<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43163_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 21-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening gemeente Heumen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06-08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE HEUMEN</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidie: een aanspraak op financiële middelen, door of namens
                                    een bestuursorgaan van de gemeente verstrekt met het oog op
                                    bepaalde activiteiten van de subsidieontvanger, anders dan als
                                    betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of
                                    diensten;</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: als bestuursorgaan in de zin van deze
                                    verordening worden beschouwd de raad c.q. het college;</al></li><li nr="c."><al>activiteitenplan: een overzicht van de door de instelling
                                    voorgenomen activiteiten voor een bepaalde periode, zo veel
                                    mogelijk geformuleerd naar meetbare prestaties en beoogde
                                    effecten, alsmede de relatie van de voorgenomen activiteiten met
                                    het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="d."><al>instelling: een organisatie met rechtspersoonlijkheid die een
                                    algemeen belang dient en geen winstoogmerk heeft;</al></li><li nr="e."><al>beleidsregels: bij besluit van het college vastgestelde regels
                                    ter uitvoering van het subsidiebeleid, waarin de doelstellingen
                                    van het beleid worden omschreven, waarbij de grondslagen voor de
                                    verdeling en de hoogte van het subsidiebudget worden vermeld,
                                    en/of criteria voor subsidieverlening ten aanzien van
                                    instellingen worden aangegeven;</al></li><li nr="f."><al>budgetsubsidie: een subsidie voor een vooraf bepaalde periode
                                    ter uitvoering van een activiteitenplan, dat van zodanig belang
                                    is dat de aard en de omvang beïnvloed kunnen worden;</al></li><li nr="g."><al>incidentele subsidie: een eenmalige subsidie;</al></li><li nr="h."><al>aanvullende subsidie: een subsidie in aanvulling op een
                                    budgetsubsidie of waarderingssubsidie;</al></li><li nr="i."><al>investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop,
                                    nieuwbouw, verbouw en eerste inrichting van een accommodatie
                                    binnen de gemeente of voor de realisatie van bijzondere
                                    voorzieningen;</al></li><li nr="j."><al>waarderingssubsidie: een jaarlijkse subsidie ter stimulering of
                                    waardering van activiteiten;</al></li><li nr="k."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="l."><al>Rekenkamercommissie: de door de gemeenteraad bij of krachtens
                                    verordening ingestelde rekenkamercommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><al>Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald, is het college
                            het bevoegde bestuursorgaan voor de toepassing en uitvoering van deze
                            verordening en titel 4.2 van de Awb.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is, onverminderd hetgeen is bepaald in hogere
                            regelgeving, in ieder geval van toepassing op de volgende
                            beleidsterreinen:</al><lijst><li nr="1."><al>algemeen bestuur</al></li><li nr="2."><al>openbare orde</al></li><li nr="3."><al>verkeer, vervoer en waterstaat </al></li><li nr="4."><al>economische zaken</al></li><li nr="5."><al>onderwijs en educatie</al></li><li nr="6."><al>cultuur en recreatie</al></li><li nr="7."><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening</al></li><li nr="8."><al>volksgezondheid en milieu</al></li><li nr="9."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies worden in beginsel verstrekt aan privaatrechtelijke
                                rechtspersonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verstrekken van subsidie aan natuurlijke personen kan alleen
                                geschieden indien dit wenselijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening voor de
                            verschillende beleidsterreinen beleidsregels vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Deelverordening</titel></kop><al>Ter uitvoering van deze verordening kan de raad nadere regels stellen in
                            één of meer op deze verordening gebaseerde deelverordeningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>De raad kan jaarlijks voor afzonderlijke beleidsterreinen of onderdelen
                            van beleidsterreinen een subsidieplafond vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van de
                            gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij
                            verleend onder de voorwaarde dat voldoende financiële middelen door de
                            gemeenteraad ter beschikking worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden voor subsidieverlening</titel></kop><al>De subsidieverlening kan naast de in de Awb genoemde situaties in ieder
                            geval worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen
                            dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet overwegend gericht zullen
                                    zijn op de gemeente en/of niet aanwijsbaar ten goede komen aan
                                    de inwoners van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden – hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden- kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan één of meer aan de subsidie
                                    verbonden voorwaarden;</al></li><li nr="f."><al>subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van
                                    de gemeente. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>SUBSIDIEAANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijn voor het indienen van een aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidieverlening voor een budgetsubsidie dient
                                voor 1 april van het jaar dat voorafgaat aan de subsidieperiode te
                                worden ingediend. Een aanvraag voor een aanvullende subsidie bij een
                                budgetsubsidie dient ook voor 1 april te worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor een waarderingssubsidie dient voor 1 juni van het
                                jaar dat voorafgaat aan de subsidieperiode te worden ingediend. Een
                                aanvraag voor een aanvullende subsidie bij een waarderingssubsidie
                                dient ook voor 1 juni te worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor een investeringssubsidie dient te worden ingediend
                                voor 1 februari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de
                                subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor incidentele subsidies dient de aanvraag drie maanden voor
                                aanvang van de activiteit te worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvraag voor budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het aanvragen van een budgetsubsidie dient de aanvrager gebruik
                                te maken van het door het college beschikbaar gestelde
                                aanvraagformulier, dat voor de subsidieverstrekking relevante
                                gegevens bevat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvragen dienen vergezeld te gaan van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting met toelichting;</al></li><li nr="c."><al>overige door het college te bepalen gegevens.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan besluiten een budgetsubsidie voor meer dan één
                                kalenderjaar te verlenen, met een looptijd van maximaal vier
                                jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvraag voor waarderingssubsidie</titel></kop><al>Voor het aanvragen van een waarderingssubsidie dient de aanvrager
                            gebruik te maken van het door het college beschikbaar gestelde
                            aanvraagformulier, dat voor de subsidieverstrekking relevante gegevens
                            bevat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvraag voor investeringssubsidie</titel></kop><al> Een aanvraag voor een investeringssubsidie gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van de investering </al></li><li nr="b."><al>een gespecificeerde begroting met toelichting;</al></li><li nr="c."><al>overige door het college te bepalen gegevens. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanvraag voor incidentele subsidie</titel></kop><al>Voor het aanvragen van een incidentele subsidie dient de aanvrager
                            gebruik te maken van het door het college beschikbaar gestelde
                            aanvraagformulier, dat voor de subsidieverstrekking relevante gegevens
                            bevat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanvraag voor aanvullende subsidie</titel></kop><al>Voor het aanvragen van een aanvullende subsidie dient de aanvrager
                            gebruik te maken van het door het college beschikbaar gestelde
                            aanvraagformulier, dat voor de subsidieverstrekking relevante gegevens
                            bevat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Het niet in behandeling nemen van de subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieaanvraag kan niet in behandeling worden genomen indien
                                de aanvraag voor subsidie niet voor de daartoe gestelde termijn is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het indienen van de aanvraag de te overleggen gegevens
