<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429522_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-177089.html">Gemeenteblad 2016, 177089</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR429733_1">Nadere regels reclame Roerdalen 2016</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR429725_1">Nadere regels terrassen gemeente Roerdalen 2016</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR429708_1">Nadere regels standplaatsen Roerdalen 2016</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR429699_1">Nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen op of aan de weg Roerdalen 2016</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR429691_1">Nadere regels opslaan, plaatsen of aanwezig hebben van landbouwplastic Roerdalen 2016</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR429680_1">Nadere regels collecteren Roerdalen 2016</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR429651_1">Nadere regels A-evenementen gemeente Roerdalen 2016</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR74930_3">Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2010</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-57316</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-57317</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Roerdalen;</al><al/><al>Gezien het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 20
                        september 2016, </al><al/><al>Rekening houdende met de door het college van burgemeester en wethouders
                        aangereikte Nota van wijzigingen, gedateerd 1 november 2016,</al><al/><al>Gelet op de bepalingen van de Gemeentewet,</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Roerdalen 2010 in te trekken en de
                        Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016 met de bijbehorende
                        toelichting vaststellen, conform bijlage 1;</al><al/><al>in te stemmen met het door het college en in het voorkomende geval de
                        burgemeester te laten vaststellen van de “Nadere regels en (meld)formulieren
                        behorende bij de Algemene plaatselijke verordening 2016”, conform bijlage 4
                        tot en met 14; </al><al/><al>de reeds geldende “Nadere regels reclamebeleid Roerdalen 2015” in te
                        trekken, onder de opschortende voorwaarde dat deze intrekking in werking
                        treedt op het moment dat de Algemene plaatselijke verordening 2016 in
                        werking treedt. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>bebouwde kom: </vet>het gebied binnen de grenzen die zijn
                                    vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                        1994<vet>; </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>bevoegd gezag</vet><vet>:</vet> bestuursorgaan dat bevoegd
                                    is tot het nemen van een besluit met betrekking tot een
                                    omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht of met betrekking tot een al
                                    verleende omgevingsvergunning; </al></li><li nr="c."><al><vet>bouwwerk:</vet> elke constructie van enige omvang van hout,
                                    steen, metaal, of ander materiaal, die op de plaats van
                                    bestemming direct j of indirect met de grond verbonden is, dan
                                    wel direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om
                                    ter plaatse te functioneren;</al></li><li nr="d."><al><vet>college: </vet>het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="e."><al><vet>gebouw:</vet> wat in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al><vet>handelsreclame:</vet> reclame waarbij het commercieel
                                    belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht
                                    vestigen;</al></li><li nr="g."><al><vet>ideële reclame:</vet> reclame waarbij een sociaal,
                                    maatschappelijk of politiek belang centraal staat bij het
                                    aanprijzen of aandacht vestigen en de statuten van de
                                    organisatie uitsluitsel geven of sprake is van ideële
                                    reclame;</al></li><li nr="h."><al><vet>openbaar water:</vet> wateren die voor het publiek
                                    bevaarbaar zijn of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="i."><al><vet>openbare plaats:</vet> wat in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="j."><al><vet>rechthebbende:</vet> degene die over een zaak zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht’</al></li><li nr="k."><al><vet>reclame:</vet> iedere kennelijke vorm van aanprijzen of
                                    aandacht vestigen op goederen, diensten, activiteiten of namen,
                                    met inbegrip van bevestigings- en hulpconstructies en zichtbaar
                                    vanaf de weg, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>de door de gemeente geplaatste bruine borden voor
                                            recreatie en toeristische bewegwijzering, officiële
                                            bewegwijzering, openbaar vervoerborden, verkeerstekens,
                                            verkeersaanduidingen, verkeers(veiligheids)campagnes en
                                            gemeentenaamborden;</al></li><li nr="-"><al>reclame door of in opdracht van de (semi) overheid.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al><vet>weg:</vet> wat in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen acht weken op een
                                aanvraag voor een vergunning of ontheffing. Deze beslistermijn
                                begint de dag na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn met maximaal acht
                                weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing bij een aanvraag om een
                                omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Voorschriften, voorwaarden en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften, voorwaarden
                                en beperkingen worden verbonden. Deze strekken slechts tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                voorschriften, voorwaarden en beperkingen te overtreden of te laten
                                overtreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing zijn persoonlijk, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                            ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning en ontheffing kunnen worden ingetrokken of gewijzigd
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                    verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                                    opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
                                    intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de
                                    belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                                    vereist;</al></li><li nr="c."><al> de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften,
                                    voorwaarden en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al> van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                    binnen een redelijke termijn, als de vergunning of ontheffing
                                    hierover niets regelt;</al></li><li nr="e."><al> de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Verlening voor onbepaalde tijd</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het
                                bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu; en of;</al></li><li nr="e."><al>het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de
                                aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de
                                beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke
                                behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg te vechten, deel te nemen aan
                                    een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                    gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="c."><al> zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                            samenscholing;</al></li><li nr="d."><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn
                                            weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                            richting te verwijderen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten:</al><lijst><li nr="a."><al>een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet
                                            in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een
                                            openbare plaats op te houden;</al></li><li nr="b."><al>en bevelen zich zodanig buiten dat gebied te gedragen
                                            dat het effect daarvan ook in dit gebied direct merkbaar
                                            zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan
                                    de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een
                                    bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of
                                    meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven
                                    zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer
                                    bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een
                                    eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid,
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden een betoging op een openbare plaats te houden,
                                    waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3,
                                    eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, tenzij degene die
                                    dit voornemen heeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    tenminste twee werkdagen voordat de betoging wordt gehouden,
                                    daarvan een schriftelijke kennisgeving doet aan de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod dat staat in het eerste lid, is niet van toepassing
                                    als naar het oordeel van de burgemeester bijzondere
                                    omstandigheden daartoe aanleiding geven en in de kennisgeving
                                    daarom wordt verzocht. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare
                                    plaats anders te gebruiken, in de vorm van het plaatsen van
                                    voorwerpen op of aan de weg, dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan. Hiervan is in ieder geval sprake als:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer en onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de
                                    woon- en leefomgeving nadere regels stellen die gelden voor de
                                    plaatsing van voorwerpen op of aan de weg (<extref doc="1.1:CVDR429699_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>bijlage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                                “Nadere
                                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>regels
                                                plaatsen</onderstreept></vet><vet><onderstreept>containers,
                                                steigers, uitstallingen op of aan de
                                                weg</onderstreept></vet><vet><onderstreept>”</onderstreept></vet></extref>).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om te handelen in strijd met de nadere regels
                                    zoals bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan een omgevingsvergunning verlenen
                                    voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet in het geval van:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                  2:10</onderstreept></vet>;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                  5</onderstreept></vet><vet><onderstreept>:13</onderstreept></vet><vet><onderstreept>;</onderstreept></vet></al></li><li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>2:12</onderstreept></vet>;</al></li><li nr="d."><al>steigers, containers en uitstallingen, als bedoeld in de
                                            nadere regels plaatsen containers, steigers en
                                            uitstallingen op of aan de weg
                                                  <vet><onderstreept>(</onderstreept></vet><extref doc="1.1:CVDR429699_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>z</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ie
                                                  </onderstreept></vet><vet><onderstreept>bijlage</onderstreept></vet></extref><vet><onderstreept>)</onderstreept></vet>;</al></li><li nr="e."><al>reclame als bedoeld in de nadere regels reclame,
                                                  onverminderd<vet><onderstreept> artikel
                                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>4:14</onderstreept></vet>;</al></li><li nr="f."><al>situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                            rijkswaterstaatswerken en artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een
                                    vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te
                                    breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van
                                    de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                    brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, Omgevingsverordening
                                    Limburg, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:</al><lijst><li nr="a."><al> degene die voornemens is een uitweg te maken naar de
                                            weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg, daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie; of</al></li><li nr="b."><al> het college het maken of veranderen van de uitweg heeft
                                            verboden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                    als:</al><lijst><li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                            wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>i er sprake is van een uitweg van een perceel dat al
                                            door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van
                                            deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier
                                    weken heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Deze
                                    termijn begint de dag na de datum van ontvangst van de
                                    melding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    , de Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Limburg.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op een wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt
                                belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen en bosschages, op heide of veengronden
                                    of binnen een afstand van dertig meter daarvan :</al><lijst><li nr="a."><al>te roken; of</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden zijn verder niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen of op aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en <vet><onderstreept>artikel
                                                  5:17</onderstreept></vet> van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>2:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>23</onderstreept></vet>van
                                            deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                  <vet><onderstreept>artikel
                                                2:2</onderstreept></vet>, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Conform de definities van het Handboek openbare orde en
                                    veiligheid bij evenementen van de Veiligheidsregio Limburg-Noord
                                    wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>A-evenement: regulier eenvoudig evenement, zoals straat-
                                            en buurtfeesten;</al></li><li nr="b."><al>B-evenement: evenement met verhoogde aandacht en een
                                            gemiddeld risico. Dit is een evenement met een lokale of
                                            regionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt
                                            niet veel publiek van buiten de gemeente verwacht;</al></li><li nr="c."><al>C-evenement: grootschalig evenement met een verhoogd
                                            risico. Dit is een evenement met een sterke
                                            bovenregionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement
                                            wordt ook publiek van buiten de regio verwacht.</al></li></lijst><al>De vaststelling van de bovenvermelde klasse-indeling vindt
                                    plaats aan de hand van het scoreformulier risicopotentie
                                    evenement (<extref doc="1.1:CVDR429651_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                        bijlage</onderstreept></vet></extref>).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van
                                    A-evenementen en voorschriften verbinden aan een
                                    evenementenvergunning. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod uit het eerste lid geldt niet als:</al><lijst><li nr="a."><al>sprake is van een A- evenement, en;</al></li><li nr="b."><al>wordt voldaan aan de door de burgemeester vastgestelde
                                            ‘Nadere regels A- evenementen’ (<extref doc="1.1:CVDR429651_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                                  </onderstreept></vet><vet><onderstreept>bi</onderstreept></vet><vet><onderstreept>jlage</onderstreept></vet></extref>),
                                            en;</al></li><li nr="c"><al>de organisator van het evenement het houden daarvan
                                            schriftelijk meldt bij de burgemeester door middel van
                                            het naar waarheid en volledig ingevulde door de
                                            burgemeester vastgestelde meldformulier (<extref doc="1.1:CVDR429651_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                                  </onderstreept></vet><vet><onderstreept>bijlage</onderstreept></vet></extref>);
