<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429735_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Controleverordening gemeente Oost Gelre</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening gemeente Oost Gelre</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Controleverordening gemeente Oost Gelre</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oost Gelre;</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 213 Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole
                        decentrale overheden (Bado);</al><al/><al>Besluit vast te stellen: Controleverordening gemeente Oost Gelre</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Accountant: </onderstreept>een door de raad
                                benoemde:</al><lijst><li nr="a."><al>Registeraccountant of</al></li><li nr="b."><al>Accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                                        inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van
                                        artikel 36, Wet op de Accountant-Administratieconsulenten
                                        of</al></li><li nr="c."><al>organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde
                                        registeraccountants samenwerken, belast met de controle van
                                        de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><onderstreept>Accountantscontrole: </onderstreept>de controle van de
                                in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de
                                door de raad benoemde accountant. Hierin wordt meegenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde
                                        baten en lasten en de grootte en samenstelling van het
                                        vermogen;</al></li><li nr="b."><al>het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en
                                        balansmutaties;</al></li><li nr="c."><al>het in overeenstemming zijn van de door het college
                                        opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene
                                        maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel
                                        186 Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële
                                        organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en
                                        rechtmatige verantwoording mogelijk maken;</al></li><li nr="e."><al>de Single Audit, Single Information (Sisa-) bijlage bij de
                                        jaarrekening.</al></li></lijst></li></lijst><al>Hierbij worden de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van
                        bestuur gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in
                        acht genomen<cursief>. </cursief></al><lijst><li nr="3."><al><onderstreept>Rechtmatigheid in het kader van de
                                    accountantscontrole</onderstreept>: het overeenstemmen van het
                                tot stand komen van de financiële beheershandelingen en de
                                vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals
                                bedoeld in het Besluit accountantscontrole gemeenten.</al></li><li nr="4."><al><onderstreept>Deelverantwoording:</onderstreept> een in opdracht van
                                de raad ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording
                                van een afzonderlijke organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke
                                organisatie, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de
                                jaarrekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen
                            accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode
                            van drie jaar, met de optie te verlengen met één jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Audit Committee van de gemeente Oost Gelre zal de gunning
                            voorbereiden. De raad stelt voor de aanbesteding van de
                            accountantscontrole de aanbestedingsleidraad vast. Hierin zijn de
                            volgende zaken opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwaarden en vormvereisten met betrekking tot offertes;</al></li><li nr="b."><al>de voorwaarden en bepalingen met betrekking tot de
                                    gunning-/afwijzingsprocedure;</al></li><li nr="c."><al>de uitgangspunten binnen het programma van eisen en wensen;</al></li><li nr="d."><al>eisen en wensen met betrekking tot de accountantscontrole en de
                                    uitvoer van de adviesfunctie;</al></li><li nr="e."><al>wat de accountant kan verwachten van gemeente Oost Gelre;</al></li><li nr="f."><al>uurtarieven met betrekking tot de diverse
                                    accountantswerkzaamheden;</al></li><li nr="g."><al>procedure van selectie- en gunning accountant;</al></li><li nr="h."><al>kwalificatie eisen welke een rol spelen tijdens de selectie- en
                                    gunningprocedure;</al></li><li nr="i."><al>toetsing aan programma van eisen tijdens de selectie- en
                                    gunningprocedure;</al></li><li nr="j."><al>vervolgprocedure na gunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De controle- en rapporteringstoleranties worden conform het jaarlijks
                            door de raad vastgestelde controleprotocol gevolgd. Voor ieder
                            afzonderlijk begrotingsjaar stelt het Audit Committee vast waar de
                            accountant bij zijn controle specifiek aandacht aan dient te
                            besteden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Informatieverstrekking door college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                            jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en
                            regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten
                            grondslag liggende verordeningen, nota’s, collegebesluiten,
                            deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                            berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                            toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de
                            accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                            oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                            behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van
                            invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door
                            het college aan de raad en de accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                            waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de
                            omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                            controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toegang tot informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren
                            en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                            computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de
                            accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat
                            de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                            onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                            terreinen en informatiedragers van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                            schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de
                            uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt
                            er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking
                            verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><al>Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot het
                        uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid,
                        de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van
                        de accountant daarmee niet in het geding komt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Rapportering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                            tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                            terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
                            brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles
                            verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de
                            ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de
                            administratie en de beheers-daden zijn gecontroleerd, het hoofd van de
                            dienst waar de ambtenaar werkzaam is, de (concern-) controller en het
                            hoofd financiën dan wel andere daarvoor in aanmerking komende
                            ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                            verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met
                            de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                            jaarstukken het verslag van bevindingen met het Audit Committee.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2017, met dien verstande
                        dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en
                        deelverantwoordingen) vanaf het verslagjaar 2017 en later.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Controleverordening gemeente
                        Oost Gelre”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad 20 december 2016,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vinke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.Bronsvoort</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><tussenkop>Toelichting accountantscontrole</tussenkop><al>De Wet dualisering gemeentebestuur heeft ertoe geleidt dat de
                    accountantsverklaring dient als ondersteuning van de raad bij het uitoefenen van
                    de controlerende taak. Het bevat een oordeel over het getrouwe beeld en de
                    rechtmatigheid. </al><al>In paragraaf 1 wordt ingegaan op de verschillende verantwoordelijkheden. De
                    rechtmatigheid moest vóór de Wet dualisering gemeentebestuur al gecontroleerd
                    worden, maar het belang hiervan is toegenomen. In paragraaf twee wordt dit
                    verder toegelicht. In paragraaf 3 worden de minimumeisen besproken en in
                    paragraaf 4 de keuzemogelijkheden die de raad heeft ten aanzien van deze
                    minimumeisen.</al><tussenkop>Paragraaf 1 Verantwoordelijkheden bij rechtmatigheid</tussenkop><al>Met de Wet dualisering gemeentebestuur werd de functionele scheiding tussen de
                    raad en het college scherper dan voorheen het geval was. De raad moet zich
                    concentreren op zijn taakstellende en controlerende rollen. Dit betekent dat hij
                    de kaders stelt voor de rechtmatigheid, de accountantscontrole (gebruik makend
                    van de mogelijkheden die artikel 213 en het Besluit accountantscontrole daartoe
                    bieden) en de relevante wet- en regelgeving. </al><al>Het college dient zich te richten op zijn bestuursbevoegdheden. Het is primair
                    verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en regelgeving en daarmee
                    voor de rechtmatigheid van de besteding en inning van het publieke geld binnen
                    de gemeente. Het is zo dat een goede administratieve organisatie (AO) en daarin
                    opgenomen maatregelen van interne controle (IC) de kans op onrechtmatigheden
                    aanzienlijk beperkt. </al><al>De accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle in
                    overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden. Voor de rechtmatigheid is
                    algemene kennis van de relevante wet- en regelgeving van belang. De accountant
                    zal toetsen of de wet- en regelgeving door de gemeente in acht zijn genomen. De
                    accountantscontrole richt zich op de beoordeling van de opzet, het bestaan en de
                    werking van het systeem van kwaliteitsborging ter uitvoering van de wet- en
                    regelgeving, aangevuld met deelwaarnemingen (steekproeven). </al><al>De eindverantwoordelijkheid voor het afgeven van een accountantsverklaring
                    blijft bij de accountant liggen. Als er sprake is van onrechtmatigheden met een
                    materiële betekenis die gevolgen hebben voor de strekking van de
                    accountantsverklaring, of als de accountant stuit op een overschrijding van de
                    rapporteringstoleranties, moet rapportering plaatsvinden aan de raad in het
                    rapport van bevindingen. Men kan ervoor kiezen dat de accountant, uit hoofde van
                    zijn natuurlijke adviesfunctie, óók een zogenoemde managementletter uitbrengt
                    met meer gedetailleerde bevindingen die niet direct de verklaring raken. Hij kan
                    daaraan aanbevelingen voor verbeteringen toevoegen. Deze is bestemd voor het
                    management van het gemeentelijk apparaat en het college.</al><tussenkop>Paragraaf 2 De accountantsverklaring en rechtmatigheid</tussenkop><al>De accountantsverklaring is belangrijk voor de raad, omdat zij een rol speelt
                    bij het oordeel van de raad over de wijze waarop het college het beleid en het
                    daarmee samenhangend financieel beheer heeft uitgevoerd. </al><al>Een getrouw beeldverklaring houdt in dat de uitkomsten van het gevoerde
                    financieel beheer getrouw in de jaarrekening worden weergegeven, waarbij
                    rekening wordt gehouden met het doel waarvoor de verantwoording is opgesteld.
