<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432363_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 184227 (jaargang 2016), 23-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artt. 8, lid 1 onder c, en 36b, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesl. 08-12-2016, punt 10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt artikel 11 van de regeling "Participatieverordening", zoals op 27 januari 2015 vastgesteld door het algemeen bestuur van Optimisd</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Sint-Michielgestel;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november
                        2016;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet;</al><al/><al>gelet op artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening individuele studietoeslag 2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Sint-Michielsgestel;</al></li><li nr="b."><al>individuele studietoeslag: toeslag als bedoeld in artikel
                                        36b, eerste lid van de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>wet: de Participatiewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Aanvragen individuele studietoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de wet, wordt
                            ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststellen arbeidscapaciteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt of aanvrager niet in staat is tot het verdienen
                                van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                                arbeidsparticipatie, conform artikel 36b, eerste lid, onderdeel d,
                                van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor deze beoordeling advies bij een andere partij
                                opvragen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorwaarden individuele studietoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eenmaal per periode verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag bedraagt per maand maximaal 25% van de
                            norm voor gehuwden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de uitvoering van deze verordening
                                beleidsregels vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen van deze verordening afwijken indien
                            en voor zover toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            studietoeslag 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking eerdere verordening</titel></kop><al>Vanwege de opheffing van ISD Optimisd per 1-1-2017 wordt het door het
                            Algemeen Bestuur van ISD vastgestelde artikel 11 van de
                            Participatieverordening, vastgesteld op 27 januari 2015, waarin de
                            individuele studietoeslag werd geregeld, ingetrokken per 1-1-2017. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 8 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>N.A. Hoogerbrug - van de Ven </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. J.C.M. Pommer</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening individuele studietoeslag 2015</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>De invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al>De individuele studietoeslag is een extra steuntje in de rug voor mensen met een
                    arbeidshandicap om te gaan studeren. De drempel om te lenen voor de studie is
                    een voor deze groep een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is.
                    Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zeten om naar school te
                    gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor
                    het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                    een bijbaan.</al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht</cursief></al><al>De invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op om in
                    een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag.</al><al/><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid</cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele
                    studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. </al><al/><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag</cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de individuele
                    omstandigheden van een persoon – een individuele studietoeslag verlenen.
                    Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft, en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al/><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 2. Indienen verzoek</cursief></vet></al><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit
                    betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling: </al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c,
                            35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c,
                            van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het
                            inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                            jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon
                            in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                            verleend; </al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
                        </al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet; </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en</al></li><li nr="-"><al>niet-uitkeringsgerechtigden. </al></li></lijst><al/><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                    in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                    bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                    middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien
                    als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een
                    schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de
                    aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                    Participatiewet.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 3. Vaststellen arbeidscapaciteit </cursief></vet></al><al>Dit artikel regelt het vaststellen of een persoon niet in staat is tot het
                    verdienen van het wettelijk minimumloon met voltijdse arbeid, maar wel
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. In beginsel stelt het college dit
                    zelf vast, zoals aangegeven in lid een. Het tweede lid stelt het college in
                    staat om daartoe ook extern advies in te winnen wanneer dit noodzakelijk wordt
                    geacht.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 4. Eenmaal per periode verlenen</cursief></vet></al><al>Dit artikel bepaald dat iemand slechts eenmaal per zes maanden een toeslag
                    aanvragen. Het recht op individuele studietoeslag wordt namelijk slechts
                    getoetst op het moment van aanvraag. Het niet voldoen aan de voorwaarden op enig
                    moment na toekenning, heeft geen gevolgen voor het recht op een individuele
                    studietoeslag. Door maximaal voor en periode van zes maanden toe te kennen,
                    wordt verzekerd dat het voldoen aan de voorwaarden (bijvoorbeeld het nog steeds
                    volgens van een opleiding) elke zes maanden opnieuw getoetst kan worden. </al><al/><al><vet><cursief>Artikel 5. Hoogte individuele studietoeslag</cursief></vet></al><al>In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld. Hierbij
                    wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een
                    individuele studietoeslag bedraagt 25% van de bijstandsnorm voor een echtpaar
                    (is gerelateerd aan het wettelijk minimumloon). Hiermee is aansluiting gezocht
                    bij de vergoeding die het UWV thans uitkeert aan Wajongers.</al><al>Is er sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden
                    voor een individuele studietoeslag, dan komen zij beide afzonderlijk hiervoor in
                    aanmerking. </al><al/><al><vet><cursief>Artikel 6. Betaling individuele studietoeslag</cursief></vet></al><al>Dit artikel regelt de maandelijkse betaling van de individuele studietoeslag. Na
                    zes maanden wordt het recht opnieuw bepaald. </al><al/><al><vet><cursief>Artikel 7. Uitvoering</cursief></vet></al><al>Dit artikel stelt het college in staat om nadere voorwaarden te stellen om in
                    aanmerking te komen voor een individuele studietoeslag.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>