<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429420_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Urkerland</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016.07440</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening rioolheffing</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>vast te stellen de verordening op de heffing en invordering van
                            rioolheffing.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende zaak of een onroerende zaak of een zelfstandig
                                gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li><li nr="e."><al>woning: een onroerende zaak als bedoeld in artikel 220a Gemeentewet
                                met dien verstande dat daartoe ook die gedeelten van een onroerende
                                zaak behoren die als perceel kunnen worden aangemerkt en waarvan de
                                waarde ingevolge artikel 220e Gemeentewet buiten de heffingsmaatstaf
                                van de onroerende-zaakbelastingen worden gelaten. </al></li><li nr="f."><al>niet-woning: elke onroerende zaak of zelfstandig gedeelte daarvan
                                die niet als woning is aan te merken als voornoemd. </al></li><li nr="g."><al>Waterverbruik: het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan
                                het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar
                                het perceel is toegevoerd of opgepompt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeelt het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt geheven naar een vast
                                bedrag per perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient
                                (Eigenarendeel niet-woning). Garageboxen en soortgelijke
                                opslagruimten worden daarbij als niet-woning aangemerkt.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte
                                daarvan, dat niet in hoofdzaak tot woning dient wordt het
                                gebruikersdeel van de rioolheffing geheven naar het aantal kubieke
                                meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd (Gebruikersdeel
                                niet-woning).</al></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte
                                daarvan, dat in hoofdzaak tot woning dient wordt de rioolheffing
                                geheven naar het aantal feitelijke gebruikers aan het begin van het
                                belastingjaar van het perceel (Gebruikersdeel woning). </al></li><li nr="4."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
                                gerekend.</al></li><li nr="5."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al><cursief>Eigenarendeel niet-woning</cursief></al><al>1.De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid bedraagt per perceel €
                        70,00</al><al><cursief>Gebruikersdeel niet-woning</cursief></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colwidth="83*"/><colspec colname="col3" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoel in artikel 5, tweede lid
                                            bedraagt voor een perceel met</al><al>een waterverbruik:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.van 0 m³ tot en met 300 m³:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 260,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.van 301 m³ tot en met 1000 m³:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 593,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.van 1001 m³ tot en met 2000 m³:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.184,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.van 2001 m³ tot en met 5000 m³:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.776,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.van 5001 m³ tot en met 10000 m³:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.370,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.van 10001 m³ en meer:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.259,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Gebruikersdeel woning</cursief></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colwidth="86*"/><colspec colname="col3" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in artikel 5, derde lid
                                            bedraagt indien het perceel in gebruik is bij een
                                            huishouden: </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-met een omvang tot en met 3 personen:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 273,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-met een omvang van meer dan 3 personen:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 307,50</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening
                            die op het aanslagbiljet vermeld is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
                            termijnen als er na het opleggen van de aanslag nog maanden in het
                            belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing’ van 5 november 2015 wordt ingetrokken
                                met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                rioolheffing’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Urk, 10 november 2016</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Urk,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>