<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR431916_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel herhuisvesting bij sloop en renovatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-huisblad - Bewonersplatform Bovenkerk, Woongroep Holland, Overlegteam Bovenkerk, Huurdersvereniging Bovenkerk, Eigen Haard, Bestuur St. Lodewijk Huurdersverening St. Lodewijk, Cardanus.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel herhuisvesting bij sloop en renovatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingsverordening Regionale woonruimteverdelingsbeleid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel herhuisvesting bij sloop en renovatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>inleiding.</titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregels herhuisvesting vormen het uitgangspunt voor
                            corporaties die in vernieuwingsgebieden sociale statuten maken voor hun
                            huurders.</al><al>De corporaties die akkoord zijn met deze beleidsregels krijgen het
                            mandaat om stadsvernieuwingsurgenties af te geven aan huurders in een
                            vernieuwingsgebied. De beleidsregels vormen derhalve ook de
                            beleidsregels die gelden bij het uitvoeren van deze bevoegdheid namens
                            het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen.</al><al/><al>Houvast in een onzekere periode.</al><al>Als voor een gebied een vernieuwingsplan wordt ontwikkeld, gaan de
                            bewoners een onzekere periode tegemoet. Vooral als hun woning wordt
                            gesloopt of ingrijpend gerenoveerd. De bewoners willen weten waar zij
                            aan toe zijn. Als er dan nog niet gezegd kan worden in welke woning ze
                            terecht komen, dan willen ze toch in ieder geval de garantie dat er
                            straks op een zorgvuldige wijze met hun belangen zal worden omgegaan.
                            Afspraken daarover kunnen worden gemaakt in een sociaal statuut.</al><al>Daarin kan worden vastgelegd hoe men de overlast kan beperken, wat de
                            rechten zijn van de bewoners die hun huis uit moeten, welke procedures
                            gevolgd zullen worden, en wat de inzet is van de corporatie en de
                            gemeente om het proces zo veel mogelijk naar ieders tevredenheid te
                            laten verlopen.</al><al>Bij het opstellen van een sociaal statuut zijn corporatie en bewoners
                            niet geheel vrij in het maken van afspraken. Zij zijn hierbij gebonden
                            door de gemeentelijke huisvestingsverordening en het regionale
                            woonruimteverdelingsbeleid.</al><al/><al>Een sociaal statuut en deze beleidsregels.</al><al>Een sociaal statuut komt tot stand in overleg tussen corporaties en
                            bewoners. Daarbij komt aan de orde:</al><lijst><li nr="-"><al>Wat is de rol van bewoners en bewonersbehartigers bij de aanpak
                                    van dit specifie- ke gebied?</al></li><li nr="-"><al>Waarom zijn de voorgestelde veranderingen aan de woningen en de
                                    woonomge- ving wenselijk?</al></li><li nr="-"><al>Hoe vinden deze veranderingen plaats?</al></li><li nr="-"><al>Wat wordt gedaan ten behoeve van een heldere en duidelijke
                                    communicatie?</al></li><li nr="-"><al>Welke afspraken zijn gemaakt over de positie van bewoners
                                    tijdens het stadsvernieuwingsproces ?</al></li><li nr="-"><al>Welke extra aandacht krijgen kwetsbare groepen, zoals ouderen en
                                    mensen met een beperking?</al></li><li nr="-"><al>Hoe is het beheer tijdens de ingrepen geregeld?</al></li></lijst><al>Veel van deze onderwerpen komen langs in deze beleidsregels. Maar een
                            sociaal plan zal daarnaast sterk ingaan op de specifieke lokale
                            omstandigheden.</al><al/><al>Een proces van stedelijke vernieuwing duurt vaak jaren. In een sociaal
                            statuut zal dan ook altijd het voorbehoud gemaakt moeten worden van
                            veranderde regelgeving en afspraken. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>overleg en informatie.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1.</nr><titel>Participatie.</titel></kop><structuurtekst><al>Belanghebbende bewoners zullen in een vroegtijdig stadium worden
                                betrokken bij het stadsvernieuwingsproces. Al voorafgaand aan de
                                planfase worden zij, op basis van een eerste probleemstelling,
                                geraadpleegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2.</nr><titel>Informatie.</titel></kop><structuurtekst><al>De verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening bij
