<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR43067_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Bijzondere bijstand gemeente Landsmeer 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kompas Regiokrant, 05-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Bijzondere Bijstand gemeente Landsmeer 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010-78</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Beleidsnota bijzondere bijstand Landsmeer, de Beleidsregel Ouderentoeslag en de Regeling Voorzieningenfonds gemeente Landsmeer.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Bijzondere bijstand gemeente Landsmeer 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landsmeer, gelezen het voorstel van het college van
                        17 augustus 2010; </al><al/><al>gezien het advies van de commissie samenleving d.d. 15 september 2010;</al><al>gelet op <onderstreept>artikel 149 van de Gemeentewet</onderstreept>;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is de regelgeving met betrekking tot de
                        verstrekking van Bijzondere Bijstand in het kader van de Wet Werk en
                        Bijstand te herzien;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening Bijzondere bijstand gemeente Landsmeer 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening zijn de begripsbepalingen van de Wet Werk en
                            Bijstand (WWB) van toepassing en wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Landsmeer</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet Werk en Bijstand</al></li><li nr="c."><al>draagkracht: de mate waarin iemand geacht wordt zelf te kunnen
                                    voorzien in de noodzakelijke bestaanskosten</al></li><li nr="d."><al>laag inkomen: inkomen tot 120% van de van toepassing zijnde
                                    bijstandsnorm</al></li><li nr="e."><al>meerinkomen: het inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde
                                    bijstandsnorm</al></li><li nr="f."><al>leenbijstand: bijstand in de vorm van een geldlening met
                                    aflossingsverplichting</al></li><li nr="g."><al> jongmeerderjarigen: jongeren in de leeftijd van 18 tot 21
                                    jaar</al></li><li nr="h."><al>ouderen: 65 plussers, inclusief echtparen waarbij één van de
                                    echtgenoten ouder is dan 65</al></li><li nr="i."><al>gezin: echtpaar of alleenstaande ouder met inderen tot 18
                                    jaar</al></li><li nr="j."><al>schoolgaande kinderen: kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar
                                    die basis- of voortgezet onderwijs volgen</al></li><li nr="k."><al>voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet waarop
                                    de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken of een beroep
                                    kan doen om middelen te werven of specifieke uitgaven te
                                    bekostigen</al></li><li nr="l."><al>algemeen gebruikelijke kosten: algemene noodzakelijke kosten die
                                    vanuit het inkomen of het vermogen moeten worden betaald (door
                                    reserveren of lenen)</al></li><li nr="m."><al>statushouder: verblijfsgerechtigde die onder de aanvullende
                                    taakstelling (Pardonregeling) valt</al></li><li nr="n."><al>vergunninghouder: verblijfsgerechtigde die onder de reguliere
                                    taakstelling valt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Draagkracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt rekening met eventueel aanwezige draagkracht en
                                heeft bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er geen draagkracht uit inkomen is bij een laag inkomen
                                        tenzij het gaat om algemeen gebruikelijke kosten,
                                        verwervingskosten of woonkosten. Bij deze kosten geldt dat
                                        100% van het inkomen boven de geldende bijstandsnorm als
                                        draagkracht wordt aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>er draagkracht uit inkomen is als er sprake is van een
                                        meerinkomen;</al></li><li nr="c."><al>55% van het meerinkomen wordt aangemerkt als draagkracht
                                        wanneer het gaat om andere dan onder lid a vermelde
                                        kosten;</al></li><li nr="d."><al>het vermogen <vet>boven</vet> de vermogensgrens (artikel 34
                                        lid 2 van de wet) altijd volledig als draagkracht wordt
                                        aangemerkt;</al></li><li nr="e."><al>het vermogen <vet>onder</vet> de vermogensgrens (artikel 34
                                        lid 2 van de wet) kan worden aangemerkt als draagkracht
                                        wanneer dit vermogen aangewend kan worden om de aangevraagde
                                        bijzondere kosten te voldoen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De draagkracht wordt in principe berekend per de eerste dag van de
                                maand waarin de aangevraagde kosten zijn gemaakt en wordt
                                vastgesteld voor een periode van twaalf maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De draagkracht kan opnieuw worden berekend en vastgesteld wanneer er
                                sprake is van een financiële wijziging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de vastgestelde draagkracht kan ineens of periodiek op de toe te
                                kennen of toegekende bijstand in mindering worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag en duur van bijstandsverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bijzondere bijstand wordt in principe op aanvraag verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Periodieke bijzondere bijstand wordt in principe toegekend voor de
                                duur van maximaal één jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, komen niet
                                voor bijzondere bijstand in aanmerking tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager redelijkerwijs de aanvraag niet vooraf heeft
                                        kunnen indienen;</al></li><li nr="b."><al>er bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om
                                        voor de gemaakte kosten bijstand te verstrekken. Als dit het
                                        geval is, kan met terugwerkende kracht tot maximaal één jaar
                                        (twaalf maanden) bijstand worden verleend;</al></li><li nr="c."><al>het kosten in het kader van het voorzieningenfonds, als
                                        beschreven in artikel 8 van deze verordening, betreft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm van bijstandsverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent bijzondere bijstand om niet (zonder
                                terugbetaalverplichting) tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het gaat om algemeen gebruikelijke kosten;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende op redelijke termijn over voldoende
                                        middelen kan beschikken;</al></li><li nr="c."><al>de noodzaak tot bijstandsverlening rechtstreeks het gevolg
                                        is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, eigen
                                        schuld of eigen toedoen;</al></li><li nr="d."><al>het gaat om een door de belanghebbende te betalen
                                        waarborgsom.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 onder a kan bijzondere bijstand om niet
                                worden verleend voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>deze niet vanuit een voorliggende voorziening, het inkomen,
                                        het vermogen, de langdurigheidstoeslag of de ouderentoeslag
                                        kunnen worden voldaan <vet>en</vet></al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende voorafgaand aan de aanvraag tenminste drie
                                        jaar was aangewezen op een laag inkomen <vet>en</vet></al></li><li nr="c."><al>er geen sprake is van het onder lid 1 onder b en c
                                        bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Categoriale bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering</titel></kop><al>Belanghebbenden met een laag inkomen kunnen deelnemen aan een
                            collectieve aanvullende ziektekostenverzekering via de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>Het college verleent een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36
