<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR430737_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.ouder-amstel.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Onroerende Zaakbelasting gemeente Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/49</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 september 2016,
                        nummer 2016/49</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>s t e l t v a s t :</al><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen 2017”</al><al>(Verordening onroerende-zaakbelastingen 2017)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>en gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                    vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                    onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende
                                    zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij
                                    of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                    waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover
                                            dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat
                                            artikel bedoelde waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                            geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de
                                            open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                            bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                            gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem
                                            te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor
                                            de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                            daarvan bestaat uit dein onderdeel a. bedoelde
                                            grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor de
                                            openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een
                                            op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen
                                            landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,
                                            onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met
                                            uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                            eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                            heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen,
                                            die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid
                                            welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het
                                            behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                                            worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar
                                            vervoer per rail, een en ander met inbegrip van
                                            kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken, die worden
                                            beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                            publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                            delen die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                                            zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                            afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan
                                            die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf
                                            als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                            gebruikt voor de publieke dienst van gemeente, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            bestemd te worden gebruikt voor het geven van
                                            onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig
                                            gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn
                                            geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek,
                                            ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de
                                            gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
                                            standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri´s,
                                            hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de
                                            gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot
                                            heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander
                                            met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                                            die dienen als woning;</al></li><li nr="n."><al>onroerende zaken, die feitelijk worden gebruikt als
                                            pastorie of kosterswoning, indien het genot krachtens
                                            eigendom, bezit of beperkt recht daarvan toekomt aan een
                                            kerkgenootschap of ander genootschap als in onderdeel c.
                                            bedoeld;</al></li><li nr="o."><al>parkeergarages “Uranus” en “Venus”, behorende tot de
                                            Zonnehof-flats in Duivendrecht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j.
                                            van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de
                                            eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van
                                            die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                                            of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel n.
                                            van het eerste lid bedoelde onroerende zaken geldt niet
                                            voor de gebruikersbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt bij de:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting 0,1903 %</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting:</al></li></lijst><al> 1 voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,0828 %</al><al> 2 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,2284 %</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                            Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
                                            in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het
                                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag
                                            bevat het bedrag daarvan minder is dan€ 3.500,- en
                                            zolang de verschuldigde bedragen door een automatische
                                            betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat
                                            geval moeten de aanslagen worden betaald in negen
                                            opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine
                                            afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste
                                            termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens
                                            een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die
                                            buiten de marge van lid 2 vallen niet door een
                                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                                            de belastingschuldige afgeschreven. Belanghebbende dient
                                            het aanslag bedrag zelf overeenkomstig lid 1 zelf te
                                            betalen. </al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester
                                        en wethouders</titel></kop><al><vet>Artikel </vet><vet>8</vet><vet>. </vet><vet>Nadere regels
                                        door het college van burgemeester en wethouders</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    onroerende-zaakbelastingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2016” van 12
                                            november 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in
                                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                            voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2017.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2017, of zo dit later is, met ingang van de
                                            eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                            onroerende-zaakbelastingen 2017”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 3 november 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>A.A. Swets</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>