<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43118_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening gemeente Zwartewaterland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zwartewaterland.nl/document.php?m=1&amp;fileid=5363&amp;f=7cfdb7978f66630197a1e4fdd5d7cb8b&amp;attachment=&amp;c=0">De Stadskoerier, 26-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening gemeente Zwartewaterland 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Vernummering artt. 16 t/m 25</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Zwartewaterland 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zwartewaterland;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, d.d. 9
                        april 2010;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikelen 147 en 149 Gemeentewet en titel 4.2
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Zwartewaterland;</al></li><li nr="c."><al>incidentele subsidie: een subsidie die wordt verstrekt voor
                                    activiteiten die eenmalig worden uitgevoerd dan wel een
                                    projectmatig karakter dragen</al></li><li nr="d."><al>structurele subsidie: een subsidie die voor één jaar of voor
                                    meerdere jaren beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van
                                    activiteiten die een continu karakter dragen</al></li><li nr="e."><al>budgetsubsidie: een structurele subsidie met een ondergrens van
                                    minimaal € 20.000,-- per jaar die beschikbaar gesteld wordt voor
                                    meerdere jaren</al></li><li nr="f."><al>subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdsvak
                                    ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies
                                    krachtens een bepaald wettelijk voorschrift</al></li><li nr="g."><al>subsidie: aanspraak op financiële middelen, verstrekt met het
                                    oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                                    betaling voor aan de gemeente Zwartewaterland geleverde goederen
                                    of diensten; </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en kan
                            nadere regels stellen ten aanzien van de te subsidiëren
                            activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente te verlenen
                            subsidies voor activiteiten die in het belang zijn van de gemeente
                            Zwartewaterland dan wel aan haar inwoners ten goede komen, tenzij een
                            andere wettelijke regeling of gemeentelijke verordening daarin
                            voorziet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>Eenmaal per vier jaar wordt een onderzoeksverslag gepubliceerd conform
                            het bepaalde in artikel 4:24 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en verdeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en verdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het jaarlijks bij de vaststelling van de Programmabegroting door de
                                gemeenteraad beschikbaar gestelde bedrag voor het verstrekken van
                                subsidie voor een bepaald beleidsterrein of activiteit geldt als een
                                subsidieplafond, zoals bepaald in artikel 4:22 en 4:25 van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college regelt de wijze van de verdeling van het beschikbare
                                bedrag. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om een incidentele subsidie wordt tenminste tien weken
                                voor de aanvang van de activiteit ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag om een structurele subsidie wordt voor 1 september van
                                het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking
                                heeft, ingediend bij het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat voor het aanvragen van subsidie gebruik
                                dient te worden gemaakt van een aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen met betrekking tot de
                                indiening en de aan de aanvraag te stellen eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Niet tijdige en niet volledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen
                                als de aanvraag niet tijdig is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvraag tot subsidieverlening niet voldoet aan de
                                vereisten van de wet en deze verordening wordt een hersteltermijn
                                gehanteerd van vier weken na de verzenddatum van de mededeling van
                                het college om de aanvraag aan te vullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na de termijn genoemd in lid 2 kan het college besluiten de
                                onvolledige aanvraag niet in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt hiervoor nadere voorschriften op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een incidentele subsidie
                                binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een structurele subsidie
                                voor 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de
                                activiteiten worden gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vaststelling zonder voorafgaande beschikking tot
                                subsidieverlening</titel></kop><al>Het college kan de subsidie vaststellen zonder dat er voorafgaand een
                            beschikking tot subsidieverlening is gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverlening wordt geweigerd als sprake is van de in de
                                artikelen 4:25 en 4:35 van de wet genoemde gevallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieverlening wordt daarnaast geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of
                                        krachtens de wet, het algemeen belang of de openbare
                                        orde;</al></li><li nr="b."><al>De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op
                                        de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de
                                        ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>De subsidieverlening niet past binnen het vastgesteld beleid
                                        van het gemeentebestuur;</al></li><li nr="d."><al>De aanvrager geen rechtspersoonlijkheid heeft;</al></li><li nr="e."><al>De aanvrager een rechtspersoon is met winstoogmerk;</al></li><li nr="f."><al>De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden
                                        voor het doel waarvoor de subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="g."><al>De aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende
                                        gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                        derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                        dekken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verstrekt ten laste van een
                            Programmabegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, verleent
                            het college de subsidie onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                            beschikking worden gesteld met in achtneming van het bepaalde in artikel
                            5 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorbehoud subsidie van andere bestuursorganen</titel></kop><al>Een subsidie kan worden verleend onder het voorbehoud dat een verleende
                            subsidie op een lager bedrag kan worden vastgesteld indien een door een
                            ander bestuursorgaan in het vooruitzicht gestelde subsidie of andere
                            geldelijke bijdrage aan het college, op de ontvangst waarvan de
                            verlening mede is gebaseerd, niet of niet geheel zal worden
                            ontvangen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de in artikel 4:37 van de wet genoemde verplichtingen kunnen
                                bij de subsidieverlening verplichtingen worden opgelegd als bedoeld