                            van de wet en de bepalingen die opgenomen zijn in de gemeentelijke
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ouderentoeslag</titel></kop><al>Het college verleent een jaarlijkse toeslag aan inwoners van de gemeente
                            Landsmeer van 65 jaar of ouder met een laag inkomen en geen vermogen als
                            bedoeld in artikel 34 van de wet. Deze toeslag kan worden aangewend voor
                            de aanschaf of ter vervanging van duurzame gebruiksgoederen. De hoogte
                            van de toeslag is:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 350,- voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 450,- voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 500,- voor een gezin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorzieningenfonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent een jaarlijkse toeslag aan inwoners van de
                                gemeente Landsmeer van 18 jaar of ouder met een laag inkomen en geen
                                vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet. Deze toeslag kan
                                worden aangewend om deelname aan de maatschappij te vergroten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een toeslag verstrekken voor de volgende
                                kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>volledige vergoeding van het basisabonnement van de
                                        Bibliotheek Waterland, vestiging Landsmeer;</al></li><li nr="b."><al>zwemlessen voor kinderen tot en met 17 jaar voor het behalen
                                        van het A-diploma. De vergoeding is gebaseerd op de prijzen
                                        van het openbaar zwemonderwijs;</al></li><li nr="c."><al>seizoenskaart vrij zwemmen voor zwembad De Breek te
                                        Landsmeer voor gezinnen met kinderen tot en met 17
                                        jaar.</al></li><li nr="d."><al>tegemoetkoming in de kosten voor schoolreizen worden eenmaal
                                        per jaar verstrekt en bedragen € 50,- per kind dat
                                        basisonderwijs volgt en € 100,- per kind dat voortgezet
                                        onderwijs volgt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op de onder lid 1 en 2 gemelde toeslag kan
                                tegemoetkoming worden verstrekt voor de kosten van culturele,
                                sociale en/of sportieve activiteiten tot een bedrag van € 150, - per
                                gezinslid per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college verstrekt de toeslagen op aanvraag en in principe nadat
                                de kosten zijn gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Brugklasvergoeding</titel></kop><al>Het college verleent een brugklasvergoeding van € 200,- voor ieder kind
                            in een gezin met een laag inkomen, dat de overstap maakt van het
                            basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Individuele bijzondere bijstand</titel></kop><structuurtekst><al>Het college geeft geen limitatieve opsomming van kostensoorten waarvoor
                            bijzondere bijstand mogelijk is omdat dit sterk afhankelijk is van
                            individuele omstandigheden en daarom individueel wordt beoordeeld. Wel
                            is aangegeven hoe wordt omgegaan met bepaalde kostensoorten waarvoor
                            bijzondere bijstand kan worden verleend.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bijzondere bijstand voor rechtsbijstand en griffierecht</titel></kop><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de eigen bijdrage voor
                            rechtskundige bijstand en de kosten van griffierecht voor noodzakelijk
                            verleende rechtshulp die moeten worden betaald op grond van de Wet op de
                            rechtsbijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bijzondere bijstand voor bewindvoering en budgettering</titel></kop><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van</al><lijst><li nr="1."><al>noodzakelijk beschermingsbewind;</al></li><li nr="2."><al>noodzakelijke budgettering of budgetbeheer als de belanghebbende
                                    geen betalingen kan verrichting als gevolg van psychische of
                                    sociale problemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen</titel></kop><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de aanschaf van
                            duurzame gebruiksgoederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bijzondere bijstand voor reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor noodzakelijke
                                reiskosten buiten de gemeente Landsmeer die geen verband houden met
                                scholing en/of werk in het kader van re-integratie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De noodzaak wordt in ieder geval aangenomen als de reiskosten
                                gemaakt worden voor bezoek aan partner/echtgeno(o)t(e) en familie
                                (eerste en tweede graad) die word(t)(en) verpleegd, verzorgd, uit
                                huis zijn geplaatst of gedetineerd zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college berekent de hoogte van de bijzondere bijstand op basis
                                van de kosten van het goedkoopste reisalternatief.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stemt de frequentie af op de individuele situatie tenzij
                                het gaat om reiskosten in verband met detentiebezoek. In dat geval
                                geldt als frequentie maximaal eens per veertien dagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bijzondere bijstand voor uitvaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen aan erfgenamen die voor
                                hun aandeel in de nalatenschap uitvaartkosten moeten betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het maximaal toe te kennen bedrag voor de kosten van een totale
                                uitvaart is bepaald op € 2.750,-.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bijzondere bijstand voor sociaal medische kinderopvang</titel></kop><al>Het college kan bijzonder bijstand verlenen voor de kosten van
                            noodzakelijke kinderopvang als er bij de ouder of het kind sprake is van
                            een sociaal medische indicatie en er geen beroep gedaan kan worden op de
                            Wet kinderopvang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bijzondere bijstand voor ouderbijdrage Landelijk Bureau Inning
                                Onderhoudsbijdrage</titel></kop><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de aan het Landelijk
                            Bureau Inning Onderhoudsbijdrage te betalen ouderbijdrage als een kind
                            buiten het gezin wordt verzorgd en de bijdrageplichtige niet in
                            aanmerking komt voor nihilstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bijzondere bijstand voor een computer ten behoeve van
                                schoolgaande kinderen</titel></kop><al>Het college kan eenmalig maximaal € 450,- aan bijzondere bijstand voor
                            een computer verlenen aan gezinnen met schoolgaande kinderen als het
                            gezin niet beschikt over een computer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bijzondere bijstand voor studiekosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Het college kan bijzondere bijstand verlenen aan de belanghebbende
                                die een opleiding volgt aan een door het Rijk gesubsidieerde en
                                erkende opleiding tot en met mbo-niveau en die tijdig een
                                tegemoetkoming heeft aangevraagd bij de Informatie Beheer Groep,
                                inclusief het maximale leenbedrag, maar voor wie deze tegemoetkoming
                                niet toereikend is. Het gaat hierbij om de volgende
                                opleidingen:</al><lijst><li nr="."><al>Voortgezet onderwijs</al></li><li nr="."><al>Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs</al></li><li nr="."><al>Beroepsgerichte opleiding op maximaal middelbaar niveau</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor de volgende kosten:
                                schoolgeld/collegegeld, inschrijfgeld, studieboeken/studiefonds,
                                leermiddelen tot een maximumbedrag van € 75,-, reiskosten,
                                specialistische kleding, vakspecialistische uitgaven en examengeld.