                                            en</al></li><li nr="d."><al>de melding geschiedt minimaal 6 weken voorafgaand aan
                                            het begin van het evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning voor een B-evenement moet minimaal 14 weken
                                    voorafgaand aan het begin van het evenement worden
                                    aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning voor een C-evenement moet minimaal 26 weken
                                    voorafgaand aan het begin van het evenement worden
                                    aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden om te handelen of nalaten in strijd met de
                                    nadere regels en voorschriften, zoals bedoeld in het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een A - evenement als
                                    bedoeld in het tweede lid te verbieden, als daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                    aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10
                                    juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>openbare inrichting</vet>:</al><lijst><li nr="-"><al>een hotel, (afhaal)restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li><li nr="-"><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken, rookwaren
                                                  of voedsel voor directe consumptie worden bereid
                                                  of verstrekt die al dan niet op een andere plek
                                                  worden genuttigd, met uitzondering van
                                                  supermarkten en andere vormen van detailhandel
                                                  waarin in hoofdzaak waren worden verkocht om
                                                  ergens anders te nuttigen; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al><vet>terras</vet>: een buiten de besloten ruimte van de
                                            inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta-
                                            of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of voedsel
                                            voor directe consumptie kan worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li><li nr="c."><al><vet>exploitant</vet>: degene op wiens naam de
                                            exploitatievergunning staat;</al></li><li nr="d."><al><vet>natte horeca</vet>: horecabedrijf waarbij de
                                            activiteit in ieder geval bestaat uit het bedrijfsmatig
                                            of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende
                                            drank voor gebruik ter plaatse;</al></li><li nr="e."><al><vet>droge horeca</vet>: openbare inrichtingen waar geen
                                            alcoholhoudende drank wordt verstrekt voor gebruik ter
                                            plaatse;</al></li><li nr="f."><al><vet>winkel</vet>: een voor het publiek toegankelijke
                                            besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren
                                            worden verkocht;</al></li><li nr="g."><al><vet>handelaar</vet>: handelaar als bedoeld in artikel 1
                                            van de Algemene maatregel van bestuur op grond van
                                            artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                            Strafrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras;</al></li><li nr="b."><al>een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                            bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                            of anders dan om niet, handelingen worden verricht die
                                            verband houden met dan wel inherent zijn aan het
                                            exploiteren van wat in het maatschappelijk verkeer wordt
                                            aangeduid als onder andere een smartshop, headshop of
                                            growshop of een combinatie van deze winkelvormen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In deze Afdeling worden niet als bezoekers van de openbare
                                    inrichting aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de exploitant alsmede diens bloed- en
                                            aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn
                                            tot en met de derde graad;</al></li><li nr="b."><al>in de inrichting op dat moment werkzaam personeel;</al></li><li nr="c."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht
                                            (nachtregister);</al></li><li nr="d."><al>de personen waarvan aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert of trekt de vergunning in als:</al><lijst><li nr="a."><al>naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of
                                            leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting
                                            of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed;</al></li><li nr="b."><al>voor de exploitatie van de openbare inrichting ook
                                            andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist die
                                            op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke
                                            bepalingen niet kunnen worden verleend; of</al></li><li nr="c."><al>de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                    weigeringsgrond of intrekkingsgrond onder a houdt de
                                    burgemeester rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en de wijk, waarin de
                                            openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de openbare inrichting;</al></li><li nr="c."><al> de spanning, waaraan het woon – en leefklimaat ter
                                            plaatse reeds blootstaat;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de
                                            leidinggevende; en</al></li><li nr="e."><al>het levensgedrag van de exploitant of
                                            leidinggevende.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het
                                    eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen
                                        (<extref doc="1.1:CVDR429725_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>bijlage,</onderstreept></vet><vet><onderstreept>“</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Nadere
                                                regels
                                                terrassen</onderstreept></vet><vet><onderstreept>”</onderstreept></vet></extref>).
                                    Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een
                                    terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan de
                                    burgemeester in ieder geval nadere regels vaststellen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het waarborgen van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van
                                            reclame op terrassen;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers
                                            van aangrenzende percelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het is verboden om te handelen in strijd met de door de
                                    burgemeester vastgestelde nadere regels als bedoeld in het
                                    vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat
                                    het voorgenomen terras niet voldoet aan de door de burgemeester
                                    vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als bedoeld in
                                    het eerste lid worden geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor
                                    een openbare inrichting die zich bevindt in een:</al><lijst><li nr="a."><al>zorginstelling;</al></li><li nr="b."><al>museum; of</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare
                                    inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1
                                    Drank –en Horecawet of een horecabedrijf is in de zin van
                                            <vet><onderstreept>artikel
                                            2:12</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste
                                            lid, sub a</onderstreept></vet> van deze verordening,
                                    waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt,
                                    verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe
                                    te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt:</al><lijst><li nr="a."><al> met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van
                                            zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00
                                            uur en 07.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de
                                            kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op
                                            zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag
                                            tussen 04.00 uur en 07.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 04:00 tot 07:00
                                            uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1
                                    januari.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting,
                                    die in het bezit is van een geldige exploitatievergunning zoals
                                    bedoeld in <vet><onderstreept>artikel 2:13</onderstreept></vet>,
                                    kan maximaal 5 keer per jaar de sluitingstijd verlengen naar
                                    04:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de sluitingstijd te verlengen zoals opgenomen in
                                    het vierde lid als de exploitant of de leidinggevende maximaal
                                    op de dag waarop de verlenging betrekking heeft, doch uiterlijk
                                    om 23.00 uur, de burgemeester hiervan niet schriftelijk of
                                    digitaal in kennis heeft gesteld via het naar waarheid en
                                    volledig ingevulde door de burgemeester vastgestelde
                                    meldformulier (<vet><onderstreept>zie
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>b</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ijlage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            meldformulier</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                            verlengen</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                            sluitingstijd</onderstreept></vet>).</al><al><extref doc="/cvdr/images/Roerdalen/i283003.pdf">Meldformulier verlengen sluitingsuur</extref></al><al/></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het
                                    vierde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden
                                    de sluitingstijden zoals opgenomen in de nadere regels terrassen
                                    Roerdalen 2016 <extref doc="1.1:CVDR429725_1" struct="CVDR">(<vet><onderstreept>z</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ie
                                                bijlage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                                “Nadere regels
                                        terrassen</onderstreept></vet></extref>).</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of
                                    krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid dan wel in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens <vet><onderstreept>artikel
                                            2:14</onderstreept></vet> geldende sluitingstijden
                                    vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens <vet><onderstreept>artikel
                                                2:15</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste
                                                lid</onderstreept></vet>;</al></li><li nr="c."><al>op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van hetterras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw
                                of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                dan treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor bij de
                                toepassing van <vet><onderstreept>artikel
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept>2:13</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                        tot en met 2:16</onderstreept></vet>.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="2."><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="3."><al>horecalokaliteit,</al></li><li nr="4."><al>inrichting,</al></li><li nr="5."><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="6."><al>sterke drank,</al></li><li nr="7."><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="8."><al>zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan
                                        in de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18b</nr><titel>schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon dat zich voornamelijk richt op
                                    het organiseren van activiteiten waarbij het facilliteren van
                                    sociale interactie een voorname rol speelt mag alcoholhoudende
                                    drank verstrekken vanaf één uur voor de aanvang tot uiterlijk
                                    twee uur na afloop van een activiteit die wordt gehouden in
                                    verband met de statutaire doelen van deze paracommerciële
                                    rechtspersoon. Maar niet later dan 02.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende
                                    drank verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk
                                    twee uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in
                                    verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. Maar niet
                                    later dan 02:00 uur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18c</nr><titel>bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18d</nr><titel>het stellen van voorschriften en beperken vergunning
                                    paracommercie</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare
                                orde, de veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en ter
                                bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                                Horecawet voorschriften aan de vergunning verbinden en de vergunning
                                beperken tot zwak alcoholhoudende drank. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Toezicht op gelegenheden voor nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep, bedrijf of
                                vereniging aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of
                                kamperen wordt gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Melding exploitatie</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting op te richten, over te nemen, te
                                verplaatsen dan wel de exploitatie of feitelijke leiding van een
                                inrichting te staken, zonder dit schriftelijk te melden aan de
                                burgemeester, binnen drie dagen direct daarna.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting als bedoeld in deze Afdeling te
                                exploiteren, zonder een nachtregister bij te houden als bedoeld in
                                artikel 438 Wetboek van Strafrecht. Dit verbod geldt eveneens voor
                                de exploitant of beheerder van, dan wel anderszins rechthebbende op
                                een recreatiepark dat gelegenheid geeft tot nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Het is verboden in een inrichting de nacht door te brengen zonder
                                naar waarheid en volledig het nachtregister in te vullen als bedoeld
                                in <vet><onderstreept>artikel 2:21</onderstreept></vet>. Daarbij
                                wordt in ieder geval melding gemaakt van naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en dag van vertrek.
                            </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang
                                    alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig
                                    spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de
                                            kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten
                                    verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn in
                                    Recreatiepark “Elfenmeer” acht speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen van wie aanwezigheid in
                                    de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare onroerende zaak te beschadigen
                                    waaronder te bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de in het tweede lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing als de inbrekerswerktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    Omgevingsverordening Limburg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats :</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair.</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die voor andere
                                            gebruikers of aan bewoners van die openbare plaats
                                            gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                            oplevert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen het gebied rond Jeugdsoos Amicale. Dit gebied
                                            wordt gevormd door de Schoolstraat, Jagerstraat,
                                            Heuvelstraat, Pastoor Rohsstraat, Europalaan- Centrum,
                                            Europalaan- West, Kerkplein, Kloosterstraat,
                                            Craenberglaan en Bosscherhof;</al></li><li nr="b."><al>binnen het gebied rond Jeugdhuis de Blokhut te Vlodrop.