                                in de artikelen 4:38 en 4:39 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht tijdig opgave te doen aan het
                                college van een wezenlijke wijziging van de gegevens die bij de
                                aanvraag om subsidie zijn overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieontvanger dient het college terstond te berichten over
                                feiten of omstandigheden die ertoe leiden of kunnen leiden dat de
                                gesubsidieerde activiteiten niet kunnen worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger brengt het beëindigen of het gedeeltelijk
                                beëindigen van de gesubsidieerde activiteiten onmiddellijk ter
                                kennis van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld
                                in artikel 4:41 lid 2 van de wet een vergoeding van de
                                vermogenswaarden verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de in lid 1 bedoelde vergoeding wordt
                                bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidieverlening,
                                subsidievaststelling of subsidiebeëindiging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte
                                van de vergoeding wordt bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verantwoording subsidies tot € 10.000,--</titel></kop><al>Subsidies tot € 10.000,-- hoeven niet meer te worden verantwoord. De
                            subsidieverlening is ook de subsidievaststelling</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verantwoording subsidies van € 10.000,-- euro tot €
                                20.000,--</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies van € 10.000,-- tot € 20.000,-- worden jaarlijks
                                verantwoord door het indienen van een jaarverslag en een
                                jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onder lid 1 genoemde verantwoording wordt voor 1 september
                                ingediend volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met de indiening van de onder lid 1 genoemde verantwoording wordt
                                tevens een verzoek tot subsidievaststelling ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien geen verzoek tot subsidievaststelling wordt ingediend, vindt
                                de vaststelling zes weken na de indieningtermijn ambtshalve plaats,
                                nadat een eenmalige rappel is gegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verantwoording budgetsubsidies (vanaf € 20.000,--)</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Budgetsubsidies vanaf € 20.000,-- worden jaarlijks
                                        verantwoord door het indienen van een jaarverslag en een
                                        jaarrekening.</al></li><li nr=""><al>Over het lopende jaar wordt jaarlijks in juni een marap
                                        ingediend ter bespreking met het college.</al></li><li nr=""><al>In januari volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking
                                        heeft, wordt een marap ingediend ter bespreking met het
                                        college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onder lid 1 genoemde verantwoording wordt voor 1 september
                                ingediend volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met de subsidieverleningbeschikking worden voorschriften opgenomen
                                omtrent de vorm en inhoud van de marap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college stelt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of in
                            ieder geval voor 1 oktober van het kalenderjaar volgend op het
                            kalenderjaar waarop de subsidie betrekking had, de subsidie vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in afdeling 4.2.6 van de wet, kan het college
                            een subsidie intrekken of wijzigingen indien</al><lijst><li nr="1."><al>er ernstige vermoedens of duidelijke aanwijzingen zijn van
                                    wanbeheer, fraude, veronachtzaming van verplichtingen of
                                    handelen in strijd met fundamentele rechtsbeginselen, statuten
                                    en/of reglementen</al></li><li nr="2."><al>er sprake is van opheffing, de instelling bij rechterlijk vonnis
                                    wordt ontbonden of bij een dergelijk vonnis geacht geen
                                    rechtspersoon meer te zijn</al></li><li nr="3."><al>conservatoir beslag op het vermogen of een deel van het vermogen
                                    van de subsidieontvanger is gelegd</al></li><li nr="4."><al>de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend</al></li><li nr="5."><al>de subsidieontvanger is staat van faillissement is
                                    verklaard</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6 Betaling, bevoorschotting en terugvordering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 21 Betaling</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidieverlening wordt bepaald of de subsidie in
                                            één keer of in gedeelten wordt betaald.</al></li><li nr="2."><al>In de verleningsbeschikking wordt vermeld wanneer welk
                                            bedrag wordt uitbetaald.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Voorschotten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschotten verlenen op basis van de
                                subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot voorschotverlening geschiedt gelijktijdig met de
                                beschikking tot subsidieverlening en vermeldt het bedrag van het
                                voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorschotten worden binnen zes weken na de voorschotverlening
                                betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders is bepaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een subsidieontvanger over enig jaar meer aan voorschotten
                                heeft ontvangen dan de vastgestelde subsidie over dat jaar bedraagt,
                                is de subsidieontvanger verplicht om hetgeen teveel aan voorschotten
                                werd verleend binnen een termijn van vier weken terug te
                                betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan een andere termijn worden bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, kan worden besloten dat hetgeen dat
                                teveel aan voorschotten werd verleend, zal worden verrekend met één
                                of meerdere nog te betalen voorschotten op een verleende
                                subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het
                                terugbetalen van ontvangen subsidie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7 Slot- en overgangsbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 24 Hardheidsclausule</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het in deze
                                    verordening bepaalde voor zover toepassing van deze verordening
                                    leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen waarin de verordening niet voorziet, beslist het
                                    college.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college de hardheidsclausule toepast, dan wordt de
                                    gemeenteraad hierover geïnformeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Inwerkingtreding</label></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op 1 september 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene subsidieverordening
                            Zwartewaterland 2010”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de Raad van de gemeente Zwartewaterland op 10 juni
                        2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene Toelichting</titel></kop><al>Voor de algemene regels over subsidies wordt verwezen naar de algemene wet
                    bestuursrecht, titel 4.2. daar waar de gemeente Zwartewaterland afwijkt van deze
                    regels, worden deze in de algemene subsidieverordening Zwartewaterland genoemd.