                                onvolledig zijn, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid om
                                binnen een daartoe gestelde termijn de ontbrekende gegevens in te
                                dienen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet binnen een redelijke termijn is voldaan aan het indienen
                                van de vereiste gegevens kan het college besluiten de aanvraag niet
                                verder in behandeling te nemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beslistermijn subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag voor 31 december van het jaar
                                voorafgaand aan het jaar waarvoor het subsidie is aangevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor incidentele subsidies neemt het college binnen acht weken een
                                beslissing na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de beslissing als bedoeld in het eerste en tweede
                                lid uiterlijk drie maanden verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien niet voor 31 december voorafgaand aan het jaar waarvoor
                                subsidie is aangevraagd is beslist op een aanvraag voor een
                                jaarlijkse subsidie, kan het college in beginsel besluiten tot
                                eerste verlening en op grond daarvan een voorschot beschikbaar
                                stellen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SUBSIDIEVERLENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de hoogte van het
                                subsidiebedrag, de periode waarvoor het subsidiebedrag wordt
                                verleend, de wijze van voorschotverlening, een omschrijving van de
                                activiteiten c.q. producten en prestaties waarvoor subsidie wordt
                                verleend alsmede de voorwaarden c.q. verplichtingen die aan de
                                verleende subsidie worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij waarderingssubsidies en incidentele subsidies wordt in beginsel
                                geen afzonderlijke beschikking tot subsidieverlening gegeven, maar
                                wordt volstaan met een beschikking tot subsidievaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan door het
                            college met de subsidieontvanger een uitvoeringsovereenkomst worden
                            afgesloten, die als zodanig onderdeel uitmaakt van de beschikking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten en prestaties uit
                                te voeren zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening en
                                indien van toepassing de afspraken van de
                                uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een door of
                                namens het college ingesteld onderzoek dat is gericht op de
                                ontwikkeling van het beleid, de kwaliteit of effecten van de
                                gesubsidieerde activiteiten en producten en controle op de
                                betrouwbaarheid van overgelegde stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht een overzichtelijke en doelmatige
                                administratie te voeren en te zorgen voor deugdelijke bewijsstukken
                                van alle ontvangsten en uitgaven;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen voor
                                onder andere:</al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van tussentijdse rapportages en een
                                        accountantsverklaring;</al></li><li nr="b."><al>de overdracht van een deel van de subsidie aan derden;</al></li><li nr="c."><al>de samenwerking en afstemming met soortgelijke en
                                        aanverwante subsidieontvangers;</al></li><li nr="d."><al>voorschriften die bepalend zijn voor de wijze waarop of de
                                        middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt
                                        verricht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling stelt het college schriftelijk in kennis van (een
                                voornemen tot) wijziging van de rechtsvorm, de statuten en
                                reglementen, (gedeeltelijke) overdracht van activa en passiva,
                                alsmede van de opheffing van de instelling of één van haar
                                onderdelen, voorzover die verband houden met de gesubsidieerde
                                activiteiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger geeft van elke omstandigheid die kan leiden tot
                                het intrekken of wijzigen van een subsidie onverwijld kennis aan het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Voorschotverlening</titel></kop><al>Het college kan voorschotten op de subsidie verlenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SUBSIDIEVASTSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde
                                subsidiebedrag onder verrekening van verleende voorschotten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de
                                beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                activiteiten waarvoor het subsidie wordt verstrekt en de hoogte van
                                het subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                subsidievaststelling betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift
                                anders is bepaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Aanvraag voor subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient uiterlijk voor 1 juni van het jaar na
                                afloop van het jaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot
                                subsidievaststelling in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag dat betrekking heeft op de
                                        uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; </al></li><li nr="b."><al>een financieel verslag, bestaande uit een door het bestuur
                                        vastgestelde jaarrekening met toelichting, alsmede de balans
                                        met een toelichting;</al></li><li nr="c."><al>een accountantsrapport voor de subsidies waarvoor dit in een
                                        beschikking is vastgelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien in beleidsregels of de beschikking tot subsidieverlening
                                nadere voorwaarden zijn vermeld, dan zijn deze mede van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beslistermijn subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen tien weken op een aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslissingstermijn van tien weken verlengen met
                                een redelijke termijn en stelt de aanvrager hiervan in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Intrekking of wijziging van de verleende subsidie</titel></kop><al>Het college kan door middel van een beschikking besluiten tot intrekking
                            of wijziging van de subsidie, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger heeft gehandeld in strijd met de aan de
                                    subsidie verbonden voorwaarden; </al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben
                                    geleid;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig is
                                    ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Intrekking of wijziging van de vastgestelde subsidie</titel></kop><al>Het college kan een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of
                            ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
                                    en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening had kunnen worden vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft
                                    voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden; </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Onverschuldigde betaling</titel></kop><al>Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of voorschot kan worden
                            teruggevorderd tot vijf jaar na de vaststelling, de intrekking of de
                            wijziging van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan afwijken van de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of leidt
                                    tot onduidelijkheid beslist het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Controle door rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie heeft de volgende bevoegdheden ten aanzien
                                van instellingen die rechtstreeks of middellijk subsidie hebben
                                ontvangen van de gemeente of van een derde voor rekening en risico
                                van de gemeente:</al><lijst><li nr="a."><al>de rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
                                        inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop
                                        betrekking hebbende rapporten van hen die deze
                                        jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten
                                        met betrekking tot die instelling die bij het
                                        gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten
                                        ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de
                                        overlegging daarvan vorderen.</al></li><li nr="b."><al>de rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het
                                        tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken
                                        instelling dan wel bij de derde die de administratie in
                                        opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen.