                                Bij bepaling van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de
                                goedkoopste en dichtstbijzijnde opleiding, ongeacht wat de richting
                                en het onderwijssysteem van het instituut is. Bijzondere bijstand
                                voor reiskosten wordt verstrekt op basis van de kosten van de
                                goedkoopste wijze van openbaar vervoer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de ouder(s)/verzorger(s) van een voltijds hbo student die jonger
                                is dan 18 jaar en die een tegemoetkoming studiekosten heeft
                                aangevraagd, kan het college bijzondere bijstand verlenen voor de te
                                maken reiskosten gedurende de periode dat de student geen recht
                                heeft op een ov-jaarkaart.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan bijzondere bijstand kan maximaal worden verstrekt: het verschil
                                van de totale studiekosten op jaarbasis (uitgaande van een
                                schooljaar) en het bedrag aan tegemoetkoming van de Informatie
                                Beheer Groep op jaarbasis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bijzondere bijstand voor medische kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent geen bijzondere bijstand voor de kosten</al><lijst><li nr="a."><al>van het eigen risico</al></li><li nr="b."><al>die vanuit de basisverzekering nadrukkelijk gemaximeerd
                                        zijn;</al></li><li nr="c."><al>die zijn opgenomen in de collectieve aanvullende
                                        ziektekostenverzekering via de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor medische kosten
                                die vanuit de basisverzekering slechts voor een bepaalde periode
                                worden vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan afwijken van het genoemde in lid 1 onder b en c als
                                er zeer dringende omstandigheden zijn of als er over de betreffende
                                kosten specifieke regels zijn opgesteld, zoals genoemd in het vierde
                                lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan voor de hierna volgende noodzakelijke medische
                                kosten bijzondere bijstand verlenen als de aanvrager niet kan
                                deelnemen aan de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering of
                                in zeer bijzondere situaties. Voor de vergoedingen gelden dezelfde
                                normen als in de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering.
                                Het gaat om de kosten van</al><lijst><li nr="a."><al>brillen en contactlenzen</al></li><li nr="b."><al>tandartskosten</al></li><li nr="c."><al>eigen bijdrage voor alarmering, extra fysiotherapie,
                                        orthopedische schoenen, podotherapie en pedicurekosten,
                                        psychotherapie en ziekenvervoer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bijzondere bijstand eigen bijdrage Wet Maatschappelijke
                                Ondersteuning (Wmo)</titel></kop><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van de eigen
                            bijdrage voor voorzieningen die in het kader van de Wmo worden
                            verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bijzondere bijstand voor woonlasten tijdens verblijf in
                                detentie</titel></kop><al>Wanneer er sprake is van een vrijheidsbeneming van maximaal drie maanden
                            kan het college voor deze periode leenbijstand verstrekken voor de
                            doorbetaling van de vaste lasten. Hieronder worden in ieder geval de
                            huur (minus de eventuele huurtoeslag) en de kosten van vastrecht voor
                            elektra, gas en water verstaan. Voor de overige vaste woonlasten
                            (waaronder uitwaterende sluizen, onroerend zaakbelasting en
                            verzekeringen) kan maximaal drie maanden leenbijstand worden verstrekt
                            tot een bedrag van € 50,- per maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bijzondere bijstand voor woonlasten in de vorm van een
                                woonkostentoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bijzondere bijstand verstrekken in de vorm van een
                                woonkostentoeslag aan de belanghebbende die</al><lijst><li nr="a."><al>een woning bewoont waarop de Wet op de huurtoeslag van
                                        toepassing is en die buiten eigen toedoen geen recht heeft
                                        op de (volledige) huurtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>een koopwoning bewoont en in bijstandsbehoevende
                                        omstandigheden verkeert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een woonkostentoeslag wordt voor maximaal één jaar toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de woonkostentoeslag verlenen onder de voorwaarde
                                dat de belanghebbende actief op zoek gaat naar goedkopere woonruimte
                                en passende woonruimte aanvaardt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Bijzondere bijstand voor verhuizing en woninginrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor verhuiskosten en
                                voor woninginrichting als er sprake is van een medische of sociale
                                noodzaak tot verhuizing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bijstandsverlening is mogelijk bij verhuizing binnen de gemeente
                                voor: het vervoer van huisraad, woonlasten van de nieuwe woning als
                                er sprake is van dubbele woonlasten, de waarborgsom,
                                administratiekosten, stoffering en woninginrichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer er sprake is van een verhuizing naar een andere gemeente, is
                                bijstandsverlening alleen mogelijk voor de kosten van het vervoer
                                van de huisraad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college hanteert voor opknapkosten en woninginrichting
                                maximumbedragen die afhankelijk zijn van de gezinssituatie van de
                                belanghebbende. De volgende maximumbedragen worden gehanteerd:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Gezinssituatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Maximumbedrag voor woninginrichting
                                                  (inclusief stoffering)</vet></al></entry></row><row><entry><al>1 persoon</al></entry><entry><al>€ 4.000,-</al></entry></row><row><entry><al>2 personen</al></entry><entry><al>€ 6.000,-</al></entry></row><row><entry><al>Gezin met kinderen</al></entry><entry><al>€ 7.000,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Bijzondere bijstand voor noodzakelijke bestaanskosten
                                jongmeerderjarigen</titel></kop><al>Het college verstrekt bijzondere bijstad voor noodzakelijke
                            bestaanskosten aan jongmeerderjarigen die hier op grond van artikel 12
                            van de wet recht op hebben. De hoogte van de te verlenen bijstand is
                            maximaal een bedrag dat gelijk is aan de
                            bijstandsnorm/inkomensvoorziening die geldt voor een 21 jarige minus de
                            bijstandsnorm/inkomensvoorziening die voor de jongmeerderjarige
                            geldt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27 Hardheidsclausule</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                            gevallen het bepaalde in deze verordening buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, voor zover toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van