                                            Dit gebied wordt gevormd door de Koebroekweg, Schappweg,
                                            Kerkbergweg, Kasteelweg, Angsterweg, Kerkstraat,
                                            Kerkhofweg en de Markt;</al></li><li nr="c."><al>die deel uitmaakt van een door het college aangewezen
                                            gebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op :</al><lijst><li nr="a."><al>een terras, dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning dan wel van een gebouw die voor publiek
                                    toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden
                                    in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat
                                    gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze is bestemd. Onder deze ruimten
                                worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen
                                voor het openbaar vervoer, parkeergarages, rijwielstallingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Verblijven honden en loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een voor publiek toegankelijke
                                            plaats zonder dat die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide, , sportvelden en schoolterreinen;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom, zonder toezicht en zonder
                                            begeleiding;</al></li><li nr="d."><al>op een voor publiek toegankelijke plaats zonder voorzien
                                            te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk
                                            dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid, aanhef onder a en b zijn
                                    niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond
                                    die:</al><lijst><li nr="a."><al>zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                            begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al> deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat de uitwerpselen van de hond onmiddellijk worden
                                    verwijderd.</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer vanvoetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>Openbare plantsoenen, sportvelden en
                                            sportterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die:</al><lijst><li nr="a."><al>zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk vindt, kan het de eigenaar of houder
                                    van die hond een aanlijngebod dan wel een aanlijn- en/of
                                    muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op
                                    een openbare plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zo rond de hals
                                            is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de
                                            mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zo is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd <vet><onderstreept>artikel
                                        2:33</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste lid,
                                            aanhef onder d</onderstreept></vet>, dient een hond als
                                    bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de
                                    bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de
                                    openbare gezondheid, is het verboden op door het college
                                    aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, de door het college aangewezen dieren</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben in strijd met de door het college
                                            gestelde regels, en/of</al></li><li nr="c."><al>te voeren</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing
                                    verlenen van in het eerste lid opgenomen verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden binnen een afstand van 30
                                    meter:</al><lijst><li nr="a."><al>van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen
                                            verblijven; en/of</al></li><li nr="b."><al>de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als
                                    op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                    kasten een legale afscheiding is aangebracht van twee meter
                                    hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en
                                    invliegen van de bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op
                                    de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op situaties wordt voorzien door de
                                    Omgevingsverordening Limburg.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38a</nr><titel>Openlijk gebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voorpubliek toegankelijk gebouw middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet tegebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve
                                vandat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38b</nr><titel>Weggooien van spuiten</titel></kop><al>Het is verboden injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke op of aan de openbare
                                weg, op voor het publiek toegankelijke plaatsen dan wel in
                                afvalbakken achter te laten. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in <vet><onderstreept>artikel
                                    2</onderstreept></vet><vet><onderstreept>:1, 2:3,
                                        2:4</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, 2:7, 2:29,
                                        2:30, 2:31, 2:32 </onderstreept></vet><vet><onderstreept>of
                                        5:22 </onderstreept></vet>groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    de volgende andere plaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeerterreinen, en;</al></li><li nr="b."><al>speelplekken </al></li></lijst><al>die niet onder de definitie van openbare plaats uit de Wet
                                    openbare manifestaties vallen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>prostitutie</vet>: het zich beschikbaar stellen tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><vet>prostituee</vet>: degene die zich beschikbaar stelt tot
                                        het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><vet>seksinrichting</vet>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><vet>escortbedrijf</vet>: de natuurlijke persoon, groep van
                                        personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang
                                        alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een
                                        andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al><vet>sekswinkel</vet>: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al><vet>exploitant</vet>: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al><vet>beheerder</vet>: de natuurlijke persoon of personen die
                                        de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al><vet>bevoegd bestuursorgaan</vet>: In dit hoofdstuk wordt
                                        verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor
                                        zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en
                                        daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                                        Gemeentewet, de burgemeester.</al></li><li nr="i."><al><vet>bezoeker</vet>: degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                  <vet><onderstreept>artikel
                                                  6.2</onderstreept></vet><vet><onderstreept>;</onderstreept></vet></al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is;</al></li></lijst></li><li nr="j."><al><vet>lokaal maximumstelsel</vet>: maximaal 1 seksinrichting
                                        binnen het grondgebied van de gemeente Roerdalen;</al></li><li nr="k."><al><vet>regionaal maximumstelsel</vet>: het maximum aantal
                                        seksinrichtingen zoals dat door het regionaal college
                                        Limburg-Noord is vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in <vet><onderstreept>artikel 3:13
                                    </onderstreept></vet>genoemde belangen, kan het college en in
                                het voorkomende geval de burgemeester over de uitoefening van de
                                bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning wordt gebruik gemaakt van het door
                                    het bevoegde bestuursorgaan vastgestelde formulier;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al> de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al> de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al> de aard van de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al> een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van
                                            de Kamer van Koophandel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al> staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al> heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al> met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                            <vet><onderstreept>artikel
                                            3.3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept>lid</onderstreept></vet>,
                                    is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                    verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 04.00 uur en 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens deze
                                    Afdeling gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                    voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden en(tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de weigeringsgronden voor de
                                    vergunning, of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                    dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens deze Afdeling geldende
                                            sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bekend op de wijze als bedoeld in artikel 3:42
                                    Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Met het oog op de in <vet><onderstreept>artikel 3:13 tweede
                                        lid</onderstreept></vet>, genoemde belangen of in geval van
                                strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                bestuursorgaan de op basis van <vet><onderstreept>artikel
                                        3:3</onderstreept></vet> verleende vergunning voor een
                                seksinrichting intrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de exploitant of beheerder in de
                                    seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder dient er voortdurend op toe te
                                    zien dat in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al> geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al> op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al> gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen als neergelegd in
                                    de weigeringsgronden van de vergunning, kan door
                                    politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en
                                    tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen als neergelegd in de weigeringsgronden van de
                                    vergunning, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                                    gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende
                                    bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer,
                                    te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-
                                    pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden
                                    of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al> als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al> anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn en weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in <vet><onderstreept>artikel
                                            1:2</onderstreept></vet>, beslist het bevoegd
                                    bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel
                                            <vet><onderstreept>3:3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            eerste lid</onderstreept></vet>, binnen twaalf weken.
                                    Deze beslistermijn begint de dag na de ontvangst van de
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                            3:3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste
                                            lid</onderstreept></vet>, wordt geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                  <vet><onderstreept>artikel
                                                3:4</onderstreept></vet> gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit of;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en escortbedrijven kan, onverminderd het
                                    bepaalde in <vet><onderstreept>artikel
                                            1:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>7</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,</onderstreept></vet>
                                    de vergunning als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept>3:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            eerste lid,</onderstreept></vet> worden geweigerd dan
                                    wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                                            <vet><onderstreept>artikel
                                            3:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>9, eerste
                                            lid,</onderstreept></vet> achterwege gelaten, in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al> het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of verkeersvrijheid;</al></li><li nr="f."><al> de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee;</al></li><li nr="h."><al>bij strijdigheid met het regionale
                                            prostitutiebeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept>3:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            eerste lid</onderstreept></vet>, kan voorts worden
                                    geweigerd als bij vestiging of exploitatie het door de
                                    burgemeester vastgestelde lokale of regionale maximum van het
                                    aantal toegelaten seksinrichtingen wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                            3:3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste
                                            lid</onderstreept></vet>, kan voorts worden geweigerd in
                                    het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de
                                    Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het
                                    Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet
                                    worden gevraagd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge
                                            <vet><onderstreept>artikel</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                            3:3</onderstreept></vet> op de vergunning vermelde
                                    exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen één week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    meldt de exploitant dit schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de beheerder het beheer in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, meldt de exploitant dit
                                    schriftelijk aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in
                                            <vet><onderstreept>artikel 3:13, eerste lid, aanhef en
                                            onder a</onderstreept></vet><vet><onderstreept> en
                                            b</onderstreept></vet>, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in <vet><onderstreept>artikel
                                            3:3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, eerste
                                            lid</onderstreept></vet>, niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al> gedurende 8 weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al> na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                  3:3</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                                  eerste lid</onderstreept></vet>, heeft ingediend,
                                            totdat op die aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan
                                            een besluit is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met het oog op de in <vet><onderstreept>artikel
                                            3:13</onderstreept></vet><vet><onderstreept>, tweede
                                            lid</onderstreept></vet>, genoemde belangen de
                                    exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving
                                    vermelde voorzieningen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Besluit:</vet> het Activiteitenbesluit
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al><vet>inrichting</vet>: inrichting type A of type B als
                                        bedoeld in het Besluit;</al></li><li nr="c."><al><vet>drijver</vet><vet> van een inrichting</vet>: degene die
                                        als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een
                                        inrichting exploiteert;</al></li><li nr="d."><al><vet>collectieve festiviteit</vet>: festiviteit die niet
                                        specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                        verbonden;</al></li><li nr="e."><al><vet>incidentele festiviteit</vet>: festiviteit of
                                        activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
                                        inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al><vet>geluidsgevoelige gebouwen</vet>: woningen en gebouwen
                                        die op grond van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering
                                        van gebouwen behorende bij de desbetreffende
                                        inrichting;</al></li><li nr="g."><al><vet>geluidsgevoelige terreinen</vet>: terreinen die op
                                        grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering
                                        van terreinen behorende bij de desbetreffende
                                        inrichting;</al></li><li nr="h."><al><vet>onversterkte muziek</vet>: muziek die niet elektronisch
                                        is versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a
                                    en 2.20 van het Besluit en <vet><onderstreept>artikel
                                            4:4</onderstreept></vet>van
                                    deze verordening gelden niet voor de volgende collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>carnaval vanaf carnavalszaterdag 16:00 uur tot carnavals
                                            dinsdag 24:00 uur;</al></li><li nr="b."><al>Koningsnacht en Koningsdag vanaf 26 april 20.00 uur tot
                                            27 april 02.00 uur en van 09.00 uur tot 24.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>oudejaarsavond vanaf 31 december 20.00 uur tot 1 januari
                                            02.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>kermis vanaf kermiszaterdag 16:00 uur tot kermisdinsdag
                                            02:00 uur voor elke kern afzonderlijk;</al></li><li nr="e."><al>jaarmarkt vanaf 10:00 tot 02:00 uur voor elke kern
                                            afzonderlijk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan als een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                    was te voorzien, een festiviteit onmiddellijk als collectieve
                                    festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit en
                                            <vet><onderstreept>artikel
                                        4:4</onderstreept></vet>van deze
                                    verordening - uiterlijk om 01:30 uur te worden beëindigd. Deze
                                    verplichting is niet van toepassing op inrichtingen waarvoor
                                    tijdens de collectieve festiviteit een ruimere sluitingstijd
                                    geldt. In die gevallen moet het ten gehore brengen van extra
                                    muziek hoger dan de genoemde geluidsnormen, om 02:00 uur worden
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het eerste lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Melding incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en
                                    2.20 van het Besluit en <vet><onderstreept>artikel
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept>4:4</onderstreept></vet>
                                    van deze verordening niet van toepassing zijn mits de houder van
                                    de inrichting dit ten minste één week voor de aanvang van de
                                    festiviteit schriftelijk heeft gemeld bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting dit ten minste één week voor de
                                    aanvang van de festiviteit schriftelijk heeft gemeld bij het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    melding als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De melding wordt geacht te zijn gedaan als het formulier,
                                    volledig en naar waarheid ingevuld, op tijd is ingeleverd op de
                                    plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan als het college op
                                    verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                    festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was,
                                    onmiddellijk toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnormen in deze bepaling gelden voor het bebouwde
                                    gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit en
                                            <vet><onderstreept>artikel 4:4</onderstreept></vet> van
                                    deze verordening - uiterlijk om 01.30 uur te worden beëindigd.
