<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR432008_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Arena, 16 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>4270-2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d. 8
                        november 2016 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet </al><al/><al>B E S L U I T:</al><al>Vast te stellen de:Verordening op de heffing en invordering van
                        toeristenbelasting 2017</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van
                                de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
                                    enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of
                                    een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor
                                    een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in
                                    artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze
                                    onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn
                                    bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt
                                    voor recreatief nachtverblijf.</al></li><li nr="b."><al>niet-beroepsmatige verhuurde ruimten: woningen en andere
                                    verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen of
                                    stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf
                                    voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in
                                    bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden
                                    verhuurd dan wel te huur worden aangeboden.</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte, dat bestemd
                                    is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van
                                    eenzelfde kampeermiddel of stacaravan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht wordt met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten,
                                    kampeermiddelen op vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd
                                    voor het verblijf houden door één of meer leden van een zelfde
                                    huishouden gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december
                                    bepaald op 3 personen;</al></li><li nr="b."><al>kampeermiddelen op seizoenstandplaatsen bepaald op 2,8
                                    personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is
                            overnacht wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden op vaste standplaatsen, bepaald
                                    op 55,1;</al></li><li nr="b."><al>ingeval verblijf wordt gehouden op seizoenstandplaatsen, bepaald
                                    op 62.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 1,10.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de
                        toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen,
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede termijn twee maanden later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee
                            gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de tweede termijn twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang
                            de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden
                            afgeschreven, moet(en) de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden
                            betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden
                            later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso
                            alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                            verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan €
                            5.000,00.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere
                        regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachtingen verschaft, zulks schriftelijk te melden aan
                        de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c
                        van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening toeristenbelasting 2015’ van 11 december 2014 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                toeristenbelasting 2017'.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Landerd van 8 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.M. Morsinkhof M.C Bakermans</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>