<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR431402_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen 2017 Oost Gelre</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2017 Oost Gelre</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen 2017 Oost Gelre</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oost Gelre;</al><al>gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 15
                        november 2016;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet;</al><al>Gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>Besluit vast te stellen de Verordening reinigingsheffingen 2017 Oost
                        Gelre.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>“gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de
                            zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 en 3 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt bij
                                wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting, het vastrecht is verschuldigd bij het begin van het
                                belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting, het vastrecht, verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing van het vastrecht, voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als
                                er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                ander perceel gebruik maakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Daarnaast ontstaat de belastingplicht per aanbieding in een
                                ondergrondse container of lediging van een restafvalcontainer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder
                                dan € 1.500,00 bedraagt en zolang de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso kunnen worden kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
                                termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet
                                is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>Mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>Schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan,
                                        binnen veertien dagen na dagtekening van de
                                        kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding
                            verleend tot een maximum van € 124,68 per belastingplichtige. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten van
                            non-profit-instellingen geheven zowel voor het genot van door het
                            gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die
                            bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in
                            de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten, het vastrecht bedoeld in hoofdstuk 2 van de
                                tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar,
                                of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                zijn de rechten, het vastrecht verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing van het vastrecht voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er
                                in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                ander perceel gebruik maakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Daarnaast ontstaat de belastingplicht per aanbieding in een
                                ondergrondse container of lediging van een restafvalcontainer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingsweg 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder
                                dan € 1.500,00 bedraagt en zo lang de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>Mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>Schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan,
                                        binnen veertien dagen na dagtekening van de
                                        kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening reinigingsheffingen 2016 van 22 december 2015 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 21, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen
                            2017.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Oost Gelre,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, </ondertekening><ondertekening>J.Vinke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.H. Bronsvoort </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BijlageTARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN
                        2017</titel></kop><tussenkop>Hoofdstuk I Afvalstoffenheffing</tussenkop><tussenkop>Woningen</tussenkop><lijst><li nr="1.1."><al>Het vastrecht voor 2017 is vastgesteld op € 111,00 per huishouden.</al></li><li nr="1.2."><al>De belasting als bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd met het aantal
                            ledigingen. Een lediging bedraagt:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="77*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort lediging</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Tarief</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>per 240 liter restafvalcontainer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>per 140 liter restafvalcontainer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>per lediging in een ondergrondse container</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1,14</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk II Reinigingsrechten</tussenkop><tussenkop>Woningen</tussenkop><lijst><li nr="1.1."><al>Het vastrecht voor 2017 is vastgesteld op € 111,00 per perceel.</al></li><li nr="1.2."><al>De belasting als bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd met het aantal
                            ledigingen. Een lediging bedraagt:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="77*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort lediging</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Tarief</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>per 240 liter restafvalcontainer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>per 140 liter restafvalcontainer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>per lediging in een ondergrondse container</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1,14</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk III Overige tarieven</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="14*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="76*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Tarief</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk I en II van de
                                        tarieventabel bedraagt de belasting voor</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het omwisselen of afleveren van extra containers per
                                        container aan huis</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de container zelf wordt afgehaald </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de container wordt vervangen of opgehaald, omdat de
                                        oude container kapot of vermist is door plaatsing aan de
                                        openbare weg buiten de ledigingsdag wordt het in 3.1.1 of
                                        3.1.2 genoemde bedrag verhoogd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitgeven van een nieuw pasje voor de ondergrondse
                                        containers na verlies, diefstal of beschadiging van het oude
                                        pasje bedraagt:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 7,89</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behorende bij het raadsbesluit van 20 december 2016,</al><al>De griffier,</al><al>J.Vinke</al></bijlage></regeling></body></cvdr>