<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429930_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 83712</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/027/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD DER GEMEENTE ROERMOND,</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van voorzitter en griffier van de raad van 30 maart
                        2016, raadsvoorstel no. 2016/027/1,</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen bijgaande Verordening op de raadscommissies.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Raadscommissie: een commissie ingesteld door de raad als bedoeld
                                    in artikel 82 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Lid: lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="3."><al>Voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="4."><al>Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="5."><al>Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="6."><al>Vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="7."><al>Presidium: het presidium van de raad;</al></li><li nr="8."><al>Fractie: een verzameling van personen die tot dezelfde politieke
                                    groepering behoren;</al></li><li nr="9."><al>Secretaris: de gemeentesecretaris van Roermond.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad bepaalt bij aanvang van zijn zittingsperiode welke
                                raadscommissies er zullen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij houdt de raad rekening met de portefeuilleverdeling zoals
                                deze binnen het college van B&amp;W is overeengekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als regel geldt deze verdeling voor de gehele raadsperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="1."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op een portefeuille van een of
                                    meer collegeleden;</al></li><li nr="2."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="3."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissies worden gevormd door alle raadsleden en door
                                niet-raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsleden kunnen deelnemen aan alle commissies. De
                                niet-raadsleden maken deel uit van één commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal niet-raadsleden per fractie wordt door de raad
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Door de afzonderlijke fracties van de gemeenteraad worden de
                                niet-raadsleden aangewezen en wordt aangeduid van welke commissie ze
                                lid worden. De fractievoorzitter stelt de griffier hiervan zo
                                spoedig mogelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het geval een raadslid bij verhindering in een commissie
                                vervangen wil worden door een niet-raadslid, dient de fractie
                                daartoe een verzoek in bij het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet (met eisen te
                                stellen aan raadsleden) zijn van overeenkomstige toepassing op
                                niet-raadsleden die lid zijn van een raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden eindigt in ieder geval aan het eind
                                van de zittingsperiode van de raad. Niet raadsleden kunnen te allen
                                tijde ontslag nemen. Degene die tot lid is aangewezen ter vervulling
                                van een tussentijds ontstane vacature heeft zitting tot het einde
                                van de zittingsperiode van hem in wiens plaats hij is
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter niet langer vertegenwoordigd is in de gemeenteraad, komt
                                automatisch het lidmaatschap van zowel de voor betreffende fractie
                                aangewezen raadsleden als ook niet-raadsleden in alle
                                raadscommissies te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij tussentijdse beëindiging van het raadslidmaatschap vervalt het
                                lidmaatschap van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Wanneer een lid blijkens een schriftelijke verklaring van de
                                fractievoorzitter aan de voorzitter van de raad heeft opgehouden de
                                fractie voor welke hij in de commissie is aangewezen te
                                vertegenwoordigen of te steunen, vervalt het lidmaatschap van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Bij langdurige ziekte of afwezigheid, de duur van drie maanden te
                                boven gaand, van een zitting hebbend lid, niet-raadslid, kan door de
                                fractievoorzitter onder opgaaf van redenen een commissielid,
                                niet-raadslid, voor de desbetreffende fractie worden aangewezen als
                                vervanger voor de duur van de ziekte of afwezigheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters van de commissies alsmede hun plaatsvervangers worden
                                door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De conform het eerste lid te benoemen voorzitters maken bij voorkeur
                                deel uit van verschillende fracties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval zowel de voorzitter als zijn plaatsvervanger afwezig zijn
                                treedt, indien en zolang de raad geen voorziening heeft getroffen,
                                het oudste lid / raadslid in jaren van de commissie als voorzitter
                                op.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van de agenda van de
                                        commissievergadering;</al></li><li nr="b."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="c."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="d."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>wat de wet of deze verordening hem verder opdraagt;</al></li><li nr="f."><al>het verlenen van het woord, de formulering van conclusies,
                                        waarover besluitvorming plaatsvindt en het bepalen van de
                                        uitslag van de besluitvorming.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                medewerker van de griffie als commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissiegriffier verricht zijn taken ingevolge deze verordening
                                onder aansturing en verantwoordelijkheid van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door de raad aangewezen medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tekenen uitgaande stukken</titel></kop><al>Alle van een commissie uitgaande stukken worden door haar voorzitter
                            en/of commissiegriffier ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verstrekken van inlichtingen door ambtenaren en
                                deskundigen</titel></kop><al>De voorzitter is bevoegd, eigener beweging of op uitnodiging van de
                            commissie, ambtenaren en andere deskundigen tot het bijwonen van een
                            vergadering uit te nodigen voor het verstrekken van inlichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>College, burgemeester en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt de burgemeester en één of meer wethouders uit
