<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR431073_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2016, 181974</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, artikel 2.9, 2.10, 2.12, 8.1.1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING JEUGDHULP 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        november 2016;</al><al>gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 vierde lid van de
                        Jeugdwet;</al><al>Overwegende dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede
                                en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd;</al></li><li nr="·"><al>het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en
                                veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de
                                jeugdige zelf ligt;</al></li><li nr="·"><al>het noodzakelijk is om regels vast te stellen over:</al><lijst><li nr="o"><al>de door het college te verlenen individuele voorzieningen en
                                        overige voorzieningen;</al></li><li nr="o"><al>de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van
                                        en de afwegingsfactoren bij een individuele
                                        voorziening;</al></li><li nr="o"><al>de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een
                                        individuele voorziening wordt afgestemd met andere
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="o"><al>de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget
                                        wordt vastgesteld;</al></li><li nr="o"><al>de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                                        individuele voorziening of een persoonsgebonden budget,
                                        alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;</al></li><li nr="o"><al>de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor
                                        de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een
                                        kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen
                                        die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;</al></li></lijst></li></lijst><al>overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden
                        degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan
                        betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2017.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van
                                        de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs,
                                        maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="b."><al>hulp- en of ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige
                                        of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en
                                        opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen,
                                        als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="c."><al>individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders
                                        toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="d."><al>overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in
                                        artikel 3;</al></li><li nr="e."><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1
                                        van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan
                                        een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de
                                        jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van
                                        derden te betrekken;</al></li><li nr="f."><al>wet: Jeugdwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het
                                Besluit Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet
                                bescherming persoonsgegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep van deze verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn
                                toegankelijk voor:</al><lijst><li nr="a."><al>jeugdigen en hun ouders die hun woonplaats in de gemeente
                                        Dongen hebben;</al></li><li nr="b."><al>jeugdige vreemdelingen en hun ouders die rechtmatig in
                                        Nederland verblijven in de zin van artikel 8 van de
                                        Vreemdelingenwet en die hun woonplaats hebben in de gemeente
                                        Dongen, met inachtneming van artikel 1.2 vierde lid
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>jeugdige vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben
                                        in Nederland maar verblijven in de gemeente Dongen met
                                        inachtneming van artikel 1.2 tweede en derde Besluit.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><al>De volgende overige voorzieningen zijn algemeen toegankelijk: </al><lijst><li nr="a)"><al>advies en informatie, mede ten behoeve van de mogelijke toegang
                                    tot individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b)"><al>enkelvoudige, ambulante opgroei- en opvoedondersteuning anders
                                    dan specialistische ondersteuning;</al></li><li nr="c)"><al>Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Individuele voorzieningen</titel></kop><al>De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar: </al><lijst><li nr="a)"><al>zonder verblijf:</al><lijst><li nr="i."><al>persoonlijke verzorging;</al></li><li nr="ii."><al>begeleiding;</al></li><li nr="iii."><al>specialistische ambulante jeugdhulp (inclusief eerste en
                                            tweedelijns psychologische hulp /specialistische
                                            jeugd-geestelijke gezondheidszorg );</al></li><li nr="iv."><al>onderzoek en diagnostiek.</al></li></lijst></li><li nr="b)"><al>met verblijf:</al><lijst><li nr="i."><al>pleegzorg;</al></li><li nr="ii."><al>gezinsgericht;</al></li><li nr="iii."><al>residentieel (specialistische jeugd-geestelijke
                                            gezondheidszorg);</al></li><li nr="iv."><al>gedwongen verblijf</al></li><li nr="v."><al>bovenregionale gespecialiseerde voorzieningen;</al></li><li nr="vi."><al>landelijke gespecialiseerde voorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vaststellen beschikbare overige en individuele
                                voorzieningen</titel></kop><al>Het college stelt bij nadere regeling vast welke overige en individuele
                            voorzieningen, op basis van artikel 3 en 4, beschikbaar zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt wat de meest passende voorziening jeugdhulp voor
                                het bereiken van het afgesproken resultaat is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent een individuele voorziening toe voor zover door de
                                toegangsprofessional is vastgesteld dat de jeugdige:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit de
                                        naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan
                                        vinden;</al></li><li nr="b."><al>geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan
                                        niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige
                                        voorziening;</al></li><li nr="c."><al>geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan
                                        niet gedeeltelijk gebruik te maken van een andere
                                        voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van een voorziening voor jeugdigen in de
                                leeftijdscategorie 16-18 jaar zal er bij met name de intramurale