                    Titel 4.2 van de Awb en de algemene subsidieverordening Zwartewaterland vormen
                    tezamen de wettelijke voorschriften voor het verstrekken van subsidies door het
                    gemeentebestuur.</al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Wij hebben geconstateerd dat de huidige subsidieregelingen deels ontoereikend
                    zijn. Een nadere (de)regulering van de subsidiestromen (organisatiebreed) is
                    noodzakelijk. Op grond van artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    verleent een bestuursorgaan slechts subsidie op grond van een wettelijk
                    voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie wordt verstrekt.</al><al>Er is een wettelijke grondslag in een subsidieverordening vereist, tenzij:</al><lijst><li nr="1."><al>opname in door de raad vastgestelde begroting (vermelding subsidiebedrag
                            en ontvanger);</al></li><li nr="2."><al>incidentele gevallen (ten hoogste voor 4 jaar, geen beleid);</al></li><li nr="3."><al>vooruitlopend op nieuw vast te stellen subsidieverordening (max. 1
                            jaar).</al></li></lijst><al>Een subsidieverordening dient minimaal de volgende elementen te regelen:</al><lijst><li nr="1."><al>regels met betrekking tot de bevoegdheid (4:23 Awb);</al></li><li nr="2."><al>beschrijving van activiteiten/doelgroep (4:23 Awb);</al></li><li nr="3."><al>subsidieplafond (4:25 ev Awb);</al></li><li nr="4."><al>verplichtingen (4:38 lid 2; 4:39 Awb);</al></li><li nr="5."><al>vermogensvoordeel (4:41 Awb).</al></li></lijst><al>In de Algemene wet bestuursrecht (in het vervolg: wet) is voor een aantal
                    onderdelen van het subsidieproces de keuzemogelijkheid opgenomen om een nadere
                    regeling te treffen bij subsidieverlening of bij/krachtens wettelijk voorschrift
                    i.c. de subsidieverordening.</al><al>Hoofdstructuur</al><al>Bij voorliggende herziening van het subsidiestelsel is de volgende
                    hoofdstructuur gehanteerd:</al><al>- Eén algemene subsidieverordening waarin de wettelijke grondslag voor
                    subsidiering van activiteiten staat vermeld. De subsidiabele activiteiten worden
                    op een vrij hoog abstractieniveau in de verordening opgenomen.</al><al>- Nadere regeling van de subsidiering via beleidsregels dan wel nadere regels
                    door het college.</al><al>- In uitzonderingsgevallen een nadere regeling via een aparte
                    subsidieverordening, indien de aard/inhoud van de regeling zulks
                    rechtvaardigt.</al><al>- Uitvoering door het college als bevoegd orgaan tot subsidiering.</al><al>- Regulering van alle “buitenwettelijk subsidies”. Tot nu toe werden op een
                    aantal beleidsvelden subsidies verstrekt zonder deugdelijke wettelijk
                    grondslag.</al><al>- Geen gebruik van het instrument dat in de raadsbegroting naam en bedrag van de
                    gesubsidieerde instelling wordt vermeld. Een belangrijke reden is dat de
                    vermelding van de subsidieontvanger en het bedrag in de gemeentebegroting niet
                    past in het dualistisch stelsel waarbij de raad het begrotingskader
                    (programma’s) vaststelt en het college belast is met de uitvoering daarvan.</al><al>Wij hebben uit oogpunt van deregulering gestreefd naar een zo kort en bondig
                    mogelijke verordening, aanvullend aan de hoofdstuk 4 van de algemene wet
                    bestuursrecht. In de wet zijn geen hoge eisen opgenomen aan wettelijke
                    subsidieregelingen. Kernelement: in een regeling moet een omschrijving van
                    gesubsidieerde activiteiten worden opgenomen. Veel subsidieregelingen bevatten
                    weinig bepalingen op grond waarvan het subsidiebeleid genormeerd wordt. In
                    kaderregelingen wordt globaal omschreven welke activiteiten subsidiabel zijn.