                                vernieuwingsingrepen ligt bij de opdrachtgevers. Dit zijn meestal de
                                corporatie en/of de gemeente. Zij verzorgen de informatievoorziening
                                over de vernieuwing aan bewoners. Wanneer het een groot
                                vernieuwingsproject betreft, bijvoorbeeld de herstructurering van
                                een wijk, trekken gemeente en corporatie gezamenlijk op bij de
                                informatievoorziening</al><al>Vertegenwoordigers van bewoners(organisaties) kunnen gevraagd en
                                ongevraagd adviseren over de gewenste informatievoorziening.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3.</nr><titel>Communicatie- en participatieplan.</titel></kop><structuurtekst><al>In een vroeg stadium wordt aangegeven hoe overleg en participatie
                                worden geregeld. Dat kan door het opstellen van een communicatie- en
                                participatieplan.</al><al>Daarbij wordt vastgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>binnen welke randvoorwaarden bewoners invloed kunnen
                                        uitoefenen.</al></li><li nr="-"><al>het moment waarop de informatie wordt gegeven</al></li><li nr="-"><al>de communicatiemiddelen die worden ingezet (schriftelijk,
                                        informatiebijeenkomsten, huisbezoeken e.d.)</al></li></lijst><al>Wanneer welke informatie</al><al>Eén tot anderhalf jaar voor de sloop of renovatie wordt bij de
                                betreffende bewoners door de corporatie een huisbezoek afgelegd,
                                waarbij op de persoon gerichte informatie kan worden gegeven en
                                knelpunten kunnen worden gesignaleerd.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Beheer.</titel></kop><structuurtekst><al>Tijdens het vernieuwingsproces zal er extra aandacht nodig zijn voor het
                            fysiek beheer van het gebied. De gemeente en corporaties hebben
                            verschillende verantwoordelijkheden om de leefbaarheid tijdens de
                            vernieuwingsingreep op peil te houden. Zij kunnen door
                            vertegenwoordigers van bewoners gevraagd en ongevraagd worden
                            geadviseerd over de gewenste beheermaatregelen. </al><al>In een beheerplan kunnen gemeente en corporaties de volgende zaken vast
                            leggen:</al><lijst><li nr="-"><al>Regeling voor klachten, meldpunt voor klachten.</al></li><li nr="-"><al>Informatie aan omwonenden.</al></li><li nr="-"><al>Afspraken over intensief fysiek beheer van woningen, tuinen en
                                    straten.</al></li><li nr="-"><al>Specifieke maatregelen zoals verlichting, plaatsen van
                                    afvalcontainers e.d.</al></li><li nr="-"><al>Extra dienstverlening in de vorm van toezicht en onderhoud
                                    binnen het vernieuwingsgebied.</al></li><li nr="-"><al>Tijdelijke verhuur van leegkomende woningen.</al></li><li nr="-"><al>Duur van het project.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Grote bouwkundige ingrepen.</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een grote bouwkundige ingreep kunnen de bewoners niet in de woning
                            blijven, uitplaatsing is om technische redenen noodzakelijk. Het kan
                            daarbij gaan om sloop, grootschalige renovatie, of het samenvoegen van
                            woningen. De bewoners krijgen de status van stadsvernieuwingskandidaat,
                            waarbij zij de volgende verhuismogelijkheden krijgen:</al><lijst><li nr="-"><al>voorrang bij toewijzing in heel Amstelveen;</al></li><li nr="-"><al>Indien mogelijk terugkeer in de oude woning (bij sloop en
                                    samenvoeging blijft de oude woning niet bestaan);</al></li><li nr="-"><al>zolang de voorraad strekt een andere woning binnen het
                                    vernieuwingsgebied, al dan niet via een wisselwoning.</al></li></lijst></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1.</nr><titel>Start van het proces: Besluit tot sloop en peildatum, afgeven
                                stadsvernieuwingsurgenties.</titel></kop><structuurtekst><al> Besluit tot sloop</al><al>Als de woningen gesloopt worden, neemt de gemeente een sloopbesluit.
                                Onderdeel van het sloopbesluit is een gedetailleerde planning en
                                fasering. Voor zo'n besluit wordt genomen is er maatschappelijk
                                overleg geweest en hebben de diverse bewoners en belanghebbenden
                                invloed kunnen uitoefenen.</al><al/><al>Vooral bij grotere projecten zal ook duidelijk gemaakt moeten worden
                                op welke wijze het herhuisvesten van de bewoners mogelijk is.