                                jeugdhulp tijdig (een half jaar voor het bereiken van 18 jaar)
                                gekeken worden naar een vervolgtraject na de 18 jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan besluiten het vervoer van een jeugdige van en naar
                                de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden toe te kennen als
                                jeugdhulp voorziening als dit noodzakelijk is in verband met een
                                medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid) waarbij is
                                aangetoond dat ouder(s) of het sociale netwerk niet in staat is de
                                jeugdige te vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels opstellen ten aanzien van het vervoer
                                zoals genoemd bij lid 4.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De jeugdhulp voorziening dient te worden uitgevoerd door een in
                                Nederland gevestigde jeugdhulpaanbieder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Toegang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via het medisch domein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een
                                verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar
                                een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde
                                jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig
                                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het
                                afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel
                                11.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt bij nadere regeling de procedure voor de toegang
                                medisch domein vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdigen en/of ouders kunnen een hulpvraag melden bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jeugdigen en/of ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een
                                overige voorziening (algemeen toegankelijk) zonder toestemming van
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk doch
                                binnen 2 weken een passende tijdelijke voorziening of vraagt het
                                college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via justitieel kader</titel></kop><al>Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de
                            gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een
                            kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de
                            selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de
                            justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een
                            strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig
                            acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering. Een dergelijk besluit
                            wordt per brief bevestigd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Procedure toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent een individuele voorziening toe door middel van een
                                besluit, met een bepaalde geldigheidsduur, dat toegang geeft tot een
                                of meerdere zorgsegmenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zorgaanbieder van een individuele voorziening start de
                                behandeling of hulp slechts nadat het besluit als bedoeld in het
                                eerste lid genomen is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In situaties waar onmiddellijke uitvoering geboden is, kan afgeweken
                                worden van het gestelde in het tweede lid. Het besluit dient echter
                                ook in die gevallen zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen vier
                                weken, na de start van de hulp verkregen te worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt bij nadere regels de zorgsegmenten en de
                                geldigheidsduur van het besluit, zoals bedoeld in het eerste lid,
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt bij nadere regeling de procedure voor de
                                gemeentelijke toegang tot jeugdhulp vast en, de voorwaarden voor
                                toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren
                                bij een individuele voorziening. Het college geeft daarbij aan op
                                welke wijze hij jeugdigen en ouders informeert over de mogelijkheid
                                en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te
                                doen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het
                                afwijzen daarvan, vast in een beschikking<cursief>. </cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele
                                voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in
                                natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe
                                bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de
                                beschikking ook de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken
                                    vastgelegd<cursief>.</cursief> Hiervoor wordt verwezen naar het
                                plan van aanpak of het ondersteuningsplan van de zorgaanbieder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Regels voor persoonsgebonden budget (pgb)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De hoogte van een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
                                        jeugdhulp in te kopen, en</al></li><li nr="b."><al>wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de
                                        kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst
                                        adequate individuele voorziening in natura.</al></li><li nr="c."><al>daarbij wordt tenminste onderscheid gemaakt tussen de hoogte
                                        van het pgb voor de inzet van formele zorgverleners
                                        (inclusief professioneel gekwalificeerde ZZP'ers) enerzijds
                                        en informele zorgverleners uit het eigen sociale netwerk en
                                        overige niet-gekwalificeerde zorgverleners anderzijds,
                                        waarbij de hoogte van het pgb een door het college vast te
                                        stellen percentage betreft van kosten van de goedkoopste
                                        individuele voorziening in natura.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder
                                de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot
                                het sociale netwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>voor diensten genoemd in artikel 4 lid a 1 en 2 zijnde
                                        persoonlijke verzorging en begeleiding;</al></li><li nr="b."><al>deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de
                                        belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gewaarborgd is dat de voorziening die met het pgb betaald wordt, van
                                goede kwaliteit is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvraag voor een pgb omvat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de te treffen individuele voorziening en het beoogde
                                        doel;</al></li><li nr="b."><al>de vooringenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en
                                        kosten;</al></li><li nr="c."><al>de kwalificaties van de uitvoerder indien van toepassing,
                                        en;</al></li><li nr="d."><al>een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente
                                        gecontracteerde aanbieder (zorg in natura) niet passend is
                                        naar oordeel van de aanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan een pgb weigeren indien aan de jeugdige en/of zijn
                                ouders in de afgelopen jaren, voorafgaand aan de datum van het
                                gesprek, een pgb is verleend en waarbij door dejeugdige of zijn
                                ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het pgb; </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                het onderzoek, advies te vragen aan een adviesinstantie indien het
                                college dat gewenst vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college voornemens is om advies in te winnen als bedoeld
                                in lid 1 wordt de cliënt hier van op de hoogte gebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn
                                ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college
                                mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn
                                tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele
                                voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
                                aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als
                                het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
                                        hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                        gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                        voorziening of op het pgb zijn aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend
                                        is te achten;</al></li><li nr="d."><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden
                                        van de individuele voorziening of het pgb, of</al></li><li nr="e."><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het
                                        pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het
                                        is bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                                heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                                gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van
                                degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten
                                onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten
                                pgb.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op dit artikel zijn de terugvorderingsbepalingen zoals geldend in de
                                gemeente Dongen op grond van de Participatiewet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                                blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend
                                voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                                plaatsgevonden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het college kan uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                                zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s
                                onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                                kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel></kop><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                            jeugdreclassering, rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                                    zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                    personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                    werkoverleg;</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Klachtregeling en vertrouwenspersoon</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een
                                beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon conform
                                artikel 2.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst jeugdigen en (pleeg)ouders erop dat zij zich
                                desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                vertrouwenspersoon.</al><al>Artikel 17. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Klachtenregeling gemeente Dongen is van toepassing voor de
                                afhandeling van klachten (qua bejegening) van jeugdigen en ouders
                                die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en
                                aanvragen (niet zorg-inhoudelijk) als bedoeld in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jeugdhulpaanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling
                                van klachten van cliënten ten aanzien van alle dienstverlening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inspraak en medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de
                                voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen
                                vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                                kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede
                                en derde lid. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Privacy</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Gegevensverwerking, privacy en toestemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de gegevensverwerking, privacy en toestemming op grond van deze
                                verordening zijn de wettelijke bepalingen in de Jeugdwet en daaruit
                                afgeleide regelgeving in de regeling Jeugdwet, de Algemene Wet
                                Bestuursrecht en de Wet bescherming Persoonsgegevens van toepassing.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van het vastgestelde Privacyreglement
                                Sociaal team.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per 4 jaar
                            geëvalueerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Voorwaarden voorziening</titel></kop><al>Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden
                            verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Besluit en beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels in de vorm van beleidsregels en een
                            uitvoeringsbesluit vast. Hierin neemt het regels op over de uitvoering
                            van deze verordening en over de omvang van de (financiële)
                            verstrekkingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende besluit geldende
                            bedragen indexeren. In het Besluit is opgenomen voor welke bedragen dit
                            geldt, welk prijsindexcijfer gehanteerd wordt en over welke periode van
                            12 maanden de index berekend wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2015 wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond
                                van de verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2015:</al><lijst><li nr="a."><al>totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij
                                        het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt
                                        ingetrokken; </al></li><li nr="b."><al>zolang als aan de voorwaarden voldaan wordt;</al></li><li nr="c."><al>tot afloop van de geldigheidsduur van de beschikking met als
                                        maximale einddatum 31 december 2017.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2017 onder de
                                verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2015 en waarop nog niet is
                                beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden
                                afgehandeld krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                                afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de
                                verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2015, geschiedt op grond van
                                de verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2015 die ten aanzien van de
                                betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                                afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp
                                gemeente Dongen 2017. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of
                                zijn ouders afwijken van de bepalingen in de deze verordening, als
                                toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                aard leidt.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening Jeugdhulp </titel></kop><tussenkop>Wijze van totstandkoming verordening</tussenkop><al>De voorzieningen die onder deze wet vallen, worden vanaf 2017 ingekocht door de
                    regio Hart van Brabant. Dit heeft ertoe geleidt dat daar waar mogelijk, de
                    inhoud van de verordening is afgestemd met de regio. Waar Dongen van mening is
                    lokaal een andere afweging te moeten maken, is dat gebeurd. </al><al>Jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp,
                    met als beoogd doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jongere en het
                    zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin te versterken. De Jeugdwet
                    schrijft in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.12 voor dat de gemeenteraad per
                    verordening in ieder geval regels opstelt:</al><lijst><li nr="-"><al>over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en
                            overige voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van
                            beoordeling van en deafwegingsfactoren bij een individuele
                            voorziening;</al></li><li nr="-"><al>over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele
                            voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op gebied van zorg,
                            onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen;</al></li><li nr="-"><al>over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt
                            vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele
                            voorziening ofpersoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of
                            oneigenlijke gebruik van de Jeugdwet;</al></li><li nr="-"><al>over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van
                            de Jeugdwet; en</al></li><li nr="-"><al>ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de
                            levering van jeugdhulp of uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel
                            of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit
                            daarvan. </al></li></lijst><al>Artikel 2.9 van de Jeugdwet biedt verder ruimte om met inachtneming van het
                    bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet andere regels te stellen. Deze verordening
                    maakt hier spaarzaam gebruik van om een meer compleet beeld te geven van de
                    rechten en plichten van burgers en de gemeente. Dit geldt bijvoorbeeld voor de
                    bepalingen omtrent de vertrouwenspersoon en het klachtrecht. Daarnaast kan op
                    grond van artikel 8.1.1 lid 3 van de Jeugdwet, bij verordening bepaald worden
                    onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt
                    verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot zijn
                    sociale netwerk. </al><al>Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de raad op
                    grond van artikel 2.2 van de Jeugdwet eveneens dient vast te stellen. In dit
                    beleidsplan wordt het door het gemeentebestuur te voeren beleid vastgelegd met
                    betrekking tot preventie en jeugdhulp, de uitvoering van
                    kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.</al><tussenkop>Niet onder de werking van de Jeugdwet vallen:</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg, zoals onder
                            verantwoordelijkheid van gemeenten aan ouders en kinderen aangeboden op
                            grond van de Wet publieke gezondheid.</al></li><li nr="-"><al>Onderwijsgebonden leerlingenzorg in school.</al></li><li nr="-"><al>Bovendien is artikel 1.2 van de wet van belang, waarin ingegaan wordt op
                            samenloop met andere wetten die een recht op een voorziening
                            regelen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>e.De definitie van ‘pgb’ is opgenomen omdat de afkorting pgb in het
                    spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan voluit ‘persoonsgebonden
                    budget’.</al><tussenkop>Artikel 2. Doelgroep van deze verordening</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Vormen van jeugdhulp</tussenkop><tussenkop>Artikel 3. Overige voorzieningen </tussenkop><al>Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van
                    artikel 2.9, onderdeel a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij
                    verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele
                    voorzieningen en overige voorzieningen. </al><al>Voor een deel van de hulpvragen kan volstaan worden met een vrij toegankelijke
                    voorziening. Hier kunnen de jeugdige en zijn ouders gebruik van maken zonder dat
                    zij daarvoor een verwijzing of een beschikking van de gemeente nodig hebben. De
                    jeugdige en zijn ouders kunnen zich voor deze ondersteuning dus rechtstreeks tot
                    de aanbieder wenden.</al><tussenkop>Artikel 4. Individuele voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van
                    artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij
                    verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele
                    voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen. </al><tussenkop>Artikel 5. Vaststellen beschikbare overige en individuele
                    voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><tussenkop>Artikel 6. Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp</tussenkop><al>Voordat wordt overgegaan tot het verstrekken van een voorziening wordt eerst
                    bekeken in hoeverre de oplossing van de hulpvraag voorliggend kan worden
                    opgelost. De mate van zelfredzaamheid en ook de beoordeling of de ondersteuning
                    tot de gebruikelijke zorg gerekend kan worden wordt hierin afgewogen. Het
                    college kan in beleidsregels nadere kaders stellen met betrekking tot
                    beoordeling van gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Toegang</tussenkop><tussenkop>Artikel 7. Toegang jeugdhulp via het medisch domein</tussenkop><al>In artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de Jeugdwet is geregeld dat, naast
                    de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp, ook de directe
                    verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar
                    de jeugdhulp blijft bestaan. Dit laatste geldt zowel voor de vrij-toegankelijke
                    (overige) voorzieningen als de niet vrij-toegankelijke (individuele)
                    voorzieningen. Met een dergelijke verwijzing kan de jeugdige rechtstreeks
                    aankloppen bij de jeugdhulpaanbieder. In de praktijk is het de
                    jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld de jeugdpsychiater, de gezinswerker of
                    orthopedagoog) die na de verwijzing beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is.