                                in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester en één of meer wethouders kunnen aan de
                                beraadslagingen deelnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien zij daartoe door de voorzitter namens de commissie
                                        worden uitgenodigd;</al></li><li nr="b."><al>indien zij daartoe, via de voorzitter, op eigen initiatief
                                        een verzoek doen aan de commissie en daartoe toestemming
                                        krijgen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig
                                te laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de
                                beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke raadscommissie vergadert volgens een door het presidium vóór
                                het begin van ieder jaar vast te stellen vergaderschema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Commissievergaderingen vinden in de regel plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>in het stadhuis;</al></li><li nr="b."><al>met 19.00 uur als aanvangstijdstip en 23.00 uur als
                                        uiterlijk eindtijdstip.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een commissie vergadert verder zo dikwijls haar voorzitter dit nodig
                                oordeelt of tenminste twee fracties schriftelijk, onder opgave van
                                redenen, daartoe de wens te kennen geven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agenda voor een vergadering wordt opgesteld door de voorzitter in
                                overleg met de commissiegriffier en met het lid van het college van
                                burgemeester en wethouders wiens taakveld bij de commissie is
                                ondergebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan, evt. op verzoek van de commissie, in bijzondere
                                gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere
                                vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover overleg met
                                de commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter kan een vergadering annuleren. De voorzitter dient
                                vooraf zijn voornemen om de vergadering te annuleren en de daaraan
                                ten grondslag liggende reden(en) ter consultatie aan de leden van de
                                commissie voor te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De oproep</titel></kop><al>1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de
                            leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip
                            en de plaats van de vergadering.</al><al>2 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering
                            van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde
                            stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden
                            verzonden.</al><al>3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel
                            12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of
                            onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van
                            de vergadering, aan de leden gezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter
                                de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor
                                de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de
                                burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie
                                bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op verzoek van een commissielid kan een onderwerp aan de
                                conceptagenda worden toegevoegd. Het verzoek dient bij de
                                commissievoorzitter te worden ingediend. Het verzoek moet
                                gemotiveerd zijn en betrekking hebben op een actuele ontwikkeling
                                binnen het werkgebied van de raadscommissie. De commissievoorzitter
                                beslist op het verzoek. De commissievoorzitter kan besluiten het
                                verzoek niet te honoreren, indien hij het onderwerp niet voldoende
                                nauwkeurig acht aangegeven of indien het een onderwerp betreft dat
                                niet te maken heeft met gemeentelijk bestuur. Hij kan eveneens
                                beslissen een verzoek niet te honoreren indien het onderwerp al via
                                schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 43 van het Reglement van
                                orde aan het college van B&amp;W is voorgelegd en deze vragen nog
                                niet beantwoord zijn of het onderwerp al voor een vergadering van
                                een raadscommissie of de gemeenteraad geagendeerd is. Besluit de
                                voorzitter een verzoek om agendering te honoreren, dan wordt dit
                                meegenomen in de eerstvolgende vergadering. Is de agenda voor de
                                eerstvolgende vergadering al verstuurd, dan wordt het verzoek
                                meegenomen voor de vergadering daarna, tenzij er -naar het oordeel
                                van de voorzitter- sprake is van urgentie. Is dit laatste het geval,
                                dan kan de voorzitter het onderwerp nog zelf aan de agenda van de
                                eerstvolgende vergadering toevoegen op basis van lid 2 van dit
                                artikel. Is de agenda voor de eerstkomende vergadering naar het
                                oordeel van de voorzitter al te vol, dan kan de voorzitter besluiten
                                agendering uit te stellen tot een van de volgende
                                vergaderingen.’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid,
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                (commissie)griffier en verleent de (commissie)griffier een lid
                                inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tijdig tevoren door aankondiging op de
                                gemeentelijke informatiepagina in de media waarvan de gemeente zich
                                bedient en door plaatsing op de internetsite van de gemeente
                                openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbaarmaking als bedoeld in lid 1 vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>dag, datum, tijdstip en plaats, alsmede de voorlopige agenda
                                        van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                        daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbaarheid vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen worden in het openbaar gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer tenminste een vijfde van de
                                aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden
                                vergaderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering</titel></kop><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier stelt een besluitenlijst van de vergadering op,
                                waarbij evt. afwijkende standpunten afzonderlijk worden vermeld.