                            overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Bij geconstateerd misbruik en/of oneigenlijk gebruik is het gestelde in
                            de gemeentelijke Fraudeverordening WWB van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Evaluatiebepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt in ieder geval vier jaar na het inwerking treden
                            geëvalueerd</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding; bekendmaking</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de
                            bekendmaking. Op dat moment worden de Beleidsnota bijzondere bijstand
                            Landsmeer, vastgesteld op 31 januari 2006, de Beleidsregel
                            Ouderentoeslag, vastgesteld op 9 oktober 2007 en de Regeling
                            Voorzieningenfonds gemeente Landsmeer, vastgesteld op 17 december 2003,
                            ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening Bijzondere Bijstand
                            gemeente Landsmeer 2010</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Landsmeer op 28 september 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</tussenkop><al>Bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor noodzakelijke kosten die
                    voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en die niet vanuit inkomen en
                    vermogen kunnen worden betaald en waarvoor geen beroep kan worden gedaan op een
                    voorliggende voorziening.</al><al/><al>Kosten zijn <vet>niet</vet> noodzakelijk in de volgende situaties:</al><al>·de kosten zijn of worden niet gemaakt;</al><al>·de gemeente kan niet vaststellen dat de kosten noodzakelijk zijn;</al><al>·er is sprake van niet-ontvangen inkomsten;</al><al>·de aanvrager kiest een duurdere voorziening dan strikt noodzakelijk is (de
                    hogere kosten moeten door de aanvrager zelf worden voldaan);</al><al>·de kosten hadden kunnen worden voorkomen doordat er een (gratis) alternatief
                    is;</al><al>·iemand anders dan de aanvrager dient de kosten te betalen.</al><al/><al>Voor een aantal kosten is in ieder geval <vet>geen bijzondere bijstand
                        mogelijk</vet> (artikel 14 van de wet):</al><al>·alimentatie;</al><al>·boetes;</al><al>·geleden of veroorzaakte schade;</al><al>·vrijwillige premie voor de AOW of een andere publiekrechtelijke
                    verzekering;</al><al>·kosten voor een experimentele behandeling.</al><al/><al>Het college maakt geen gebruik van de mogelijkheid een drempelbedrag te hanteren
                    zoals bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet.</al><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel is aangegeven wat met bepaalde begrippen wordt bedoeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Draagkracht</tussenkop><al>De draagkracht wordt jaarlijks vastgesteld voor een periode van 12 maanden, maar
                    kan tussentijds wijzigen als de financiële situatie wijzigt, bijvoorbeeld door
                    een erfenis, een veranderde gezinssamenstelling of verandering in inkomen.</al><al/><al>Het uitgangspunt is dat de draagkracht wordt berekend per de eerste dag van de
                    maand waarin de kosten zijn gemaakt, maar er kunnen zich situaties voordien
                    waarin ervoor gekozen wordt om de draagkracht te berekenen vanaf de eerste dag
                    van de maand waarin de bijstand is aangevraagd.</al><al/><al>De vastgestelde draagkracht kan periodiek of ineens in mindering worden gebracht
                    op de toegekende bijstand. Er wordt rekening gehouden met de situatie van de
                    aanvrager en de gemeente kiest zoveel mogelijk voor de voor de klant
                    voordeligste vorm.</al><al/><tussenkop>Draagkracht uit inkomen</tussenkop><al>Mensen met een laag inkomen hebben geen draagkracht uit inkomen. In uitzondering
                    hierop wordt het inkomen boven de geldende bijstandsnorm voor 100% toch als
                    draagkracht aangemerkt als het gaat om woonkosten, verwervingskosten en algemeen
                    gebruikelijke kosten. Dit, omdat deze kosten vanuit een inkomen op
                    bijstandsniveau betaald zouden moeten worden.</al><al/><al>Mensen met een meerinkomen hebben wel draagkracht uit inkomen. Het meerinkomen
                    wordt voor 55% als draagkracht aangemerkt (tenzij het gaat om woonkosten,
                    verwervingskosten en algemeen gebruikelijke kosten, want hiervoor gelden andere
                    regels).</al><al/><tussenkop>Draagkracht uit vermogen</tussenkop><al>Vermogen boven de wettelijke vermogensgrens (artikel 43 WWB) wordt altijd
                    volledig als draagkracht aangemerkt. Als iemand vermogen heeft onder deze grens
                    maar bijvoorbeeld tegoeden heeft op een betaal- of spaarrekening, kan diegene de
                    bijzondere kosten zelf betalen vanuit het vermogen. Bij de afhandeling van de
                    aanvraag bijzondere bijstand wordt hier dan ook rekening mee gehouden. Ook wordt
                    er rekening gehouden met een bedrag aan ‘leefgeld’ zodat problemen voorkomen
                    kunnen worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Aanvraag en duur van de bijstandsverlening</tussenkop><al>In de wet is opgenomen dat een aanvraag moet worden ingediend om bijzondere
                    bijstand te kunnen ontvangen en dat in sommige gevallen ambtshalve kan worden
                    verstrekt. Er is voor gekozen om bepaalde categoriale bijzondere bijstand, zoals
                    de ouderentoeslag, te verstrekken na bestandscontrole en/of op basis van
                    ingevulde en ondertekende teruggestuurde antwoordstroken. In het laatste geval
                    wordt via een bestandscontrole vastgesteld wie in aanmerking komt voor een
                    bepaalde voorziening. Deze mensen krijgen een brief, met antwoordstrook, waarin
                    ze op de betreffende voorziening worden gewezen. Een ingevulde teruggestuurde
                    antwoordstrook wordt dan als aanvraag aangemerkt.</al><al/><al>Van mensen die geen uitkering levensonderhoud ontvangen wordt wel een reguliere
                    aanvraag ingenomen.</al><al/><al>Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor de duur van maximaal één
                    jaar. Dit betekent dat de belanghebbende opnieuw bijstand moet aanvragen als
                    bijstandsverlening na deze periode nog nodig is.</al><al/><al>Het artikel geeft aan dat kosten die zijn gemaakt voordat er bijzondere bijstand
                    voor is aangevraagd, in principe niet voor bijstandsverlening in aanmerking
                    komen. Als ze wel voor bijstandsverlening in aanmerking komen, kan dit met
                    terugwerkende kracht tot maximaal een jaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Vorm van bijstandsverlening</tussenkop><al>Bijzondere bijstand wordt in principe om niet (zonder terugbetaalverplichting)
                    verleend. Aangegeven is in welke gevallen de bijzondere bijstand als borgtocht
                    of leenbijstand wordt verstrekt.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 Categoriale bijzondere bijstand</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 5 Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering</tussenkop><al>De gemeente heeft een contract met zorgverzekeraar Zilveren Kruis PWZ Achmea
                    afgesloten voor inwoners van de gemeente Landsmeer met een laag inkomen: de
                    collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Deze verzekering biedt de
                    dekking van de basisverzekering + de vergoedingen vanuit de aanvullende
                    verzekeringen (module B of C). Daarnaast worden extra vergoedingen verstrekt,
                    bijvoorbeeld voor:</al><al>·tandartskosten; </al><al>·tandtechnische kosten;</al><al>·de kosten van medisch noodzakelijke orthodontie voor kinderen tot 18 jaar; </al><al>·eens per 2 jaar een vergoeding voor bril/lenzen (tenzij eerdere vervanging
                    medisch noodzakelijk is):</al><al>·kosten van eerstelijns psychologische behandeling;</al><al>·vergoeding van de eigen bijdrage voor kraamzorg.</al><al/><al>De hoogte van de vergoedingen wordt jaarlijks vastgesteld door Zilveren Kruis