                    Deze bepaalt in overleg met de jeugdige of ouder de concrete inhoud, vorm,
                    omvang en duur van de benodigde jeugdhulp. Deze aanbieder stelt dus feitelijk
                    vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening is waarbij hij
                    zijn oordeel mede baseert op de protocollen en richtlijnen die voor een
                    professional de basis van zijn handelen vormen. </al><al>Het college legt de te verlenen individuele voorziening of het afwijzen daarvan,
                    in alle gevallen vast in een beschikking aan de jeugdige of zijn ouders. Op die
                    manier wordt de jeugdige en zijn ouders de benodigde rechtsbescherming geboden. </al><tussenkop>Artikel 8. Toegang jeugdhulp via de gemeente</tussenkop><al>Het college is verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen
                    op het gebied van jeugdhulp. Een individuele voorziening wordt altijd toegekend
                    (of afgewezen) op basis van een beschikking. </al><al>Voor het verkrijgen van een individuele, niet overige voorziening, geldt de
                    procedure zoals beschreven in de Beleidsregels Jeugdwet gemeente Dongen en het
                    uitvoeringsbesluit. Bij het onderzoek ter beoordeling van een aangemelde
                    hulpvraag zal, in een gesprek met de jeugdige en zijn ouders de gehele situatie
                    worden bekeken en kan bijvoorbeeld alsnog worden verwezen naar een overige
                    jeugdhulpvoorziening in plaats van, of naast, mogelijke toekenning van een
                    individuele voorziening. </al><tussenkop>Artikel 9. Toegang jeugdhulp via justitieel kader</tussenkop><al>Een verzoek ten aanzien van een machtiging gesloten jeugdzorg wordt, conform
                    artikel 6.1.8 eerste lid Jeugdwet, door het college van de gemeente waar de
                    jongere woont ingediend. De uitzondering op deze regel wordt verwoord in het
                    tweede lid van dat artikel. Als er sprake is van een
                    kinderbeschermingsmaatregel, dan is het de GI die het genoemde verzoek indient
                    en niet het college. In de Memorie van Toelichting bij de Veegwet VWS 2015
                    (Kamerstukken II, 2014/15, 34 191, nr. 3) geeft de wetgever eveneens aan dat
                    artikel 2.11 er toe strekt “de kwaliteit van de voorzieningen op grond van de
                    Jeugdwet te waarborgen alsmede de goede verhouding tussen de prijs en de
                    kwaliteit ervan”. Er wordt vervolgens duidelijk aangegeven dat er in “de
                    parlementaire behandeling diverse malen is aangegeven dat het college de
                    mogelijkheid heeft om jeugdhulpaanbieders te mandateren om namens het college te
                    besluiten welke jeugdhulp jeugdigen of ouders nodig hebben.” Door deze
                    voorgenomen wijziging in de Jeugdwet is daarmee artikel 2.11 eerste lid Jeugdwet
                    verduidelijkt; het college heeft, na inwerkingtreding van de Veegwet VWS 2015,
                    de mogelijkheid om de vaststelling van rechten en plichten, als bedoeld in een
                    verleningsbeschikking, te mandateren.</al><al>Het college geeft voor de inzet van deze jeugdhulp geen beschikking af, het
                    college heeft hier als er sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel of
                    jeugdreclassering geen bevoegdheid toe.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Procedure toegang jeugdhulp via gemeente</tussenkop><tussenkop>Artikel 10. Algemeen</tussenkop><al>In dit artikel zijn verschillende procedureafspraken opgenomen die gelden bij de
                    toegang van jeugdhulp via de gemeente. Deze hebben te maken met het besluit en
                    de start zorg van een zorgaanbieder bij een afgegeven besluit.</al><al>Een verdere uitwerking van lid 4 en 5 van dit artikel is beschreven in de
                    Beleidsregels Jeugdwet gemeente Dongen en het uitvoeringsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 11. Inhoud beschikking</tussenkop><al>Indien de jeugdige en/of zijn ouders een formele aanvraag bij het college
                    indienen, stelt het college een schriftelijke beschikking op, waartegen bezwaar
                    en beroep ingediend kan worden. </al><al>De jeugdige of zijn ouders moeten op basis van de beschikking die hij ontvangt
                    de informatie krijgen die nodig is om zijn rechtspositie te bepalen en te
                    begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de jeugdige of zijn ouders goed
                    en volledig informeert. De minimale inhoud van de beschikking is nader
                    toegelicht in de Beleidsregels Jeugdwet gemeente Dongen en het
                    uitvoeringsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 12. Regels voor persoonsgebonden budget (pgb)</tussenkop><al>Jeugdigen of hun ouders kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door
                    hen gewenste aanbieder hoger is dan de in de betreffende situatie goedkoopst