                                    Deze verplichting is niet van toepassing op inrichtingen
                                    waarvoor tijdens de incidentele festiviteit een ruimere
                                    sluitingstijd geldt. In die gevallen moet het ten gehore brengen
                                    van extra muziek hoger dan de genoemde geluidsnormen, om 02:00
                                    uur worden beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Het college kan nadere regels en voorschriften vaststellen voor
                                    van een incidentele festiviteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld
                                    in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het
                                    Besluit, vanwege het oefenen en het geven van uitvoeringen door
                                    muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                                    fanfaregezelschappen, binnen inrichtingen is de onder e.
                                    opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de
                                            gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                            geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of laten
                                            uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden
                                            bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                            terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, als
                                            het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten
                                            en verblijfsruimte; </al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                            toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al><table><tgroup cols="4"><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al/><al><vet>7.00-10.00 uur</vet></al></entry><entry><al/><al><vet>10.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry><al/><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>50 dB(A)</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry><entry><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>35 dB(A)</al></entry><entry><al>n.v.t</al></entry><entry><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>70 dB(A)</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry><entry><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>55 dB(A)</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry><entry><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                    elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte
                                    muziek en is het Besluit van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                    incidentele festiviteiten als bedoeld in
                                            <vet><onderstreept>artikel 4:2 of artikel
                                            4:3.</onderstreept></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting als bedoeld in de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                    in werking te hebben, handelingen te verrichten of na te laten
                                    zodat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Omgevingsverordening Limburg.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van
                                            het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg onmiddellijk na het ontstaan van de
                                            verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;</al></li><li nr="b."><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                            van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg onmiddellijk na de beëindiging van de
                                            werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren,
                                            elke dag onmiddellijk na beëindiging van de
                                            werkzaamheden op die dag; te reinigen of te doen
                                            reinigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Omgevingsverordening
                                    Limburg van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is voor personen verboden binnen de bebouwde kom op een openbare
                                plaats zijn of haar natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor
                                bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>houtopstand</vet>: hakhout, een houtwal, of één of
                                            meer bomen;</al></li><li nr="b."><al><vet>hakhout</vet>; één of meert bomen, die na te zijn
                                            geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al><vet>bomenlijst</vet>: een door het bevoegd gezag
                                            vastgestelde lijst met houtopstanden, die zonder
                                            omgevingsvergunning niet mogen worden geveld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, zowel boven- als ondergronds, die de
                                    dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand
                                    ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    een houtopstand, die staat vermeld op een door het bevoegd gezag
                                    vastgestelde bomenlijst te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuur- en ecologische waarde van de
                                            houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last
                                            van het college;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend
                                            bestemmingsplan of bij een voorbereidingsbesluit is
                                            bepaald, dat het verboden is deze te vellen zonder
                                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op grond van
                                            artikel 2.1, lid 1 onder b van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Vervaltermijn omgevingsvergunning</titel></kop><al>Een omgevingsvergunning voor zover deze betrekking heeft op het
                                vellen of doen vellen van een houtopstand als bedoeld in deze
                                afdeling vervalt, indien daarvan niet binnen één jaar na het
                                onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt. In het
                                geval het een omgevingsvergunning voor meer dan één boom betreft is
                                de omgevingsvergunning voor alle bomen, geveld of niet slechts voor
                                één jaar geldig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bijzondere omgevingsvergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften
                                    kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de
                                    houtopstand voorkomende flora en fauna, met name het niet
                                    uitvoeren van kapwerkzaamheden in het broedseizoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning wordt verleend onder de
                                    standaardvoorwaarde van feitelijk niet- gebruik tot het moment
                                    dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaartermijn voor derden is verstreken zonder dat
                                            bezwaar is ingediend, dan wel op bezwaar is
                                            beslist;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening
                                            gedurende de bezwaartermijn.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het
                                    belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming
                                    of opheffing van overlast dan wel het voorkomen van schade aan
                                    de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                    slaan, te plaatsen dan wel aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>op een door het college aangewezen plaats:</al><lijst><li nr="-"><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke
                                                  bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of
                                                  onderdelen daarvan;</al></li><li nr="-"><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                  daarvan;</al></li><li nr="-"><al>kampeermiddelen als bedoeld in
                                                  <vet><onderstreept>artikel
                                                  4:16</onderstreept></vet> of onderdelen daarvan,
                                                  als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                                  geschiedt voor verkoop of verhuur dan wel
                                                  anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="-"><al>mestopslag, gierkelder of andere
                                                  verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                                                  ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                                  landbouwproducten, afbraakmaterialen, en oude
                                                  metalen.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>landbouwplastic op te slaan, te plaatsen dan wel
                                            aanwezig te hebben op alle percelen met een agrarische
                                            bestemming, zowel binnen als buiten de bebouwde
                                            kom.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing zoals bedoeld in het eerste
                                    lid, onderdeel a nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen het
                                    verbod in het eerste lid, onderdeel b niet van toepassing is
                                        (<extref doc="1.1:CVDR429691_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>z</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ie
                                                bij</onderstreept></vet><vet><onderstreept>lage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>‘</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Nadere
                                                regels
                                                l</onderstreept></vet><vet><onderstreept>andbouwplastic</onderstreept></vet><vet><onderstreept>’</onderstreept></vet></extref>).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de
                                    Omgevingsverordening Limburg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Verbod reclame en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden reclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen het
                                    verbod in het eerste lid van dit artikel niet van toepassing is
                                        (<extref doc="1.1:CVDR429733_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                                bijlage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                                ‘Nadere regels
                                        reclame’</onderstreept></vet></extref><vet><onderstreept>)</onderstreept></vet>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BESCHERMING VAN PADDESTOELEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Bescherming paddenstoelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter bescherming van het natuur-, landschap- of dorpsschoon, is
                                    het verboden paddenstoelen te plukken of bij zich te hebben in
                                    het Nationaal Park de Meinweg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van door of met toestemming van de
                                            rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel elders
                                            afkomstige paddenstoelen;</al></li><li nr="b."><al> als de in dit artikel bedoelde handelingen worden
                                            verricht in het kader van normale
                                            onderhoudswerkzaamheden.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig, waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te
                                    houden buiten een kampeerterrein dat zo in het bestemmingsplan,
                                    de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                    voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen recreatief gebruik voor maximaal 2 aaneengesloten weken op
                                    het achtererf van een woonlocatie door de rechthebbende van de
                                    locatie.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>voertuigen</vet>: voertuigen als bedoeld in artikel 1
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al><vet>parkeren</vet>: parkeren als bedoeld in artikel 1 van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen, aanhangwagens e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                            plaatsen of te hebben binnen de bebouwde kom.</al></li><li nr="b."><al>gedurende een periode langer dan 5 aaneengesloten dagen
                                            te parkeren op een plaats, zichtbaar vanaf de openbare
                                            weg. Na deze periode mag, gedurende een periode van één
                                            week, niet binnen een straal van 500 meter van
                                            voornoemde plek worden geparkeerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Vanwege de schadelijke afbreuk aan het uiterlijk van de
                                    gemeente is het verboden een voertuig dat, inclusief van de
                                    lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van
                                    meer dan 2,4 meter, te parkeren op alle wegen of weggedeelten,
                                    gelegen binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog van de verdeling van de beschikbare parkeerruimte is
                                    het verboden een voertuig, dat inclusief de lading een lengte
                                    heeft van meer dan 6 meter, te parkeren waar dit buitensporig is
                                    met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte op
                                    alle wegen of weggedeelten, gelegen binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot 19.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de verboden in het eerste en tweede lid
                                    ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te
                                    houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen het