                                Daartoe stellen de corporaties zo spoedig mo- gelijk na het afleggen
                                van de huisbezoeken een planning voor de herhuisvesting op.</al><al/><al>Als de woningen niet gesloopt worden, wordt geen sloopbesluit
                                genomen. Wel besluit de gemeente d.m.v. een
                                sloop/herstructureringsbesluit akkoord te gaan met de uitplaatsing
                                van bewoners ten behoeve van de verbetering van de woningen.</al><al/><al>Peildatum / Uitplaatsingsperiode</al><al>De peildatum is de datum waarop met de uitplaatsingen in het kader
                                van de herhuisvesting wordt gestart. Vanaf deze datum hebben
                                bewoners die verhuizen ook recht op ver- huiskostenvergoeding.</al><al/><al>Voordat een peildatum wordt vastgesteld is altijd een sloopbesluit
                                of renovatiebesluit nodig. De peildatum ligt één tot anderhalf jaar
                                voor de start van de sloop. Tot een langere periode kan worden
                                besloten indien hiermee wisselwoningen kunnen worden gecreëerd. De
                                peildatum wordt vastgesteld door de gemeente, in overleg met de
                                corporatie. </al><al/><al>Op de overwegingen die een rol spelen bij de vaststelling van het
                                peilbesluit wordt ingegaan in bijlage 1.</al><al/><al>Mandatering voorrang aan stadsvernieuwingskandidaten.</al><al>De corporaties die door B&amp;W zijn gemandateerd om zelf
                                voorrangsverklaringen aan stads- vernieuwingskandidaten te
                                verstrekken zullen volgens deze beleidsregels werken.</al><al>Het mandaat geldt alleen wanneer de betreffende corporatie in het
                                aangewezen complex woningen een sloop-nieuwbouwproject, een
                                renovatieproject of een daarmee gelijkgesteld project uitvoert (of
                                doet uitvoeren).</al><al>De betrokken corporatie geeft jaarlijks aan de gemeente in een kort
                                verslag weer hoe de bevoegdheid is uitgeoefend en tot welke
                                resultaten dit heeft geleid.</al><al/><al>Afwijzing.</al><al>Bewoners, of juist niet-bewoners, die worden afgewezen voor een
                                stadsvernieuwingsstatus krijgen namens de eigenaar een afwijsbrief.
                                De corporaties sturen deze beschikking na- mens B&amp;W. Iedere
                                afwijzing namens B&amp;W dient gemotiveerd te geschieden. Een
                                motivatie kan bijvoorbeeld zijn dat de bewoner illegaal woonachtig
                                is op het betreffende adres. Ook moet er altijd in staan, dat
                                ingevolge de Wet Algemeen Bestuursrecht bezwaar aangetekend kan
                                worden door zich binnen 6 weken te richten tot B&amp;W.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.</nr><titel>Bewonersbegeleiding.</titel></kop><structuurtekst><al>Bij grote bouwkundige ingrepen moeten de bewoners hun woning -
                                tijdelijk of definitief - verlaten. Ze krijgen de
                                stadsvernieuwingsstatus.</al><al>De woningcorporatie zal regelmatig contact hebben met de bewoners
                                die willen terugkeren of doorschuiven binnen het vernieuwingsgebied,
                                om hen op de hoogte te houden van de voortgang, verhuisdata
                                e.d.</al><al>Stadsvernieuwingskandidaten die naar elders willen verhuizen zoeken
                                in principe zelf via het aanbodsysteem een nieuwe woning, maar een
                                actieve bemiddelende rol van de ver- huurder zal in een aantal
                                gevallen nodig zijn. Verhuurders leveren de bewoners hierbij
                                maatwerk.</al><al/><al>De geboden begeleiding begint meestal met informatiebijeenkomsten en
                                een informatie- boekje. Rond de peildatum volgt een huisbezoek van
                                de corporatie. In dit huisbezoek inventariseert de corporatie de
                                wensen van de bewoners, bespreekt de herhuisvestingmogelijkheden in
                                het gebied en daarbuiten en legt WoningNet uit. Daarbij wordt
                                rekening ge- houden met de persoonlijke omstandigheden van de
                                bewoner (inkomen, huishoudsamenstelling, leeftijd en woonduur). De
                                bewoner ontvangt een brief van de corporatie waarin staat welke
                                herhuisvestingsmogelijkheden passen bij de persoonlijke factoren van
                                de bewoner. Als in een later stadium deze
                                herhuisvestingmogelijkheden wijzigen, bijvoorbeeld door veranderde
                                regelgeving of door uitstel van de sloopdatum, wordt de bewoner
