<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Visie Beschut Werk Regio Midden-Limburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 183275</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Visie Beschut Werk Regio Midden-Limburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>VISIE BESCHUT WERK REGIO MIDDEN-LIMBURG</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>SAMENVATTING </label></kop><structuurtekst><al>In deze regio hebben we de voorziening van beschut werk in de
                            verordening opgenomen. In de afgelopen periode hebben we ons erop
                            gericht om beschut werk verder uit te werken en besloten de mogelijkheid
                            van beschut werk in de regio in te voeren. </al><al/><al>Uitgaande van het ontwikkelperspectief van personen, zijn we regionaal
                            voorstander van alternatieven waarin mensen die niet zelfstandig op een
                            reguliere werkplek kunnen werken, toch onder beschermde omstandigheden
                            aan de slag zijn. Dit realiseren we door bijvoorbeeld
                            loonkostensubsidie, extra begeleiding, werkontwikkeling en of
                            detachering. We zullen daarom instrumenten inzetten die passend zijn.
                            Dat wil zeggen tegemoetkomen aan de begeleidingsbehoefte van de
                            doelgroep en passend bij de vraag van de werkgever of maatschappij.
                            Indien andere voorzieningen passend zijn, is beschut werk niet aan de
                            orde. Beschut werk heeft een structureel karakter. Er worden daarom een
                            beperkt aantal plekken gerealiseerd, maar als beschut werk passend is,
                            zal dat worden ingezet.</al><al/><al>In deze regio wordt eerst gekeken naar alternatieven voordat een
                            definitief advies voor beschut werk wordt aangevraagd bij het UWV. </al><al/><al>Bij de uitwerking van beschut werk zijn we uitgegaan van de volgende
                            uitgangspunten:</al><lijst><li nr="•"><al>We bieden de mogelijkheid tot beschut werk;</al></li><li nr="•"><al>Beschut werk is onderdeel van een palet aan voorzieningen die
                                    mensen ondersteunen bij de ontwikkeling naar werk;</al></li><li nr="•"><al>Naast de invoering van beschut werk worden ook voorliggende en
                                    alternatieve voorzieningen uitgewerkt die passen bij de behoefte
                                    aan de ontwikkeling van en naar werk. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>INLEIDING </label></kop><structuurtekst><al>De Participatiewet heeft tot doel om meer mensen, ook mensen met een
                            arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. Met de inwerkingtreding van de
                            Participatiewet per 1 januari 2015 is de toegang tot de Wet sociale
                            werkvoorziening (Wsw) afgesloten voor nieuwe instroom. De mensen die op
                            31 december 2014 op een Wsw-dienstbetrekking werkzaam waren, hebben hun
                            rechten en plichten behouden. Voor de Wajong geldt dat deze vanaf 1
                            januari 2015 alleen nog een uitkering biedt aan mensen die ten gevolgen
                            van ziekte of gebrek volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn op het
                            moment van het betreden van de arbeidsmarkt. De gemeente is
                            verantwoordelijk geworden voor de mensen met arbeidsvermogen die
                            voorheen een beroep op de Wsw of Wajong zouden doen.</al><al/><al>De Participatiewet geeft de gemeenten een aantal instrumenten om te
                            zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt
                            kunnen vinden. Zo kunnen gemeenten loonkostensubsidie inzetten om een
                            werkgever te compenseren voor het verschil tussen de loonsom en de
                            productiviteit (loonwaarde) van een werknemer met een arbeidsbeperking.