                                Overwegingen die aanleiding geven tot standpunten van fracties
                                worden in de besluitenlijst weergegeven. Aan de besluitenlijst
                                worden betogen, uitgesproken bij het gebruik van het spreekrecht of
                                door een externe deskundige, als bijlage toegevoegd of, indien geen
                                schriftelijke tekst voorhanden is, wordt een dergelijk betoog kort
                                samengevat als bijlage aan de besluitenlijst toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het ontwerp van besluitenlijst wordt, na goedkeuring ervan door de
                                voorzitter, zo mogelijk vijf dagen vóór de dag waarop de raad
                                vergadert aan de leden toegezonden, en in de eerstvolgende
                                vergadering van de commissie vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier of de
                                commissiegriffier spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het
                                eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier of de
                                commissiegriffier, voeren het woord na het aan de voorzitter
                                gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen. Een voorstel van orde betreft niet de agenda van de
                                vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een voorstel betreffende spreektijd wordt gedaan vóór aanvang van
                                behandeling van het betreffende agendapunt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
                                wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Houden van gecombineerde commissievergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zaken die het taakveld van meer dan één commissie raken worden bij
                                voorkeur behandeld in die commissie die het primaat voor het
                                betreffende onderwerp heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het kan voorkomen dat het wenselijk wordt geacht zaken in een
                                gecombineerde vergadering te behandelen. Het presidium besluit op
                                een verzoek tot het houden van een gecombineerde
                                commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van een gecombineerde commissievergadering vervult
                                de voorzitter van de commissie, waarvan het taakveld bij het te
                                behandelen onderwerp in overwegende mate in het geding is, de taken
                                van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven
                                tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er
                                een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen
                                de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het
                                advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Houden van hoorzittingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissie kan openbare of besloten hoorzittingen houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een openbare hoorzitting en de onderwerpen die daar aan de orde
                                zullen komen wordt tijdig aangekondigd op de in artikel 10
                                voorgeschreven wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Bijzondere commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bijzondere commissies instellen als bedoeld in artikel
                                84 Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke bijzondere commissie bestaat uit een voorzitter en een aantal
                                raadsleden, welk aantal door de raad wordt bepaald. De leden worden
                                door de raad benoemd. De raad kan ook personen die geen lid van de
                                raad zijn tot lid van een bijzondere commissie benoemen tot ten
                                hoogste de helft van het aantal leden/ raadsleden. Bij de
                                samenstelling van een bijzondere commissie wordt zoveel mogelijk
                                gestreefd naar een evenredige vertegenwoordiging van in de
                                gemeenteraad vertegenwoordigde fracties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de bijzondere commissie alsmede hun
                                plaatsvervangers worden door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover de bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar
                                maken van de besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt
                                door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een
                                belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
                                omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en
                                omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden
                                overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
                                besloten vergadering behandelde wordt door allen die bij de
                                behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de
                                stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar
                                opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