                                        Het onderzoek heeft betrekking op de doelmatigheid en
                                        doeltreffendheid van het gebruik van de verleende subsidies
                                        en/of gesubsidieerde activiteiten.De rekenkamer stelt de
                                        raad en het college van haar voornemen een dergelijk
                                        onderzoek in te stellen in kennis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onder artikel 30 lid 1 bedoelde bevoegdheden van de
                                        Rekenkamercommissie strekken zich alleen uit tot instellingen die subsidie ontvangen ten
                                        bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze
                                        subsidie betrekking heeft. De onderzoeksbevoegdheid strekt zich ook uit tot regionale
                                        instellingen die van meer dan een gemeente subsidie ontvangen. De optelsom van alle
                                        gemeentelijke bijdragen dient in dat geval meer te bedragen dan 50% van de baten van deze instelling,
                                        over de jaren waarop de subsidie betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie brengt de rapportage die de
                                        Rekenkamercommissie uitbrengt aan de raad van de gemeente,
                                        ter kennis aan het college en de betrokken instelling waar
                                        het onderzoek heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De instelling is verplicht zijn medewerking te verlenen aan
                                        de werkzaamheden van de Rekenkamer commissie als bedoeld in lid 1, onder a. en b.
                                    </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op achtste dag na
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding vervalt de Algemene
                                subsidieverordening gemeente Heumen 1999.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De subsidieverordeningen die gelieerd zijn aan de Algemene
                            subsidieverordening gemeente Heumen 1999 worden ingetrokken op het
                            moment van inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening gemeente
                            Heumen 2006. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            gemeente Heumen (ASV). </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van .. 2006</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>WvY</ondertekening><ondertekening>BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HEUMEN;</ondertekening><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>drs. J. Wijnia</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>drs. J. van Zomeren</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr>Algemene subsidieverordenening gemeente Heumen</nr></kop><al/><al><vet>1.</vet><vet>Algemeen</vet></al><al>De Algemene wet bestuursrecht, de Awb, is in 1998 aangevuld met een wettelijke
                    regeling voor het verstrekken van subsidies door bestuursorganen (de zogenaamde
                    derde tranche van de Awb).</al><al>Belangrijk uitgangspunt van deze regeling is dat subsidieverstrekking slechts
                    mogelijk is wanneer er een wettelijk voorschrift is vastgesteld, waarin wordt
                    bepaald welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen. Voor de gemeente
                    betekent dit dat er een verordening moet zijn vastgesteld.</al><al>In verband hiermee is in de raadsvergadering van 25 februari 1999 de “Algemene
                    subsidieverordening gemeente Heumen 1999” , de ASV, vastgesteld. Hiermee werd in
                    grote lijnen voldaan aan alle elementen van de Algemene wet bestuursrecht en is
                    op hoofdlijnen de subsidieprocedure vastgelegd.</al><al>Voor de rechtszekerheid en het subsidiebeheer is het verder noodzakelijk dat de
                    voorwaarden voor het verstrekken van subsidie worden uitgewerkt in
                    deelverordeningen, beleidsnota’s en/of beleidsregels. </al><al><vet>Vereisten rechtmatigheid en doelmatigheid</vet></al><al>In de afgelopen jaren zijn de vereisten ten aanzien van de rechtmatigheid
                    aangescherpt. Gemeenten en accountants moeten zich houden aan de vereisten van
                    rechtmatigheidcontrole die sinds 2004 van toepassing zijn op gemeenten.
                    Gemeenten moeten een planning en controlinstrumentarium ontwikkelen om voldoende
                    waarborgen te bieden voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van
                    bedrijfsprocessen en gemeentelijke activiteiten.</al><al>De subsidieverstrekkingen betreft een van de onderdelen waarvoor de
                    gemeentelijke rechtmatigheids- aspecten van de gemeente Heumen moeten worden
                    aangescherpt.</al><al><vet>Herziening subsidiebeleid</vet></al><al>Voor een volledige beoordeling van rechtmatigheid en doelmatigheid is het
                    noodzakelijk dat het gemeentelijk beleid dat van toepassing is op
                    subsidieverstrekkingen op een duidelijke manier wordt vastgelegd. Op basis van
                    vastgestelde beleidsdoelen moet getoetst kunnen worden of activiteiten in
                    aanmerking komen voor een subsidie en of bij de gesubsidieerde activiteiten
                    wordt voldaan aan de doelmatigheid en doeltreffendheid. In de afgelopen jaren is
                    hieraan stapsgewijze gewerkt. </al><al/><al>Door deze aspecten voor de rechtmatigheid en doelmatigheid is besloten om de
                    bestaande algemene subsidieverordening te herzien en in te trekken en een nieuwe
                    Algemene subsidieverordening vast te laten stellen in 2006. </al><al/><al/><lijst><li nr=""><al><vet>2. </vet><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al></li></lijst><al>Waar nodig wordt per artikel een nadere toelichting gegeven.</al><al><vet>Relatie met de Awb</vet></al><al>De regeling van subsidies in de Awb is een kaderregeling voor alle subsidies op
                    alle bestuursniveaus. Titel 4.2 Awb betreft de subsidies en titel 4.3 Awb de
                    beleidsregels. Deze wettelijke regeling is gericht op een verdergaande
                    harmonisatie, systematisering en vereenvoudiging van regelgeving.</al><al>De Awb bevat veel artikelen over de subsidieprocedure die rechtstreeks van
                    toepassing zijn op subsidieverstrekking door de gemeente. </al><al>De ASV betreft een nadere regeling van de Awb en regelt voor de gemeente de
                    wettelijke grondslag voor het subsidiebeleid, de procedure met de daarbij
                    horende termijnen voor aanvraag en besluitvorming en rechten en verplichtingen
                    voor de subsidieontvanger en de subsidieverstrekker (gemeente).</al><al>De wet en de verordening zijn van groot belang voor de rechtszekerheid en
                    duidelijkheid voor de burgers en instellingen en eveneens voor de
                    gemeentebestuurders en gemeenteambtenaren.</al><al/><al>Zaken die in de Awb zijn beschreven zijn in beginsel niet overgenomen in de ASV.