                                    verbod in het eerste lid van dit artikel niet van toepassing is
                                        (<extref doc="1.1:CVDR429680_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>z</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ie</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                                bijlage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                                ‘Nadere regels
                                        collecteren’</onderstreept></vet></extref>). </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en
                                            markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in
                                                  <vet><onderstreept>artikel
                                                5:17</onderstreept></vet>;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats als bedoeld in
                                                  <vet><onderstreept>artikel
                                                5:13</onderstreept></vet>.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op:</al><lijst><li nr="-"><al>zondagen en;</al></li><li nr="-"><al>maandag t/m zaterdag tussen 21.00 uur en 09.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van het
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het
                                    anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van
                                    fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op
                                    een:</al><lijst><li nr="a."><al>jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                            lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>evenement als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                  2:10</onderstreept></vet>.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met het
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in <vet><onderstreept>artikel
                                            1:7</onderstreept></vet> kan de vergunning worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>als de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                            met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                            welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van een
                                            vergunning voor het hebben van een standplaats voor het
                                            verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                            voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de uitoefening van haar bevoegdheid als bedoeld in het
                                    eerste lid kan het college nadere regels vaststellen (<extref doc="1.1:CVDR429708_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>zie
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>b</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ijlage</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>“</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Nadere
                                                regels
                                                standplaatsen</onderstreept></vet><vet><onderstreept>”</onderstreept></vet></extref>);</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden om te handelen in strijd met door het college
                                    vastgestelde nadere regels als bedoeld in het vierde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van <vet><onderstreept>artikel
                                        5:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>14</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                            eerste lid</onderstreept></vet> geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Omgevingsplan Limburg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van <vet><onderstreept>artikel
                                            5:14</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept>derde
                                        </onderstreept></vet><vet><onderstreept> lid, onder
                                            a</onderstreept></vet>, is niet van toepassing op
                                    bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar
                                    hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                    verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                    standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in <vet><onderstreept>artikel
                                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>2:10</onderstreept></vet><vet><onderstreept>.</onderstreept></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod uit het eerste lid geldt niet als:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren
                                            dit schriftelijk meldt bij de burgemeester door middel
                                            van het naar waarheid en volledig ingevulde door de
                                            burgemeester vastgestelde meldformulier, en</al><al><extref doc="/cvdr/images/Roerdalen/i283004.pdf">Meldformulier organiseren snuffelmarkten</extref></al></li><li nr="b."><al>in dit formulier melding wordt gemaakt van:</al><lijst><li nr="-"><al>naam en adres van de organisator;</al></li><li nr="-"><al>adres van het gebouw of plaats waar de
                                                  snuffelmarkt wordt gehouden;</al></li><li nr="-"><al>de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt
                                                  wordt gehouden;</al></li><li nr="-"><al>de frequentie van het houden van de
                                                  snuffelmarkt;</al></li><li nr="-"><al>het soort van goederen en diensten dat wordt
                                                  aangeboden en verhandeld;</al></li><li nr="-"><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>het te verwachten aantal bezoekers, en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de melding geschiedt minimaal 6 weken voorafgaand aan
                                            het begin van de snuffelmarkt, en,</al></li><li nr="d."><al>het organiseren van een snuffelmarkt conform het
                                            bestemmingsplan is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod uit het eerste lid geldt tevens niet voor ruimten die
                                    uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik
                                    zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een snuffelmarkt als
                                    bedoeld in <vet><onderstreept>artikel 5:17</onderstreept></vet>
                                    te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een
                                    wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen
                                    houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig
                                    of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen in het belang van:</al><lijst><li nr="-"><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="-"><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
                                            en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                                            bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing
                                    op:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die zijn gelegen binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden en terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening
                                            Limburg aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                            motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                            aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    opgenomen verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen
                                            afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden; ;</al></li><li nr="d."><al>Sint Maartensvuren die onder toezicht van de brandweer
                                            worden gestookt, mits wordt voldaan aan de
                                            brandveiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de
                                            nadere regels A- evenementen (<extref doc="1.1:CVDR429651_1" struct="CVDR"><vet><onderstreept>z</onderstreept></vet><vet><onderstreept>ie
                                                  bijlage, “Nadere regels A
                                                  –evenementen”</onderstreept></vet></extref>) en de
                                            voorschriften zoals opgenomen in de verleende ontheffing
                                            op grond van artikel 10.2 en 10.63 Wet
                                            Milieubeheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in <vet><onderstreept>artikel
                                            1:7</onderstreept></vet>kan de
                                    ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en
                                    fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van <vet><onderstreept>artikel
                                    1:3</onderstreept></vet> daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="-"><al>de politieambtenaren werkzaam binnen het grondgebied van de
                                        gemeente Roerdalen;</al></li><li nr="-"><al>buitengewoon opsporingsambtenaren, faunabeheerders en
                                        wildbeheerseenheden, die werkzaam zijn binnen de politie
                                        Limburg Noord en/of deel uitmaken van het BOA netwerk van de
                                        politie Limburg Noord;</al></li><li nr="-"><al>opsporingsambtenaren en handhavers in dienst van het
                                        Servicecentrum MER, afdelingOmgevingsdienst, team Toezicht,
                                        ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn
                                        toevertrouwd;</al></li><li nr="-"><al>ingehuurde opsporingsambtenaren die in opdracht van de
                                        gemeente Roerdalen controles voeren;</al></li><li nr="-"><al>ambtenaren van de provincie Limburg belast met het toezicht
                                        op handhaving van de openbare ruimte en/of milieuwetgeving
                                        in opdracht van de gemeente Roerdalen;</al></li><li nr="-"><al>medewerkers van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord die in
                                        opdracht van de gemeente Roerdalen controles uitvoeren;</al></li><li nr="-"><al>ambtenaren van de waterschappen die in opdracht van de
                                        gemeente Roerdalen controles uitvoeren;</al></li><li nr="-"><al>de Groene Brigade van de provincie Limburg voor zover het
                                        betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college of de
                                burgemeester aangewezen personen, daaronder begrepen de al dan niet
                                in (onbezoldigde) dienst van de gemeente zijnde personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2010 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in
                                    <vet><onderstreept>artikel 6:4</onderstreept></vet>, die golden
                            op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor
                            deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten
                            genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016 treedt op 16
                            december 2016 in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Roerdalen 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3-11-2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De gemeenteraad van Roerdalen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>R.J.J. Notermans</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mr. M.D. de Boer-Beerta</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel>op de Algemene plaatselijke verordening 2016 Roerdalen</titel></kop><al/><al>Deze toelichting is aanvullend op de toelichting op de model-APV van de VNG en
                    heeft betrekking op de afwijkingen van die modelverordening en op de gemaakte
                    keuzen waar in de Model APV alternatieve regelingen worden gegeven. Opmerking
                    verdient dat de artikelen in de model – APV VNG een andere nummering hebben dan
                    de artikelen in de Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016. Deze
                    toelichting behoort als bijlage bij de Algemene plaatselijke verordening
                    Roerdalen 2016.</al><al>Verder wordt in de toelichting gesproken over de Algemene Plaatselijke
                    Verordening 2010 (hierna APV 2010) en de Algemene plaatselijke verordening 2016
                    (hierna Apv 2016). Deze verschillende termen worden gebruikt om een onderscheid
                    te kunnen maken tussen de oude APV 2010 en de nieuwe Apv 2016. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit artikel is een duidelijke definitie opgenomen van het begrip “reclame”.
                    Onder reclame valt ook indirecte reclame. Het gaat hierbij om reclame die niet
                    de directe doelstelling heeft om reclame te maken, maar die wel dat effect
                    heeft. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het maken van reclame middels
                    graffiti op een muur zichtbaar vanaf de openbare weg.</al><al>Omdat reclame niet alleen betrekking heeft op handelsreclame, is ook een
                    definitie van het begrip “ideële reclame” opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 1:2 Beslistermijn</vet></al><al>Aan het artikel is de zinsnede toegevoegd “Deze beslistermijn begint de dag na
                    de datum van ontvangst van de aanvraag”. Door deze toevoeging is duidelijk dat
                    de eerste dag na de datum van ontvangst de termijn begint te lopen.</al><al/><al><vet>Oude artikel 1:3 APV 2010, Indiening aanvraag, vervallen</vet></al><al>De wetgever heeft in de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) al een sluitend
                    systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: die worden ingewilligd of
                    geweigerd.</al><al>In artikel 4:5 Awb is daarop één uitzondering gemaakt: een aanvraag die zo
                    gebrekkig is dat die moet worden aangevuld voor ze kan worden afgehandeld kan
                    buiten behandeling worden gelaten. Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de
                    aanvraag aan te vullen. In dat systeem past niet dat de gemeente een nieuwe
                    reden introduceert waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten.