                    adequate door het college te bieden individuele voorziening in natura. Het
                    college kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan deze
                    door het college te bieden individuele voorziening in natura.</al><al>Het tweede lid berust op artikel 2.9, onder c, van de wet. In deze wetsbepaling
                    staat dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de
                    hoogte van een pgb wordt vastgesteld. </al><al>Het derde lid berust op artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet. </al><al>In het zesde lid is expliciet geen termijn genoemd. Bij de beoordeling of iemand
                    een pgb kan worden geweigerd, wordt de mate waarin niet is voldaan aan de
                    voorwaarden van het eerdere pgb meegewogen.</al><tussenkop>Artikel 13. Advisering</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving</tussenkop><tussenkop>Artikel 14. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                    terugvordering</tussenkop><al>Het eerste lid berust mede op artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet. Ook de
                    overige onderdelen van artikel 8.1.2 en artikel 8.1.3 en 8.1.4 geven handen en
                    voeten aan de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. Voor de
                    volledigheid zijn ze opgenomen in deze verordening. De wettekst van de artikelen
                    8.1.2 tot en met 8.1.4 is veelal beperkt tot het pgb. Waar mogelijk en zinvol,
                    is dit ter uitwerking van de delegatiebepaling in artikel 2.9, onder d, van de
                    wet, in de verordening uitgebreid tot de individuele voorziening in natura.
                    Hiervoor kan ook steun gevonden worden in de tekst van de toelichting op artikel
                    8.1.2, waarbij is vermeld dat de in het eerste lid geregelde
                    inlichtingenverplichting als uitgangspunt heeft dat van de jeugdige en zijn
                    ouders aan wie een individuele voorziening of een daaraan gekoppeld pgb is
                    verstrekt, verlangd kan worden dat ze voldoende gegevens en inlichtingen
                    verstrekken om het college in staat te stellen te beoordelen of het beroep op
                    die individuele voorziening of het daaraan gekoppelde pgb terecht is gedaan.
                    Indien het de jeugdige of zijn ouders redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat er
                    feiten en omstandigheden, of daarin opgetreden wijzigingen, zijn die van invloed
                    kunnen zijn op de toekenning van de individuele voorziening of het daaraan
                    gekoppelde pgb, dienen zij dit onverwijld aan het college te melden. Verstrekken
                    zij niet onverwijld uit eigen beweging of op verzoek van het college alle
                    gevraagde inlichtingen en bewijsstukken, dan heeft dat gevolgen voor de
                    toekenning van de voorziening of het daaraan gekoppelde pgb. Het college kan
                    niet alleen bij een aanvraag, maar ook in andere stadia concrete informatie en
                    bewijsstukken van de belanghebbende vragen. </al><al>Het tweede lid is geënt op artikel 8.1.4 van de wet<cursief>.</cursief> Ook hier
                    is de tot de pgb beperkte reikwijdte van artikel 8.1.4 van de wet op grond van
                    het bepaalde in artikel 2.9, onder d, van de wet uitgebreid tot de individuele
                    voorziening in natura. </al><tussenkop>Artikel 15. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en
                    uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</tussenkop><al>Het college kan de uitvoering van de Jeugdwet, met uitzondering van de
                    vaststelling van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders, door
                    aanbieders laten verrichten (artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet). Met het
                    oog op gevallen waarin dit ten aanzien van jeugdhulp,
                    kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering gebeurt, moeten bij
                    verordening regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding
                    tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een
                    kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld
                    aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.12 van de Jeugdwet). Daarbij dient in ieder
                    geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en
                    de toepasselijke arbeidsvoorwaarden<cursief>.</cursief></al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Klachtregeling en vertrouwenspersoon</tussenkop><tussenkop>Artikel 16. Vertrouwenspersoon</tussenkop><al>In artikel 2.6, eerste lid, onder f, van de wet is bepaald dat het college
                    ervoor verantwoordelijk is dat jeugdigen, hun ouders of pleegouders een beroep
                    kunnen doen op een vertrouwenspersoon. Met de vertrouwenspersoon wordt een
                    functionaris bedoeld zoals deze nu al werkzaam is binnen de jeugdzorg.