                    Op een aantal punten is, gelet op de leesbaarheid en de inhoud van de ASV, wel
                    een deel van de Awb overgenomen en toegespitst op de situatie in de gemeente
                    Heumen. Diverse bepalingen in de Awb zijn facultatief of niet-limitatief. In
                    deze situaties zijn er aanvullende bepalingen in de ASV opgenomen.</al><al/><al/><al>In artikel 4:23 van de Awb staan situaties vermeld waarin het wettelijk
                    voorschrift niet is vereist. Voor het gemeentelijk subsidiebeleid gaat het
                    vooral om de volgende uitzonderingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Een wettelijke voorschrift is niet vereist indien de gemeentebegroting
                            de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
                            worden vastgesteld vermeldt.</al></li><li nr="2."><al>Een wettelijke voorschrift is niet vereist in incidentele gevallen, mits
                            de subsidie voor ten hoogste vier jaar wordt verstrekt.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN.</vet></al><al/><al><vet>a. subsidiebegrip</vet></al><al>De Awb definieert subsidie als: een aanspraak op financiële middelen, door of
                    namens een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                    subsidieontvanger, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                    goederen of diensten. </al><al>Voor de leesbaarheid en duidelijkheid is deze definitie overgenomen in de ASV en
                    toegespitst op de gemeente als bestuursorgaan.</al><al>In artikel 4:21 van de subsidietitel van de Awb staat vermeld wat niet onder het
                    subsidiebegrip valt. De Subsidietitel van de Awb en de ASV is niet van
                    toepassing op geldelijke overdrachten tussen publiekrechtelijke personen. Dit
                    betekent dat rijksbijdragen aan gemeenten niet als subsidie worden beschouwd,
                    maar dat bijdragen die de gemeente met gebruikmaking van deze rijksbijdragen aan
                    derden verstrekt wel als subsidie worden gekenmerkt. </al><al/><al>De elementen van het subsidiebegrip worden hieronder nader toegelicht:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>1. </cursief><cursief>aanspraak op financiële middelen
                            </cursief></al></li></lijst><al>In het algemeen ontstaat een aanspraak op financiële middelen door een besluit
                    van het gemeentebestuur (raad of college) dat een activiteit wordt
                    gesubsidieerd. Als dat besluit genomen is, is de gemeente verplicht subsidie te
                    betalen na de uitvoering van de betreffende subsidiabele activiteiten en indien
                    aan de verplichtingen die aan de subsidiering zijn verbonden, is voldaan..
                    Daarop vooruitlopend kan een voorschot worden verstrekt. Door een beschikking
                    tot subsidieverlening ontstaat de aanspraak op subsidie en door de beschikking
                    tot subsidievaststelling ontstaat de aanspraak op uitbetaling van de financiële
                    middelen.</al><lijst><li nr=""><al><cursief>2. </cursief><cursief>door de gemeente verstrekt</cursief></al></li></lijst><al>Van subsidie is alleen sprake indien de gemeente financiële middelen verstrekt.
                    Geld van particulieren, zoals fondsen en instellingen, vallen niet onder het
                    subsidiebegrip. </al><lijst><li nr=""><al><cursief>3. </cursief><cursief>activiteiten van
                                subsidie-ontvanger</cursief></al></li></lijst><al>Subsidie wordt verstrekt voor bepaalde activiteiten van de subsidie-aanvrager.
                    Die activiteiten worden omschreven in de subsidiebeschikking, gericht op het
                    duidelijk vermelden van de besteding van de subsidie. Dit betekent dat
                    bijvoorbeeld huursubsidies, fiscale faciliteiten, bijstandsuitkeringen en
                    aanvullende inkomensvoorzieningen niet onder het subsidiebegrip vallen. </al><al>De ASV is ook niet van toepassing op geldelijke bijdragen van de gemeente in de
                    vorm van donaties, contributies en lidmaatschappen. (Donaties zijn schenkingen
                    waar geen tegenprestatie tegenover staat.)</al><al>Subsidiabele activiteiten dienen te passen binnen het gemeentelijk
                    subsidiebeleid en dienen in overwegende mate ten dienste te staan van alle
                    inwoners van de gemeente Heumen (het algemeen belang) of van groepen of
                    individuele bewoners van Heumen. </al><lijst><li nr=""><al><cursief>4. </cursief><cursief>de betaling voor aan de gemeente
                                geleverde goederen en diensten</cursief></al></li></lijst><al>De levering van goederen en diensten (als activiteiten) zijn uitgezonderd van
                    het subsidiebegrip omdat deze op commerciële basis én in het directe belang van
                    de gemeente als privaatrechtelijke rechtspersoon worden geleverd. De
                    uitzondering beperkt zich tot de levering aan de gemeente. “Commerciële”
                    activiteiten van de gemeente, zoals huur van gebouwen, koop van inventaris of
                    een opdracht voor onderzoek vallen niet onder het subsidiebegrip. Het burgerlijk
                    wetboek is hierop van toepassing en niet de Awb.</al><al>Als de activiteit ondermeer bestaat uit het door de ontvanger van financiële
                    middelen op commerciële basis aan een derde leveren of verkrijgen van een
                    voorziening, product of dienst is sprake van subsidie.</al><al/><al><vet>c. activiteitenplan </vet></al><al>Onder activiteiten worden ook prestaties verstaan. In de definitie van het
                    subsidiebegrip in artikel 4:21 van de Awb komt het begrip prestaties niet voor.
