<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429330_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-179864.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dafvalstoffenheffing%2bheumen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20170106%26epd%3d20170106%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;g=2017-01-01">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15.33&amp;g=2017-01-01">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2016;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 2017</vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen 2017)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2. van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in
                                hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten
                                van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na
                                het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
                                € 5,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2. van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de
                                toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing
                                of andere heffingen aangemerkt als één belasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden
                                    na de dagtekening van het aanslagbiljet. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt -ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    meer bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,00 en een
                                    machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
                                    verschuldigde bedrag-, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al><al> Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande
                                            vervalt de eerste incassotermijn een maand na de
                                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                            termijnen telkens een maand later.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet. </al></li><li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing. </al></li><li nr="5."><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
                                    in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het
                                            uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van
                                            toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van
                                            de kennisgeving.</al></li></lijst></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend
                            op grond van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. De
                            kwijtschelding is alleen van toepassing op de belasting bedoeld in de
                            artikelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 2 van de tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel
                                worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per
                                belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2 van de tarieventabel
                                worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel
                                zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                                later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 verschuldigd voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten
                                als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2
                                onder 2.1. bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de
                                toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrecht of
                                andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2. van de tarieventabel is
                            verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van
                            het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet
                                    1990 moet de op grond van artikel 15, eerste lid, bedoelde
                                    belasting moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt -ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    meer bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,00 en een
                                    machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
                                    verschuldigde bedrag-, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><lijst><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing.</al></li><li nr="5."><al> De reinigingsrechten moeten worden betaald ingeval de
                                    kennisgeving bedoeld in artikel 15, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het
                                            uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van
                                            toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van
                                            de kennisgeving.</al></li></lijst></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2016', vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 17 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 22,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste
                                dagna die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als `verordening
                            reinigingsheffingen 2017’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>MvH Malden, 15 december 2016 </ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD; </ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier, De burgemeester </ondertekening><ondertekening>J.Visser P. Mengde</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen
                        2017’.</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze
                        verschuldigd is. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.1</nr><titel>Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar :</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="80*"/><colspec colname="col3" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                            of, indien de belastingplicht </al><al>later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                                            wordt gebruikt door één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 98,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                            of, indien de belastingplicht</al><al>later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                                            wordt gebruikt door meer </al><al>dan één persooon</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 140,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en
                                            1.1.2. wordt vermeerderd voor het</al><al>op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                                            belastingplicht later aanvangt, bij</al><al>aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van
                                            een éxtra (= boven hetgeen</al><al>volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het
                                            perceel is verstrekt) container</al><al>met een bedrag van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 70,80</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.2</nr><titel>Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het
                        ter beschikking</al><al>stellen van:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="81*"/><colspec colname="col3" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.2.1 </al></entry><entry colname="col2"><al>een grote afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2 </al></entry><entry colname="col2"><al>een kleine afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,69</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Maatstaven en tarieven reinigingsrechten</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.1</nr><titel>Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="81*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van
                                            bedrijfsafval bedraagt per bedrijfspand</al><al>per belastingjaar:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 140,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor de heffing van dit recht worden:</al><lijst><li nr="a."><al>bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere
                                instellingen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden door de totale
                                inwonersbezetting bij het begin van het belastingjaar te delen door
                                4;</al></li><li nr="b."><al>scholen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar één
                                bedrijfspandper klas- c.q. speel-/werklokaal; </al></li><li nr="c."><al>gezondheidscentra omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel
                                naar één</al><al> bedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.2</nr><titel>Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1 bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikking</titel></kop><al>stellen van:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="81*"/><colspec colname="col3" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.2.1 </al></entry><entry colname="col2"><al>een grote afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.2 </al></entry><entry colname="col2"><al>een kleine afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,69</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="67*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Behoort bij raadsbesluit van 15 december 2016</al><al>Griffier van Heumen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>