<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR431924_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN FORENSENBELASTING 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.ooststellingwerf.nl/document.php?m=35&amp;fileid=16378&amp;f=30bebcdcc795474e26cdd5ed150262d4&amp;attachment=1&amp;c=15616">Gemeenteblad, 21-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=223">Gemeentewet, artikel 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad 20-12-2016, nr.18</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN FORENSENBELASTING 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ooststellingwerf;</al><al>nr. 18</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2016;</al><al/><al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN FORENSENBELASTING 2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=223" struct="BWB">artikel 223 van de Gemeentewet</extref>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Niet belastingplichtig is degene die: ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van <extref doc="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=16" struct="BWB">artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken</extref>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220" struct="BWB">artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet</extref>, met dien verstande dat daarbij <extref doc="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=16" struct="BWB">artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken</extref> niet wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedraagt bij een waarde:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>tot en met € 15.000,00</al></entry><entry><al>€ 54,00</al></entry></row><row><entry><al>van € 15.001,00 tot en met € 18.500,00</al></entry><entry><al>€ 99,00</al></entry></row><row><entry><al>van € 18.501,00 tot en met € 106.500,00</al></entry><entry><al>€ 150,00</al></entry></row><row><entry><al>van € 106.501,00 tot en met € 182.500,00</al></entry><entry><al>€ 202,00</al></entry></row><row><entry><al>van € 182.501,00 tot en met € 335.000,00</al></entry><entry><al>€ 255,00</al></entry></row><row><entry><al>van € 335.001,00 of meer</al></entry><entry><al>€ 306,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990</extref> moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de tweede een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de betaling van de verschuldigde belasting een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, dient voor de in het eerste lid genoemde twee gelijke termijnen drie gelijke termijnen te worden gelezen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende termijnen steeds één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het tweede lid, wordt geacht niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische incasso twee termijnen worden gestorneerd, ofwel indien de incassomachtiging door de belastingschuldige of de rekeninghouder wordt ingetrokken. De termijnen genoemd in het eerste lid worden in dat geval direct van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De <extref doc="1.0:v:BWBR0002448" struct="BWB">Algemene termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de forensenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De "Verordening forensenbelasting 2016", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 15 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening forensenbelasting 2017".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van 20 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier. , voorzitter.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>