                    De gemeente als subsidieverlener heeft de bevoegdheid verplichtingen op te
                    leggen aan de subsidieontvanger met betrekking tot onder meer de aard en de
                    omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt. </al><al/><al><vet>d. instelling</vet></al><al>Het begrip algemeen belang is vermeld met het doel om duidelijk te maken dat
                    aanvragers, die overwegend particuliere belangen dienen niet voor subsidie in
                    aanmerking komen.</al><al/><al><vet>Subsidievormen </vet></al><al>In de ASV wordt een onderscheid gemaakt in verschillende subsidievormen.</al><al>Budgetsubsidies zijn structurele subsidies, die worden toegekend aan
                    instellingen die activiteiten verrichten ter uitvoering van door de gemeente
                    gestelde beleidsdoelen. Veelal voor grotere subsidiebedragen. Onder
                    budgetsubsidies vallen ook de exploitatiesubsidies.</al><al>Waarderingssubsidies zijn structurele subsidies met kleinere subsidiebedragen
                    (in het algemeen minder dan € 7.000) die een bijdrage leveren aan gemeentelijke
                    beleidsdoelstellingen. Deze komen veel voor op diverse beleidsterreinen.</al><al>Voor incidentele subsidies gelden een aantal specifieke criteria. Het betreft
                    eenmalige subsidie voor een activiteit met een eenmalig karakter of een subsidie
                    voor een kleine voorziening voor een activiteit.</al><al>Aanvullende subsidies betreffen vooral subsidie voor nieuw beleid aanvullend op
                    structurele budgetsubsidies of waarderingssubsidies. </al><al>Voor investeringssubsidies is van belang dat deze extra tijdig worden
                    aangevraagd, met name voor het opnemen van het subsidiebedrag in de
                    gemeentebegroting.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Bevoegdheid</vet></al><al>De strekking van dit artikel bestaat eruit dat het college bevoegd en
                    verantwoordelijk is ten aanzien van de integrale afhandeling van
                    subsidieaanvragen. Dit houdt tevens de beslissingsbevoegdheid in voor de
                    verlening, bevoorschotting, vaststelling, intrekking en wijziging van subsidie. </al><al>Daar waar in deze verordening of in de Algemene wet bestuursrecht gemeente of
                    bestuursorgaan staat, wordt het college geacht bevoegd te zijn. Bij
                    onduidelijkheden wie er bevoegd is, geldt dat het college bevoegd is, tenzij
                    iets uitdrukkelijk voorbehouden is aan de raad. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Reikwijdte</vet></al><al>Artikel 4:23 van de Awb eist dat bij verordening wordt geregeld waarvoor
                    subsidie kan worden verstrekt. Dit is van belang voor de vereisten van
                    rechtmatigheid en doelmatigheid. In de verordening wordt een globale
                    omschrijving vermeld. In beleidsnotities en beleidsregels wordt het
                    subsidiebeleid nader uitgewerkt.</al><al>Volgens de uitleg van de VNG kan in de verordening worden volstaan met een
                    globale omschrijving, mits deze nader wordt uitgewerkt in de voor de subsidie
                    vastgestelde c.q. vast te stellen beleidsregels. </al><al>Bij het omschrijven van de onderwerpen zijn alle terreinen van het gemeentelijk
                    beleid opgesomd waarbij sprake is van subsidieverstrekking. Er is aansluiting
                    gezocht bij de hoofdfunctie-indeling van de productenbegroting van de
                    gemeente.</al><al>Bij bepaalde beleidsterreinen vereist hogere wetgeving dat er specifieke
                    procedures en termijnen voor subsidiebeleid worden gevolgd of dat er
                    gemeentelijke verordeningen vastgesteld moeten worden, waarin specifieke
                    procedurevoorschriften staan. Voorbeelden zijn de verordening
                    onderwijshuisvesting en de verordening leerlingenvervoer. De Wet Educatie en
                    Beroepsonderwijs geeft voorwaarden voor het sluiten van overeenkomsten. In deze
                    gevallen is de ASV niet van toepassing. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Rechtspersoonlijkheid</vet></al><al>Het vereiste van rechtspersoonlijkheid geeft voor de gemeente een zekere
                    waarborg voor de besteding van subsidie voor de beoogde doelstellingen. (Ook
                    voor het beperken van de aansprakelijkheid van vrijwilligers in dit van belang).
                    Rechtspersoonlijkheid moet worden aangetoond door een notariële akte en
                    inschrijving in het handelsregister.</al><al>Uitgangspunt is dat subsidie zoveel mogelijk aan rechtspersonen wordt verstrekt. </al><al>Subsidiëring aan natuurlijke personen of een groep natuurlijke personen is in
                    bijzondere gevallen toegestaan, indien dit wenselijk is. Het college zal dit per
                    situatie moeten toetsen, waarbij in ieder geval de aard van de subsidie, de
                    hoogte van het bedrag en de groep van belanghebbenden als richtlijn gelden.
