaal één andere niet-gesubsidieerde
                                    werknemer in loondienst die belast is met de dagelijkse
                                    begeleiding op de werkplek, dan wel is, ter beoordeling van de
                                    uitvoeringsorganisatie, anderszins de dagelijkse begeleiding op
                                    de werkplek aantoonbaar adequaat verzorgd;</al></li><li nr="c."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden, met
                                    een mogelijkheid tot verlenging;</al></li><li nr="d."><al>De omvang van het dienstverband is ten minste 12 uur per
                                    week.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Niet als werkgever zal worden aangemerkt een instelling voor zorg waar
                            de Wsw-geïndiceerde op grond van een andere financieringsbron zorg
                            geniet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                    gekwalificeerd voor het begeleiden van de Wsw-geïndiceerde voor
                                    wie het Persoonsgebonden budget is bestemd;</al></li><li nr="b."><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring
                                    in het werkveld;</al></li><li nr="c."><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de administratieve en
                                    financiële standaardprocedures die door de
                                    uitvoeringsorganisatie aan het begeleid werken gesteld
                                    worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In incidentele gevallen kunnen ouders en/of familieleden van een
                            Wsw-geïndiceerde worden gelijkgesteld aan “de begeleidingsorganisatie”.
                            Dit is van toepassing in die gevallen dat aantoonbaar is dat voor het
                            goed functioneren van de Wsw-geïndiceerde hulp van naasten onontbeerlijk
                            is en dat deze naasten daartoe in staat en bereid zijn. Dit ter
                            beoordeling aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de
                            subsidie aan de werkgever vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 40% van
                            het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door
                            het college op dat bedrag vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorgestelde hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan
                            het percentage genoemd in lid 1 vindt, in afwijking van het vorige lid,
                            een loonwaardeonderzoek plaats door inzet van arbeidsdeskundige
                            expertise van de uitvoeringsorganisatie, op basis waarvan de hoogte van
                            de loonkostensubsidie wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval de loonwaarde uitgangspunt is voor de hoogte van de subsidie
                            wordt de subsidie als volgt berekend: ( 100% minus “het percentage
                            loonwaarde” + 20%) x brutoloon, met dien verstande dat nooit meer
                            loonkostensubsidie wordt verstrekt dan 100% van het brutoloon.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 12 van deze verordening
                            vindt periodiek een loonwaardebepaling plaats in geval er sprake is van
                            een dienstverband voor onbepaalde tijd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan door het college worden herzien als hier
                            gerede aanleiding toe is. In deze gevallen zal een nieuw
                            loonwaardeonderzoek hebben plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van het uurtarief dat een begeleidingsorganisatie voor haar
                            dienstverlening kan declareren wordt jaarlijks door het college op grond
                            van marktconforme indicatoren vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie legt voor iedere Wsw-geïndiceerde aan de
                            uitvoeringsorganisatie een begeleidingsplan voor waarin opgenomen het
                            aantal begeleidingsuren per half jaar; het college stelt op basis
                            hiervan het maximaal aantal te factureren begeleidingsuren per half jaar
                            vast; hierbij wordt zo nodig gebruik gemaakt van arbeidsdeskundige
                            expertise van de uitvoeringsorganisatie. Tussentijdse aanpassingen
                            hierin zijn mogelijk indien partijen dit overeenkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie ontvangt een vergoeding ineens bestaande uit
                            een vast bedrag voor alle werkzaamheden die geleid hebben tot de
                            arbeidsovereenkomst. Dit bedrag bedraagt ingaande 2008 € 3.100 en wordt
                            jaarlijks voor 1 januari vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze
                            persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten door
                            de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding door het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding kan door het college gerelateerd worden aan
                            de duur van de arbeidsovereenkomst en het aantal werkuren. Een
                            vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal 6 maanden en indien vanaf de datum van
                            realisatie van de aanpassing tot de datum van beëindiging van het
                            dienstverband ten minste 6 maanden resteren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanpassingen waarvan de kosten hoger zijn dan € 15.000 komen niet voor
                            een vergoeding in aanmerking. Bij deeltijdwerk wordt dit bedrag pro rato
                            berekend op basis van een werkweek van 36 uur. Indien een hoger bedrag
                            nodig is wordt de arbeidsplaats niet als passend beschouwd, als bedoeld
                            in artikel 9. Het bedrag wordt jaarlijks aangepast volgens
                            CBS-indexatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt geen vergoeding verstrekt
                            voor aanpassingen die het karakter hebben van roerend goed; dergelijke
                            aanpassingen kunnen met in acht neming van het bepaalde in lid 4 door de
                            uitvoeringsorganisatie beschikbaar worden gesteld in bruikleen. Het