                            Daarnaast krijgen gemeenten ruimte om een nieuwe vorm van
                                <cursief>beschut werk </cursief>te organiseren voor personen die
                            door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een
                            zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig
                            hebben, dat van een reguliere werkgever niet mag worden verwacht dat hij
                            deze mensen in dienst neemt. </al><al/><al>De gemeenten hebben binnen het raamwerk van de Participatiewet op veel
                            terreinen keuzevrijheid bij de beleidsbepaling en de uitvoering van deze
                            wet. Gemeenten zijn verplicht om beleid te maken op ‘beschut werk’ en
                            een verordening vast te stellen. Bij de uitwerking van dit instrument
                            heeft de gemeente echter op twee dimensies keuzevrijheid:</al><lijst><li nr="•"><al>Het al dan niet inzetten van het instrument beschut werk;</al></li><li nr="•"><al>Het formuleren van aanvullende criteria vanuit het gemeentelijk
                                    beleid. Zo kan de gemeente bijvoorbeeld een plafond aan het
                                    aantal beschut werkplekken stellen.</al></li></lijst><al/><al>In de arbeidsmarktregio Midden-Limburg hebben we gezamenlijk een
                            verkenning gedaan naar beschut werk nieuw: de kenmerken, de
                            mogelijkheden, de afwegingen, de risico’s etc. Deze verkenning is
                            uiteengezet en vertaald naar een visie voor de regio. Bij het tot stand
                            komen van deze visie staat meedoen van mensen in de maatschappij
                            centraal. Dit betekent dat we uitgaan van het individu, achterhalen
                            welke mogelijkheden er zijn en op basis van zijn persoonlijke
                            omstandigheden bepalen welke ondersteuning het beste past. De
                            transformatie van het sociale domein speelt hierin een belangrijke rol. </al><al/><al>Gemeenten zijn ook vanaf 2015 verantwoordelijk geworden voor ongeveer
                            dezelfde groep mensen met een beperking waarbij ondersteuning in de vorm
                            van o.a. WMO/AWBZ-begeleiding of-dagbesteding vanuit een zorgperspectief
                            plaatsvindt. We zoeken nadrukkelijk de verbinding daar waar dat
                            ondersteunend kan werken aan de doelgroep. </al><al/><al>Daarnaast is financiën een belangrijke factor geweest bij de
                            visievorming. De invulling van beschut werk is relatief duur met een
                            groot financieel risico en een langdurige verplichting. De toekenning
                            van beschut werk nieuw is bovendien vaak onomkeerbaar. De persoon die
                            geïndiceerd is voor beschut werk behoudt het recht op een beschut werk
                            dienstverband. Het beperkt daardoor de ruimte om andere mensen in de
                            bijstand participatie-ondersteuning te bieden. Daarnaast moeten
                            gemeenten al fors bijleggen op de loonkosten van de bestaande sociale
                            werkvoorziening. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>1.Leeswijzer </label></kop><structuurtekst><al>In hoofdstuk 2 wordt de wettelijke grondslag voor het aanbieden van
                                beschut werk nader toegelicht. In hoofdstuk 3 gaan we in op de visie
                                en de uitgangspunten die we daarbij gehanteerd hebben. In hoofdstuk
                                4 worden de contouren van beschut werk uiteengezet. Hoofdstuk 5
                                beschrijft op hoofdlijnen het financieel kader. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>BESCHUT WERK NIEUW </label></kop><afdeling><kop><label>2.1 Wat is beschut werk? </label></kop><structuurtekst><al>In de Participatiewet staat in artikel 10b de
                                participatievoorziening beschut werk omschreven. Beschut werk is
                                werk in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden. Er
                                is sprake van beschut werk als aan onderstaande voorwaarden is
                                voldaan: </al><lijst><li nr="•"><al>het college draagt op basis van haar eigen voorselectie
                                        mensen voor een advies beschut werk voor bij het UWV;</al></li><li nr="•"><al>het UWV geeft een positief advies beschut werk af;</al></li><li nr="•"><al>het college besluit vervolgens dat de betreffende persoon
                                        uitsluitend beschut kan werken;</al></li><li nr="•"><al>het college zorgt ervoor dat de betreffende persoon met een
                                        dienstbetrekking op een beschut werkplek wordt geplaatst.