                    Voorbeelden zijn onderhoud monumenten, erfbeplanting (landschapsbeheer) of
                    eenmalige activiteiten. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Beleidsregels </vet></al><al>Het uitgangspunt is om het subsidiebeleid zoveel mogelijk uit te werken in
                    beleidsregels, in plaats van in deelverordeningen.</al><al>De ASV geeft het kader voor de subsidieprocedure. </al><al>Beleidsregels geven aanvragers duidelijkheid omtrent toetsingscriteria en
                    subsidiegrondslagen. </al><al>Uitgangspunt van de Awb is dat subsidies slechts op grond van een wettelijk
                    voorschrift verstrekt mogen worden. In Titel 4.3, artikel 4:81 Awb wordt bepaald
                    dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen, voorzover dit bij
                    wettelijk voorschrift is bepaald. In artikel 5 krijgt het opstellen van
                    beleidsregels een basis in de verordening. Een beleidsregel geeft namelijk
                    uitvoering aan de uitwerking van het subsidiebeleid op basis van het wettelijk
                    voorschrift, de ASV. </al><al>Beleidsregels zijn besluiten in de zin van de Awb en moeten derhalve voldoen aan
                    de vereisten van hoofdstuk 3 van de Awb, zoals zorgvuldige voorbereiding, het
                    resultaat van een evenwichtige belangenafweging en inwerkingtreding na
                    bekendmaking. </al><al>De gemeente handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor
                    belanghebbenden zou leiden tot gevolgen die gelet op de bijzondere
                    omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de in de beleidsregel bepaalde
                    doelen.</al><al>In beleidsregels voor het subsidiebeleid worden nadere regels gegeven ten
                    aanzien van beleidsterreinen, beleidsdoelen, toetsingscriteria voor instellingen
                    en activiteiten en grondslagen voor subsidieberekeningen. </al><al>Voor de motivering van een besluit voor het subsidiebeleid, waarbij verwezen
                    wordt naar een vaste gedragslijn, is het uitermate belangrijk om deze
                    gedragslijn vast te leggen in een beleidsregel. </al><al>Het college is bevoegd door middel van beleidsregels uitvoering te geven aan het
                    bepaalde in de wet en de verordening </al><al/><al><vet>Artikel 6 Deelverordeningen</vet></al><al>Het streven is om zo weinig mogelijk deelverordeningen op te stellen. Een
                    deelverordeningen is een algemeen verbindend voorschrift en is minder flexibel
                    dan een beleidsregel voor het vastleggen van beleid, waarbij het bestuursorgaan
                    beleids- en beoordelingsvrijheid heeft. Een deelverordening is met name van
                    belang als hogere wetgeving dit vereist of indien een uitgebreid beleidsterrein
                    omvat. Op basis van een deelverordening kunnen ook beleidsregels worden
                    opgesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Subsidieplafond</vet></al><al>Het is volgens artikel 4:25 Awb alleen mogelijk om met subsidieplafonds te
                    werken, wanneer de verordening deze mogelijkheid biedt. Uit oogpunt van
                    subsidiebeheer kan er een goede reden bestaan om een subsidieplafond vast te
                    stellen, zoals een onbekend aantal aanvragers of onduidelijkheid omtrent de
                    hoogte van de aanvragen. </al><al>Het is belangrijk om hierbij selectiecriteria voor toetsing te vermelden en het
                    besluit tot een subsidieplafond tijdig bekend te maken, namelijk voor de start
                    van het jaar van uitvoering van de activiteiten.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>De vaststelling van de gemeentebegroting is bepalend voor het totaal aan
                    beschikbare middelen voor het subsidiebeleid. Deze vaststelling van de
                    gemeentebegroting vindt meestal plaats in de maand november, voorafgaand aan het
                    begrotingsjaar. Dit heeft tot gevolg dat een beslissing op een subsidieaanvraag
                    een lange periode in beslag neemt. Het verlenen van subsidie, onder voorbehoud
                    van de vaststelling van de gemeentebegroting, is niet handig, omdat dit nog geen
                    rechtszekerheid biedt. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Weigeringsgronden voor subsidieverlening</vet></al><al>In aanvulling op de genoemde weigeringsgronden in de artikelen 4:25 en 4:35 van
                    de Awb worden in deze verordening nog een aantal specifieke situaties genoemd,
                    die aanleiding kunnen zijn voor het weigeren van subsidie. Tevens is de Wet
                    BIBOB van belang. </al><al/><al><vet>FASEN IN HET SUBSIDIEPROCES</vet></al><al><vet>In de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de ASV worden de fasen van het
                        subsidieproces omschreven.</vet></al><al>Het komt in feite neer op 3 fasen in het subsidieproces:</al><lijst><li nr="1."><al>DE SUBSIDIEVERLENING aanspraak op subsidie vastgesteld</al></li><li nr="2."><al>DE SUBSIDIEVASTSTELLING bedrag vastgesteld en aanspraak op uitbetaling
                        </al></li><li nr="3."><al>DE UITBETALING overmaken volledige subsidiebedrag</al></li></lijst><al/><al>De subsidieverlening geschiedt op aanvraag.</al><al>De subsidievaststelling geschiedt in beginsel ook op aanvraag van de
                    subsidieontvanger.</al><al>Bij de uitbetaling worden reeds betaalde voorschotten verrekend.</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEAANVRAAG</vet></al><al><vet>Artikel 10 Termijn voor het indienen van een
                        aanvraag</vet></al><al>De termijn van 1 april is ook in de ASV 1999 gehanteerd voor de
                    budgetsubsidies.</al><al>Voor de waarderingssubsidies wordt de termijn van 1 juni opgenomen. Hiermee kan
                    een kortere subsidieprocedure worden gevolgd dan in de voorgaande ASV.</al><al>Voor incidentele subsidies geldt een afwijkende korte termijn. In beginsel drie
                    maanden voorafgaand aan de (start van de voorbereiding van) de activiteit.
                    Hiervoor worden in beleidsregels nadere criteria opgenomen.</al><al>Voor een investeringssubsidie geldt 1 februari. Bij grote investeringen is het
                    noodzakelijk om hiermee tijdig in te spelen op de voorbereidingen van de
                    gemeentebegroting.</al><al>Gelet op de rechtmatigheid is het tijdig indienen van groot belang. In de ASV
                    worden mogelijkheden genoemd om hiervan ontheffing te verlenen
                    (hardheidsclausule). </al><al/><al><vet>Artikel 11 tot en met 15 Gegevens voor het indienen van een
                    aanvraag</vet></al><al>Het is in de gemeente Heumen al enige tijd gebruikelijk om voor het aanvragen
                    van alle subsidievormen een standaard aanvraagformulier te hanteren. </al><al>Deze aanvraagformulieren zijn gemaakt voor het snel en duidelijk verkrijgen van
                    relevante gegevens voor subsidieverstrekking.</al><al>Een activiteitenplan en een begroting is voor budgetsubsidies verplicht om in te
                    dienen.</al><al>Voor investeringssubsidies gelden specifieke vereisten voor het indienen van
                    gegevens. Het is van belang dat aangetoond wordt wat het nut, de noodzaak en de
                    urgentie van de gevraagde investering is.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Het niet in behandeling nemen van de subsidieaanvraag</vet></al><al>Bij het indienen van de aanvraag dient de aanvrager informatie te overleggen die
                    volgens het college nodig is om het recht op subsidie, de hoogte van het
                    subsidiebedrag en de subsidievorm te kunnen bepalen.</al><al><cursief>Het</cursief><cursief>tijdig indienen</cursief> is zeer belangrijk. De