                            eigendom ervan blijft berusten bij de uitvoeringsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aanvragen voor vergoeding kunnen bij de uitvoeringsorganisatie worden
                            ingediend; na goedkeuring door het college wordt op declaratiebasis,
                            voorzien van bewijzen, de vergoeding uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Het totaal van vergoeding en loonkostensubsidie</titel></kop><al>Indien het totaal van de gevraagde vergoeding vermeerderd met de benodigde
                        loonkostensubsidie, gemeten over een tijdvak van een jaar, hoger is dan de
                        beschikbare rijkssubsidie voor de betreffende persoon, wordt de gevonden
                        plek niet passend geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt door de
                            Wsw-geïndiceerde of zijn vertegenwoordiger ingediend door middel van een
                            volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt meeondertekend door de
                            werkgever en de begeleidingsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitvoeringsorganisatie kan ten behoeve van de aanvraag een
                            aanvraagformulier vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen 6 weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aanvullend onderzoek nodig is kan deze termijn met 4 weken worden
                            verlengd. Het college stelt de aanvrager hiervan in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen 8 weken na afloop van het kalenderjaar aan
                            het college een schriftelijke opgave voorzien van een
                            accountantsverklaring van het door hem in het voorgaande jaar betaalde
                            bruto Cao-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle wettelijke
                            werkgeverslasten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de periodieke subsidie binnen 4 weken na ontvangst van
                            deze opgave vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen 4 weken betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan de
                            uitvoeringsorganisatie van alle feiten en omstandigheden die van belang
                            kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie. De
                            uitvoeringsorganisatie zal de werkgever een lijst verstrekken van feiten
                            en omstandigheden als hier bedoeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever dient zich te gedragen als een goed werkgever; daaronder
                            wordt mede verstaan dat de werkgever zijn wettelijke verplichtingen
                            behoorlijk nakomt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Beëindiging van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een werkgever wordt verwacht dat deze zich in alle opzichten
                            gedraagt zoals van een goed werkgever verwacht mag worden. In dit kader
                            betekent dit ook dat rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken
                            van de betreffende werknemer. Het college kan besluiten bij niet
                            naleving van deze verplichting de subsidie te beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan beëindiging gaat een schriftelijke waarschuwing vooraf. De werkgever
                            krijgt minimaal 3 maanden de tijd tekortkomingen te corrigeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet of onvoldoende correctie plaatsvindt kan het college
                            besluiten de subsidie te beëindigen. De opzegtermijn is in dat geval één
                            maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Terugvordering van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere aanspraak op een bijdrage op grond van deze verordening aan de
                            werkgever vervalt met terugwerkende kracht en reeds betaalde termijnen
                            dienen geheel door de werkgever te worden gerestitueerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de werkgever bij de aanvraag onjuiste en/of
                                    onvolledige informatie heeft verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>door de werkgever wordt gehandeld in strijd met enige wettelijke
                                    bepaling of daaruit voortvloeiend voorschrift;</al></li><li nr="c."><al>de werkgever niet heeft voldaan aan de in deze beschikking
                                    opgenomen voorwaarden en/of (rapportage)verplichtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het college vaststelt dat de werkgever niet heeft voldaan aan de
                            gestelde voorwaarden en/of (rapportage)verplichtingen zal de werkgever
                            éénmaal de gelegenheid worden geboden om alsnog aan deze verplichtingen
                            te voldoen op de door de uitvoeringsorganisatie aan te geven wijze.
                            Gedurende deze termijn zijn alle verplichtingen van de
                            uitvoeringsorganisatie opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voldoet de werkgever niet aan zijn verplichtingen binnen deze termijn
                            dan is al hetgeen het college aan bijdragen heeft voldaan aan de
                            werkgever zonder enige verdere ingebrekestelling terstond door de
                            werkgever aan de uitvoeringsorganisatie verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Andere begeleidingsorganisatie</titel></kop><al>Een Wsw-geïndiceerde heeft het recht te wisselen van
                        begeleidingsorganisatie. Hiervoor geldt een opzegtermijn van 3 maanden. Een
                        overeenkomst van een Wsw-geïndiceerde met een begeleidingsorganisatie wordt
                        niet geacht te zijn ontbonden zo lang er nog geen andere
                        begeleidingsorganisatie daarvoor in de plaats is getreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 1 juli 2008.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad voornoemd in zijn openbare vergadering van 26
                        juni 2008</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw) onder de naam
                    “modernisering Wsw” in werking getreden. Deze wet bevordert dat
                    Wsw-geindiceerden meer in een reguliere werkomgeving gaan werken. Om deze
                    doelstelling te verwezenlijken voert de wet enkele belangrijke wijzigingen door.