                    Een getrouw beeld impliceert dat de jaarrekening geen zodanige fouten en/of
                    onzekerheden bevat dat het oordeel van de gebruiker beïnvloed wordt. Het begrip
                    getrouw beeld komt uit het boek 2 BW titel 9, waar de wettelijke vereisten zijn
                    opgenomen die aan een jaarrekening worden gesteld. </al><al>Rechtmatigheid in brede zin betekent het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Voor gemeenten zijn dat de wet- en regelgeving van hogere overheden
                    en die van de gemeente zelf. Van belang is dat onderscheid wordt gemaakt tussen
                    het juridische begrip rechtmatigheid en het begrip rechtmatigheid in het kader
                    van de accountantscontrole. Dit laatste begrip is beperkter dan het juridische
                    begrip rechtmatigheid en wordt in het Besluit accountantscontrole gemeenten zo
                    goed mogelijk afgebakend. Onrechtmatigheid is geen synoniem voor fraude, want
                    hierbij is altijd sprake van opzet.</al><al>Rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole vereist dat de baten en
                    lasten in de jaarrekening en de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                    gekomen. Aangezien de baten en lasten en de balansmutaties in de jaarrekening
                    een optelsom zijn van diverse financiële beheershandelingen (zoals het beslissen
                    tot het toekennen van een subsidie, het betalen van rekeningen, het opleggen van
                    een belastingaanslag, etc.) staan deze handelingen centraal bij de toets die de
                    accountant verricht. </al><al>Alle uitkomsten van de handelingen in het financieel beheer moeten worden
                    vastgelegd in de administratie. Het moet traceerbaar zijn welke subsidies zijn
                    toegekend, wanneer betalingen hebben plaatsgevonden, enzovoorts. Alle financiële
                    beheershandelingen moeten niet alleen voldoen aan specifieke regels
                    (bijvoorbeeld de subsidievoorschriften), maar moeten ook in overeenstemming zijn
                    met financiële regels zoals de financiële verordening en de controleverordening
                    van de gemeente. Daarnaast moet worden voldaan aan de Gemeentewet en het Besluit
                    begroting en verantwoording provincies en gemeenten, waarin is voorgeschreven
                    aan welke regels de begroting en jaarstukken minimaal dienen te voldoen. Verder
                    dienen de financiële handelingen te passen binnen de door de raad geautoriseerde
                    begroting. </al><al>Handelingen en beslissingen van niet-financiële aard, bijvoorbeeld in relatie
                    tot de arbeidsomstandighedenwet of de privacywetgeving, vallen buiten de
                    reikwijdte van de rechtmatigheidscontrole door de accountant. Dat geldt niet als
                    er indicaties zijn van tekortkomingen die belangrijke financiële risico's
                    opleveren. Onrechtmatigheden die de tolerantiegrenzen overschrijden, zullen
                    leiden tot een niet-goedkeurende accountantsverklaring. De accountant toetst
                    handelingen en beslissingen van niet-financiële aard niet inhoudelijk, dus niet
                    met behulp van onderliggende bescheiden</al><al>In bepaalde situaties kan sprake zijn van een grijs gebied. Dit komt vooral voor
                    bij nieuwe regelgeving, zoals de richtlijnen voor Europese aanbesteding. Het
                    begrip 'rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole' heeft een
                    duidelijke onveranderlijke kern, maar de randen kunnen in beweging zijn.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Minimumeisen accountantscontrole</tussenkop><al>De accountantscontrole is gericht op het ontdekken van belangrijke fouten. De
                    accountant maakt hiervoor bij zijn controle onder meer gebruik van toleranties,
                    risicoanalyse en statistische berekeningen. In het Besluit accountantscontrole
                    gemeenten zijn de minimumeisen aan de accountantscontrole gegeven. In paragraaf
                    4 komen de mogelijkheden van de raad aan de orde om deze minimumeisen scherper
                    te stellen.</al><al>In de accountantscontrole bestaan twee gangbare begrippen die de marge voor
                    controle en rapportering aangeven: de goedkeuringstolerantie en de
                    rapporteringstolerantie. Deze toleranties gelden zowel voor het getrouwe beeld
                    als voor de rechtmatigheid.</al><al>Niet iedere fout of onzekerheid zal leiden tot een niet-goedkeurende
                    accountantsverklaring, alleen al omdat de accountant niet iedere afzonderlijke
                    financiële transactie controleert. Aangezien de accountant niet alles