                                opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder ten aanzien van
                                stukken die zij aan de commissie overleggen of ten aanzien van
                                mededelingen die zij aan de commissie doen. Daarvan wordt op de
                                stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen
                                totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, haar
                                opheft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt
                                daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd
                                daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie
                                overleg gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raads- en commissieleden die niet in de betreffende
                                commissievergadering aanwezig waren, kunnen de besluitenlijst inzien
                                bij de (commissie)griffier. Van deze inzage houdt de griffier een
                                register bij. Voor raads- en commissieleden die van deze inzage
                                gebruik maken geldt ook de plicht tot geheimhouding conform lid
                                1.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Mobiele communicatiemiddelen</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepaling en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Slotbepaling en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij
                                    twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de
                                    raadscommissie op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de
                                    vaststelling.</al></li><li nr="3."><al>Op dat tijdstip vervalt de verordening op de raadscommissies,
                                    laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 22 april 2010.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 12
                        mei 2016.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening op de raadscommissies</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (respectievelijk artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet).</al><al>Raadscommissies (art. 82) bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren
                    overleg met het college en de burgemeester. </al><al>Bestuurscommissies (art. 83) zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad,
                    het college of de burgemeester worden overgedragen. </al><al>Andere commissies (art. 84) kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Hierbij
                    kan worden gedacht aan adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden.</al><al>Deze verordening heeft met name betrekking op de raadscommissies ex artikel 82
                    Gemeentewet.</al><al>In veel gemeenten is de afgelopen jaren stil gestaan bij het bestaande
                    vergaderstelsel. De praktijk laat zien dat het commissiestelsel niet alleen op
                    verschillende manieren wordt (her)ingericht, maar dat er ook gemeenten zijn die
                    de keuze hebben gemaakt om zonder raadscommissies te werken. In Roermond worden
                    de raadscommissies gehandhaafd. In deze commissies vindt de oordeelsvorming
                    plaats (en het politieke debat). Voorafgaande aan deze commissies vindt een
                    sprekersplein plaats welke meningsvorming en informatieverschaffing tot doel
                    heeft, dit als voorbereiding op de commissievergaderingen. De raadsvergadering
                    vormt het slotstuk van de vergadercyclus waar dan de besluitvorming plaatsvindt. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, Gemeentewet kan de raad zoveel
                    raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. Voorgeschreven is dat de raad
                    bij verordening de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies regelt en de wijze waarop de leden van de raad inzage hebben in
                    stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. Deze verordening voorziet
                    hierin.</al><al>Het spreekrecht voor burgers (en maatschappelijke organisatie en bedrijfsleven)
                    vindt plaats op het sprekersplein (voorafgaande aan de commissieweek). Daarmee
                    kunnen de commissievergaderingen zich toespitsten op oordeelsvorming. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van telkens terugkerende begrippen in de
                    verordening moet worden herhaald, zijn in dit artikel een aantal begrippen
                    eenmalig gedefinieerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling</tussenkop><al>Deze verordening gaat uit van een stelsel van meerdere raadscommissies.
                    Uiteraard zijn allerlei andere modellen denkbaar. Als de raad besluit om te gaan
                    werken met raadscommissies, dan is het aan de raad om te bepalen hoeveel
                    commissies ingesteld worden. Om te voorkomen dat er wordt geschoven met de
                    taakvelden van de verschillende raadscommissies, bijvoorbeeld, bij tussentijdse
                    wijzigingen in het college, is bepaald dat in het begin van de raadsperiode
                    wordt afgesproken welke raadscommissies er zijn. In lid 3 wordt vervolgens
                    gezegd dat deze verdeling in principe geldt voor de gehele raadsperiode. Als er