                    Zo worden regie en sturing op de Wsw, nog meer dan voorheen, in handen gelegd
                    van gemeenten.</al><al>Een tweede verandering heeft betrekking op het geven van meer rechten en
                    keuzemogelijkheden aan Wsw-geindiceerden, waaronder het recht op een
                    persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken te realiseren.</al><al>De randvoorwaarden voor het persoonsgebonden budget begeleid werken zijn
                    geregeld in artikel 7 van deze ‘moderniseringswet’. In lid 10 van dit artikel is
                    bepaald dat gemeenten voor de uitwerking van dit recht een verordening dienen op
                    te stellen. Gemeenteraden moeten binnen 6 maanden na het in werking treden van
                    de wet de verordening hebben vastgesteld.</al><tussenkop>Twee vormen van begeleid werken.</tussenkop><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door
                    Wsw-geindiceerden bij een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder de
                    oude wet geregeld in het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid
                    werken. Bij deze vorm van begeleid werken worden begeleid werkenplekken tot
                    stand gebracht door gemeente. Deze wijze van tot stand brengen van begeleid
                    werken blijft ook onder de nieuwe wet bestaan.</al><al>Naast het begeleid werken dat door de gemeente tot stand wordt gebracht en
                    waarvan iedere Wsw-geindiceerde in principe gebruik van kan maken, introduceert
                    de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van het persoonsgebonden budget
                    (PGB). Tussen de beide vormen van begeleid werken bestaan een aantal
                    verschillen. Zo is begeleid werken met een PGB als een recht voor elke
                    Wsw-geindiceerde geformuleerd. Deze heeft recht op begeleid werken met een PGB
                    als de aanvraag aan de wettelijke eisen en de daarop gebaseerde gemeentelijke
                    verordening voldoet. Bovendien ligt bij het begeleid werken met een PGB het
                    initiatief bij de Wsw-geindiceerde zelf.</al><al>De Wsw-geindiceerde, of iemand namens hem/haar, zal een PGB bij de gemeente
                    moeten aanvragen en om dit te kunnen doen zal hij/zij zelf een werkgever en een
                    begeleidingsorganisatie moeten aandragen, de werkplekaanpassing moeten regelen,
                    dan wel daar een voorstel voor moeten doen. Als een Wsw-geindiceerde een
                    werkgever vindt die hem/haar een adequate werkplek aanbiedt, de begeleiding op
                    de werkplek adequaat wordt geregeld en de kosten van begeleid werken binnen het
                    beschikbare budget vallen, dan is de gemeente (na de aanvraag te hebben
                    beoordeeld) verplicht de wens van de Wsw-geindiceerde te honoreren.</al><al>Iedere Wsw-geindiceerde komt in beginsel in aanmerking voor begeleid werken met
                    een PGB. Voor personen op de wachtlijst geldt dat zij pas van het PGB gebruik
                    kunnen maken als zij op grond van hun plek op de wachtlijst aan de beurt zijn.
                    Voor het beroep op een PGB is geen begeleid werkenadvies van het CWI vereist.