                                        (artikel 10b Participatiewet). </al></li></lijst><tussenkop> Dienstbetrekking</tussenkop><al>Beschut werk heeft de vorm van een specifieke dienstbetrekking.
                                    Op een beschut werk dienstbetrekking is het arbeids- of
                                    ambtenarenrecht van toepassing. Het hebben van een
                                    dienstbetrekking betekent dat de persoon in dienst is bij een
                                    werkgever en loon krijgt voor de arbeid die hij gedurende zekere
                                    tijd verricht. Hoe de dienstbetrekking wordt georganiseerd,
                                    behoort tot de beleidsvrijheid van gemeenten. Regionaal is
                                    afgesproken dat de SW bedrijven beschut werk uitvoeren. </al><tussenkop> Advies UWV</tussenkop><al>Als het college wil vaststellen dat iemand uitsluitend in een
                                    beschutte omgeving mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft,
                                    vraagt zij advies aan het UWV (artikel 10b lid 2
                                    Participatiewet). Het UWV adviseert op basis van landelijke
                                    criteria, die zijn vastgelegd in het Besluit advisering beschut
                                    werk, of een persoon tot de doelgroep beschut werk behoort.
                                </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>2.2 Voor wie is beschut werk bedoeld? </label></kop><structuurtekst><tussenkop> Doelgroep</tussenkop><al>Tot de doelgroep beschut werk behoren mensen met arbeidsvermogen
                                    die (nog) niet in een reguliere baan kunnen werken, ook niet met
                                    extra begeleiding en ondersteuning, maar uitsluitend in een
                                    beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden
                                    tot arbeidsparticipatie hebben. Het gaat om mensen die door hun
                                    lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanig
                                    hoge mate van (structurele) begeleiding of aanpassing van de
                                    werkplek nodig hebben, dat niet van een werkgever mag worden
                                    verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt. </al><tussenkop> Productiviteit</tussenkop><al>Of iemand in aanmerking komt voor beschut werk zegt niets over
                                    de mate van productiviteit van deze persoon. Beschut werk is
                                    juist bedoeld voor mensen die met (structurele) ondersteuning of
                                    aanpassing van de werkplek wel in staat zijn om loonvormende
                                    arbeid te verrichten. Deze toetsing vindt plaats door het UWV,
                                    op grond van landelijke criteria. </al><tussenkop> Verschil met Wsw</tussenkop><al>De doelgroep beschut werk onder de Participatiewet is beperkter
                                    dan de Wsw-doelgroep. Dat komt omdat tot de Wsw-doelgroep ook
                                    mensen horen die (met begeleiding) wel bij een reguliere
                                    werkgever kunnen werken. Denk hierbij aan begeleid werken of een
                                    individuele- of groepsdetachering. Dit betreft ongeveer 2/3 van
                                    de huidige Wsw’ers. De inschatting is dat ongeveer 1/3 van de
                                    Wsw’ers uitsluitend beschut kan werken. Deze laatste groep is
                                    vergelijkbaar met de doelgroep beschut werk volgens de
                                    Participatiewet. De beoordelingscriteria voor beschut werk onder
                                    de Participatiewet zijn dan ook strenger dan die onder de Wsw.
                                </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. Regionale) visie op beschut werk nieuw</label></kop><structuurtekst><al>Zoals reeds aangegeven is in de regio Midden-Limburg gezamenlijk een
                            verkenning gedaan naar beschut werk nieuw. Deze verkenning is
                            uiteengezet en vertaald naar een visie voor de regio. De transformatie
                            van het sociale domein heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. De
                            Participatiewet is slechts één onderdeel van het sociaal domein; er zijn
                            grote raakvlakken met het beleid ten aanzien van de overige
                            decentralisaties (Wmo en Jeugd). Er wordt gewerkt vanuit de
                            overkoepelende werkwijze “één gezin, één plan, één regisseur".