                    tussentijdse wijzigingen in het college optreden en er vinden hierdoor
                    verschuivingen in de portefeuilleverdeling plaats, dan blijven de taakvelden van
                    de raadscommissies toch ongewijzigd. Dit zou dan tot gevolg hebben dat meerdere
                    portefeuillehouders bij één commissie aanschuiven.</al><al>In principe wordt elk onderwerp slechts in één commissie aan de orde gesteld, om
                    te voorkomen dat twee verschillende commissies uiteenlopende adviezen over een
                    stuk uitbrengen. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat, wordt besproken
                    bij welke raadscommissie het primaat ligt. Overleg hierover vindt plaats tussen
                    de commissievoorzitters en -griffiers. Mogelijk is er aanleiding tot het houden
                    van een gezamenlijke commissievergadering. In Roermond is het besluit om te
                    komen tot een gezamenlijke (of gecombineerde) commissievergadering voorbehouden
                    aan het presidium. In geval van een gezamenlijke vergadering vervult de
                    voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest aangaat, de rol van
                    voorzitter. Het spreekt voor zich dat dan ook de commissiegriffier van die
                    commissie de functie van commissiegriffier vervult. Zie hiervoor verder artikel
                    24.</al><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><al>Artikel 82, eerste lid, Gemeentewet bepaalt dat de raad raadscommissies kan
                    instellen die de besluitvorming van de raad kunnen voorbereiden en met het
                    college of de burgemeester kunnen overleggen. Voor wat betreft de invulling van
                    de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen mogelijk. In het
                    eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad. In het
                    tweede model vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt
                    de besluitvorming in de raad. In Roermond is gekozen voor het tweede model
                    waarbij het politieke debat en de oordeelsvorming in de raadscommisies
                    plaatsvinden. Meningsvorming en informatieverschaffing vindt plaats op een
                    sprekersplein welke voorafgaand aan de commissieweek plaatsvindt. Besluitvorming
                    vindt plaats in de raad..Als in de commissies overeenstemming is bereikt, wordt
                    een stuk voor de raadsvergadering geagendeerd als hamerstuk. Is er echter één
                    lid dat anders wenst, dan is het alsnog een bespreekstuk. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De taak om de
                    besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in lid 1. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen (lid
                    2), ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. Op basis
                    van lid 3 kan een commissie ook overleg plegen met het college of de
                    burgemeester. </al><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad bij de samenstelling van de
                    raadscommissies moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in
                    de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. De verhoudingen in de
                    raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te
                    komen met de verhoudingen in de raad. </al><al>In de Roermondse verordening maken alle raadsleden deel uit van alle
                    raadscommissies. Al naar gelang de agenda kan de afvaardiging geregeld
                    worden.</al><al>Leden van een raadscommissie hoeven niet persé raadslid te zijn. Op grond van
                    het derde lid van artikel 4 moeten de niet-raadsleden, evenals overigens de
                    raadsleden, wel voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en
                    15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten
                    zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties
                    openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en
                    niet in strijd mogen handelen met artikel 15.</al><al>Het maximale aantal niet-raadsleden per fractie die deel uit mogen maken van
                    commissies wordt door de raad vastgesteld. In Roermond is er voor gekozen om
                    niet-raadsleden een vast commissielidmaatschap te geven: men kan lid zijn van 1
                    commissie. </al><al>Een niet-raadslid kan door het presidium in staat gesteld worden een raadslid –
                    dat verhinderd is – te vervangen in een commissie waarvan het niet-raadslid zelf
                    geen vast lid is. Daartoe dient tijdig een verzoek te worden gedaan aan het
                    presidium. </al><al>De zittingsperiode van de leden is even lang als de raadsperiode, in principe
                    dus vier jaar. Het lidmaatschap eindigt derhalve van rechtswege. Het
                    lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien een
                    lid niet meer voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen en indien een lid is
                    benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring
                    aan de voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad.</al><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. Hoewel benoeming van de (plaatsvervangend) voorzitters door de raad