                                hiervan weer schriftelijk op de hoogte gesteld.</al><al>Na het huisbezoek meldt de corporatie de bewoner als
                                stadsvernieuwingskandidaat aan bijWoningNet. </al><al/><al>De begeleiding die na het huisbezoek wordt geboden hangt af van de
                                wensen en mogelijk- heden van de bewoner om zelf een woning te
                                kunnen zoeken. Deze kan bestaan uit de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="1."><al>Begeleiding bij het zoeken naar een passende woning in
                                        WoningNet Magazine en het in- schrijven voor een
                                        woning.</al></li><li nr="2."><al>Indien het inschrijven onvoldoende resultaat oplevert: het
                                        actief aanbieden van wonin- gen door de verhuurder. Het gaat
                                        daarbij om woningen die gelijkwaardig/vergelijkbaar zijn aan
                                        de woningen die via Woningnet worden aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Begeleiding bij huuropzegging, tekenen van huurcontract en
                                        het aanvragen van huur- subsidies en vergoedingen.</al></li><li nr="4."><al>Het bieden van maatwerk als individuele bewoners in de knel
                                        komen.</al></li></lijst><al>Maatwerk voor ouderen en mindervalide bewoners.</al><al>Indien gewenst kunnen ouderen en mindervalide bewoners extra hulp en
                                begeleiding krij- gen bij het zoeken naar een andere woning. Indien
                                nodig wordt contact gezocht met ande- re hulpverlenende
                                instanties.</al><al>De corporaties bekijken daarnaast op projectniveau of er ouderen en
                                mindervalide bewo- ners zijn die begeleiding nodig hebben bij de
                                verhuizing of de inrichting van de woning. In- dien nodig bieden de
                                corporaties maatwerk.</al><al/><al>Toewijzingsvolgorde.</al><al>Conform Artikel 7 van het Convenant Woningmarkt Nieuwe stijl d.d. 24
                                februari 2000 wordt de voorrangskandidaat
                                (stadsvernieuwingskandidaat of kandidaat met medisch/sociale
                                urgentie) waarvan de geldigheidsduur van de verleende urgentie het
                                eerste verstrijkt bovenaan de kandidatenlijst geplaatst.</al><al/><al>Voorts wordt de volgorde binnen de categorie
                                stadsvernieuwingskandidaten bepaald door de sloopdatum. Als eerste
                                komen stadvernieuwingskandidaten aan de beurt waarvan de woning het
                                eerst gesloopt moet worden. Indien meerdere kandidaten met eenzelfde
                                sloop- datum opteren voor dezelfde woning, gaat de bewoner met de
                                langste woonduur voor.</al><al/><al>Gerichte woningaanbiedingen.</al><al>Wanneer stadsvernieuwingskandidaten in het aanbodstelsel geen succes
                                hebben, zullen op zeker moment gerichte aanbiedingen (maximaal drie)
                                moeten worden gedaan. De begeleidende medewerker van de corporatie
                                kan de kandidaat hiertoe inschrijven op een woning in het
                                aanbodsysteem. Het moment waarop dat moet gebeuren zal per kandidaat
                                moeten worden bepaald. Daarbij geldt als algemeen uitgangspunt dat
                                alle kandidaten op de sloop- datum bemiddeld dienen te zijn.</al><al/><al>Weigeringen en reserveren van een woning</al><al>Gedurende de periode dat de sv - kandidaten meedoen in het
                                aanbodsysteem hebben weigeringen geen invloed op de mogelijkheid om
                                opnieuw voor een woning te opteren.</al><al>Indien alle gerichte woningaanbiedingen worden geweigerd, kan een
                                ontruimingsprocedure worden gestart om de voortgang van het
                                vernieuwingsproces mogelijk te maken. Hiervoor is de eigenaar
                                verantwoordelijk. De eigenaar reserveert voor betrokkene een woning
                                en krijgt hiermee een ontruimingstitel voor de bewoner.</al><al>Er wordt slechts tot reservering van een woning overgegaan als de
                                eigenaar de mogelijkheid heeft de bewoner binnen één maand langs
                                juridische weg te doen ontruimen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3.</nr><titel>Verhuismogelijkheden van sv-kandidaten.</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> 4.3.1 Vervallen woonduur</tussenkop><al>De bewoners die hun woning moeten verlaten, kunnen kiezen voor:
                                    blijven wonen (of terugkeren) in het vernieuwingsgebied, of
                                    definitief verhuizen naar elders.</al><al>Teneinde vooraf helderheid te verschaffen over het al dan niet
                                    vervallen van de woonduur bij verhuizingen wordt hier bij dit