                    In plaats van buitenbehandeling laten zal een aanvraag die onredelijk laat wordt
                    ingediend waardoor een goede beoordeling niet mogelijk is moeten worden
                    afgewezen. Het bevoegd gezag moet dan motiveren waarom een goede toets van
                    bijvoorbeeld de veiligheid of de openbare orde niet mogelijk is omdat de periode
                    tussen het tijdstip van de indiening van de aanvraag en de activiteit waarop die
                    aanvraag ziet daarvoor te kort is. </al><al>Een aanvraag die dusdanig laat wordt ingediend dat een volledige, goede en
                    tijdige beoordeling niet mogelijk is zal moeten worden afgewezen in plaats van
                    buiten behandeling worden gelaten. Zie in dit verband de toelichting bij de
                    wijziging van artikel 1:7.</al><al/><al><vet>Artikel 1:3 Voorschriften, voorwaarden en beperkingen</vet></al><al>Aan het artikel is nog de definitie voorwaarden toegevoegd. Voorwaarden zijn
                    namelijk niet hetzelfde als voorschriften en beperkingen. Zo kan een voorwaarde
                    zijn dat alleen van de toestemming gebruik mag worden gemaakt als zich een
                    bepaalde omstandigheid voordoet. Door de toevoeging worden de mogelijkheden van
                    het bevoegd bestuursorgaan vergroot.</al><al/><al><vet>Artikel 1:4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</vet></al><al>Aan het artikel is de zinsnede toegevoegd “tenzij bij of krachtens deze
                    verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich
                    daartegen verzet”. De aard van de vergunning of ontheffing kan zich namelijk
                    verzetten tegen een persoonlijk karakter.</al><al/><al><vet>Artikel 1:5 Intrekken of wijziging van vergunning of ontheffing</vet></al><al>Aan onderdeel c is de definitie voorwaarden toegevoegd. Voorwaarden zijn
                    namelijk niet hetzelfde als voorschriften en beperkingen.</al><al/><al><vet>Artikel 1:7 Weigeringsgronden</vet></al><al>Zoals in de toelichting hierboven uiteen is gezet kunnen gemeenten bij
                    verordening geen aanvullende gronden stellen waarmee een aanvraag buiten
                    behandeling kan worden gelaten, zoals voorheen was gedaan in artikel 1:3 APV
                    2010 ten aanzien van aanvragen die werden ingediend minder dan drie weken vóór
                    het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig had. Het is
                    echter weinig zinvol – voor zowel de gemeente als de aanvrager – om te beginnen
                    met een inhoudelijk toetsing van een aanvraag als door het (late) tijdstip van
                    indienen van de aanvraag een – volledige en – goede beoordeling hiervan niet
                    redelijkerwijs mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waarvoor de
                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft. Een vergunning of ontheffing
                    zal in dergelijke gevallen niet (tijdig) verleend kunnen worden. Zie in dit
                    verband ook artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Een (snelle)
                    weigering schept (snel) duidelijkheid voor de aanvrager en voorkomt een onnodige
                    inspanning aan de kant van de gemeente. Het tweede lid biedt nu een
                    weigeringsgrondslag voor dergelijke gevallen, voor zover de betreffende aanvraag
                    is ingediend minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde
                    activiteit en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk
                    is.</al><al/><al><vet>Oude artikel 1:9 , Lex Silencio Positivo (hierna LSP), vervallen</vet></al><al>Per 1 januari 2012 zijn gemeenten verplicht om in hun verordeningen op te nemen,
                    op welke bepalingen de LSP al dan niet van toepassing is. De gemeente kan de LSP
                    slechts niet van toepassing verklaren, als er sprake is van een dwingende reden
                    van algemeen belang. Wat onder dwingende redenen van algemeen belang verstaan
                    moet worden is bepaald in de Dienstenrichtlijn en wordt verder ontwikkeld in de
                    jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Dwingende redenen van algemeen
                    belang zijn bijvoorbeeld: openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid,
                    doelstellingen van sociaal beleid, bescherming van het milieu en stedelijk
                    milieu met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening, etc.</al><al/><al>Omwille van de duidelijkheid wordt niet langer in dit artikel geregeld voor
                    welke onder de Europese Dienstenrichtlijn vallende vergunningen of ontheffingen
                    wel of geen LSP van toepassing is, maar bij ieder afzonderlijk artikel zelf. Het
                    oude artikel 1:9 vervalt daarom.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Openbare orde </vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:1a Gebiedsontzeggingen</vet></al><al>In de APV 2010 had het college de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen waar
                    een gebiedsontzegging kon worden opgelegd. Daarnaast had de burgemeester de
                    bevoegdheid om de gebiedsopzegging op te leggen aan een persoon voor een
                    bepaalde periode. Vanwege de openbare orde en veiligheid zijn beide bevoegdheden
                    nu bij de burgemeester neergelegd. Daarnaast is deze werkwijze ook veel
                    praktischer en efficiënter, omdat bij het opleggen van een gebiedsontzegging
                    geen apart besluit meer door het college en de burgemeester hoeft te worden
                    genomen.</al><al>Verder is in het artikel geen limitatieve lijst meer opgenomen van strafbare
                    feiten waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd. In de Apv 2016 is nu
                    opgenomen dat een gebiedsontzegging kan worden opgelegd vanwege het verrichten
                    van strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen. Door deze ruimere
                    formulering heeft de burgemeester meer mogelijkheden om een gebiedsontzegging op
                    te leggen.</al><al>In het eerste lid is ook toegevoegd dat de burgemeester naast de
                    gebiedsontzegging kan bevelen zich zodanig buiten dat gebied te gedragen dat het
                    effect daarvan ook in dit gebied direct merkbaar zijn. Door deze toevoeging
                    wordt voorkomen dat iemand buiten het gebied dingen doet die merkbaar zijn
                    binnen dit gebied.</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Openbare orde</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</vet></al><al>Deze bepaling is in de vorm van een verbodsbepaling gegoten. Op deze manier kan
                    de burgemeester optreden als de kennisgeving niet wordt gedaan. En de
                    burgemeester kan de betoging eventueel verbieden.</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:3 Voorwerpen op of aan de weg</vet></al><al>Op grond van artikel 2:10A tot en met 2:10 D APV 2010 was het verboden zonder
                    voorafgaande vergunning de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                    overeenkomstig de publieke functie daarvan. Om de burger, ondernemer en de
                    ambtelijke organisatie te ontlasten is deze vergunningplicht vervangen door
                    nadere regels. De artikelen 2:10 A tot en met 2:10 D zijn daarom vervallen.</al><al>In de Apv is nu een verbodsbepaling opgenomen waarin onder andere is geregeld
                    dat het verboden is de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                    overeenkomstig de publieke functie daarvan. In de “Nadere regels plaatsen
                    containers, steigers en uitstallingen Roerdalen 2016” is vervolgens geregeld in
                    welke gevallen dit verbod niet geldt. </al><al>Door gebruik te maken van deze nadere regels vervalt de vergunningplicht. Voor
                    gevallen waarbij het risico voor de openbare veiligheid groot is blijft wel nog
                    een ontheffingplicht bestaan. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een
                    hijskraan op de weg.</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Veiligheid op de weg</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:6 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</vet></al><al>Deze bepaling is misschien niet strikt noodzakelijk, omdat er ook
                    privaatrechtelijk en, wanneer er sprake is van voorwerpen of beplanting op of
                    aan de weg, op grond van artikel 2:3 van de Apv 2016 kan worden opgetreden. Maar
                    dit artikel kan wel praktisch zijn en is sneller in te zetten dan het
                    privaatrecht. Bovendien is het denkbaar dat er sprake is van beplanting of
                    voorwerpen, al dan niet op geruime afstand van de weg, die het uitzicht
                    belemmeren en hinderlijk zijn voor het verkeer. Daarom is dit artikel opgenomen
                    in de Apv 2016.</al><al/><al><vet>Artikel 2:8 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</vet></al><al>Er geldt nu een algemeen verbod om te roken in bossen, bosschages, heide of
                    veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan. Voorheen gold dit
                    verbod alleen voor de maanden april tot en met september. </al><al>Verder is aan het artikel toegevoegd dat het in bossen, bosschages, heide of
                    veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan verboden is, voor
                    zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                    vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al><al/><al><vet>Oude artikel 2:19 APV 2010, Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp,
                        vervallen</vet></al><al>Dit valt nu onder artikel 2:3 Apv 2016. </al><al/><al><vet>Afdeling 5 Evenementen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:10 en 2:11 Evenementen</vet></al><al><onderstreept>Geen vergunningplicht meer voor het organiseren van een A-
                        evenement </onderstreept></al><al>In artikel 2:25 APV 2010 was opgenomen dat het verboden is om een evenement te
                    organiseren zonder vergunning van de burgemeester. </al><al>Conform de definities van het ‘Handboek openbare orde en veiligheid bij
                    evenementen’ van de Veiligheidsregio Limburg-Noord worden drie klassen
                    evenementen onderscheiden:</al><al/><al>A-evenement: regulier eenvoudig evenement. </al><al>Binnen onze gemeente zijn optochten, rommel – en speelgoedmarkten,
                    carnavalsactiviteiten, activiteiten Koningsdag, Kerstmarkten, Sint Maarten
                    feesten, dorps - en koningsschieten, jaarmarkten, wielertoertochten,
                    openluchtconcerten alsmede straat- en buurtfeesten hier voorbeelden van. </al><al/><al>B-evenement: evenement met verhoogde aandacht en met een gemiddeld risico. </al><al>Dit is een evenement met een lokale of regionale uitstraling. Bij een dergelijk
                    evenement wordt naast lokaal publiek ook publiek vanuit de regio verwacht. De
                    bondschuttersfeesten zijn hier voorbeelden van.</al><al/><al>C-evenement: risico en grootschalig evenement met een verhoogd risico. </al><al>Dit is een evenement met een sterke bovenregionale uitstraling. Bij een
                    dergelijk evenement wordt ook publiek van buiten de regio verwacht. Een
                    voorbeeld van een C – evenement is het Zuid Limburgs Federatiefeest in
                    Montfort.</al><al/><al>De klasse-indeling vindt plaats aan de hand van het scoreformulier
                    risicopotentie evenement.</al><al>Om te komen tot een lastenvermindering en om de kwaliteit van de regels te
                    verbeteren is de vergunningplicht voor een A - evenement vervallen. Daarvoor in
                    de plaatsen gelden nu de “Nadere regels A- evenementen Roerdalen 2016”. Het
                    evenement hoeft alleen nog te worden gemeld via een meldingsformulier. In de
                    nadere regels zijn de voorschriften e.d. opgenomen die onder de APV 2010 aan de
                    evenementenvergunning werden verbonden.</al><al/><al><onderstreept>Geen vergunning meer voor het plaatsen van een tent bij een A
                        -evenement</onderstreept></al><al>In de nadere regels A - evenementen zijn ook voorschriften opgenomen over
                    brandveiligheid. Op deze manier wordt de brandveiligheid gewaarborgd. Hierdoor
                    is de vergunningplicht vervallen voor het plaatsen van een tent waarin meer dan
                    50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn bij een A-evenement. </al><al/><al>Voor de goede orde, een organisator van een A-evenement blijft verantwoordelijk
                    voor het aanvragen van de overige benodigde vergunningen, ontheffingen en
                    besluiten. Als bijvoorbeeld een weg moet worden afgesloten, dan moet door het
                    college een verkeersmaatregel worden genomen. En als bij het evenement
                    alcoholhoudende dranken worden verstrekt, is een ontheffing op grond van de
                    Drank– en Horecawet vereist. Dit betreft vergunningplichten op grond van
                    nationale wetgeving. De gemeente heeft geen invloed op de vergunningplicht. Deze
                    vergunningvoorschriften kunnen daardoor niet in nadere regels worden
                    ondergebracht. Niettemin is voor de organisator van een A-evenement en voor de
                    gemeente sprake van een lastenverlichting. </al><al/><al><onderstreept>Indieningstermijnen</onderstreept></al><al>Gebleken is dat een uiterste indieningstermijn van acht weken voor bepaalde
                    aanvragen voor een evenementenvergunning te kort is. Voor de reguliere
                    evenementen is deze termijn voldoende, maar met name voor de grootschaligere
                    evenementen met een gemiddeld of hoog risico is de termijn te kort. Er wordt
                    aangesloten bij de eerde vermelde klasse-indeling van evenementen conform het
                    Handboek openbare orde en veiligheid bij evenementen van de Veiligheidsregio
                    Limburg-Noord. Hierbij wordt de uiterste indieningstermijn bij C –evenementen op
                    26 weken gesteld en bij B evenementen op 14 weken.</al><al/><al><vet>Afdeling 6 Toezicht op horecabedrijven</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:13 Exploitatievergunning</vet></al><al>De exploitatievergunning biedt de burgemeester de mogelijkheid om regels te
                    stellen ten behoeve van de woon- en leefsituatie in de omgeving van een
                    horecaonderneming. In een exploitatievergunning worden criteria opgenomen om
                    nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat te voorkomen. Bij
                    strijdigheid met deze criteria kan de vergunning worden geweigerd of worden
                    ingetrokken. Een exploitatievergunning is persoonsgebonden. </al><al/><al><onderstreept>Meerwaarde van de exploitatievergunning</onderstreept></al><al>Op een exploitatievergunning(aanvraag) kan net als op een drank– en
                    horecawetvergunning(aanvraag) de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door
                    het openbaar bestuur (hierna: wet Bibob) worden toegepast. Op grond van de wet
                    Bibob kan een onderzoek worden ingesteld naar de integriteit van een ondernemer.