                    niet verplicht is, is er toch voor gekozen, gelet op de belangrijke functie die
                    de raadscommissies ten opzichte van de raad vervult.</al><al>Op basis van het tweede lid is de voorzitter geen lid van de raadscommissie. Dit
                    is een bewuste keuze; op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn
                    taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een andere keuze is echter
                    ook denkbaar, de Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de voorzitter tevens
                    lid van een raadscommissie is. Daarom is in deze verordening de mogelijkheid
                    open gelaten dat de plaatsvervangend voorzitter wel lid van de raadscommissie
                    kan zijn. Bij voorkeur is dat echter niet het geval. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters van de
                    raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling
                    worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan
                    het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt. Aangezien het echter niet
                    altijd mogelijk zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen te
                    benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel 5, eerste lid, op te
                    nemen.</al><al>De zittingsperiode van de voorzitters en hun plaatsvervangers is even lang als
                    de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming
                    (van de voorzitter) eindigt derhalve van rechtswege. </al><tussenkop>Artikel 6 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier, werkzaam bij
                    de raadsgriffie. De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de
                    raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen,
                    zij het dat de raadscommissie altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de
                    beraadslagingen deel te laten nemen. Of de griffier aanwezig is in de
                    vergaderingen van de raadscommissies zal afhangen van de onderwerpen die aan de
                    orde komen. </al><al>Het kan ook zijn dat de griffier de taken van de commissiegriffier vervult, maar
                    gelet op de overige taken die de griffier moet vervullen wordt dit minder
                    wenselijk geacht.</al><tussenkop>Artikel 9 College, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Er heeft in de afgelopen jaren landelijk nogal wat discussie plaatsgevonden over
                    de al of niet gewenste of verplichte aanwezigheid van collegeleden in de
                    commissievergadering. De stuurgroep Leemhuis heeft in haar rapport over
                    evaluatie van het dualisme aandacht hieraan besteed. Naar verwachting komt het
                    ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met voorstellen tot een
                    wetswijziging, waarbij het facultatieve karakter van de aanwezigheid van
                    collegeleden bij de commissievergadering komt te vervallen. In Roermond heeft
                    dit nog nooit tot problemen geleid en is er geen behoefte aan een streng duale
                    opstelling. Er wordt dan ook vooruitgelopen op de wetswijziging die naar
                    aanleiding van het rapport Leemhuis wordt verwacht door te bepalen dat de
                    collegeleden altijd door de voorzitter worden uitgenodigd om in de
                    commissievergadering aanwezig te zijn. Daarom ook is in dit artikel de bepaling
                    geschrapt dat raadscommissie bij aanvang van de vergadering kan beslissen dat de
                    burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig mogen
                    zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Tijdstip van vergaderen en voorbereiden</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Vergaderen</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. Indien een raadscommissie een hoorzitting wil houden,
                    kan de voorzitter gebruik maken van het vijfde lid en een andere dag,
                    aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg
                    voert met de commissiegriffier.</al><al>Overigens is in de in Roermond gekozen vergadersystematiek het sprekersplein in
                    beginsel de plaats voor hoorzittingen maar bij uitzondering kan de commissie dit
                    ook zelfstandig organiseren.</al><tussenkop>Artikel 11 De oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere
                    termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat
                    de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken
                    ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                    kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><tussenkop>Artikel 12 De agenda</tussenkop><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Het college kan
                    voorstellen voor agendering in de raadscommissie voordragen. De voorzitter
                    bereidt de agenda voor, in overleg met de portefeuillehouder en de
                    commissiegriffier. Definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie
                    geschiedt door de betreffende commissie bij de aanvang van de vergadering. </al><tussenkop>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats ter inzage gelegd. Meestal zal dit in de leeskamer van het stadhuis
                    zijn. De leeskamer is echter alleen toegankelijk voor raads- en commissieleden.
