<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR431207_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oost            Gelre</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmaking.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oost Gelre</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oost
            Gelre</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oost Gelre:</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 213a Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit vast te stellen: Verordening onderzoeken doelmatigheid en
                        doeltreffendheid gemeente Oost Gelre</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel
                                mogelijk resultaat wordt bereikt.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de
                                beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk
                                worden behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><al>Het college onderzoekt jaarlijks:</al><lijst><li nr="1."><al>de doelmatigheid van tenminste één (onderdeel van een)
                                organisatie-eenheid of taakveld van de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>de doeltreffendheid van tenminste één (onderdeel van een) programma
                                of paragraaf uit de programmabegroting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Integraal onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt ieder jaar een (voortschrijdend) meerjarig Integraal
                            Onderzoeksplan, als onderdeel van de paragraaf Bedrijfsvoering van de
                            Programmabegroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onderzoeksplan geeft aan welke onderzoeken het college gaat
                            uitvoeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt globaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode; </al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de paragraaf Bedrijfsvoering van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oost Gelre”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad 20 december 2016,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vinke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.H. Bronsvoort</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage Toelichting op de artikelen</titel></kop><al>Artikel 213a Gemeente verplicht het college onderzoek naar de doelmatigheid en
                    doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur te verrichten en
                    hiervan verslag uit te brengen. Dit is van belang voor de algemene
                    oordeelsvorming over het gevoerde beleid. De rol van de raad bij deze
                    onderzoeken is een kaderstellende. De raad bepaalt de regels in deze
                    verordening, waaraan het college op hoofdlijnen moet voldoen. De raad stelt ook
                    vast hoe hij bij de onderzoeken betrokken wordt en daarover geïnformeerd wordt.
                    Met de instelling van de onderzoeken wordt beoogd de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en daardoor doelmatiger en doeltreffender te
                    werken en publieke verantwoording te versterken </al><al>De kaders welke de raad heeft gesteld hebben invloed op de mate waarin een
                    doelmatig en doeltreffend bestuur mogelijk is. Het door de raad geformuleerde
                    beleid zal daarom wanneer relevant, kunnen worden betrokken in de
                    onderzoeken.</al><al>De onderzoeken kunnen verschillende onderwerpen en vormen hebben. Te denken valt
                    aan het meten van de effecten van begrotingsprogramma's aan de hand van tevoren
                    bepaalde indicatoren. Dat kunnen meetbare en telbare prestaties zijn. Daarnaast
                    kan worden gedacht aan meningspeilingen en andere 'zachtere' meetmethoden. Naast
                    de vraag óf de doelstellingen zijn gehaald, kan worden onderzocht of dat gebeurt
                    is met een zo efficiënt mogelijk gebruik van middelen. Dit kan bijvoorbeeld door
                    gebruik te maken van benchmarking.</al><al>Een andere activiteit die in het kader van dit artikel moet plaatsvinden, is het
                    doorlichten van de beheersprocessen, zoals de doelmatigheid van de interne
                    controle.</al><tussenkop>Artikel 2 Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>In lid 1 wordt weergegeven dat er jaarlijks doelmatigheidsonderzoek wordt
                    gepleegd binnen een organisatie-eenheid of taakveld.</al><al>In lid 2 wordt gesproken over onderzoek naar de doeltreffendheid. Dit vindt
                    plaats op basis van het in de programma's of paragrafen van de begroting
                    geformuleerde beleid. Dit beleid kan een geheel begrotingsprogramma omvatten of
                    delen daarvan. Daarnaast kan het een paragraaf van de begroting en jaarstukken
                    of delen daarvan omvatten.</al><tussenkop>Artikel 3 Integraal onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn en ook de gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed hierop uit te oefenen. Het
                    onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken, zij
                    het nog globaal. Deze wordt door het college vastgesteld. </al><tussenkop>Artikel 4 Voortgang onderzoek</tussenkop><al>De paragraaf Bedrijfsvoering van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud van de programma's. Het
                    ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens te rapporteren over de stand van
                    zaken bij de interne onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van
                    het gevoerde bestuur.</al><tussenkop>Artikel 5 Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>De bevindingen van de onderzoeken worden gerapporteerd richting de raad, zoals
                    voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de Gemeentewet. De rapporten
                    dienen volgens artikel 197 tweede lid van de Gemeentewet te worden gevoegd bij
                    de jaarrekening en het jaarverslag. Het betreft uiteraard de verslagen die
                    gedurende het verslagjaar zijn afgerond. </al><al>Aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert het doel om te
                    streven naar verbetering. Daarom dienen de evaluatie en de aanbevelingen voor
                    verbetering onderdeel te zijn van de rapportage. Zo nodig wordt door middel van
                    een plan van verbetering het vervolgtraject ingezet. Het is zaak voor het
                    college om maatregelen te nemen voor verbetering, omdat het de bedrijfsvoering
                    van de gemeente betreft. Ze stellen een plan van verbetering op en voeren deze
                    zelf uit. Het plan van verbetering wordt ter kennisgeving aan de raad
                    aangeboden.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De geactualiseerde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                    2017.</al><tussenkop>Artikel 7 Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al><al>Vaststelling</al><al>De ondertekening van uitgaande stukken van de raad door de burgemeester is in
                    het nieuwe duale bestel gehandhaafd (artikel 75, lid 1 Gemeentewet). Door de
                    komst van de griffier zijn de taken van de gemeentesecretaris gewijzigd. De
                    secretaris hoeft niet meer aanwezig te zijn bij de vergaderingen van de raad.
                    Deze taak wordt overgenomen door de griffier (artikel 107b Gemeentewet). Door
                    deze wijziging is het niet meer de secretaris, die alle uitgaande stukken van de
                    raad mede ondertekent. De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raadsvergaderingen medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al></bijlage></regeling></body></cvdr>