                    controleert moet hij een bepaalde fouten- en onzekerheidsmarge hanteren. Deze
                    marge wordt de goedkeuringstolerantie genoemd. </al><al><onderstreept>Goedkeuringstolerantie: </onderstreept>De goedkeuringstolerantie
                    is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de
                    controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat
                    de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers
                    wordt beïnvloed.</al><al>Voor de goedkeuringstolerantie wordt onderscheid gemaakt tussen fouten en
                    onzekerheden:</al><al><onderstreept>Fouten</onderstreept><onderstreept>:</onderstreept> Een fout in de
                    jaarrekening kan bijvoorbeeld ontstaan doordat jaarrekeningposten onvolledig
                    zijn opgenomen (bijvoorbeeld het achterwege laten van een voorziening voor groot
                    onderhoud aan het gemeentehuis) of dat de toelichting niet toereikend is
                    (vanwege strijdigheid met het Besluit begroting en verantwoording gemeenten), of
                    dat de waarderingsgrondslag onjuist is (vanwege strijdigheid met het Besluit
                    begroting en verantwoording gemeenten). </al><al><onderstreept>Onzekerheden:</onderstreept> Een onzekerheid in de controle kan
                    bijvoorbeeld ontstaan door gebreken in de interne controle, waardoor het
                    achteraf niet meer vast te stellen is of bijvoorbeeld een bepaalde uitgave
                    rechtmatig heeft plaatsgevonden of bepaalde baten volledig zijn
                    verantwoord.</al><al>Indien een niet-goedkeurende accountantsverklaring wordt gegeven zijn er drie
                    mogelijkheden: een verklaring met beperking, een verklaring van
                    oordeelonthouding en een afkeurende verklaring. Het soort accountantsverklaring
                    is afhankelijk van de fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle. </al><al>In de Gemeentewet staat dat de accountant behalve de accountantsverklaring ook
                    een verslag van bevindingen opstelt. In dit verslag moet de accountant onder
                    meer fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen die geen
                    invloed hebben op de strekking van de accountantsverklaring, maar die wel van
                    zodanig belang zijn dat deze aan de raad moeten worden gerapporteerd. Bij
                    overschrijding van de rapporteringstolerantie(s) wordt gerapporteerd in het
                    verslag van bevindingen.</al><al><onderstreept>De rapporteringstolerantie(s):</onderstreept> is een bedrag dat
                    gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de
                    goedkeuringstolerantie. Indien de raad in de opdrachtverstrekking aan de
                    accountant géén nadere rapporteringstolerantie(s) voorschrijft, dan zijn de
                    rapporteringstolerantie(s) gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de
                    goedkeuringstolerantie.</al><tussenkop>Paragraaf 4 Keuzemogelijkheden van de raad</tussenkop><al>De minimumeisen die aan de accountantsverklaring worden gesteld, hebben te maken
                    met de goedkeuringstoleranties en de rapporteringstoleranties. De
                    keuzemogelijkheden van de raad hebben hier dan ook betrekking op.</al><al>De goedkeuringstolerantie kan alleen voor de gehele jaarrekening gelden, er
                    kunnen geen verschillende goedkeuringstoleranties voor onderdelen worden
                    gehanteerd. Wel kan - indien voor bepaalde onderdelen van de gemeente een
                    afzonderlijke verantwoording (deelverantwoording) wordt opgesteld - een
                    strengere goedkeuringstolerantie voor de deelverantwoording worden geëist.</al><al>Het is essentieel dat de raad een afweging maakt over de rapporteringtoleranties
                    van bepaalde programma's of delen van de organisatie. De raad heeft immers de
                    verantwoordelijkheid om de activiteiten binnen de gemeente en de jaarrekening
                    van de gemeente te analyseren en afwegingen te maken over de gewenste informatie
                    die van de accountant wordt verlangd. De raad heeft als opdrachtgever de
                    mogelijkheid om voor delen van de jaarrekening met de accountant lagere
                    rapporteringstoleranties overeen te komen.</al><al>Toelichting op de artikelen</al><tussenkop>Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole</tussenkop><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan
                    de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag (artikel 197, lid 1 Gemeentewet). Voor het overleggen van deze
                    stukken aan de raad, moet de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn
                    gecontroleerd (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De accountant controleert de
                    jaarrekening in opdracht van de raad. Het is dan ook de raad die de accountant
                    aanwijst (artikel 213, lid 2 Gemeentewet). De raad is echter niet het
                    bestuursorgaan dat de overeenkomst met de accountant ondertekent. Het is de
                    burgemeester die de overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant
                    moet sluiten. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte,
                    luidt het eerste lid van artikel 171 Gemeentewet.</al><al>Het zevende lid van artikel 213 Gemeentewet zegt dat de bevoegde accountant in
                    gemeentelijke dienst kan worden aangesteld. Wel dient dan de benoeming,
                    schorsing en het ontslag van de accountant door de raad te geschieden.</al><al>Het eerste lid legt de periode van de verbintenis met de accountant voor de
                    controle van de jaarrekening vast. De periode van de verbintenis met de
                    accountant impliceert niet dat daarna van accountant wordt gewisseld. De
                    accountant maakt bij de nieuwe aanbesteding wederom kans op de opdracht. Een
                    raad die per periode wil wisselen van controlerend accountant zal hierbij met de
                    aanbesteding rekening moeten houden, door de controlerend accountant van de
                    afgelopen periode uit te sluiten.</al><al>Het tweede lid regelt dat het Audit Committee verantwoordelijk is voor de
                    uitvoering van de aanbesteding van de accountantscontrole van de jaarrekening.
                    De aanbestedingsleidraad van gemeente Oost Gelre wordt hierbij gehanteerd. In
                    het artikel is opgesomd welke punten in de aanbestedingsleidraad worden
                    besproken.</al><al>De minimumeisen voor de accountantscontrole zijn opgenomen in het Besluit
                    accountantscontrole gemeenten dat krachtens het zesde lid van artikel 213
                    Gemeentewet is vastgesteld. De controle- en rapporteringstoleraties worden
                    conform het controleprotocol welke jaarlijks door de raad wordt vastgesteld,
                    gevolgd. Het Audit Committee geeft aan waar de accountant specifiek aandacht aan
                    dient te besteden. Het controleprotocol is ondergeschikt aan de regels in het
                    Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado).</al><tussenkop>Artikel 3. Informatieverstrekking door college</tussenkop><al>In lid 1 wordt de verantwoordelijk van het college om de jaarrekening en het
                    jaarverslag samen te stellen benadrukt. Daarnaast is het college
                    verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de raad geëiste
                    deelverantwoordingen. </al><al>Het tweede lid draagt aan het college op de achterliggende bescheiden goed
                    toegankelijk ter inzage aan de accountant beschikbaar te stellen. Het derde lid
                    verplicht het college een verklaring af te geven aan de accountant, waarin het
                    college verklaart geen informatie die van belang is voor de beoordeling van de
                    jaarrekening, te hebben achtergehouden. </al><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan de raad. Het tweede lid van artikel 197 Gemeentewet bepaalt
                    echter, dat het college bij de overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag aan de raad, daarbij moet toevoegen de accountantsverklaring en het
                    verslag van bevindingen.</al><tussenkop>Artikel 4. Uitvoering controle</tussenkop><al>Dit artikel regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de accountant en het college
                    ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole. </al><al>De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van de
                    accountantscontrole en mag onaangekondigd controles uitvoeren. Het college is
                    hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole
                    periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en verschillende
                    vertegenwoordigers van de gemeente. Daarnaast is de uitwisseling van informatie
                    gewenst over de aandachtsgebieden.</al><tussenkop>Artikel 5. Toegang tot informatie</tussenkop><al>Om een goede controle uit te voeren moet de accountant onbelemmerd onderzoek
                    kunnen doen. Dit met in achtneming van de afspraken die zijn gemaakt zoals
                    neergelegd in de aanbestedingsleidraad en het controleprotocol. Het artikel legt
                    aan het college de plicht op om er voor te zorgen dat de accountant een