                    Vervolgens vindt uitwerking daarvan plaats via nadere regels en/of
                    beleidsregels. De subsidieverordening moet het stellen van nadere regels door
                    het college wel expliciet mogelijk maken (delegatie wetgevende bevoegdheid ex.
                    artikel 156 lid 3 Gemeentewet).</al><al>Bij het opstellen van een subsidieverordening kan worden gekozen voor specifieke
                    subsidieverordeningen voor ieder beleidsveld of een algemene subsidieverordening
                    met daaronder deelverordeningen, nader regels of beleidsregels. Hierbij wordt
                    het onderscheid tussen beleidsregel en algemeen verbindend voorschrift
                    (subsidieverordening of op basis daarvan gestelde nadere regels) benadrukt.
                    Beleidsregel: voor het bestuursorgaan (intern werkend), regelt de wijze waarop
                    een bestuursorgaan omgaat met zijn bevoegdheden, bindt de burger niet. In de wet
                    zijn daarover regels opgenomen vgl. art 1:3 lid 4/Titel 4.3 (artikel 4:81 en
                    volgende).</al><al>Een beleidsregel kan geen algemeen verbindend voorschrift zijn en kan geen
                    zelfstandige bevoegdheden in het leven roepen. Een beleidsregel is ondergeschikt
                    aan een algemeen verbindend voorschrift. Voorts kent een beleidsregel een
                    inherente afwijkingsbevoegdheid. In voorliggende algemene subsidieverordening
                    zijn algemene bepalingen omtrent subsidiering opgenomen. Voor een nadere
                    invulling van hetgeen onder subsidieabele activiteiten wordt vertaan zijn
                    beleidsregels en nadere regels opgesteld. In bijzondere situaties kan een
                    specifieke deelverordening worden vastgesteld. </al><al>Deze Algemene subsidieverordening Zwartewaterland is een aanvulling op de
                    wettelijke bepalingen in de Awb. Deze verordening biedt het algemene kader
                    waarbinnen de gemeentelijke subsidieverlening zich zal afspelen en heeft
                    betrekking op de procedures rond het aanvragen, verlenen, vaststellen en
                    betaalbaar stellen van subsidies.</al><al><vet>Subsidiebegrip in de Awb</vet></al><al>In artikel 4:21 wordt het subsidiebegrip gedefinieerd; onder subsidie wordt
                    verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt
                    met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling
                    voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Onder dit begrip
                    vallen onder andere giften, geldleningen en onder “zachte voorwaarden”,
                    garantstellingen. De overheid verschaft een economisch voordeel in de vorm van
                    een aanspraak op geld door zich garant te stellen voor rente en aflossing van
                    een door een bank verstrekte geldlening aan de instelling, en de bekostiging van
                    onderwijs.</al><al>Verder ziet de subsidietitel, in navolging van de literatuur, waarin tenminste
                    drie belangrijke rechtsmomenten worden onderscheiden:</al><al><cursief>De verlening van de subsidie:</cursief> de beschikking waarbij een
                    subsidie wordt toegekend voor een bepaalde, in het algemeen toekomstige,
                    activiteit.</al><al>De betekenis hiervan is dat de aanvrager een aanspraak op financiële middelen
                    verkrijgt, mits hij daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteiten verricht en
                    zich aan de eventueel aan hem opgelegde verplichtingen houdt.</al><al>De omvang van deze aanspraak is in deze fase vaak nog onzeker, omdat zij mede
                    kan afhangen van de omvang van de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De
                    subsidieverlening is echter niet voorlopig of vrijblijvend. Indien de
                    gesubsidieerde de activiteiten verricht en zijn verplichtingen nakomt, kan het
                    bestuursorgaan in beginsel niet meer op de subsidieverlening terugkomen. Het
                    bestuursorgaan gaat dus reeds door een subsidieverlening, en niet pas door de
                    vaststelling, een financiële verplichting aan.</al><al><cursief>De vaststelling van de subsidie:</cursief> de beschikking waarbij
                    definitief wordt beslist dat de geadresseerde een subsidie ontvangt ter hoogte
                    van een bepaald, in Euro’s uitgedrukt, bedrag.</al><al>Daarvoor zal het nodig zijn vast te stellen dat de gesubsidieerde activiteit, en