                    In grote lijnen werkt dit als volgt. Als op grond van het vergunningonderzoek
                    twijfels bestaan over de integriteit van een ondernemer wordt aan de aanvrager
                    een Bibob-formulier toegestuurd. Als op grond van dit ingevuld formulier
                    twijfels blijven bestaan over de integriteit van de ondernemer kan het Regionale
                    Expertise en Informatie Centrum (RIEC) worden ingeschakeld. Het RIEC is een
                    gespecialiseerde organisatie die nadere gegevens opvraagt en controleert bij een
                    Bibob-onderzoek. Op grond van dit onderzoek kan het RIEC adviseren om een nader
                    onderzoek te laten instellen door bureau Bibob. Op basis van dit onderzoek kan
                    worden geadviseerd om de vergunning niet te verlenen of in te trekken. </al><al/><al>Een drank– en horecawetvergunning wordt alleen verleend voor horecaondernemingen
                    waar bedrijfsmatig alcohol wordt verstrekt voor gebruik ter plaatste. Een
                    exploitatievergunning kan ook worden verleend voor horecaondernemingen waar geen
                    alcohol wordt verstrekt. Dit noemt men ook wel de “droge horeca”. Denk aan
                    cafetaria ‘s, thee- en koffiehuizen, ijssalons, shoarmazaken, zonnestudio’s,
                    clubhuizen van bijvoorbeeld motorclubs en shisha-lounges (bars waar een
                    waterpijp kan worden gerookt). </al><al>De meerwaarde van de exploitatievergunning is dat de Wet Bibob ook kan worden
                    toegepast bij horecaondernemingen waar geen alcohol wordt verstrekt.</al><al/><al>Door de exploitatievergunningplicht wordt voorkomen dat de gemeente (onbedoeld)
                    criminele activiteiten faciliteert en hierbij (onbedoeld) een klimaat creëert
                    waarbij Roerdalen onveiliger wordt en hierdoor de leefbaarheid in negatieve zin
                    beïnvloedt. In het kader van de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde
                    misdaad is de exploitatievergunning een geschikt middel om deze problematiek
                    tegen te gaan en aan te pakken. Daarnaast kan het niet hanteren van de
                    exploitatievergunningplicht een aanzuigende werking hebben. Het risico bestaat
                    namelijk dat criminele organisaties zich juist in Roerdalen vestigen omdat daar
                    de exploitatievergunningplicht niet bestaat. Dit is dan ook één van de redenen
                    waarom steeds meer gemeenten in de provincie Limburg ervoor kiezen om het
                    exploitatievergunningstelsel te gebruiken. </al><al/><al><onderstreept>Nadere regels terrassen</onderstreept></al><al>Voor het exploiteren van een terras hoeft geen aparte terrasvergunning te worden
                    verleend. Als een nieuw terras wordt geëxploiteerd of als de bestaande situatie
                    van een terras wijzigt, dan is er alleen een (wijziging van een)
                    exploitatievergunning nodig. </al><al/><al>Verder gelden er naast de exploitatievergunningplicht nadere regels voor
                    terrassen. De exploitant van een terras moet voldoen aan deze nadere regels. Dit
                    zorgt voor duidelijkheid en eenduidigheid. De nadere regels kunnen niet worden
                    “aangetast” door het opleggen van vergunningvoorschriften die afwijken van deze
                    nadere regels. Wat in de nadere regels is voorgeschreven, valt buiten het bereik
                    van de exploitatievergunning. De nadere regels hebben betrekking op de
                    verkeersveiligheid, de openbare orde en veiligheid bij het exploiteren van
                    terrassen.</al><al/><al><vet>Artikel 2:14 Sluitingstijd</vet></al><al>In de APV 2010 was de mogelijkheid opgenomen dat de burgemeester een ontheffing
                    kan verlenen van het sluitingsuur van een horecaonderneming. In de praktijk kwam
                    het er op neer dat bij elke afwijking van het sluitingsuur een ontheffing moest
                    worden verleend. </al><al>In artikel 2:13 Apv 2016 is opgenomen in welke gevallen een ruimere
                    sluitingstijd geldt. Tijdens de kermis en Koningsnacht wordt bijvoorbeeld een
                    ruimere sluitingstijd gehanteerd. Ook wordt de horecaondernemers, via een
                    meldplicht, de mogelijkheid geboden om vijf keer per jaar één uur langer open te
                    zijn. </al><al>Als gevolg van het opnemen van de sluitingstijden en het meldsysteem in de Apv
                    2016, hoeft geen ontheffing meer te worden verleend door de burgemeester. Om de
                    openbare orde en veiligheid te waarborgen behoudt de burgemeester wel de
                    bevoegdheid om voor één of meer openbare inrichtingen een andere sluitingstijd
                    vast te stellen.</al><al/><al><vet>Afdeling 6A Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                        Drank- en Horecawet</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:18b, eerste lid</vet></al><al>Hieronder vallen voornamelijk de dorpshuizen c.q. gemeenschapshuizen. Een
                    maximaal verblijf van één uur na afloop van de verenigingsactiviteit wordt door
                    de paracommerciële horeca als zeer kort ervaren. In de praktijk zien wij dat met
                    name muziekverenigingen, buurtverenigingen, bejaardenverenigingen,
                    vrouwenverenigingen gebruik maken van deze accommodaties. De verruiming tot twee
                    uur na afloop verenigingsactiviteit komt tegemoet aan de wens van de
                    paracommerciële horeca. </al><al/><al><vet>Artikel 2:18b, tweede lid</vet></al><al>Hieronder vallen met name de sportkantines. Door op te nemen dat alleen één uur
                    voor aanvang en tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt
                    uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon alcohol mag
                    worden verstrekt, maar niet later dan 02:00 uur, worden de schenktijden
                    gereguleerd. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het verstrekken van
                    alcoholhoudende dranken een ondersteunend karakter blijft houden. Met andere
                    woorden, voorkomen wordt dat er door ruime schenktijden een verkapt café
                    ontstaat. </al><al/><al><vet>Artikel 2:18c</vet></al><al>Deze bepaling is onder andere op verzoek van KHN, afdeling Roerdalen
                    opgenomen.</al><al/><al>Artikel 4 van de Drank- en Horecawet bevat onder meer de verplichting bij
                    gemeentelijke verordening regels te stellen waaraan paracommerciële
                    rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende
                    drank. Met het opnemen van deze bepaling wordt aan deze verplichting voldaan.
                    Door dit artikel wordt voorkomen dat (veelal gesubsidieerde) paracommerciële
                    instellingen op onaanvaardbare wijze concurreren met de reguliere horeca door
                    bijeenkomsten van persoonlijke aard te houden. </al><al/><al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op bijeenkomsten waarbij
                    alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die geen direct verband houden met de
                    activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals bruiloften,
                    feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen. Voor zover die
                    bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband houdt met de
                    activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van een
                    vereniging of kampioensreceptie, vallen deze niet onder het bereik van deze
                    bepaling.</al><al>Met bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij
                    de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn worden onder
                    ander bedrijfsfeesten, personeelsfeesten, koffietafels bedoeld.</al><al/><al><vet>Artikel 2:18d</vet></al><al>Artikel 25a lid onder b biedt de gemeente de mogelijk om de burgemeester bij in
                    de verordening te stellen regels voorschriften aan een vergunning te verbinden
                    en de vergunning te beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende
                    drank.</al><al>Op grond van de gewijzigde wet is de burgemeester verantwoordelijk voor het
                    toezicht en handhaving. Om deze verantwoordelijkheid goed uit te kunnen oefenen
                    is in de verordening aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om
                    voorschriften aan de vergunning te verbinden en om de vergunning te kunnen
                    beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. </al><al/><al><vet>Afdeling 7 Toezicht op gelegenheden voor nachtverblijf</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:21 Nachtregister</vet></al><al>De artikelen in de Apv 2016 over het nachtregister zijn nu zodanig geformuleerd
                    zodat, naast een inrichting zoals bedoeld in artikel 2:19 Apv 2016, ook de
                    exploitant of beheerder van, dan wel anderszins rechthebbende op een
                    recreatiepark dat gelegenheid geeft tot nachtverblijf verplicht is om een
                    nachtregister bij te houden. Op deze manier kan bijvoorbeeld de verplichting van
                    het bijhouden van het nachtregister ook worden opgelegd aan een vereniging van
                    eigenaren op een recreatiepark.</al><al/><al><vet>Afdeling 8 Toezicht op speelgelegenheden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:23 Speelgelegenheden</vet></al><al>In artikel 2:23, tweede lid, onderdeel b, is het bevoegd gezag van de minister
                    van Justitie of de Kamer van Koophandel vervangen door de raad van bestuur van
                    de kansspelautoriteit. Deze bevoegdheid komt sinds de instelling van de
                    kansspelautoriteit op 1 april 2012 en de daarmee samenhangende wijziging van de
                    Wet op de Kansspelen toe aan de raad van bestuur van de kansspelautoriteit.</al><al/><al><vet>Afdeling 9 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:26 Plakken en kladden</vet></al><al>De bepalingen die privaatrechtelijk door de rechthebbende kan worden aangepakt
                    zijn uit dit artikel verwijderd. </al><al/><al><vet>Artikel 2:30 Verboden drankgebruik</vet></al><al>Op grond van artikel 2:30 APV 2010 heeft het college gebieden aangewezen waar
                    het verboden is op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of
                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                    hebben. Om het voor de burgers makkelijker en overzichtelijker te maken, maar
                    ook vanwege efficiency redenen, zijn in de Apv 2016 de destijds aangewezen
                    locaties opgenomen. Voor het college blijft echter de mogelijkheid bestaan om
                    nieuwe gebieden aan te wijzen.</al><al/><al><vet>Artikel 2:33 Verblijven honden en loslopende honden</vet></al><al>Op grond van artikel 2:33 APV 2010 heeft het college plaatsen aangewezen waar
                    het de eigenaar of houder van een hond verboden is die hond te laten verblijven
                    of te laten lopen. Om het voor de burgers makkelijker en overzichtelijker te
                    maken, maar ook vanwege efficiency redenen, zijn in artikel 2:33 Apv 2016 de
                    destijds aangewezen locaties opgenomen. Het oude aanwijzingsbesluit is daarom
                    door het college ingetrokken. </al><al/><al><vet>Artikel 2:34 Verontreiniging door honden</vet></al><al>Op grond van artikel 2:58 APV 2010 heeft het college plaatsen aangewezen waar de
                    eigenaar of houder van een hond verplicht is ervoor te zorgen dat die hond zich
                    niet van uitwerpselen ontdoet. Vanwege verduidelijking zijn in artikel 2:58 Apv
                    2016 de destijds aangewezen locaties opgenomen. Het oude aanwijzingsbesluit is
                    door het college ingetrokken. </al><al/><al><vet>Afdeling 11 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:41 Cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al>Op grond van artikel 151c van de Gemeentewet kan de gemeenteraad aan de
                    burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen tot het uitvoeren van
                    cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de
                    openbare orde. Op grond van artikel 2:41, eerste lid Apv 2016 verleent de
                    gemeenteraad zonder beperkingen de bevoegdheid aan de burgemeester tot plaatsing
                    van camera’s ten behoeve van de handhaving van de openbare orde op openbare
                    plaatsen.</al><al>Per 1 juli 2016 is artikel 151c van de Gemeentewet gewijzigd, waardoor niet
                    alleen toezicht met vaste camera’s mogelijk is, maar ook met mobiele camera’s.