                    PWZ Achmea.</al><al/><al>De deelnemers krijgen van Zilveren Kruis PWZ Achmea een korting op de te betalen
                    premie. De deelnemers betalen zelf de premie voor de basisverzekering en de
                    aanvullende verzekering aan de ziektekostenverzekeraar. De gemeente betaalt de
                    kosten van de hierboven genoemde ‘extra’ vergoedingen.</al><al/><al>Deelnemers aan deze collectieve ziektekostenverzekering ontvangen deze
                    vergoedingen rechtstreeks van Zilveren Kruis PWZ Achmea.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>De langdurigheidstoeslag valt sinds 2009 onder de bijzondere bijstand. Hoe
                    Landsmeer hier invulling aan geeft is vastgelegd in de gemeentelijke
                    verordening.</al><al/><al>Wanneer iemand minimaal 3 jaar een laag inkomen heeft en geen uitzicht op
                    inkomensverbetering, komt diegene in aanmerking voor een
                    langdurigheidstoeslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Ouderentoeslag</tussenkop><al>De categoriale ouderentoeslag is een jaarlijkse bijdrage, bedoeld voor inwoners
                    van de gemeente Landsmeer van 65 jaar of ouder, die minimaal 3 jaar een laag
                    inkomen hebben en met hun vermogen onder de vermogensgrens van artikel 34 WWB
                    blijven. Deze bijdrage kan worden aangewend voor de aanschaf of ter vervanging
                    van duurzame gebruiksgoederen. De bijdrage kan eens per jaar worden
                    verstrekt.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Voorzieningenfonds</tussenkop><al>Het voorzieningenfonds is een categoriale verstrekking voor inwoners van de
                    gemeente Landsmeer, met een laag inkomen, bedoeld om de
                    participatiemogelijkheden te vergroten. Vanuit het voorzieningenfonds kan een
                    toelage verstrekt worden voor de kosten van sociale, culturele en sportieve
                    activiteiten. Hieronder vallen bijvoorbeeld lidmaatschappen van verenigingen en
                    sportclubs, abonnementen op tijdschriften en krant, toegangsbewijzen voor
                    bijvoorbeeld musea en tentoonstellingen en kortingskaarten voor de
                    spoorwegen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Brugklasvergoeding</tussenkop><al>Deze vergoeding is bedoeld als tegemoetkoming voor de extra kosten die gemaakt
                    moeten worden als een kind de overstap maakt van het basisonderwijs naar het
                    voortgezet onderwijs.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 Individuele bijzondere bijstand</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 10 Bijzondere bijstand voor rechtsbijstand en
                    griffierecht</tussenkop><al>De Wet op de rechtsbijstand (WRB) kent een vergoedingsregeling voor de kosten
                    van rechtsbijstand en mediation. De rechtzoekenden betalen op grond van de WRB
                    een inkomensafhankelijke bijdrage. Voor deze eigen bijdrage kan bijzondere
                    bijstand worden verleend als er een toevoeging is verleend. Dit omdat de
                    noodzaak voor het verlenen van de rechtshulp wordt aangenomen als er
                    rechtsbijstand is verleend volgens de WRB.</al><al/><al>Griffierecht is een inkomensonafhankelijke bijdrage in de kosten van de
                    rechtspraak. Ook hier geldt dat voor deze kosten bijzondere bijstand kan worden
                    verleend als er een toevoeging is verleend.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Bijzondere bijstand voor bewindvoering en
                    budgettering</tussenkop><al>De kantonrechter stelt steeds vaker mensen onder bewind en koppelt ze aan een
                    bewindvoerder omdat ze niet (meer) zelfstandig kunnen handelen en/of om ze tegen
                    zichzelf te beschermen Bij de beoordeling van de noodzaak van de kosten van
                    bewindvoering geldt dat de noodzaak aangenomen mag worden als er een
                    gerechtelijke uitspraak ligt. Er wordt geen bijzondere bijstand verleend als de
                    kosten van noodzakelijke bewindvoering vanuit de boedel worden betaald. Dit is
                    van toepassing bij de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen</tussenkop><al>Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in principe verstrekt
                    in de vorm van een geldlening, maar kan onder bijzondere omstandigheden ook ‘om
                    niet’ worden verstrekt. De langdurigheidstoeslag speelt hierbij een rol; deze is
                    namelijk bedoeld om duurzame gebruiksgoederen en andere onvoorziene uitgaven te
                    kunnen betalen.</al><al/><al>Als er recht bestaat op de langdurigheidstoeslag, maar deze is nog niet
                    toegekend, kan de aanvraag alsnog worden ingediend en afgehandeld.
                    Bijstandsverlening voor duurzame gebruiksgoederen is dan wellicht niet meer
                    nodig. Het is hierbij van belang dat eerst de langdurigheidstoeslag wordt
                    afgehandeld omdat deze geen voorliggende voorziening is, maar een voorziening
                    die haar oorsprong vindt binnen de WWB en daarom niet mag worden beschouwd als
                    voorliggend voor duurzame gebruiksgoederen.</al><al/><al>De gemeente Landsmeer verleent bijzondere bijstand ‘om niet’ aan belanghebbenden
                    die direct voorafgaand aan de aanvraag tenminste 3 jaar zijn aangewezen op een
                    laag inkomen en de kosten niet zelf kunnen voldoen. Voorwaarde is wel dat de
                    aanvraag niet rechtstreeks het gevolg mag zijn van tekortschietend besef van
                    verantwoordelijkheid of van nalatigheid.</al><tussenkop>Artikel 13 Bijzondere bijstand voor
                    reiskosten</tussenkop><al>Noodzakelijke reiskosten buiten de gemeente Landsmeer die te maken hebben met
                    (re)integratie komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, maar kunnen
                    worden voldaan vanuit het participatiebudget.</al><al/><al>Bij toekenning van reiskosten wordt altijd uitgegaan van het goedkoopste
                    alternatief. Als het gaat om reizen per auto geldt een kilometervergoeding naar
                    de normen van de ministeriele regelingen. In geval van carpoolen wordt de hoogte
                    van de bijstand afgestemd op het aantal carpoolers.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Bijzondere bijstand voor uitvaart</tussenkop><al>De kosten van een begrafenis of crematie behoren tot de ‘passiva’ van de
                    nalatenschap en komen daarvoor voor rekening van de erfgenamen. In veel gevallen
                    heeft de overledene zelf voor deze kosten gespaard of zich verzekerd om
                    erfgenamen hier niet mee te belasten. De erfgenamen kunnen op persoonlijke titel
                    in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor zover hun erfdeel onvoldoende
                    is om de kosten te kunnen voldoen.</al><al/><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor zover er bij erfgenamen, die op
                    grond van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht
                    zouden zijn geweest, sprake is van onvoldoende middelen en het ontbreken van een
                    voorliggende voorziening. Er kan alleen bijstand worden verleend voor het
                    aandeel in de kosten die de aanvrager heeft. De goedkoopst mogelijke adequate
                    voorziening is toereikend.</al><al/><al>Wanneer niemand voorziet of kan voorzien in de begrafenis of crematie, geldt de
                    Wet op de Lijkbezorging (Wol). De gemeente draagt dan zorg voor de begrafenis en
                    verhaalt de gemaakte kosten op de erfgenamen.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Bijzondere bijstand voor sociaal medische
                    kinderopvang</tussenkop><al>Als er een sociaal medische indicatie voor noodzakelijke kinderopvang is voor de
                    belanghebbende en zijn of haar kind, kan bijzondere bijstand worden verleend.