                    Hij of zij hoeft daarvoor dus niet een positief advies begeleid werken te hebben
                    gekregen. Een Wsw-indicatie volstaat. Ook een Wsw-werknemer met een bestaand
                    dienstverband kan een beroep doen op een PGB. Beschikbaarstelling van het PGB
                    gaat echter pas in op het moment dat de Wsw-dienstbetrekking is beëindigd en de
                    persoon in dienst treedt bij een andere werkgever. Voor personen die reeds
                    begeleid werken maar van werkgever en/of van begeleidingsorganisatie willen
                    veranderen geldt hetzelfde. Het verschil tussen begeleid werken dat door de
                    gemeente wordt georganiseerd en begeleid werken met een PGB is in principe
                    uitsluitend gelegen in de procedurele wijze waarop een begeleid werkenplek tot
                    stand wordt gebracht. Als de begeleid werkenplek eenmaal is gerealiseerd zijn er
                    in beginsel geen verschillen. Dit betekent dat gemeenten bij het stellen van
                    regels voor begeleid werken met een PGB zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij de
                    wijze waarop zij in het algemeen het begeleid werken organiseren. </al><al>Het begeleid werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7 van de Wet sociale
                    werkvoorziening. Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geindiceerde recht
                    heeft op begeleid werken met een PGB, maar het PGB is geen rugzakje; de
                    Wsw-geindiceerde krijgt geen budget mee. In feit moet het PGB zoals hier bedoeld
                    dan ook eerder gezien worden als een persoonsvolgend budget. Het PGB wordt
                    aangevraagd door de Wsw-geindiceerde, maar de subsidie en vergoeding worden
                    verstrekt aan de werkgever respectievelijk de begeleidingsorganisatie. Het
                    college heeft de bevoegdheid om op grond van de wet en de voorwaarden in deze
                    verordening te toetsen of het aangevraagde bedrag voor het PGB nodig is om de
                    betreffende Wsw-geindiceerde op een adequate wijze begeleid te laten werken. </al><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geindiceerde enerzijds recht heeft op
                    begeleid werken met een PGB. Anderzijds heeft het college de
                    verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en effectief inzetten van publieke
                    middelen en het realiseren van de jaarlijkse (rijks) taakstellingen
                    Wsw-plaatsen. Het bestaan van een PGB ontslaat het college ook niet van de
                    zorgplicht zoals die is geformuleerd in artikel 1, lid 3 van de wet. </al><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen:</al><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geindiceerde in
                            dienst is. Deze subsidie is primaire bedoeld als een tegemoetkoming in
                            de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit.</al></li><li nr="2."><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                            begeleiding van de Wsw-geindiceerde verzorgt.</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht. Hieronder worden
                            bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt worden voor technische
                            aanpassingen in de werkplek. Gemeenten kunnen deze vergoedingen
                            verstrekken,ze zijn daartoe niet verplicht.</al></li><li nr="4."><al>Uitvoeringskosten</al></li></lijst><al>Onderwerpen die in ieder geval geregeld moeten worden in de verordening:</al><lijst><li nr="1."><al>De wijze waarop de hoogte van de periodiek subsidie aan de werkgever
                            dient te worden vastgesteld;</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de voor het college rechtstreeks aan de subsidieverlening
                            verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis;</al></li><li nr="3."><al>De voorwaarden waaronder het college aan de werkgeer een vergoeding
                            verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing op de
                            werkplek;</al></li><li nr="4."><al>De voorwaarden waaronder het college een begeleidingsorganisatie
                            inschakelt die door de Wsw-geindiceerde zelf is aangewezen.</al></li></lijst><al>Naast deze vier verplichte onderwerpen kunnen gemeenten nog een aantal zaken in
                    hun verordening regelen of daaraan in ieder geval aandacht besteden als ze het
                    PGB gaan regelen. Het gaat dan om voorwaarden die de gemeente kan stellen aan de
                    werkgever en de werkplek van de Wsw-geindiceerde. Het college zal bij elke
                    aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de werkgever de voorgestelde inpassing
                    in de arbeid adequaat kan verzorgen. In verband hiermee kan de gemeente eisen
                    stellen aan de werkgever en de door hem aangeboden werkplek. Omdat begeleid
                    werken met een PGB een recht is voor alle Wsw-geindiceerden, zullen eventuele
                    voorwaarden waaronder dit recht kan worden gerealiseerd bij verordening moeten
                    worden geregeld. De wet maakt onderscheid tussen subsidies en vergoedingen, De
                    periodieke betalingen door de gemeente aan een werkgever worden als een subsidie
                    aangemerkt en de periodieke betalingen aan de begeleidingsorganisatie als een
                    vergoeding. Ook de betalingen in verband met eenmalige kosten van aanpassing van
                    de werkplek worden in de wet als een vergoeding aangemerkt.</al><tussenkop>Relevante toelichting op diverse artikelen:</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet voldoende