                    onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren en informatiedragers van de
                    gemeente en de ambtenaren van de gemeente volledig meewerken aan de
                    accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 6. Overige controles en opdrachten</tussenkop><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                    gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. De aanwijzing van de
                    accountant voor dit soort accountantscontroles is een bevoegdheid van het
                    college. </al><al>Het college kan "advieswerkzaamheden" zoals de verbetering van de
                    administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant
                    uitbesteden. Hierdoor kan de onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de
                    accountant ten aanzien van zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding
                    komen. Op de loer liggende belangenverstrengeling tussen college en accountant
                    kan mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de
                    jaarrekening. Hetzelfde geldt voor die gevallen waarbij de accountant bij de
                    accountantscontrole zijn eigen werk moet controleren. Er moet op worden
                    toegezien dat de onafhankelijkheid van de accountant niet in het geding
                    komt.</al><tussenkop>Artikel 7. Rapportering</tussenkop><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering van
                    de accountant aan de raad en het college. Artikel 7 regelt aanvullende zaken
                    aangaande de rapportering over de door de accountant uitgevoerde controles.
                    Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening, verricht de accountant
                    meestal andere (deel)controles. </al><al>Het eerste lid regelt dat het college in elk geval bij geconstateerde
                    afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet afgeven van een
                    goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift krijgt van de
                    schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Dit opdat het college (in overleg
                    met de raad en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan
                    treffen. </al><al>Het tweede lid van artikel 7 regelt dat de accountant een rapportage uitbrengt
                    van kleine afwijkingen en tekortkomingen, die weliswaar niet leiden tot het niet
                    afgeven van een goedkeurende verklaring. De rapportage wordt (in ieder geval)
                    uitgebracht aan de betrokken ambtenaar, het hoofd van de dienst, de controller
                    en het hoofd financiën. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om opmerkingen over
                    (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve
                    organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het management van de
                    gemeente kunnen worden opgelost. </al><al>Lid 3 is opgenomen ten behoeve van de procedure van hoor en wederhoor. De
                    constateringen in het verslag van bevindingen en de accountantsverklaring worden
                    door de accountant besproken met het college, alvorens deze worden verzonden aan
                    de raad. Het geeft het college de mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de
                    constateringen.</al><al>Tot slot is in het vierde lid van dit artikel opgenomen dat de accountant zijn
                    verslag van bevindingen aan het Audit Committee mondeling toelicht alvorens de
                    raadsbehandeling van dit stuk.</al><tussenkop>Artikel 8. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 213
                    Gemeentewet opgestelde verordening. Deze verordening treedt in werking per 1
                    januari 2017. De oude verordening blijft nog van kracht op de jaarrekening van
                    2016.</al><tussenkop>Artikel 9. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al><tussenkop>Vaststelling</tussenkop><tussenkop>De ondertekening van uitgaande stukken van de raad door de burgemeester
                    is in het nieuwe duale bestel gehandhaafd (artikel 75, lid 1 Gemeentewet). Door
                    de komst van de griffier zijn de taken van de gemeentesecretaris gewijzigd. De
                    secretaris hoeft niet meer aanwezig te zijn bij de vergaderingen van de raad.
                    Deze taak wordt overgenomen door de griffier (artikel 107b Gemeentewet). Door
                    deze wijziging is het niet meer de secretaris, die alle uitgaande stukken van de
                    raad mede ondertekent. De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raadsvergaderingen medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</tussenkop></bijlage></regeling></body></cvdr>