<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429963_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 21 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/13095</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening 2016</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening rioolheffing 2017</vet></al><al/><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        november 2016;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t </al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017
                    </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater,
                                grondwater of oppervlaktewater.</al></li><li nr="e."><al>garagebox: een overdekte en afsluitbare stallingsruimte welke
                                volgens de maatschappelijke opvattingen bestemd is voor het parkeren
                                van motorvoertuigen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                        indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebruikersdeel. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                                onroerende zaak is, als genot- hebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                                belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de
                                laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
                                verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
                                Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
                                twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                                kalendermaand voor een volle maand gerekend. </al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. </al></li></lijst></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al><al/><lijst><li nr="5."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
                                aantoonbaar niet is afgevoerd indien sprake is van een bedrijf
                                .</al><al/></li><li nr="6."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede, derde en vierde
                                lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door
                                de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet
                                bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het waterverbruik in
                                vergelijkbare gevallen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel bedraagt: € 193,00</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle eenheid van een kubieke
                                meter water boven een afgevoerde hoeveelheid water van 1.000 m³: €
                                0,51</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Geen belasting wordt geheven van garageboxen voor zover de hierbij behorende
                        directe of indirecte aansluiting uitsluitend dient voor de afvoer van
                        hemelwater.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                                voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslag(en) moeten worden betaald in twee gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee
                                gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                                maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in het eerste en tweede lid moeten, indien een
                                machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de
                                verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden
                                betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso
                                alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes
                                minder is dan € 5.000,00.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere
                        regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        rioolheffing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2016’ wordt ingetrokken met ingang van
                                de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                                2017”.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. G.B. Gnodde drs. H.A.G. Hellegers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>