                                    onderwerp stilgestaan.</al><al>Centraal staat het begrip woonduur uit de
                                    huisvestingsverordening Amstelveen. Hierin staat : “Woonduur is
                                    de totale, aaneengesloten duur van bewoning van de achter te
                                    laten woonruimte, zoals vastgelegd in de gemeentelijke
                                    basisadministratie persoonsgegevens, dan wel blijkend uit het
                                    eigendomsbewijs of de huurovereenkomst. De gegevens in de
                                    gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn
                                    doorslaggevend “</al><al>Vertaling van het begrip woonduur in de praktijk van renovatie
                                    en sloop betekent het volgende:</al><al>De woonduur blijft gehandhaafd</al><lijst><li nr="-"><al>als de bewoner op de huidige woning blijft wonen of
                                            daarheen, (via een wisselwoning) terugkeert;</al></li></lijst><al>De woonduur vervalt</al><lijst><li nr="-"><al>als de bewoner binnen een renovatiecomplex doorschuift
                                            bij sloop;</al></li><li nr="-"><al>bij renovatie als men verhuist naar een woning buiten
                                            het complex.</al></li></lijst><al>Deze uitleg van het begrip woonduur wordt ook gehanteerd door
                                    Amsterdam en de Amsterdamse corporaties. Ook de
                                    Geschillencommissie Woonruimteverdeling van de Amstel- land en
                                    Meerlanden kan zich vinden in deze aanpak.</al><tussenkop> 4.3.2 Terugkeren of doorschuiven binnen de buurt</tussenkop><al>De mogelijkheden binnen het gebied verschillen per locatie. Soms
                                    zullen er veel sociale huurwoningen teruggebouwd worden, maar
                                    als de woningen gesloopt worden ten behoeve van een andere
                                    functie, dan is terugkeer helemaal niet mogelijk.</al><al/><al>Toewijzing woningen binnen het vernieuwingsgebied</al><al>Binnen het vernieuwingsgebied is de volgorde van de
                                    kandidaten:</al><lijst><li nr="-"><al>De oorspronkelijke bewoner van de woning (alleen bij een
                                            renovatie die niet be- trokken is bij een
                                            samenvoeging).</al></li><li nr="-"><al>Bewoners die via een wisselwoning terugkeren. (Zij weten
                                            bij het betrekken van de wisselwoning veelal naar welke
                                            woning ze terugkeren).</al></li><li nr="-"><al>Bewoners die met één keer verhuizen kunnen
                                            doorschuiven;</al></li><li nr="-"><al>Bewoners met wie ten tijde van de uitplaatsing hebben
                                            aangegeven terug te willen keren in het
                                            vernieuwingsgebied. Dit laatste komt alleen voor als er
                                            ten tijde van de uitplaatsing te weinig nieuwbouw in het
                                            vernieuwingsgebied is en als het zich laat aanzien dat
                                            in een later stadium een substantieel aantal woningen
                                            zal overblijven voor deze groep.</al></li></lijst><al>Ook binnen deze groepen moet de volgorde worden bepaald. Bij de
                                    bewoners die doorschuiven is de geplande sloopdatum het eerste
                                    selectiecriterium. Daarna de woonduur in het
                                    vernieuwingsgebied.</al><al>Bij de bewoners die al dan niet via een wisselwoning terugkeren,
                                    speelt die sloopdatum geen rol meer, want de woningen zijn al
                                    gesloopt. Binnen deze groepen is de woonduur in het
                                    vernieuwingsgebied dus het enige criterium.</al><al/><al>Met de sv-kandidaten die in het vernieuwingsgebied doorschuiven
                                    of terugkeren wordt vaak maanden voor de oplevering afgesproken
                                    naar welke woning ze gaan. Deze woningen worden niet
                                    geadverteerd in de woningkrant.</al><al/><al>Woningen die overblijven nadat kandidaten uit het
                                    vernieuwingsgebied aan de beurt zijn geweest komen in de
                                    woningkrant. Daar geldt dan de normale volgorde:</al><lijst><li nr="-"><al>Overige sv-kandidaten en sociaal medisch urgenten.</al></li><li nr="-"><al>Overige kandidaten die op de reguliere wijze via woon-
                                            en inschrijfduur meedingen naar een woning.</al></li></lijst><al>Spijtoptanten.</al><al>Stadsvernieuwingskandidaten die hebben gekozen voor
                                    herhuisvesting buiten het stads- vernieuwingsgebied en daarvan
                                    spijt krijgen, hebben de kans om terug te keren naar een woning