                            Doorstroom naar werk moet ook toegankelijk zijn voor mensen die
                            ondersteuning krijgen vanuit WMO. Andersom moet het gebruik van
                            (arbeidsmatige) dagbesteding ook mogelijk zijn mensen voor wie werk niet
                            haalbaar is. Bij het tot stand komen van deze visie is nauw samengewerkt
                            met de SW-bedrijven De Risse en Westrom. De SW-bedrijven werken al samen
                            met de zorgaanbieders die dagbestedingstrajecten aanbieden. Er wordt
                            samengewerkt op het gebied van acquisitie van opdrachten en organiseren
                            van uitvoering en begeleiding. Vanuit de gemeente wordt deze
                            samenwerking gestimuleerd en gefaciliteerd. Er wordt geïnvesteerd op een
                            grotere kennis van de doelgroep. Daarbij focussen we op de
                            mogelijkheden, de behoefte en efficiënte aanpak om de doelstellingen te
                            bereiken. </al><al/><al>Beschut werk is uitgebreid besproken in de vergaderingen van de
                            stuurgroep Regionaal Arbeidsmarktbeleid (RAB). De stuurgroep heeft
                            aangegeven beschut werk te willen uitwerken en invoeren. Daarbij zijn
                            een paar uitgangspunten benoemd die leidend zijn geweest bij de verdere
                            uitwerking van de visie.</al></structuurtekst><afdeling><kop><label>3.1 Uitgangspunten </label></kop><structuurtekst><al>De onderstaande uitgangspunten zijn gehanteerd bij de vorming van
                                beschut werk:</al><lijst><li nr="-"><al>Beschut werk als “last resort” </al></li><li nr="-"><al>Uitvoering budgetneutraal</al></li><li nr="-"><al>Uitvoering door SW-bedrijven</al></li><li nr="-"><al>Uitwerking beschut werk conform juridische kaders</al></li></lijst><tussenkop> • Beschut werk als “last resort” </tussenkop><al>Beschut werk in deze regio wordt ingezet als last resort. Op het
                                    moment dat andere vormen van werkontwikkeling op korte termijn
                                    niet leiden tot een structurele reguliere werkplek wordt
                                    onderzocht of beschut werk passend is. Mensen die in aanmerking
                                    zouden kunnen komen voor beschut werk, doorlopen daarom eerst de
                                    reguliere procedure in de ontwikkeling naar werk. Blijkt dat
                                    regulier werk, ondanks de ondersteuning, niet bereikbaar is,
                                    maar is de persoon wel in staan om een minimaal aantal uren
                                    onder begeleiding loon vormende arbeid te verrichten, dan wordt
                                    onderzocht of de persoon behoort tot de doelgroep beschut werk.
                                    Daarbij wordt ook onderzocht of de voorziening beschut werk het
                                    meest passend is voor deze persoon. Daarna wordt bepaald voor
                                    welke duur en de voorziening beschut werk als passend wordt
                                    ervaren. </al><al/><al>Een voorziening beschut werk kan passend zijn voor de persoon
                                    die dusdanige structurele begeleiding en ondersteuning nodig
                                    heeft bij het uitvoeren van werk binnen een dienstverband dat
                                    deze begeleiding alleen georganiseerd kan worden binnen de
                                    voorziening beschut werk. Omdat de voorziening beschut werk
                                    bestaat uit het werken binnen een dienstverband, stellen we als
                                    uitgangspunt dat de persoon in staat moet zijn om minimaal 2
                                    dagen per week te kunnen werken. Op deze wijze wordt ook een
                                    onderscheid gemaakt met de voorziening dagbesteding in de WMO.