                    dat de opgelegde verplichtingen zijn nageleefd. Op grond van die beschikking zal
                    de uitbetaling van de subsidie geschieden, al is het mogelijk dat al eerder bij
                    wijze van voorschot betalingen zijn verricht. De subsidievaststelling geeft de
                    ontvanger definitief recht op financiële middelen en verplicht het
                    bestuursorgaan dan ook tot betaling.</al><al><cursief>De uitbetaling van de subsidie:</cursief> de afdeling Rechtspraak van
                    de Raad van State beschouwt de uitbetaling niet als een beschikking, maar als
                    het voldoen aan een verbintenis, en dus als een rechtshandeling naar burgerlijk
                    recht.</al><al>Het subsidiebegrip is niet van toepassing op: verstrekkingen in natura,
                    bijvoorbeeld gratis gebouw stellen aan sportvereniging. Overheidsdeelneming in
                    het aandelenkapitaal van een onderneming, sociale uitkeringen, huursubsidie en
                    studiefinanciering en goederen en diensten waar een reële economische
                    tegenprestatie tegenover staat, zoals commerciële transacties als aankoop van
                    inventaris, organisatie- adviezen en andere privaatrechtelijke handelingen. Ook
                    uitgesloten zijn belastingfaciliteiten, geldelijke bijdragen die uitsluitend aan
                    overheidsorganen kunnen worden verstrekt, zoals bijvoorbeeld specifieke
                    uitkeringen en de uitkering voor de instandhouding van publiekrechtelijke
                    zelfstandige bestuursorganen.</al><al>In artikel 4:23 Awb wordt het verplicht gesteld dat bestuursorganen hun
                    subsidiebeleid formaliseren. Een subsidie mag niet meer verstrekt worden slechts
                    op grond van een programma. Er zijn een paar uitzonderingen op de regel dat
                    subsidies slechts verstrekt mogen worden op grond van een wettelijk voorschrift. </al><al>Er zijn geen wettelijke voorschriften nodig in de gevallen, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente op de totstandkoming van nieuwe subsidieregeling
                            vooruitloopt. De subsidieregeling moet dan wel binnen een jaar na de
                            aanvang van de subsidiering tot stand zijn gekomen.</al></li><li nr="b."><al>de subsidie rechtstreeks wordt verstrekt op grond van een door de
                            bevoegde instelling van de Europese Unie vastgesteld programma.</al></li><li nr="c."><al>het een vrijwel unieke instelling betreft. In zo’n geval kan worden
                            volstaan met vermelding van het bedrag van de subsidie en de ontvanger
                            in de gemeentebegroting.</al></li><li nr="d."><al>in incidentele gevallen, mits de subsidie ten hoogste vier jaren wordt
                            verstrekt.</al></li></lijst><al><vet>Subsidieplafond</vet></al><al>Sommige subsidieregelingen zijn zo geformuleerd dat iedereen die voldoet aan de
                    in de regeling gestelde criteria, in aanmerking komt voor subsidie. Aangezien
                    het vaak moeilijk te voorspellen is hoeveel aanvragers van een regeling gebruik
                    zullen maken, is dan niet bij voorbaat duidelijk hoe hoog de totale
                    subsidiekosten zullen oplopen. Met andere woorden, dergelijke subsidiesystemen
                    hebben een open einde. Door middel van een subsidieplafond kunnen de nadelen van
                    een ‘open einde regeling’ worden vermeden. Daarmee wordt van tevoren een limiet
                    gesteld aan het totale bedrag dat als subsidie zal worden verstrekt.</al><al><vet>Opbouw subsidiebeleid Zwartewaterland</vet></al><al>Het subsidiebeleid Zwartewaterland is als volgt opgebouwd:</al><lijst><li nr="1."><al>Algemene wet bestuursrecht (Awb);</al></li><li nr="2."><al>Algemene Subsidieverordening Zwartewaterland (ASZ);</al></li><li nr="3."><al>Bijzondere subsidieverordeningen voor de verschillende terreinen,
                            bijvoorbeeld de “Bijzondere subsidieverordeningen Sport”, etc.</al></li></lijst><al>De basis voor de subsidieverordening wordt gegeven door de Awb. In de ASZ wordt
                    een aanvulling gegeven op de Awb. Hierin worden de zaken geregeld die ervoor
                    zorgen dat de subsidieverlening op gemeentelijk niveau binnen een algemeen kader
                    wordt geregeld. De wet wordt aangevuld met een aantal zaken op het gebied van