                                    in het gebied van herkomst. Deze bewoners dienen dit binnen een
                                    jaar na verhui- zing bekend te maken bij de corporatie van
                                    herkomst. Op basis van de oude woonduur kunnen zijn dan (als
                                    doorstromer) reageren op vrijkomende huurwoningen in het gebied
                                    waar zij vandaan komen. Zij kunnen drie jaar van deze
                                    mogelijkheid gebruik maken. Er wordt niet een tweede keer een
                                    bijdrage in de verhuiskosten uitgekeerd.</al><al/><al>Koopwoningen ontwikkeld door de corporaties.</al><al>Stadsvernieuwingskandidaten worden als eerste op de hoogte
                                    gesteld van het aanbod aan nieuwbouw koopwoningen binnen het
                                    eigen vernieuwingsgebied.</al><al>Zij kunnen hier eveneens als eerste op intekenen. Dat kan
                                    betekenen dat men twee keer moet verhuizen, want de woning die
                                    men koopt als men sv-kandidaat wordt, wordt vaak pas opgeleverd
                                    na de sloop van de huidige woning.</al><tussenkop> 4.3.3 Verhuizen naar elders</tussenkop><al>De bewoners die willen verhuizen naar elders zoeken in het
                                    aanbodsysteem een woning. De stadsvernieuwingsstatus stelt hen
                                    in staat in Amstelveen met voorrang passende huis- vesting te
                                    vinden binnen het vrijkomend aanbod van de Amstelveense
                                    corporaties. Passend wil in dit geval zeggen dat de verhouding
                                    tussen inkomen en huur en die tussen huishoudensgrootte en
                                    woninggrootte voldoet aan de gemeentelijke regels.</al><al>Bewoners kunnen ook zoeken naar een woning in de Regio Amsterdam
                                    of daarbuiten. Buiten Amstelveen geldt de voorrangsstatus echter
                                    niet.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.4</nr><titel>Wisselwoning.</titel></kop><structuurtekst><al>Als bewoners willen terugkeren naar hun eigen woning biedt de
                                corporatie tijdelijke huisvesting in een gestoffeerde wisselwoning
                                aan. Soms kan men ook via een wisselwoning terugkeren naar een
                                andere woning in het vernieuwingsgebied.</al><al>Daarnaast krijgen de bewoners vaak de mogelijkheid goederen
                                tijdelijk op te slaan, bijvoorbeeld in een container.</al><al>In een wisselwoningcontract tussen corporatie en huurder worden
                                afspraken gemaakt over huur, duur van het verblijf in de
                                wisselwoning.</al><al>De netto huur van de wisselwoning is nooit hoger dan de netto huur
                                van de oude woning.</al><al>De bewoner krijgt voor de verhuizing tenminste twee weken de tijd.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.5.</nr><titel>Tijdelijke verhuur.</titel></kop><structuurtekst><al>In bepaalde gevallen is het niet zinvol woningen op de normale
                                manier te verhuren, bijv. als ze over enige tijd zullen worden
                                gesloopt of gerenoveerd. In dergelijke gevallen kan verhuur aan een
                                tijdelijke huurder een betere oplossing zijn dan het reeds
                                vroegtijdig on- klaar maken van de woning.</al><al>Met de tijdelijke verhuur kan , zodra er duidelijkheid is over de
                                planning van het vernieuwingsproces in onderling overleg worden
                                begonnen. De overwegingen die hierbij een rol spelen zijn gelijk aan
                                die overwegingen die een rol spelen bij het vaststellen van de
                                peildatum, zie hiervoor bijlage 1.</al><al/><al>De mogelijkheid tot tijdelijke verhuur wordt gegeven in de
                                Leegstandswet. Ingeval van tijdelijke verhuur wordt een tijdelijk
                                huurcontract met de huurder gesloten. Dit geeft geen recht op
                                huurbescherming, vervangende huisvesting of de status als
                                stadsvernieuwings- kandidaat. De verhuurder is verplicht om bij de
                                gemeente een vergunning voor tijdelijke verhuur aan te vragen. Eén
                                en ander op basis van artikel 15 van de Leegstandswet.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.6.</nr><titel>Huuropzegging en ontruimingstitel.</titel></kop><structuurtekst><al>Stadsvernieuwingskandidaten hebben een zeer grote voorrangspositie
                                ten opzichte van andere woningzoekenden. Toch kan het voorkomen dat
                                een bewoner er niet in slaagt naar tevredenheid een woning te vinden
                                en dat adequate aanbiedingen van de corporatie wor- den geweigerd.