                    hardheidsclausule geeft de mogelijkheid om hiervoor een ontheffing te
                    verlenen.</al><al><cursief>Voor het volledig maken van de aanvraag</cursief> kunnen in overleg met
                    de instelling, gelet op de situatie, afspraken worden gemaakt voor de termijn
                    van het verstrekken van de gewenste en noodzakelijke gegevens. Dit is mede
                    afhankelijk van het beleid en het te bereiken doel van de
                    subsidieverstrekking.</al><al>Voorbeeld: nieuwe rijksregelingen, regionale afstemming, evaluatiegegevens. </al><al/><al><vet>Artikel 17 Beslistermijn subsidieaanvraag</vet></al><al>Het college beslist op de aanvraag voor 31 december van het jaar voorafgaand aan
                    het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd. Vastgelegd moet worden wat de
                    consequenties zijn indien dit niet tijdig gebeurt.</al><al>Uitgangspunt is dat het college een jaarlijks subsidieprogramma vaststelt,
                    waarin de besluitvorming kenbaar wordt gemaakt. Per subsidieaanvraag neemt het
                    college een besluit in de vorm van een beschikking tot subsidieverlening (zie
                    ook de toelichting bij artikel 23). </al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEVERLENING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 18 Beschikking tot subsidieverlening</vet></al><al>Het is voor de rechtszekerheid van belang om een duidelijke schriftelijk
                    vastgelegde omschrijving te geven van de activiteiten, doelstellingen en
                    voorwaarden.</al><al>Indien er veel afspraken worden gemaakt voor producten en prestaties, is het
                    handig om deze afspraken in een bijlage bij de beschikking tot subsidieverlening
                    vast te leggen in de vorm van </al><al><cursief>budgetsubsidie-afspraken</cursief>. Dit vormt een onlosmakelijk
                    onderdeel van de (meerjarige) beschikking tot subsidieverlening. Hierop is de
                    Awb van toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Uitvoeringsovereenkomst</vet></al><al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan door het college met
                    de subsidieontvanger een uitvoeringsovereenkomst worden afgesloten, die als
                    zodanig onderdeel uitmaakt van de beschikking. Op grond van lid 1 van artikel
                    4:36 Awb is het mogelijk een overeenkomst ter uitvoering van een beschikking tot
                    subsidieverlening te sluiten. </al><al>In artikel 19 ASV is de mogelijkheid voor uitvoeringsovereenkomsten vastgelegd.
                    Het kan gaan om een jaarlijkse (product) overeenkomst en tevens om meerjarige
                    overeenkomsten voor budgetfinanciering.</al><al>Deze mogelijkheid is vooral van belang indien specifieke producten en prestaties
                    worden gewenst, namelijk indien het noodzakelijk is dat bepaalde activiteiten
                    daadwerkelijk worden verricht of bepaalde voorzieningen essentieel zijn voor
                    uitvoering van het beleid en niet eenvoudig door de gemeente zelf kunnen worden
                    verricht.</al><al>Tevens kan een uitvoeringsovereenkomst nodig zijn ingeval van subsidie in de
                    vorm van het vertrekken van een krediet of garantie. </al><al>Toepasselijk recht voor uitvoeringsovereenkomsten: zowel regels uit de Awb als
                    regels uit het burgerlijk wetboek (BW) zijn van toepassing.</al><al>Artikel 4:36 Awb bepaalt de mogelijkheid van de uitvoeringsovereenkomst en geeft
                    aan dat daarin een nakomingsplicht voor de subsidieontvanger kan worden
                    opgenomen. Met betrekking tot het gehele subsidiebeleid zijn de algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 3:1. lid 2 Awb) van toepassing op de
                    uitvoeringsovereenkomst.</al><al>Ten aanzien van de totstandkoming, de inhoud, de nietigheid of de
                    vernietigbaarheid van de uitvoeringsovereenkomsten bevat de Awb geen bepalingen.
                    Het BW bevat hiervoor wel bepalingen en is voor deze onderdelen van toepassing
                    op de uitvoeringsovereenkomst, waardoor ook de mogelijkheid van nakoming van de
                    te verrichten activiteiten via de civiele rechter kan worden gevorderd.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></al><al>In artikel 4:37 van de Awb worden de bepalingen voor de verplichtingen aan de
                    subsidieontvanger niet expliciet omschreven. Gelet op de rechtmatigheid en
                    doelmatigheid worden specifieke regelingen hiervoor in de ASV opgenomen. </al><al>Controle op de bestedingen moet mogelijk zijn. Met subsidie is gemeenschapsgeld
                    gemoeid.</al><al>De Wet BIBOB is tevens van toepassing. Hetzelfde geldt in beginstel voor de
                    uitgangspunten in de Notitie inkoop – en aanbestedingsbeleid van de gemeente
                    Heumen.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Voorschotverlening</vet> Artikel 4:54 Awb: De gemeente kan
                    slechts voorschotten verlenen indien hiervoor een wettelijk voorschrift bestaat.
                    Daarom is dit artikel 22 in de ASV opgenomen. Bevoorschotting vindt slechts
                    plaats indien hiervoor een noodzaak aanwezig is. Dit is met name van toepassing
                    bij budgetsubsidies en investeringssubsidies. In principe wordt in de
                    beschikking tot subsidieverlening aangegeven hoe hoog het voorschotbedrag is en
                    op welke wijze de uitbetaling van voorschotten zal plaatsvinden. Ingeval van een
                    afzonderlijke beschikking tot voorschotverlening is deze beschikking ook
                    afzonderlijk vatbaar voor bezwaar en beroep. De termijnbetalingen zijn niet voor
                    alle subsidies gelijk, maar worden afgestemd op overwegingen als de soort
                    activiteiten, de ontvangst van rijksbijdragen en de totale budgetverdeling voor
                    producten. </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVASTSTELLING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 23 Beschikking tot subsidievaststelling</vet></al><al>Hiermee wordt het subsidiebedrag definitief vastgesteld en wordt de aanspraak op
                    uitbetaling bepaald. </al><al>In bepaalde situaties kan de verlening en de vaststelling van de subsidie in één
                    beschikking worden opgenomen. Dit is van toepassing bij (de meeste)
                    waarderingssubsidies voor jaarlijkse subsidieactiviteiten met een vaststaande
                    subsidiegrondslag en bij de incidentele subsidies bij eenmalige
                    subsidieactiviteiten.</al><al/><al><vet>Artikel 24 Aanvraag voor subsidievaststelling</vet></al><al>Het inhoudelijk verslag is van belang om aan te tonen dat de activiteiten
                    waarvoor subsidie is verleend, hebben plaatsgevonden.</al><al>Het financieel verslag moet inzicht geven in de rekening en verantwoording van
                    de inkomsten en uitgaven met betrekking tot de gesubsidieerde activiteiten,
                    inclusief bezittingen en schulden.</al><al>Indien is bepaald dat bij de aanvraag voor subsidievaststelling een
                    accountantsrapport moet worden ingediend, moet uit de verklaring van getrouwheid
                    van de accountants blijken of de toepasselijke subsidiebepalingen en
                    –voorschriften zijn nageleefd en of de subsidie is aangewend voor het doel
                    waarvoor deze ter beschikking is gesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Beslistermijn subsidievaststelling</vet></al><al>Het college beslist binnen tien weken op een aanvraag tot subsidievaststelling.