                    financieel- administratieve verplichtingen welke in Gemeente Zwartewaterland
                    worden geregeld. </al><al>Uitwerking vindt op onderdelen nog plaats. Dit komt terug in het
                    subsidiebeleidsplan dat in 2010 wordt geschreven.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Ten aanzien van het begrip subsidie wordt aangesloten bij hetgeen daarover in de
                    wet is bepaald. De definitie van het begrip subsidie (artikel 4:21 van de wet)
                    omvat 4 kernelementen:</al><lijst><li nr="1."><al>aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="2."><al>verstrekt door bestuursorgaan;</al></li><li nr="3."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van aanvrager;</al></li><li nr="4."><al>niet zijnde een betaling voor geleverde goederen of diensten.</al></li></lijst><al>Art. 4.21 van de wet kent een materieel subsidiebegrip. Alles wat onder de
                    definitie valt is subsidie.</al><al>Voorbeelden:</al><lijst><li nr="a."><al>bijdrage;</al></li><li nr="b."><al>verstrekking;</al></li><li nr="c."><al>tegemoetkoming;</al></li><li nr="d."><al>uitkering;</al></li><li nr="e."><al>garantie;</al></li><li nr="f."><al>symbolisch huurbedrag;</al></li><li nr="g."><al>verkoop beneden kostprijs (overdracht voor symbolisch bedrag _1,-).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Bevoegdheden</vet></al><al>Uitgangspunt van de verordening vormt dat het college bevoegd is te beslissen op
                    aanvragen om subsidies (autonome bestuursbevoegdheid). De kaderstellende rol van
                    de raad komt met name tot uiting in het budgetrecht en het vaststellen van de
                    subsidieverordening. Het feit dat de raad via de begroting
                    (kaderstelling/budgetrecht) middelen beschikbaar moet stellen is primair van
                    belang voor de verhouding raad - college. Niet voor de verhouding college –
                    subsidieaanvrager en de daarbij van belang zijnde bevoegdheidsvraag. Eventueel
                    kan het college in voorkomende gevallen een beroep doen op artikel 4: 34
                    (begrotingsvoorbehoud) of in het kader van de subsidieprocedure richting
                    aanvragers aangeven dat de raad een krediet beschikbaar dient te stellen.</al><al>Indien het college een subsidietoezegging/-verlening doet waarbij (nog) geen of
                    ontoereikende middelen beschikbaar zijn, is het aan het college om separaat (via
                    separaat voorstel, bestuursrapportage of begroting) bij de gemeenteraad daarvoor
                    middelen te verkrijgen.</al><al><vet>Artikel 3 Reikwijdte</vet></al><al>In deze verordening worden de subsidiabele activiteiten op een vrij hoog
                    abstractieniveau omschreven. De onderdelen zijn ontleend aan de tot nu toe
                    beschreven beleidskaders en subsidieverordeningen.</al><al><vet>Artikel 4 Verslag</vet></al><al>De wet geeft in artikel 4:24 aan dat tenminste éénmaal per 5 jaar een verslag
                    over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk wordt
                    gepubliceerd. Uit oogpunt van deregulering en bezien in samenhang met de
                    inmiddels in werking getreden bepalingen van de Gemeentewet over onderzoeken
                    doelmatigheid en doeltreffendheid wordt geen verslag op basis van de wet
                    voorgeschreven. In voorkomende gevallen kan aansluiting worden gezocht bij de
                    verordening ex artikel 213a Gemeentewet en het programma onderzoek
                    doelmatigheid/rechtmatigheid van het college. Ook onderzoek door de
                    rekenkamercommissie vormt een optie.</al><al><vet>Artikel 5 Subsidieplafond</vet></al><al>Het subsidieplafond is een bruikbaar instrument om “open einde financiering”
                    tegen te gaan. De wet geeft aan dat de subsidieverordening daarvoor regels moet
                    bevatten. Overschrijding van het subsidieplafond vormt een weigeringgrond voor
                    de beslissing op een aanvraag om subsidie.</al><al><vet>Artikel 6 Aanvraag subsidieverlening</vet></al><al>In de verordening worden algemene termijnen gesteld voor het indienen van
                    subsidieaanvragen. In de bestendige uitvoeringspraktijk werden aanvragen (per
                    boekjaar verstrekte subsidies uitgezonderd) ingediend voor 1 april van het
                    subsidiejaar. Dit levert in de praktijk een problemen op. Voor 1 april diende de
                    subsidievrager namelijk te weten wat er aangeboden wordt in het volgende jaar.