                                    Voor personen die minder dan 2 dagen kunnen werken, achten wij
                                    de voorziening beschut werken niet passend. Behoort de persoon
                                    tot de doelgroep dan zal het UWV de persoon toetsen en een
                                    indicatie beschut werk afgeven. Indien het UWV een indicatie
                                    afgeeft, zal de gemeente een dienstverband beschut werk moeten
                                    vormgeven. </al><tussenkop> • Uitvoering budgetneutraal</tussenkop><al>De kosten voor beschut werk bestaan uit 2 delen. De loonkosten
                                    en de begeleidingskosten. </al><al>De loonkosten zijn afhankelijk van de CAO en de uren van het
                                    dienstverband. De uitvoeringskosten van het dienstverband en de
                                    begeleidingskosten zijn afhankelijk van de manier waarop het
                                    georganiseerd wordt. De loonkosten zijn afhankelijk van het
                                    aantal uren dienstverband. Bij beschut werk wordt uitgegaan van
                                    een dienstverband van maximaal 25 uur. Na afgifte van de
                                    indicatie beschut werk is de inzet structureel en lopen de
                                    financiële verplichtingendoor. In het laatste hoofdstuk is
                                    het financieel kader toegelicht. </al><tussenkop> • Uitvoering door SW-bedrijven</tussenkop><al>De stuurgroep RAB heeft aangegeven dat de uitvoering beschut
                                    werk moet worden uitgevoerd, door de SW-bedrijven. SW bedrijven
                                    hebben als kerntaak het organiseren en begeleiden van
                                    werkzaamheden. De keuze voor SW-bedrijven sluit aan bij een
                                    geïntegreerde uitvoering. Doordat zij ook werkontwikkeling
                                    begeleiden en de toetsing van loonwaarde voor loonkostensubsidie
                                    uitvoeren, hebben zij veel kennis van zaken over uitvoering als
                                    ook over de mogelijkheden van de doelgroep en de inzet van
                                    instrumenten. De regie voor de inzet ligt bij de gemeente. De
                                    SW-bedrijven adviseren daarbij, organiseren en voeren uit. </al><al>In de uitvoering maken de SW bedrijven maximaal gebruik van de
                                    mogelijkheden en begeleiding van samenwerkingspartners uit de
                                    zorg en maatschappelijke middenveld. </al><tussenkop> • Uitwerking beschut werk conform juridische kaders:</tussenkop><al>De kaders van beschut werk zijn opgenomen in de
                                    re-integratieverordening. De huidige re-integratieverordening
                                    wordt op onderdelen aangepast aan de voorgestelde uitvoering.
                                    Ook zal het college nadere regels vaststellen ten aanzien van de
                                    uitvoering van beschut werk en de voorselectie.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4. Contouren beschut werk</label></kop><structuurtekst><al>In het voorgaande hoofdstuk hebben we de visie en de uitgangspunten die
                            daarbij gehanteerd zijn beschreven. In dit hoofdstuk wordt de verdere
                            uitwerking van de visie uiteengezet. Deze uitwerking is tevens in de
                            stuurgroep RAB behandeld en heeft tot de volgende besluiten geleid:</al><lijst><li nr="1."><al>Gemeentes in de regio stemmen in met het invullen van beschut
                                    werk als structurele voorziening voor mensen die uitsluitend op
                                    beschut werk zijn toegewezen. </al></li><li nr="2."><al>De afzonderlijke gemeentes bepalen zelf hoeveel plekken beschut
                                    werkplekken ze ter beschikking stellen. </al></li><li nr="3."><al>Gemeentes in de regio werken met de SW-bedrijven voorzieningen
                                    uit die voorliggend of als alternatief voor beschut werk kunnen
                                    dienen. </al></li><li nr="4."><al>Bij de uitwerking van voorzieningen voor de ontwikkeling voor
                                    werk wordt nadrukkelijk gekeken naar de lokale afstemming met de