                    In dit artikel is vastgelegd dat tien weken een haalbare en redelijke termijn is
                    voor een volledig afhandeling van alle aspecten omtrent de verantwoording van de
                    subsidie. Ingeval van het verlengen met een redelijke termijn wordt een
                    verlenging tot een totale termijn van bijvoorbeeld zestien weken als haalbaar en
                    redelijk beschouwd. Het college stelt de aanvrager hiervan in kennis. </al><al/><al><vet>Artikel 26 Intrekking of wijziging van de verleende subsidie</vet></al><al>Het college heeft de bevoegdheid om een besluit tot intrekking of wijziging van
                    de subsidie te nemen.</al><al>Voor de leesbaarheid en duidelijkheid is in dit artikel een groot deel van de
                    bepalingen van de Awb overgenomen.</al><al>Indien de activiteiten gedeeltelijk zijn verricht, kan het college besluiten om
                    het subsidiebedrag lager vast te stellen en hiermee over te gaan tot wijziging
                    van het verleende subsidiebedrag. Hierbij geldt de evenredigheidsnorm van
                    artikel 3:4 van de Awb inzake de belangenafweging ten aanzien van nadelige
                    gevolgen van de besluitvorming in verhouding tot de subsidiedoelstellingen. De
                    besluitvorming dient goed gemotiveerd te zijn, waarbij de zienswijze van de
                    instelling uitdrukkelijk meegenomen wordt.</al><al/><al><vet>Artikel 27 Intrekking of wijziging van de vastgestelde subsidie</vet></al><al>Voor de leesbaarheid en duidelijkheid is in dit artikel een groot deel van de
                    bepalingen van de Awb overgenomen, te vinden in artikel 4:49 Awb. Dit om
                    duidelijk aan te geven dat er zowel voor de verleende als voor de vastgestelde
                    subsidies bepaalde redenen zijn om de subsidie in te trekken of te
                        wijzigen.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5 OVERIGE BEPALINGEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 28 Onverschuldigde betaling</vet></al><al>Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of voorschot kan worden teruggevorderd
                    tot vijf jaar na de subsidievaststelling, de intrekking of de wijziging. Ook
                    hierbij is de bepaling in de Awb gevolgd.</al><al/><al><vet>Artikel 29 Hardheidsclausule</vet></al><al>Hiermee wordt de bevoegdheid opgenomen van het college om af te wijken van de
                    bepalingen van deze verordening en tevens de bevoegdheid een beslissing te nemen
                    in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of leidt tot
                    onduidelijkheid. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van
                    toepassing voor de belangenafweging hierbij.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Controle door rekenkamercommissie.</vet></al><al>Een onderzoek door de Rekenkamercommissie kan plaatsvinden op verzoek van de
                    raad, maar kan ook op initiatief van deze commissie zelf plaatsvinden. Daarbij
                    gaat het in eerste instantie om een onderzoek op basis van alle officiële
                    documenten van die instelling waarover de gemeente beschikt zoals jaarrekeningen
                    en controlerapporten van de accountant. Onderzoek op basis van documenten die
                    bij de gemeente aanwezig zijn, kan aanleiding zijn voor de rekenkamer bij de
                    desbetreffende rechtspersoon of het gemeenschappelijk orgaan zelf een onderzoek
                    in te stellen. Die bevoegdheid omvat primair de mogelijkheid nadere inlichtingen
                    in te winnen of ontbrekende stukken op te vragen bij de rechtspersoon of het
                    gemeenschappelijk orgaan. Vervolgens kan ook ter plaatse een onderzoek </al><al>worden ingesteld. </al><al>De instelling is verplicht zijn medewerking te te verlenen aan de werkzaamheden
                    van de Rekenkamercommissie. Als de instelling deze medewerking niet verleent,
                    dan is de gemeente gerechtigd om op grond van de artikelen 4.48 en 4:49 van de
                    Algemene Wet bestuursrecht de subsidieverlening dan wel de subsidievaststelling
                    in te trekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger te wijzigen. </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN</vet></al><al/><al><vet>A</vet><vet>rtikel 31 Inwerkingtreding en intrekking </vet></al><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene subsidieverordening
                    vervalt de eerdere Algemene subsidieverordening gemeente Heumen 1999. </al><al/><al><vet>Artikel 32 Overgangsbepaling </vet></al><al>De bijzondere subsidieverordeningen die vermeld staan onder artikel 36 van de
                    Algemene subsidieverordening gemeente Heumen 1999 worden ingetrokken op het
                    moment van inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening gemeente Heumen
                    2006. Reden is dat deze deelverordeningen sterk verouderd zijn.</al><al>Dit zijn:</al><lijst><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening vormings- en ontwikkelingswerk;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening sport;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening amateuristische kunstbeoefening;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening buurt- en dorpsgerichtwerk</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening zorg;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening ouderenwerk;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening jeugd- en jongerenwerk;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening kindercentra;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening experimenten;</al></li><li nr=""><al>Bijzondere Subsidieverordening investeringen welzijnsaccommodaties.
                        </al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 33 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente
                    Heumen (ASV). </al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>