                    Voorwaarde is wel dat de belanghebbende geen beroep kan doen op de Wet
                    Kinderopvang.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Bijzondere bijstand voor ouderbijdrage Landelijk Bureau Inning
                    Onderhoudsbijdrage (LBIO)</tussenkop><al>Als een kind buiten het gezin wordt verzorgd, moeten de ouders een bijdrage in
                    de kosten betalen omdat de onderhoudsplicht gewoon blijft gelden. De hoogte van
                    de bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vorm van
                    hulpverlening. Het LBIO verzorgt de vaststelling en inning van de bijdragen en
                    schrijft de bijdrageplichtige(n) aan. </al><al>De bijdrageplichtige komt in aanmerking voor nihilstelling als hij/zij:</al><al>1.een bijstandsuitkering ontvangt naar de norm voor een alleenstaande of</al><al>2.een uitkering ontvangt op grond van de Regeling verstrekking asielzoekers
                    of</al><al>3.een zak- en kleedgeldvergoeding ontvangt.</al><al/><al>Als een alleenstaande ouder niet in aanmerking komt voor een nihilstelling omdat
                    de bijstandsnorm niet kan worden omgezet naar de norm van een alleenstaande, kan
                    bijstand worden verleend voor de kosten van de ouderbijdrage van het LBIO. Dit
                    komt voor als binnen het gezin meerdere kinderen worden verzorgd.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Bijzondere bijstand voor een computer ten behoeve van
                    schoolgaande kinderen</tussenkop><al>Om participatie bij schoolgaande kinderen te stimuleren is besloten dat aan
                    gezinnen maximaal € 450,- aan bijzondere bijstand kan worden verleend om een
                    computer aan te schaffen. Voorwaarde is wel dat het gezin niet over een computer
                    beschikt.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Bijzondere bijstand voor studiekosten</tussenkop><al>Jongeren tot 21 jaar kunnen een beroep doen op de ouderlijke onderhoudsplicht.
                    Als de studerende dus jonger is dan 21 jaar, wordt bij de beoordeling van de
                    aanvraag, naast het inkomen van de studerende, ook rekening gehouden met het
                    inkomen van de ouder(s)/verzorger(s) van de betreffende studerende. Als de
                    ouder(s)/verzorger(s) niet kunnen bijdragen in de kosten, kan bijzondere
                    bijstand worden toegekend. </al><al/><al>Aangegeven is voor welke opleidingen en voor welke kosten bijzondere bijstand
                    mogelijk is.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Bijzondere bijstand voor medische kosten</tussenkop><al>Aangegeven is hoe wordt omgegaan met bijzondere bijstandsverlening voor medische
                    kosten.</al><al/><tussenkop>De basisverzekering</tussenkop><al>De basisverzekering is een voorliggende voorziening. Kostensoorten die in de
                    basisverzekering zijn opgenomen worden zondermeer als noodzakelijk beschouwd. De
                    wetgever beschouwd medische kosten die <vet>niet</vet> in de basisverzekering
                    zijn opgenomen als <vet>niet</vet> noodzakelijk. Deze kosten komen dus
                        <vet>niet</vet> voor bijzondere bijstand in aanmerking. Andere voorliggende
                    voorzieningen zijn de AWBZ en de Wmo.</al><al>Bijzondere bijstandsverlening is wel mogelijk als bepaalde kosten vanuit de
                    voorliggende voorziening niet volledig of maar voor een bepaalde periode worden
                    vergoed. De noodzaak van de verstrekking staat hierbij niet ter discussie, maar
                    de wetgever heeft er dan, meestal om budgettaire redenen, voor gekozen om de
                    vergoeding te beperken. Er is dan sprake van een eigen bijdrage voor de
                    verzekerde.</al><al/><al>Bijzondere bijstandsverlening kan <vet>niet</vet> worden toegekend als het te
                    vergoeden bedrag in de voorliggende voorziening nadrukkelijk aan een maximum is
                    verbonden. De wetgever gaat er dan namelijk van uit dat de kosten met dit
                    maximumbedrag adequaat worden vergoed. De voorliggende voorziening wordt in dat
                    geval als toereikend beschouwd. Voor de meerkosten is dan ook geen bijzondere
                    bijstand mogelijk.</al><al/><tussenkop>Eigen risico basisverzekering</tussenkop><al>Voor alle verzekerden vanaf 18 jaar geldt in 2010 een wettelijk
                        <onderstreept>verplicht eigen risico</onderstreept> van € 165,- Dit betekent
                    dat de verzekerde de eerste € 165,- aan medische kosten zelf moet betalen. Dit
                    verplicht eigen risico geldt niet voor:</al><al>·behandeling door de huisarts;</al><al>·verloskundige zorg en kraamzorg;</al><al>·hulpmiddelen in bruikleen;</al><al>·tandheelkundige zorg voor verzekerden tot 22 jaar;</al><al>·vergoedingen vanuit de aanvullende verzekering.</al><al/><al>Mensen met een laag inkomen worden door de wetgever gecompenseerd via de
                    zorgtoeslag en chronisch zieken en gehandicapten krijgen via het Centraal
                    Administratie Kantoor (CAK) een extra compensatie.</al><al/><al>Verzekerden die kiezen voor een <onderstreept>vrijwillig eigen
                        risico</onderstreept> kunnen een verlaging op de premie krijgen. Het