                    Dit is daarom gewijzigd in 1 september voorafgaande aan het jaar waarop de
                    subsidie betrekking heeft. Dit betekent dat een subsidieverzoek voor 2012, voor
                    1 september 2011 moet worden ingediend. Voor het jaar 2011 wordt deze lijn reeds
                    gevolgd.</al><al><vet>Artikel 7 Niet tijdige en niet volledige aanvraag</vet></al><al>Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend, kan het college besluiten deze
                    aanvraag niet in behandeling te nemen. Ter weging voor het wel ontvankelijk
                    verklaren van een te laat ingediend verzoek, dient de subsidievrager het college
                    schriftelijk melding te maken van de redenen van de te late indiening.</al><al>Indien de aanvraag niet volledig is, wordt door het college een hersteltermijn
                    van vier weken gegeven. Indien de aanvrager dan nog niet de (juiste) gegevens
                    indient, kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te
                    nemen.</al><al><vet>Artikel 8 Beslistermijn</vet></al><al>Op grond van afdeling 4.1.3. van de wet moet een beschikking worden gegeven
                    binnen een redelijke termijn. De maximale termijn bedraagt 8 weken voor
                    incidentele subsidies. In het algemeen is deze termijn van maximaal 8 weken
                    toereikend om een beslissing op aanvraag te nemen. Indien daartoe aanleiding
                    bestaat (afhankelijk van de aard en complexiteit van de aanvraag) kan een nieuwe
                    redelijke termijn worden gesteld. Uitgangspunt is dat daarover tijdig wordt
                    gecommuniceerd met aanvrager. Dit is van belang gelet op de tijdige afdoening
                    gelet op de Wet Dwangsom.</al><al>Voor structurele subsidies geldt dat aanvragen voor 1 september worden ingediend
                    voorafgaande aan het jaar waarop deze betrekking heeft. Dit betekent dat een
                    verzoek binnen deze categorie voor het jaar 2012 moet worden ingediend voor 1
                    september 2011. De beschikking dient te worden afgegeven voor 31 december van
                    het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. De
                    beschikking voor het jaar 2012 dient daarom voor 31 december 2011 te zijn
                    afgegeven. </al><al><vet>Artikel 9 Aanvraag subsidievaststelling zonder voorafgaande beschikking tot
                        verlening</vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om subsidie vast te stellen zonder
                    dat er een beschikking tot verlening is geweest. </al><al>Het subsidietraject bestaat normaal gesproken uit drie fases: 1.
                    subsidieverlening (afdeling 4.2.3.van de wet); 2. subsidievaststelling (afdeling
                    4.2.5 van de wet); 3. uitbetaling. Subsidievaststelling vindt plaats op basis
                    van de afgelegde verantwoording waaruit blijkt dat de gesubsidieerde
                    activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidieverlening
                    verbonden verplichtingen. Op basis van artikel 4.45 van de wet legt de aanvrager
                    rekening en verantwoording af over hetgeen met de subsidie is gerealiseerd. In
                    bepaalde gevallen bijvoorbeeld het verlenen van een waarderingssubsidie kan er
                    sprake zijn van directe subsidievaststelling. Dan gaat er geen
                    verleningbeschikking aan vooraf. Het gaat immers om de "waardering" van bepaalde
                    activiteiten van de aanvrager in het algemeen waarbij er geen afspraken worden
                    gemaakt omtrent de uitvoering ervan. De aanvrager hoeft zich dus achteraf niet
                    te verantwoorden over wat hij met de subsidie concreet heeft gedaan.</al><al>Ook bij structurele subsidies van geringe omvang wordt uit praktische
                    overwegingen direct met toepassing van artikel 4:43 van de wet de subsidie
                    vastgesteld. Bij de beoordeling van de aanvraag voor het daarop volgend jaar
                    wordt aan de hand van de ingediende rekening getoetst of er aanleiding is de
                    subsidierelatie te wijzigen. </al><al>Ten aanzien van de in acht te nemen beslistermijnen wordt verwezen naar de
                    toelichting op artikel 8. In de verordening zijn geen van de wet afwijkende
                    beslistermijnen opgenomen.</al><al><vet>Artikel 10 Weigeringsgronden</vet></al><al>In dit artikel zijn weigeringsgronden opgenomen die gelden voor alle
                    subsidiesoorten. Deze weigeringsgronden zijn een aanvulling op de
                    weigeringsgronden van artikel 4:35 van de wet. Artikel 4:35 stelt dat de
                    subsidie in ieder geval kan worden geweigerd indien er gegronde reden bestaat om
                    aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag niet zal voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de
                            subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                            subsidie van belang zijn.</al></li></lijst><al>Indien een aanvraag wordt ingediend buiten de daarvoor gestelde termijn kan uit
                    toepassing van artikel 4:5 van de wet volgen dat deze buiten behandeling wordt
                    gelaten.</al><al>Lid 2 van dit artikel regelt daarnaast nog dat subsidie wordt geweigerd onder de
                    a. tot en met g. genoemde punten.</al><al><vet>Artikel 11 Begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>Het kan in de praktijk voorkomen dat een subsidie verleend wordt ten laste van
                    de Programmabegroting op het moment dat de begroting nog niet is vastgesteld.