                                    uitvoering WMO. </al></li></lijst></structuurtekst><paragraaf><kop><label>• Doel van de participatiewet</label></kop><structuurtekst><al>Zo veel mogelijk mensen gaan aan slag bij reguliere bedrijven.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>• Hoe wordt dit doel bereikt?</label></kop><structuurtekst><al>Mensen worden begeleid naar reguliere arbeid. Voor mensen die niet
                                regulier aan de slag kunnen, maar die wel arbeidsvermogen hebben
                                passen we maatwerk toe. Daartoe hebben we verschillende instrumenten
                                ter beschikking. Ter onderscheid met beschut werk, noemen wij de
                                vormen van dienstbetrekking <vet>beschermd werk.</vet> Beschermd
                                werk kent verschillende vormen en wordt veelal uitgevoerd door de
                                SW-bedrijven. Gedurende de looptijd van beschermd werk kan men
                                werken met behoud van uitkering of een dienstverband hebben. De
                                loon- en begeleidingskosten worden betaald vanuit het BUIG-budget
                                (loonkostensubsidie) en Participatiebudget
                                (begeleidingskosten).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>• Doel van Beschermd werk</label></kop><structuurtekst><al>Beschermd werk wordt ingezet om mensen naar werk te ontwikkelen dan
                                wel om de mogelijkheden van mensen in kaart te brengen of te
                                vergroten. Door de inzet van dit instrument krijgt werkgever een
                                goed, gedegen inzicht op de mogelijkheden van de werknemer. Zo lang
                                als nodig maar maximaal 23 maanden, afhankelijk van de
                                ontwikkelingen van de werknemer, stroomt de werknemer uit naar een
                                reguliere werkgever. Hierbij kan een van de
                                re-integratieinstrumenten ingezet worden (bijvoorbeeld
                                loonkostensubsidie). Wij kiezen dus ervoor om pas na een traject te
                                bepalen of iemand voor een indicatie beschut werk wordt
                                voorgedragen. Tot die tijd worden andere mogelijkheden onderzocht.
                                Zowel richting betaald werk als richting arbeidsmatige dagbesteding.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>• Beschut werk</label></kop><structuurtekst><al>Blijkt na maximaal 23 maanden dat via het maatwerk uitstroom naar
                                werk niet mogelijk is en dat arbeidsmatige dagbesteding gezien het
                                niet het juiste instrument is dan wordt aan het UWV een indicatie
                                aangevraagd om beschut werk als instrument in te zetten. Beschut
                                werk wordt nadrukkelijk gezien als een vangnet voor die personen
                                waar de andere instrumenten niet passend zijnen de beperkingen
                                zodanig stabiel zijn dat beschut werk passend is. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Financieel kader</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente ontvangt middelen om mensen uit de bijstandsregelingen te
                            begeleiden naar werk. Ook ontvangen we middelen voor mensen met een
                            SW-dienstverband. De participatiemiddelen en de middelen voor de Wsw
                            worden via de integratie-uitkering Sociaal domein van het gemeentefonds
                            aan de gemeenten toegekend. Hierin zijn ook de middelen voor de Wmo en
                            de jeugdzorg opgenomen. De middelen van de integratie-uitkering Sociaal
                            domein zijn voor de gemeentes geheel vrij besteedbaar voor alle
                            gemeentelijke taken.</al><al/><al>Voor de financiering van het instrument beschut werk zijn de volgende
                            middelen per jaar beschikbaar: </al><lijst><li nr="•"><al>middelen voor loonkostensubsidie in het I-deel
                                    (BUIG-budget);</al></li><li nr="•"><al>middelen voor begeleiding en de inzet van werkvoorzieningen in
                                    het Participatiebudget;</al></li><li nr="•"><al>middelen van de impuls beschut werk (tijdelijk);</al></li><li nr="•"><al>vanaf 2017 het Lage Inkomens Voordeel (LIV).</al></li></lijst></structuurtekst><paragraaf><kop><label>• Middelen voor loonkostensubsidie (I-deel) </label></kop><structuurtekst><al>Gemeenten kunnen voor de financiering van beschut werk
                                loonkostensubsidie inzetten. Bij de berekening van het macrobudget
                                voor het I-deel is hiermee rekening gehouden; er is uitgegaan van