                    uitgangspunt van de Zorgverzekeringswet is dat het zorgstelsel door onder andere
                    de zorgtoeslag voor iedereen betaalbaar is. Daarom moet de verzekerde die kiest
                    voor een vrijwillig eigen risico, dit ook zelf op vangen en wordt voor dit eigen
                    risico geen bijzondere bijstand verstrekt. Ook wordt geen bijzondere bijstand
                    verstrekt voor de kosten van het niet verzekerd zijn voor ziektekosten, zoals
                    premieachterstand, boete en medische kosten. Bijzondere bijstand is ook niet
                    mogelijk voor de betaling van de zorgpremie als de verzekerde de zorgtoeslag
                    heeft gebruikt om andere kosten mee te voldoen.</al><al/><tussenkop>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</tussenkop><al>De wetgever gaat ervan uit dat de burger zich verzekerd tegen normaal gangbare
                    risico’s het afsluiten van een aanvullende ziektekostenverzekering en in dit
                    geval deelnemen aan de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering wordt
                    gezien als een daad van genoegzaam besef van verantwoordelijkheid. Als iemand
                    daarin tekortschiet, kan dit gevolgen hebben voor het recht op bijzondere
                    bijstand. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het niet willen en het niet
                    kunnen afsluiten van een aanvullende zorgverzekering.</al><al/><tussenkop>Bijzondere bijstand en de collectieve aanvullende
                    ziektekostenverzekering</tussenkop><al>De kosten die in de aanvullende verzekering zijn opgenomen, zijn strikt
                    juridisch gezien niet als noodzakelijke medische kosten aan te merken. Daarom
                    verstrekt de gemeente in principe ook geen aanvullende bijzondere bijstand als
                    de vergoedingen in het aanvullende pakket de gemaakte kosten niet volledig
                    dekken</al><al/><al>In Landsmeer kunnen mensen met een laag inkomen deelnemen aan een collectieve
                    aanvullende ziektekostenverzekering via de gemeente. Deelnemers hieraan kunnen
                    dan voor bepaalde medische kosten hogere vergoedingen ontvangen</al><al/><tussenkop>Niet willen deelnemen</tussenkop><al>Iemand die geen gebruik wil maken van de collectieve verzekering, kan niet
                    zonder meer aanspraak maken op bijzondere bijstand voor vergoedingen die in de
                    collectieve verzekering zijn opgenomen. Er moet worden onderzocht wat de reden
                    is en of er sprake is van nalatigheid of tekortschietend besef van
                    verantwoordelijkheid.</al><al/><tussenkop>Niet kunnen deelnemen</tussenkop><al>Als iemand niet kan deelnemen, ligt dit anders. Bij de aanvraag voor medische
                    kosten moet dan eerst onderzocht worden op er sprake is van niet kunnen of niet
                    willen deelnemen aan de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Als er
                    reden is om bijzondere bijstand te verstrekken, dan strekt ‘het pakket’ van de
                    bijzondere bijstand zich uit tot het pakket dat de collectieve aanvullende
                    ziektekostenverzekering biedt.</al><al/><tussenkop>Bijzondere bijstand voor medische kosten in Landsmeer</tussenkop><al>Het uitgangspunt is dat voor de hierna volgende medische kosten alleen
                    bijzondere bijstand mogelijk is als iemand niet <vet>kan </vet>deelnemen aan de
                    collectieve aanvullende ziektekostenverzekering of in zeer bijzondere situaties.
                    In beide gevallen is extra onderzoek nodig. Voor de vergoedingen gelden dezelfde
                    normen als in de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering via de
                    gemeente.</al><al/><tussenkop>Brillen en contactlenzen</tussenkop><al>In de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering is een vergoeding
                    opgenomen voor de kosten van een bril of contactlenzen. Deze vergoeding dekt in
                    de meeste gevallen de noodzakelijke kosten.</al><al/><tussenkop>Eigen bijdrage</tussenkop><al><cursief>Alarmeringskosten</cursief>: Als het aanbrengen van
                    alarmeringsapparatuur noodzakelijk is, vergoedt de basisverzekering deels de
                    kosten. De maandelijkse eigen bijdrage kan door 65 plussers worden betaald
                    vanuit de ouderentoeslag. Bijzondere bijstand is mogelijk voor mensen tot 65
                    jaar.</al><al/><al><cursief>Fysiotherapie</cursief>: In de collectieve aanvullende
                    ziektekostenverzekering is volledige vergoeding opgenomen van de kosten tot een
                    maximum aantal behandelingen. Er worden maximumbedragen gehanteerd door de
                    verzekeraar. Er is bijzondere bijstand mogelijk voor de eigen bijdrage van
                    noodzakelijke extra behandelingen. </al><al/><al><cursief>Psychotherapie</cursief>: Bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage is
                    alleen mogelijk als de psychotherapie wordt vergoed vanuit de basisverzekering
                    of AWBZ.</al><al/><al><cursief>Pedicure</cursief>: Zilveren Kruis vergoedt een maximumbedrag per jaar
                    aan diabetici/reumapatiënten voor pedicurekosten en/of podo(posturale)therapie.