                    Subsidie wordt dan verleend onder de voorwaarde dat er voldoende middelen
                    beschikbaar komen. </al><al><vet>Artikel 12 Voorbehoud subsidie van andere bestuursorganen</vet></al><al>Indien een subsidieontvanger subsidie van een ander bestuursorgaan, kan het
                    bedrag lager worden vastgesteld. </al><al><vet>Artikel 13 Verplichten van de subsidieontvanger</vet></al><al>Artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht regelt de verplichtingen van de
                    subsidie-ontvanger. Expliciet is in artikel 13 opgenomen dat wezenlijke
                    wijzigingen die verband houden met de subsidieverlening gemeld worden.</al><al><vet>Artikel 14 Informatieplicht</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen als verplichting voor de subsidie-ontvanger. Het gaat
                    er hierbij om dat de gesubsidieerde activiteiten plaatsvinden, echter indien er
                    redenen zijn dat deze geen doorgang kunnen vinden, dit terstond door de
                    subsidie-ontvanger aan het college bericht wordt. Ook indien een dergelijke
                    activiteit beëindigd of gedeeltelijk beëindigd wordt.</al><al><vet>Artikel 15 Vermogensvorming</vet></al><al>De Awb noemt bepaalde situaties waarin een vergoeding van vermogenswaarden is
                    verschuldigd. Voorwaarden waaronder deze verstrekt worden, worden opgenomen in
                    subsidieverleningsbechikkingen.</al><al><vet>Artikelen 16, 17 en 18 Subsidievaststelling</vet></al><al>De artikelen 16, 17 en 18 regelen de wijze van subsidievaststelling. Subsidies
                    tot € 10.000,-- behoeven niet meer verantwoord te worden. De subsidieverlening
                    is ook meteen de subsidievaststelling. Met name scheelt dit veel werk voor veel
                    besturen van vrijwilligersorganisaties. </al><al>Subsidie van € 10.000,-- tot € 20.000,-- kennen een verantwoording bestaande uit
                    een jaarverslag en een jaarrekening. Deze worden voor 1 september ingediend
                    volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. De jaarrekening betreft de
                    financiële verantwoording. Het jaarverslag kent een verantwoording van
                    activiteiten en prestaties geleverd in de subsidiabele periode.</al><al>De budgetsubsidies vanaf € 20.000,-- worden jaarlijks verantwoord via de marap
                    die in juli ingediend en besproken wordt met het college Dit gaat over de
                    lopende periode (eerste zes maanden). Afspraken worden gemaakt over de
                    inrichting van de marap. In januari volgend op het jaar waarop deze betrekking
                    heeft, wordt een tweede marap ingediend nu over het hele jaar. Deze wordt
                    besproken zijnde terugblik op het afgelopen jaar en vooruitblik op het komende
                    jaar. Jaarrekening en jaarverslag worden ook ingediend voor 1 september volgend
                    op het jaar waarop het betrekking heeft.</al><al>De beslissing op een verzoek tot subsidievaststelling dient binnen 8 weken na
                    indiening plaats te vinden, maar in elk geval voor 1 oktober volgend op het jaar
                    waarop deze betrekking heeft.</al><al><vet>Artikel 19 Intrekking en wijziging</vet></al><al>Afdeling 4.2.6 kent bepalingen op basis waarvan een subsidie kan worden
                    ingetrokken of gedeeltelijk kan worden betaald. In dit artikel worden situaties
                    genoemd waarin dit ook kan plaatsvinden. </al><al><vet>Artikel 20 Betaling</vet></al><al><vet>Artikel 21 Voorschotten</vet></al><al>Artikel 4:54 van de wet bepaalt dat alleen voorschotten mogelijk zijn indien
                    zulks in de wet (verordening) of bij subsidieverlening is bepaald. Dit artikel
                    behoeft verder geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 22 Terugvordering</vet></al><al>Dit artikel maakt het mogelijk dat het college verleende subsidiegelden kan
                    terugvorderen. </al><al><vet>Artikel 23 Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is zo concreet en nauwkeurig mogelijk (dus door het
                    benoemen van de specifieke artikelen) aangegeven op welke onderdelen van de
                    regeling deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in
                    de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de
                    subsidie te passen. De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te
                    blijven tot individuele gevallen. Zodra de toepassing van een hardheidsclausule
                    voor bepaalde gevallen voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor en bestendig
                    karakter heeft gekregen, dient dit beleid in de Algemene subsidieverordening of
                    deelverordening te worden neergelegd.</al><lijst><li nr="2."><al>De volgende verordeningen wordt ingetrokken op het in lid 1 genoemde
                            tijdstip: de Algemene subsidieverordening Zwartewaterland 2007,
                            vastgesteld op 6 juli 2006.</al></li></lijst><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Voor de hier opgenomen overgangs- en slotbepalingen is gebruik gemaakt van
                        de daarvoor gebruikelijke formuleringen.</al><al>hvn/beleid</al><al>23 april 2010</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>