                                Om te voorkomen dat het vernieuwingsproces daardoor vertraging
                                oploopt moet degene die een verbeterings- of sloopplan wil uitvoeren
                                een rechtsgrond of ‘titel’ hebben om over de woning te kunnen
                                beschikken. Daarom zullen corporaties met sloop- of verbeterplannen
                                hun huurders de huur moeten opzeggen op grond van ‘dringend eigen
                                gebruik’.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.7.</nr><titel>Verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding.</titel></kop><structuurtekst><al> Stadsvernieuwingskandidaten komen in aanmerking voor een financiële
                                tegemoetkoming</al><al>van de corporatie in de verhuis en herinrichtingskosten. Corporaties
                                en bewoners maken daartoe afspraken in het sociaal statuut.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.8.</nr><titel>Huuraftopping/huurgewenning.</titel></kop><structuurtekst><al>Beleid is dat bewoners die dat willen kunnen terugkeren naar het
                                vernieuwingsgebied. Om dit mogelijk te maken, maken corporaties en
                                huurders afspraken over huuraftopping, dan wel huurgewenning. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Peilbesluit.</titel></kop><al>De peildatum is de datum waarop met de uitplaatsingen in het kader van de
                    herhuisves- ting wordt gestart. Vanaf deze datum hebben bewoners die verhuizen
                    ook recht op ver- huiskostenvergoeding.</al><al>Voordat een peildatum wordt vastgesteld is altijd een sloopbesluit of
                    renovatiebesluit no- dig. De peildatum ligt één tot anderhalf jaar voor de start
                    van de sloop. Tot een langere periode kan worden besloten indien hiermee
                    wisselwoningen kunnen worden gecreëerd. De peildatum wordt vastgesteld door de
                    gemeente, in overleg met de corporatie.</al><al>Een langere termijn dan de hiervoor genoemde anderhalf jaar maakt het
                    herhuisvesten van de bewoners niet makkelijker en heeft wel een aantal grote
                    nadelen. Bij het maken van een sociaal statuut komt het nog wel eens voor dat
                    bewoners pleiten voor zo'n langere periode. De begrijpelijke redenatie is dan:
                    Als de woningen toch gesloopt worden, maak dan de mensen die weg willen nu vast
                    stadsvernieuwingskandidaat, zodat ze nu al om zich heen kunnen kijken.</al><al>Het is daarom goed hier de belangrijkste nadelen te noemen:</al><lijst><li nr="-"><al>Alleen kandidaten met goed te realiseren woonwensen verhuizen eerder.
                            Kandidaten met moeilijker te realiseren wensen komen toch pas aan de
                            beurt na sv- kandidaten die in een complex wonen dat eerder wordt
                            gesloopt.</al></li><li nr="-"><al>Het niet meer regulier verhuren van de woningen benadrukt het naderende
                            einde van de woningen. Hierdoor zullen ook de mensen die niet zo snel –
                            kunnen – verhuizen minder investeren in de fysieke en sociale omgeving.
