<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR429101_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-183010.html">gmb-2016-183010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting Oosterhout 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BI.0160518</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al><al>Deze verordening vervangt de <extref doc="1.1:CVDR389167_1">Verordening precariobelasting Oosterhout 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oosterhout; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2016;</al><al>gelet op <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228" struct="BWB">artikel 228 van de Gemeentewet</extref>;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING
                            2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is
                        bepaald, verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>maand:</cursief></al><al>een kalendermaand;</al></li><li nr="b."><al><cursief>jaar:</cursief></al><al>een kalenderjaar;</al></li><li nr="c."><al><cursief>vergunning:</cursief></al><al>een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke
                                registratie opgenomen toestemming, op grond waarvan een persoon één
                                of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit.</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het
                        hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                        gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij
                            blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                            voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij
                            een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het
                            belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
                                voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229" struct="BWB">artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de
                                    Gemeentewet</extref>, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding
                                is overeengekomen;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
                                gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>voorwerpen en werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift of
                                overeenkomst moeten worden gedoogd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen
                        in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het
                        overigens in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
                            in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte
                            daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                            precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                            projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
                            het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp
                            geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
                            tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
                            heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij
                            het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
                            tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
                            voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een maandtarief is
                            opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een maand
                            omvat, geldt het tarief per maand van het belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien op grond van de tarieventabel meer dan één tarief toegepast kan
                            worden, wordt een aanslag tot het hoogste tarief opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien van gemeentewege voor een tijdvak van ten hoogste één jaar
                            vergunning wordt verleend voor een belastbaar feit als bedoeld in
                            artikel 2, wordt de belasting in afwijking van het eerste lid geheven
                            door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het
                            gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door
                            toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                            belastingschuldige bekendgemaakt </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het
                            belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                            belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
                            nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
                            belastingplicht als er in dat tijdvak, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet
                                1990</extref> moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                            termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990</extref> moet de precariobelasting worden betaald ingeval de
                            kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van
                                    de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen
                                    één maand na de dagtekening van de kennisgeving. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De <extref doc="1.0:v:BWBR0002448" struct="BWB">Algemene
                                termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere
                        regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘<extref doc="&#xA;                1.1:CVDR389167_1" struct="CVDR">Verordening
                                precariobelasting Oosterhout 2016</extref>’, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 15 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de
                            in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘<cursief>Verordening
                            precariobelasting Oosterhout</cursief><cursief>
                            2017</cursief><cursief>’</cursief><cursief>.</cursief></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van </al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2016-12-13">13 december 2016.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel precariobelasting 2017</titel></kop><al>behorende bij en deel uitmakende van de ‘Verordening precariobelasting
                    Oosterhout 2017</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colwidth="12*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1 Bouw- en/of
                                                sloopactiviteiten</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het hebben van voorwerpen onder, op
                                        of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten
                                        behoeve van bouw- en/of sloopactiviteiten per
                                        m<sup>2</sup>:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>·per maand of korter</al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>11,75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>·per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>106,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een maximum over de hele periode van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>50.500,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2 Terrassen</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het hebben van tafeltjes, stoelen,
                                        parasols op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                        gemeentegrond ten behoeve van terrassen per
                                        m<sup>2</sup>:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>·per maand of korter </al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>2,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>·per jaar </al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>15,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Hoofdstuk 3 Standplaatsen</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het hebben van een
                                        verkoopstandplaats met onder andere verkoopwagens of
                                        verkoopkramen, uitgezonderd het hebben daarvan op de
                                        marktplaatsen gedurende de aangewezen markturen, op of boven
                                        de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, per
                                        m<sup>2</sup>:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>·per maand of korter</al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>2,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>·per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al></entry><entry colname="col4"><al>15,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Oosterhout van 13
                        december 2016 tot vaststelling van de ‘Verordening precariobelasting
                        Oosterhout 2017’</cursief></al><al><cursief>De griffier,</cursief></al></bijlage></regeling></body></cvdr>