                    duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een uitgebreide(re)
                    begrippenlijst is derhalve overbodig.</al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Er is voor gekozen om maximaal in te zetten op Begeleid Werken; dat kan door een
                    zo groot mogelijk deel van het budget beschikbaar te stellen voor begeleiding en
                    voor jobcoaching. Hiermee wordt voor de geïndiceerde een zo maximaal mogelijk
                    resultaat nagestreefd. Om die reden worden de uitvoeringskosten op nihil
                    gesteld. Gemiddeld genomen worden de uitvoeringskostenvoor begeleid werken
                    terugverdiend. Er is dus geen negatief effect voor de gemeente. Het resultaat
                    van de kosten en baten worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt in de
                    verantwoording.</al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>De gemeente ziet het Begeleid Werken via de sw als onderdeel van het totale
                    re-integratieinstrumentarium dat de Gemeente Diemen inzet voor haar
                    inwoners.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><tussenkop>lid 2b</tussenkop><al>Ervaring met het verstrekken van BW-loonkostensubsidies heeft ertoe geleid om
                    als eis aan het verstrekken van de subsidie aan de werkgever te stellen dat voor
                    de dagelijkse begeleiding op de werkplek nog minimaal een andere
                    niet-gesubsidieerde werknemer in dienst is. Om zo de kwaliteit en continuïteit
                    van de begeleiding te waarborgen. Indien hierin niet is voorzien dient de
                    werkgever aan te tonen dat op een andere wijze de dagelijkse begeleiding op de
                    werkplek adequaat is verzorgd. </al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Ter voorkoming van stapelen van subsidies zal niet als werkgever worden
                    aangemerkt een instelling voor Zorg waar de Wsw-geindiceerde op grond van een
                    andere financieringsbron zorg geniet.</al><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>In voorkomende gevallen kunnen ouders en/of familieleden van een
                    Wsw-geindiceerde worden aangemerkt als begeleidingsorganisatie. Soms is de aard
                    van de beperking van de Wsw-geindiceerde dusdanig dat begeleiding van een
                    ouder/verzorger de kans op slagen op een externe werkplek sterk vergroot.</al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>De toe te kennen subsidie wordt berekend aan de hand van de loonwaardebepaling
                    en een component van 20% nodig voor de begeleiding en gemaakte extra kosten van
                    de werkgever. Deze methode wordt al geruime tijd toegepast bij Begeleid Werken
                    voor sw-geindiceerden in Diemen en Amsterdam en blijkt effectief. </al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Indien hier reden toe is kan het college de loonkostensubsidie herzien. Echter
                    hier zal altijd een nieuw loonwaarde-onderzoek aan ten grondslag liggen.</al><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al>Hierin wordt de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie geregeld. Al in de
                    huidige contracten voor Begeleid Werken is geregeld dat als een
                    begeleidingsorganisatie werkzaamheden verricht die leiden tot een plaatsing met
                    arbeidsovereenkomst hier een vergoeding tegenover staat. De sw-wet heeft hierin
                    niet expliciet voorzien.</al><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>Roerende goederen, zoals bijvoorbeeld aangepaste beeldschermen, blijven in bezit
                    van de sw-organisatie. Voorheen bleef dat in bezit van de werkgever en kon dan
                    niet meer of op een andere werkplek voor dezelfde sw-geindiceerde worden ingezet
                    of voor een andere sw-geindiceerde.</al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>Een BW werkplek voor een sw-geindiceerde wordt passend beschouwd indien het
                    totaal aan subsidie, vergoedingen etc. niet hoger is dan de beschikbare
                    rijkssubsidie voor de betreffende persoon.</al><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Ook een wettelijk vertegenwoordiger mag voor een Wsw-geindiceerde een aanvraag
                    voor PGB doen.</al><tussenkop>Artikel 11.</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 12.</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 13.</tussenkop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                    betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                    jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen, dient
                    de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het voorgaande
                    jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle
                    werkgeverslasten.</al><tussenkop>Artikel 14.</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 15, 16, 17.</tussenkop><al>Hierin wordt geregeld dat de werkgever zich als een goed werkgever dient te
                    gedragen en dat in geval dat de werkgever dit niet doet geregeld is hoe de
                    subsidie kan worden beëindigd,</al><tussenkop>Artikel 18.</tussenkop><al>Het is van belang om het recht te wisselen van begeleidingsorganisatie goed te
                    regelen. Dit om te voorkomen dat er twee begeleidingsorganisatie zeggen de klant
                    te begeleiden en in aanmerking te komen voor de vergoeding.</al><tussenkop>Artikel 19.</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>