                            Als deze periode langer duurt dan noodzakelijk dreigt verloedering.</al></li><li nr="-"><al>Hoe eerder men begint met uitplaatsen, hoe groter de kans is dat de
                            sloopdatum om een of andere reden wordt uitgesteld.</al></li><li nr="-"><al>De woningen worden langer onttrokken aan de reguliere verhuur</al></li></lijst><al>Alleen indien met een langere uitplaatsingsperiode voor het herstructurerings-
                    gebied noodzakelijk wisselwoningen kunnen worden gerealiseerd, kan in overleg
                    met de gemeente tot een langere uitplaatsingsperiode worden besloten.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Tijdelijke verhuur.</titel></kop><al>De Afdeling Vergunningen van de Sector veiligheid, vergunningen en handhaving is
                    belast met de uitvoering van de verordening op de Tijdelijke Verhuur (op basis
                    van de Leegstandswet).</al><al>Een vergunning voor tijdelijke verhuur is een noodoplossing voor gevallen,
                    waarin van de eigenaar in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zijn
                    woning op de normale wijze verhuurt.</al><al>Voor bepaalde categorieën leegstaande woonruimte in Amstelveen kan de eigenaar
                    (of zijn vertegenwoordiger) een vergunning voor tijdelijke verhuur aanvragen. In
                    die gevallen is het dan ook een instrument om nodeloze leegstand te
                    voorkomen.</al><al>De woning dient op het moment van ingang van de vergunning leeg te staan. De
                    vergunning kan niet worden afgegeven ten behoeve van "zittende" bewoners.</al><al>In onderstaand overzicht is te zien in welke gevallen een vergunning kan worden
                    aangevraagd, en wat de minimale geldigheidsduur van de vergunning is. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Woonruimte</vet></al><al><vet>waarvoor een vergunning tijdelijke verhuur kan worden
                                            aangevraagd</vet></al></entry><entry><al/><al><vet>Minimale – maxi- male geldigheids- duur
                                            </vet><vet>vergunning.</vet></al></entry></row><row><entry><al>Woningen die ingrijpend gerenoveerd zullen worden.</al></entry><entry><al/><al>6 maanden - 24 maanden</al></entry></row><row><entry><al>Woningen die gesloopt zullen worden.</al></entry><entry><al/><al>6 maanden - 24 maanden</al></entry></row><row><entry><al>Woonruimte in gebouwen.</al></entry><entry><al>12 maanden - 24 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergunning wordt voor dezelfde woning (of hetzelfde gebouw) slechts éénmaal
                    verleend en wel voor de duur van twee jaar.</al><al>Een vergunning kan worden verlengd. Voor deze verlenging dient opnieuw een
                    aanvraag te worden ingediend. De maximale geldigheidsduur, inclusief eventuele
                    verlenging(en), is 36 maanden.</al><al/><al>De maximale huurprijs bedraagt 80% van de maximaal redelijke huurprijs volgens
                    het Besluit Huurprijzen Woonruimte (puntenstelsel). De aldus berekende huurprijs
                    -of een lager bedrag indien de eigenaar dat voorstelt - komt op de vergunning te
                    staan.</al><al>In het huurcontract, dat verhuurder en huurder sluiten, dienen te worden
                    vermeld:</al><lijst><li nr="-"><al>het nummer van de vergunning;</al></li><li nr="-"><al>de geldigheidsduur van de vergunning;</al></li><li nr="-"><al>de huurprijs die op de vergunning staat.</al></li></lijst><al>De normale huurbeschermingsregels zijn niet van toepassing.</al><al/><al>Voldoet het huurcontract echter niet aan de hierboven genoemde eisen, dan geldt
                    de normale huurbescherming wèl. Ook bij een tijdelijke huurovereenkomst zijn de
                    verhuurder en huurder gebonden aan een opzegtermijn. Voor de verhuurder is deze
                    termijn minimaal</al><al>drie maanden; voor de huurder minstens één maand. De verhuurder is vrij in de
                    keuze van een huurder. De vergunning is nodig ook als voor de betreffende woning
                    geen huisvestingsvergunning vereist is, anders geniet de huurder huurbescherming
                    en is ontruiming in de regel niet mogelijk op korte termijn en zonder het
                    aanbieden van vervangende woonruimte.</al><al>Aanvragen voor een vergunning in het kader van de Leegstandswet (“de tijdelijke
                    verhuurvergunning”) moeten bij de afdeling vergunningen van de sector
                    Veiligheid, vergunningen en handhaving worden ingediend.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>