                                een loonwaarde van 30% van het wettelijk minimumloon (Wml). Derhalve
                                is er bij een voltijdbaan voor de loonkostensubsidie 70% Wml, dat
                                wil zeggen € 14.000 per werkplek beschikbaar in de financiering. Een
                                hogere feitelijke loonwaarde doet hier niets aan af en kan door de
                                gemeente naar eigen inzicht worden ingezet. Aansluiting bij een
                                hoger cao-loon dan het Wml betekent dat de werkgever het meerdere
                                voor eigen rekening neemt. Op grond van de Participatiewet moeten de
                                loonwaarde en de loonkostensubsidie eens per drie jaar worden
                                vastgesteld. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>• Middelen voor begeleiding en inzet van werkvoorzieningen ( Participatiebudget) </label></kop><structuurtekst><al>De kosten voor begeleiding en werkplekaanpassing worden uit het
                                Participatiebudget betaald. Hiervoor is door het kabinet gerekend
                                met een gemiddeld bedrag van € 8.500 per werknemer per jaar. Voor de
                                verdeling van deze middelen over gemeenten wordt tot en met 2017 als
                                verdeelsleutel het gemeentelijk aandeel in de historische instroom
                                in de werkregeling van de Wajong en de wachtlijst Wsw gebruikt. In
                                de aanloop naar 2018 zal deze verdeelsleutel opnieuw worden bezien,
                                in het licht van de opname van de integratie-uitkering sociaal
                                domein in de algemene uitkering van het gemeentefonds. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>• Impuls beschut werk (tijdelijke stimuleringsregeling)</label></kop><structuurtekst><al>In de periode 2016-2020 is er € 100 miljoen extra beschikbaar om
                                gemeenten te stimuleren beschut werkplekken te realiseren. Gemeenten
                                ontvangen achteraf op basis van daadwerkelijk gerealiseerde beschut
                                werkplekken de extra middelen. Dit gaat volgens het principe één
                                persoon is gelijk aan één plek, ongeacht het aantal uren dat deze
                                persoon op een beschut werkplek werkt. Hierbij wordt gedacht aan een
                                bedrag van circa € 3.000 per gerealiseerde beschut werkplek (op
                                grond van artikel 10b Participatiewet) per jaar voor een tijdelijke
                                periode van 5 jaar. Als blijkt dat gemeenten meer beschut
                                werkplekken realiseren dan waarmee in de ramingen rekening is
                                gehouden, wordt dit bedrag navenant verlaagd. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Vanaf 1 januari 2017 het Lage Inkomens Voordeel </label></kop><structuurtekst><al>Het Lage Inkomensvoordeel (LIV) gaat gelden wanneer een werknemer
                                tussen de 100 en 120% van het Wml verdient; daarmee geldt het LIV
                                ook voor beschut werk. Het moet daarbij gaan om een baan waarin de
                                werknemer tenminste 1248 uur per jaar werkt (24 uur per week). Het
                                voordeel bedraagt € 2.000 per fte per jaar bij een loon tussen de
                                100 en 110% Wml, en € 1.000 per fte per jaar bij een loon tussen 110
                                en 120% Wml. Bij deeltijd wordt het LIV naar rato verlaagd. Het LIV
                                is structureel. </al><al/><al><cursief>Baten en lasten op een rij per persoon per jaar:
                                </cursief></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Ontvangsten van het Rijk </vet>(excl.
                                                  tijdelijke stimuleringsregeling en LIV)</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Wat zijn de werkelijke kosten?</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>•BUIG-budget (LKS) € 14.000 </al><al>•P-budget (begeleidingskosten € 8.500</al><al>Totaal: € 22.500</al></entry><entry colname="col2"><al>•Kosten 80% Wml: € 19.200</al><al>•Kosten begeleiding: € 6.000</al><al>•<cursief>Inverdiencapaciteit: -/-€ 2.200
                                                  (afhankelijk van de
                                                  arbeidsproductiviteit</cursief><vet><cursief>)</cursief></vet></al><al>Totaal: € 23.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>