<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>43063_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelasting 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerendezaakbelasting 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220 t/m 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelasting
                2007</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al><al>De raad der gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21
                        november 2006, nr. ..;</al><al>gezien het advies van commissie 1 van 4 december 2006;</al><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 220 tot en met 220h van de
                        Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelasting
                            2007</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr><titel status="officieel">Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="A"><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="B"><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="A"><al>gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik
                                    door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                                    Gemeentewet bedoelde gemeente-ambtenaar aan te wijzen lid van
                                    dat huishouden;</al></li><li nr="B"><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                                    degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="C"><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik, aange-merkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2</nr><titel status="officieel">Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 3 Maatstaf van heffing</label></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17 en 18 van
                            de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 4 Vrijstellingen</label></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al></lid><lid><lidnr status="officieel">A. </lidnr><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                            cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                            ondergrond van glasopstanden die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de
                            kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                            voedingsbodem te gebruiken;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">B.</lidnr><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                            van ge-wassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">C.</lidnr><al></al><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">D.</lidnr><al>een of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de
                            Natuur- schoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel
                            1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met
                            uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">E.</lidnr><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zand-verstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige </al><al>rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het
                            behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">F.</lidnr><al></al><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                            een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">G.</lidnr><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                            met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                            woning;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">H.</lidnr><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool - en ander
                            afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten
                            van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                            zodanige werken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">I.</lidnr><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                            dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en
                            die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">J.</lidnr><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                            pu-blieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van
                            zodanige on-roerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het
                            geven van on-derwijs;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">K.</lidnr><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
                            niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang
                            van publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de
                            gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden,
                            monumenten, fonteinen, banken, arbi’s, hekken en palen;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">L.</lidnr><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
                            of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                            die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">M.</lidnr><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen
                            van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2. </lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel J van het eerste lid
                            bedoelde onroe- rende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 5 Belastingtarieven</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting is voor elke volle € 2.500,-- van de
                                heffingsmaatstaf:</al><al>a bij de gebruikersbelasting: </al><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen EUR
                                3,26</al><al>b bij de eigenarenbelasting:</al><al>1 voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen EUR
                                2,38</al><al>2 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen EUR
                                4,08</al></li><li nr="2."><al>Voor belastingbedragen tot EUR 9,07 vindt geen invordering plaats.
                                Voor de toepas- sing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                één belastingaanslag verenigde ver-schuldigde bedragen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 6 Wijze van heffing</label></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 7 Termijnen van betaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden ge-stelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 8</label></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertel</label></kop><al>De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2006 van 21 november 2005 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang
                        van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de be-kendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2007.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als</al></li></lijst><al><vet>“Verordening onroerende-zaakbelastingen </vet><vet>2007”</vet></al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Leiderdorp op 18
                        december 2006,</al><al>de voorzitter, M.Zonnevylle </al><al>de griffier, mw. J.C. Zantingh</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>