                    Burgers die stukken willen inzien, melden zich hiervoor bij de
                    commissiegriffier. </al><al>Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. </al><al>Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van
                    raadscommissies bij de (commissie)griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 14 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. </al><al>Bij de herziening van deze verordening en van het reglement van orde voor de
                    raad is tevens de verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op de
                    gemeentelijke website op internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service
                    aan de burger is dit een voor de hand liggende regeling; het is echter niet
                    verplicht op grond van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 15 Openbaarheid vergaderingen</tussenkop><al>De tekst van dit artikel over de openbaarheid van commissievergaderingen vloeit
                    rechtstreeks voort uit artikel 82 lid 5 van de Gemeentewet. </al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Orde der vergadering</tussenkop><al>Het wordt niet nodig geacht in commissievergaderingen te werken met een door
                    alle aanwezigen te tekenen formele presentielijst omdat in de
                    commissievergaderingen geen formele besluitvorming plaatsvindt.’</al><al>Eventuele presentie wordt vermeld in de besluitenlijst van de
                    commissievergadering. Op basis van de besluitenlijst wordt de vergoeding voor de
                    aanwezigheid in de commissievergaderingen verstrekt aan commissieleden
                    niet-raadsleden. Overigens zullen uit praktische overwegingen commissiegriffiers
                    soms presentielijsten aan de commissieleden ter tekening aanbieden</al><tussenkop>Artikel 16 Opening der vergadering</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. In de
                    Roermondse verordening is geen quorumregeling opgenomen. Het betreft commissies
                    van advies. Het is de voorzitter van de commissie die naar bevind van zaken bij
                    aanvang beoordeelt of de beraadslagingen worden geopend. </al><tussenkop>Artikel 17 Besluitenlijst</tussenkop><al>De conceptbesluitenlijsten van alle commissievergaderingen worden -zo mogelijk
                    tegelijk met het verzenden van de oproep voor de eerstkomende raadsvergadering-
                    verstuurd met de stukken voor deze raadsvergadering. </al><al>De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging van de conceptbesluitenlijst te doen. Een voorstel tot wijziging wordt
                    voorafgaand aan de eerstkomende commissievergadering bij voorkeur schriftelijk
                    bij de commissiegriffier ingediend.. Het recht om aanpassingen voor te stellen
                    komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een collegelid, die bij de
                    desbetreffende vergadering niet aanwezig waren. Het is aan de raadscommissie om
                    te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt,
                    aangezien de raadscommissie de besluitenlijst vaststelt. Een afwijzing van een
                    dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak
                    van de Raad van State). Het is aan te bevelen uitsluitend een zakelijke
                    samenvatting te geven van hetgeen besproken is.</al><al>Ondertekening van de besluitenlijst door voorzitter en commissiegriffier wordt
                    niet verplicht gesteld aangezien de toegevoegde waarde hiervan maar betrekkelijk
                    zou zijn.</al><tussenkop>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>De commissievergaderingen zijn bedoeld voor politiek debat en oordeelsvorming.
                    Informatie-inwinning en meningsvorming dienen zoveel mogelijk plaats te vinden
                    voorafgaand aan de commissievergaderingen, onder andere op het sprekersplein.
                    Technische vragen dienen dus ook geen onderdeel uit te maken van de
                    commissiebespreking. </al><al>Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets
                    te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de commissieleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een
                    commissielid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven,
                    dient de voorzitter in principe niet te honoreren. Indien de commissie van
                    mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan daartoe
                    uitdrukkelijk besloten worden. </al><tussenkop>Artikel 21 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging,
                    besloten. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32,
                    vierde lid Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde
                    betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg)
                    pauze.</al><al>Artikel 22 Handhaving orde; schorsing</al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing
                    is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in
                    rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over
                    hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor
                    zowel raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 33 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 23 Houden van gecombineerde commissievergaderingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat meerdere commissies over één onderwerp verschillende
                    adviezen uitbrengen, wordt het wenselijk geacht dat elk onderwerp maar in één
                    commissie wordt behandeld. Zo nodig kan een gezamenlijke commissievergadering
                    plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 24 Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 21).</al><tussenkop>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de griffier, burgemeester, de
                    wethouders en de secretaris. Deze hebben op grond van de artikelen 5, 6 en 9 van
                    deze verordening reeds het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen.
                    Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een
                    andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot wijziging
                    van het verslag, een voorstel over de spreektijd of over de orde van de
                    vergadering.</al><tussenkop>Artikel 26 Advies</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden
                    de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand
                    dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier
                    afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. </al><al>De commissie is een commissie van advies aan de raad. De raad kan met het advies
                    van de commissie doen wat hij wil. Daarom is stemming in de commissie over de
                    inhoud van een advies niet aan de orde. Wat volstaat is dat de standpunten van
                    alle fracties in het advies zijn opgenomen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 30 Besluitenlijst</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij
                    de griffier. Uiteraard kan ook voor inzage bij de commissiegriffier worden
                    gekozen, indien deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is. De raadscommissie
                    beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><tussenkop>Artikel 31 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 32 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 33 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 34 Mobiele communicatiemiddelen</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>