                    Bijzondere Bijstand is dan niet meer nodig. Voor mensen zonder deze
                    aandoeningen, is bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van noodzakelijke
                    pedicurekosten mogelijk. </al><al/><al><cursief>Ziekenvervoer</cursief>: Voor bepaalde doelgroepen vergoedt de
                    basisverzekering zittend ziekenvervoer. Voor de eigen bijdrage die per
                    kalenderjaar betaald moet worden, is bijzondere bijstand mogelijk. Ook is
                    bijzondere bijstand mogelijk voor noodzakelijk ziekenvervoer in het kader van
                    een nazorgtraject (bijvoorbeeld controle bij ‘ex-kankerpatiënten). </al><al/><al><cursief>Hoortoestellen</cursief>: De AWBZ vergoedt hoortoestellen. Soms wordt
                    een eigen bijdrage opgelegd voor de aanschaf ervan. Hiervoor geldt vanuit de
                    collectieve aanvullende ziektekostenverzekering een maximumvergoeding. Als
                    iemand op medische indicatie een duurder hoortoestel nodig heeft, dan kan voor
                    de meerkosten bijzondere bijstand worden verstrekt.</al><al/><al><cursief>Orthopedisch schoeisel</cursief>: Voor orthopedisch maatschoeisel en
                    antiallergeen schoeisel geldt een eigen bijdrage. Bijzondere bijstand is
                    mogelijk voor meerkosten. Bij de bijstandsverlening wordt daarom rekening
                    gehouden met kosten die de betrokkene anders kwijt zou zijn aan ‘gewoon’
                    schoeisel. De eigen bijdrage voor ‘gewoon’ wordt in mindering gebracht op de
                    eigen bijdrage voor orthopedisch of antiallergeen schoeisel.</al><al/><al><cursief>Therapiezolen</cursief>:Zilveren Kruis PWZ Achmea vergoedt tot een
                    maximumbijdrage voor de kosten van podotherapie en therapiezolen. Bijzondere
                    bijstand is mogelijk voor de meerkosten. Voorwaarde is dat de therapiezolen zijn
                    voorgeschreven door een erkende podoloog.</al><al/><al><cursief>Geneesmiddelen</cursief>: omdat geneesmiddelen vanuit de
                    basisverzekering worden vergoed, is bijzondere bijstand in principe niet meer
                    nodig. Voor geneesmiddelen geldt een volledige vergoeding volgens het door
                    Zilveren Kruis PWZ Achmea opgestelde Reglement geneesmiddelen en vergoeding
                    volgens het Geneesmiddelen Vergoedingssysteem. Voor homeopathische en
                    antroposofische geneesmiddelen geld vanuit de aanvullende verzekering een
                    volledige vergoeding.</al><al/><tussenkop>Tandartskosten en orthodontie</tussenkop><al>Bijzondere tandheelkunde en bijzondere orthodontie worden vanuit de
                    basisverzekering volledig vergoed. Daarnaast geldt voor tandartskosten dat deze
                    gedeeltelijk worden vergoed vanuit de aanvullende ziektekostenverzekeringen van
                    Zilveren Kruis PWZ Achmea. Aanvullend hierop is vanuit de collectieve
                    aanvullende ziektekostenverzekering via de gemeente een extra vergoeding
                    mogelijk. Voor de bijbehorende techniekkosten geldt een volledige vergoeding tot
                    een maximumbedrag. Voor het reguliere tandartsbezoek is deze vergoeding
                    toereikend. Voor orthodontie voor verzekerden tot 18 jaar geldt een eenmalige
                    maximumvergoeding.</al><al/><al>Bijstandsverlening voor tandartskosten kan alleen als de overschrijding van de
                    maximale vergoeding is veroorzaakt doordat er in het kalenderjaar één of meer
                    kronen of frameprothesen zijn geplaatst. De kosten hiervan zijn vaak hoog en het
                    beschikbare budget kan daardoor al snel zijn verbruikt. Hierdoor zou in de loop
                    van het kalenderjaar geen ‘gewone’ tandheelkundige hulp meer vergoed kunnen
                    worden.</al><al/><al>Om de mogelijkheid en de noodzaak van de bijstandsverlening vast te kunnen
                    stellen moet worden vastgesteld waardoor de maximale vergoeding van de
                    aanvullende verzekering wordt overschreden. Op de nota van de
                    ziektekostenverzekeraar zal alleen vermeld zijn dat de tandheelkundige hulp niet
                    vergoed kan worden wegens overschrijding van de maximale vergoeding. Dit zegt
                    niets over de reden. Het kan namelijk ook zijn dat er in dat kalenderjaar
                    bijvoorbeeld een brug is geplaatst of dat iemand heel veel naar de tandarts is
                    geweest. De oorzaak van de overschrijding kan alleen worden vastgesteld door
                    inzage in de nota’s van Zilveren Kruis PWZ Achmea over het gehele betreffende
                    kalenderjaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Bijzondere bijstand voor eigen bijdrage WMO</tussenkop><al>De gemeente legt op grond van de Wmo een eigen bijdrage op voor de kosten van
                    hulp bij het huishouden en voor individuele voorzieningen. Het CAK zorgt voor de
                    berekening van de hoogte van de eigen bijdrage en voor de inning. Voor mensen
                    met een laag inkomen is het mogelijk bijzondere bijstand aan te vragen voor de
                    kosten van de eigen bijdrage.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Bijzondere bijstand voor woonlasten tijdens verblijf in
                    detentie</tussenkop><al>Gedetineerden hebben op grond van de wet (artikel 13) geen recht op bijstand.
                    Het college heeft besloten om voor de kosten van het aanhouden van de woning
                    tijdens een detentieperiode van maximaal 3 maanden, bijzondere bijstand te
                    kunnen verstrekken. Als er bijstand wordt verleend voor deze kosten is dit
                    altijd in de vorm van een lening.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Bijzondere bijstand voor woonlasten in de vorm van een
                    woonkostentoeslag</tussenkop><al>In dit artikel staat dat bijzondere bijstand mogelijk is voor woonlasten. Niet
                    alleen voor huurders, maar ook voor belanghebbenden met een koopwoning.
                    Belanghebbenden met een koopwoning en woonlasten tot aan de grens die de Wet op
                    de huurtoeslag hanteert voor huurwoningen, hoeven niet actief op zoek naar
                    goedkopere woonruimte.</al><al/><al>Bij een koopwoning wordt bij de toekenning van de woonkostentoeslag bepaald of
                    de verstrekking onder verband van een krediethypotheek, een lening of bijzondere
                    bijstand om niet valt. Gaat het om een koopwoning van iemand die ook een
                    uitkering levensonderhoud ontvangt, dan wordt de woonkostentoeslag standaard
                    opgenomen in de krediethypotheek.</al><al/><al>Wanneer opgelegd is dat moet worden gezocht naar een goedkopere woning, en dit
                    niet binnen een jaar is gelukt, dient individueel beoordeeld te worden of dit
                    verwijtbaar is. Is dat niet het geval, dan kan de woonkostentoeslag bij hoge
                    uitzondering toegekend worden voor nog maximaal één jaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 23 Bijzondere bijstand voor verhuizing en
                    woninginrichting</tussenkop><al>In dit artikel staat dat bijzondere bijstand mogelijk is voor verhuiskosten en
                    woninginrichting als er sprake is van een medische of sociale noodzaak tot
                    verhuizing binnen de gemeente. De kosten van verhuizing en woninginrichting zijn
                    algemeen gebruikelijke kosten die vanuit het inkomen of vermogen moeten worden
                    betaald, door reservering of betaling achteraf, en worden dan ook als lening
                    verstrekt. De in dit artikel gegeven bedragen zijn maximumbedragen. De hoogte
                    van de verstrekking wordt individueel vastgesteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Bijzondere bijstand voor noodzakelijke bestaanskosten
                    jongmeerderjarigen</tussenkop><al>In dit artikel is geregeld dat jongmeerderjarigen bijzondere bijstand kunnen
                    krijgen voor noodzakelijke bestaanskosten als zij geen beroep kunnen doen op hun
                    ouders/verzorgers. De bijzondere bijstand wordt maximaal verleend tot aan de
                    hoogte van de bijstandsnorm of inkomensvoorziening die geldt voor een 21
                    jarige.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</tussenkop><al>De artikelen in dit hoofdstuk spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>