                    De reden is met name dat vaste camera’s in de praktijk vaak niet adequaat bleven
                    bij het bestrijden van zich snel en gemakkelijk verplaatsende criminaliteit,
                    hinder en vandalisme.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                        uiterlijk aanzien van de gemeente</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</vet></al><al>Op grond van artikel 4:2 APV 2010 werd door het college collectieve
                    festiviteiten aangewezen waar een hoger geluidsniveau was toegestaan binnen een
                    inrichting voor bepaalde perioden. Omdat al sinds 2010 dezelfde festiviteiten
                    met de daarbij behorende perioden zijn aangewezen, zijn in artikel 4:23 Apv 2016
                    deze collectieve festiviteiten opgenomen. Op deze manier ontstaat meer
                    duidelijkheid voor de burger, de ondernemer, maar ook voor een toezichthouder.
                    Daarnaast hoeft niet meer ieder jaar door het college een nieuw
                    aanwijzingsbesluit te worden genomen.</al><al/><al><vet>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                    enz.</vet></al><al>Op grond van artikel 4:21 APV 2010 waren door het college plaatsen aangewezen
                    waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming
                    of opheffing van overlast dan wel het voorkomen van schade aan de openbare
                    gezondheid, verboden is landbouwplastic op te slaan, te plaatsen of dan wel
                    aanwezig te hebben. Ook waren er door het college plaatsen aangewezen waar dit
                    verbod niet geldt. </al><al>Om het voor de burgers makkelijker en overzichtelijker te maken, maar ook
                    vanwege efficiency redenen, zijn in artikel 4:13 Apv 2016 de destijds aangewezen
                    locaties opgenomen. In de “Nadere regels opslaan plaatsen of aanwezig hebben van
                    landbouwplastic” is vervolgens opgenomen in welke gevallen het verbod niet
                    geldt. Het oude aanwijzingsbesluit is daarom door het college ingetrokken. </al><al/><al><vet>Artikel 4:14 Verbod reclame en nadere regels</vet></al><al>Het oude vergunningsplichtige artikel 4:23 APV 2010 is geschrapt. In dit artikel
                    was o. a. geregeld dat: “het verboden is zonder vergunning van het bevoegd gezag
                    op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                    van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf
                    de weg zichtbaar is”. In de plaats daarvoor is in artikel 4:14 Apv 2016 een
                    verbodsbepaling voor het maken van reclame opgenomen. Op grond van dit artikel
                    heeft het college de bevoegdheid om in nadere regels vast te stellen wanneer dit
                    verbod niet geldt. Dit betreft de “Nadere regels reclame” Door de “Nadere regels
                    reclame” is er geen Apv vergunning meer nodig voor het maken van reclame.</al><al>Ook is het oude artikel 4:23b APV 2010 (handhaving reclame) verwijderd. De
                    bevoegdheid om handhavend op te treden vloeit namelijk al voort uit de
                    Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Verder is het oude artikel 5:7 APV 2010 (parkeren reclamevoertuigen) verwijderd.
                    Dit is nu geregeld in de “Nadere regels reclame”. </al><al/><al><vet>Artikel 4:15 Bescherming paddenstoelen</vet></al><al>Paddenstoelen worden niet beschermd door de Flora- en Faunawet. Om te voorkomen
                    dat in natuurgebieden diverse, veelal eetbare, paddenstoelen worden geplukt is
                    in de bescherming hiervan in de Apv 2016 voorzien.</al><al/><al>Verder heeft het college op grond van het oude artikel 4:25 APV 2010 het
                    Nationaal Park de Meinweg aangewezen waar het verboden is om paddenstoelen bij
                    zich te hebben of te plukken. Vanwege verduidelijking en efficiency is dit
                    gebied nu in de Apv 2016 opgenomen. Het oude aanwijzingsbesluit is daarom door
                    het college ingetrokken. </al><al/><al><vet>Afdeling 2. Collecteren</vet></al><al/><al><vet>Artikel 5:10 Verzamelen van geld of goederen</vet></al><al>In artikel 5:13 APV 2010 was opgenomen dat het verboden is om te collecteren
                    zonder vergunning van het college. Om de burger, ondernemer en de ambtelijke
                    organisatie te ontlasten is deze vergunningplicht vervangen door nadere regels.
                    Door gebruik te maken van de “Nadere regels collecteren” vervalt de
                    vergunningplicht.</al><al/><al><vet>Afdeling 3. Venten</vet></al><al/><al><vet>Oude artikel 5:16 APV 2010, Vrijheid van meningsuiting,
                    vervallen</vet></al><al>In dit artikel werd een uitzondering gemaakt voor het venten met gedrukte
                    stukken. Bij een stelsel met een ventvergunning is dat noodzakelijk, omdat op
                    grond van artikel 7 van de Grondwet geen vergunning mag worden geëist voor het
                    gebruik maken van een zelfstandig middel van bekendmaking. Bij de huidige
                    redactie van artikel 5:12 Apv 2016 is zo’n artikel overbodig.</al><al/><al><vet>Afdeling 4. Standplaatsen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 5:14 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</vet></al><al>In artikel 5:18 APV 2010 was opgenomen dat het verboden is zonder vergunning van
                    het college een standplaats in te nemen of te hebben. Op grond van dit artikel
                    heeft het college op 31 december 2009 het “standplaatsenbeleid Roerdalen”
                    vastgesteld. </al><al>Vanwege eenduidigheid en duidelijkheid is in artikel 5:14 Apv 2016 opgenomen dat
                    het college nadere regels kan vaststellen voor het innemen of hebben van een
                    standplaats. Het “standplaatsenbeleid Roerdalen” is daarom omgeschreven naar de
                    “Nadere regels standplaatsen Roerdalen 2016”. Het “standplaatsenbeleid
                    Roerdalen” van 31 december 2009 is daarom door het college ingetrokken. In de
                    nadere regels zijn de uitgangspunten van de oude beleidsnotitie overgenomen.
                    Hierbij is de inhoud van de regels niet gewijzigd. </al><al/><al>De vergunningplicht bij standplaatsen is gehandhaafd. Het afschaffen van de
                    vergunningplicht leidt namelijk tot enkele praktische bezwaren. Zo wordt
                    bijvoorbeeld in de vergunning de stroomverstrekking geregeld en is door het
                    afschaffen van de vergunning niet meer duidelijk wanneer aan iemand een bepaalde
                    standplaats is toegewezen. Daarnaast leidt het afschaffen van deze
                    vergunningplicht niet tot lastenvermindering. De standplaatsvergunningen worden
                    namelijk voor onbepaalde tijd verleend.</al><al> Hierdoor zijn al jaren dezelfde standplaatsvergunningen van kracht. </al><al/><al><vet>Afdeling 5. Snuffelmarkten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 5:18 Organiseren van een snuffelmarkt</vet></al><al>Voor het organiseren van een snuffelmarkt geldt geen vergunningplicht meer, maar
                    kan onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5:18 Apv 2016 worden volstaan
                    met een melding.</al><al/><al><vet>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</vet></al><al/><al><vet>Artikel 5:22 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken</vet></al><al>In artikel 5:22, eerste lid Apv 2016, is opgenomen dat het verboden is in de
                    openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet
                    milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Op grond
                    van artikel 5:22, derde lid Apv 2016 kan het college hiervan ontheffing
                    verlenen. In artikel 5:22, tweede lid Apv 2016 is opgenomen dat: “mits er geen
                    sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, het verbod niet van
                    toepassing is op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen
                            worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden. </al></li></lijst><al>Aan dit artikellid is in de Apv 2016 onderdeel d toegevoegd. Dit luidt als
                    volgt: “Sint Maartensvuren die onder toezicht van de brandweer worden gestookt,
                    mits wordt voldaan aan de brandveiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de
                    “Nadere regels A- evenementen” en de voorschriften zoals opgenomen in de
                    verleende ontheffing op grond van artikel 10.2 en 10.63 Wet Milieubeheer”.
                    Hierdoor is er geen Apv- ontheffing meer nodig voor de Sint Maartensvuren.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 6:2 Toezichthouders</vet></al><al>In artikel 6:2 APV 2010 was opgenomen dat met het toezicht op de naleving van
                    het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van
                    ons dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Op grond van deze regeling
                    moesten bij elke wijziging en bij het verlopen van een aanwijzingsbesluit de
                    toezichthouders opnieuw worden aangewezen. Om te voorkomen dat telkens nieuwe
                    aanwijzingsbesluiten moeten worden genomen zijn de toezichthouders in de Apv
                    2016 aangewezen. In de Apv 2016 zijn niet alleen de boa’s en de handhavers van
                    de MER Omgevingsdienst aangewezen, maar bijvoorbeeld ook de medewerkers van de
                    groene brigade en de toezichthouders van de provincie. Het voordeel is tevens
                    dat in geval van samenwerking alle partijen bevoegd zijn om handhavend op te
                    treden. </al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>