<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR431871_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Almere, nr. 574, 14-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-78/2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                        2017</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al/><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling; verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente; </al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater; </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al><al/><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en </al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het
                                belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                gemeentelijke riolering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>ingeval het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt, degene die
                                bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>ingeval het perceel een roerende zaak is, wordt als eigenaar van het
                                perceel aangemerkt, degene die op basis van het Burgerlijk Wetboek
                                als eigenaar wordt aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief als bedoeld in artikel 3 bedraagt per perceel per
                            belastingjaar € 141,26</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Geen belasting wordt geheven van percelen waarvan de op de voet van
                            hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende
                            zaak vastgestelde waarde € 30.000,00 of minder bedraagt, een en ander
                            met uitzondering van die percelen waarvoor bij de waardebepaling met
                            toepassing van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet
                            waardering onroerende zaken de waarde buiten aanmerking wordt gelaten.
                            In afwijking in zoverre van het bepaalde in dit lid betreft deze
                            vrijstelling niet die percelen die op 1 januari van het belastingjaar in
                            aanbouw zijn, zoals bedoeld in artikel 17 lid 4 van de Wet waardering
                            onroerende zaken, terwijl de voor het perceel vast te stellen waarde bij
                            gereedkomen van het in aanbouw zijnde perceel het bedrag van € 30.000,00
                            naar verwachting zal overstijgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het
                                    belastingjaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten</al><al/><lijst><li nr="1."><al>de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                                    eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                    maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                    de tweede termijn één maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen meer is dan €
                                    85,- doch minder dan € 5000,- en zolang het totaalbedrag van de
                                    op één aanslagbiljet verenigde aanslagen door middel van
                                    automatische incasso van de betaalrekening van de
                                    belastingschuldige kan worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                    moeten worden betaald in 8 gelijke termijnen, waarvan de eerste
                                    vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in
                                    de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen telkens één maand later.</al></li><li nr="3."><al>Indien de automatische incasso in de loop van het jaar wordt
                                    beëindigd, gelden voor het nog openstaande deel van de aanslag
                                    automatisch weer de oorspronkelijke twee betaaltermijnen waarvan
                                    de laatste vervalt op de eerste dag van de tweede maand volgend
                                    op de dagtekening van de aanslag. </al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit
                                    artikel gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Met betrekking tot kwijtschelding van rioolheffing worden de kosten van
                            bestaan gesteld op 100 procent van de normuitkering die de
                            belastingschuldige naar de maatstaven van het Bijstandsbesluit
                            landelijke normering per maand telkens zou kunnen krijgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                                    2016 wordt ingetrokken met ingang van de dag van de
                                    inwerkingtreding van de onderhavige verordening, met dien
                                    verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die
                                    van bekendmaking en wordt aangehaald als 'Verordening
                                    rioolheffing 2017'. </al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 december
                        2016</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>J.D. Pruim F.M. Weerwind</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>