                    Onafhankelijkheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn belangrijke factoren
                    (wettelijke vereisten) voor een goede invulling van deze functie. </al><tussenkop>Artikel 17. Klachtregeling</tussenkop><al>Dit artikel regelt het klachtrecht. </al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Inspraak</tussenkop><tussenkop>Artikel 18 Inspraak</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><tussenkop>Hoofdstuk 8 Privacy</tussenkop><tussenkop>Artikel 19. Gegevensverwerking, privacy en toestemming </tussenkop><al>In het kader van het verlenen van de Toegang tot het sociale domein, de inzet
                    van een jeugdhulp voorziening, vinden verschillende verwerkingen van
                    Persoonsgegevens plaatst. Deze verwerkingen dienen onder meer te voldoen aan de
                    Algemene Wet Bestuursrecht (AwB), de Wet bescherming Persoonsgegevens (Wbp),
                    maar ook aan de bijzondere regels aangaande verwerking van persoonsgegevens in
                    de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet (hoofdstuk 7
                    Gegevensverwerking, privacy en toestemming) en daaruit afgeleide regelgeving in
                    de regeling Jeugdwet (vastgesteld op 1 augustus 2016) en Participatiewet. </al><al>Op 10 februari 2015 is het Privacyreglement Sociaal team door het college is
                    vastgesteld.</al><al>Daarnaast is ook op 24 maart 2016 het protocol verwerking persoonsgegevens
                    bovenlokale jeugdhulptaken vastgesteld door het college (gemeente Dongen -
                    Gemeenschappelijke Regeling 'regio Hart van Brabant'). En zijn voor de
                    gesubsidieerde aanbieders die deelnemen aan het Sociaal Team Dongen, per
                    addendum afspraken over privacy, gegevensverwerking en toestemming opgenomen in
                    de (BCF-)contracten. </al><tussenkop>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 20. Evaluatie</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21. Voorwaarden voorziening</tussenkop><al>Jeugdhulp vraagt een integrale benadering. Dit artikel maakt het mogelijk om
                    ondersteuning op verschillende terreinen te verbinden zodat er gekomen wordt tot
                    een werkelijk integrale aanpak. Hierbij staat het belang van het kind altijd
                    voorop. Genoemde voorwaarden worden opgenomen in het Plan van Aanpak.</al><tussenkop>Artikel 22. Besluit en beleidsregels</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat het college een Besluit en beleidsregels
                    jeugdhulp gemeente Dongen vaststelt. Deze documenten geven nadere invulling aan
                    de uitvoering van deze verordening. Het besluit bevat de omvang van de diverse
                    (financiële) verstrekkingen voor met name het pgb.</al><tussenkop>Artikel 23. Indexering</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 24. Intrekking oude verordening 2015</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat beschikkingen afgegeven op basis van de Verordening
                    jeugdhulp gemeente Dongen 2015 in 2017 nog rechtskracht hebben. Dit betekent dat
                    de lopende voorzieningen in kalenderjaar 2017 van rechtswege aflopen.
                    Beschikkingen die na 1-1-2017 worden afgegeven, worden beoordeeld op basis van
                    de Verordening jeugdhulp gemeente Dongen 2017. </al><tussenkop>Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 26. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Deze bepaling regelt de toepassing van een hardheidsclausule als instrument voor
                    het college om onvoorziene omstandigheden het hoofd te bieden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>