<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR428587_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Standplaatsenbeleid gemeente Leudal (2017)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 173798</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Standplaatsenbeleid gemeente Leudal (2017)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene plaatselijke verordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Standplaatsenbeleid gemeente Leudal (2017)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1. Inleiding </label></kop><structuurtekst><al>Het te koop aanbieden van goederen als vis, kaas, snacks, bloemen,
                                kleding en dergelijke vanaf een standplaats in de openbare ruimte is
                                een niet meer weg te denken activiteit in de gemeente Leudal. Het
                                verlevendigt het straatbeeld, het voorziet in een behoefte en het
                                verschaft werkgelegenheid.</al><al/><al>Standplaatsen worden echter niet door iedereen als positief ervaren.
                                Ze kunnen ook problemen veroorzaken. </al><al/><al>Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de
                                praktijk een verkeersaantrekkend karakter. Door deze
                                verkeersaantrekkende werking ontstaan mogelijke ongewenste
                                oversteekbewegingen door voetgangers en ontoelaatbaar fietsverkeer
                                in voetgangersgebieden. Daarnaast zijn parkeerproblemen niet uit te
                                sluiten.</al><al/><al>Indien er veel belangstelling bestaat op dezelfde locatie een
                                standplaatsen in te nemen kan er een concentratie ontstaan van het
                                aantal in te nemen standplaatsen. Dit kan de rust verstoren voor de
                                omwonenden. Omwonenden kunnen ook overlast ondervinden door geluid,
                                stank en de aanwezigheid van zwerfafval. Ook kan het straatbeeld
                                worden verstoord.</al><al/><al>Verder is het niet de bedoeling dat de verzorgingsfunctie in de
                                kernen door het verlenen van de standplaatsvergunningen in gevaar
                                komt. De standplaatsen moeten het dorpsbelang en de leefbaarheid
                                dienen. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Waarom nadere beleidsregels?</label></kop><structuurtekst><al>Om deze problemen te beperken of aan te pakken kan het college
                                    naast de regels in de Algemene plaatselijke verordening (APV)
                                    ook nadere beleidsregels vaststellen waarin wordt aangegeven
                                    wanneer wel of niet tot het afgeven van een
                                    standplaatsvergunning wordt overgegaan. Standplaatsvergunningen
                                    dienen voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord of dat er
                                    overlast ontstaat.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Voordelen beleidsregels</label></kop><structuurtekst><al>Het vaststellen van de beleidsregels kent de volgende
                                    voordelen:</al><lijst><li nr="-"><al>het schept duidelijkheid en zekerheid in de afstemming
                                            tussen de ambtelijke en bestuurlijke organisatie;</al></li><li nr="-"><al>het vergroot de rechtszekerheid. Het beleid is
                                            (her-)kenbaar, voorspelbaar en controleerbaar voor
                                            burgers;</al></li><li nr="-"><al>het vergroot de gelijkheid in behandeling;</al></li><li nr="-"><al>het vermindert het risico van herroeping/vernietiging
                                            van beschikkingen in bezwaar/beroep.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Wat regelen de beleidsregels?</label></kop><structuurtekst><al>Door het standplaatsenbeleid kan het volgende worden geregeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling van het maximum aantal af te geven
                                            standplaatsvergunningen;</al></li><li nr="b."><al>de aanwijzing van locaties waar standplaatsen mogen
                                            worden ingenomen;</al></li><li nr="c."><al>de aanwijzing van tijdstippen waarop standplaatsen mogen
                                            worden ingenomen.</al></li></lijst><al/><al>Het standplaatsenbeleid dat in 2012 in werking is getreden is
                                    inmiddels toe aan een actualisatie. Door de invoering van de
                                    Europese Dienstenrichtlijn (vervolgens: Dienstenrichtlijn) zijn
                                    de zogenaamde schaarse besluiten geïntroduceerd. Als gevolg
                                    hiervan gelden er hierdoor andere eisen aan de verdeling en
                                    geldigheidsduur van vergunningen en wordt gebruik gemaakt van
                                    een lotingsysteem bij de afgifte van de standplaatsvergunningen.
                                    Verder wordt het mogelijk standplaatsvergunningen in te nemen
                                    voor de proefperiode van één maand en zijn de locaties van de
                                    standplaatsvergunningen geactualiseerd.</al><al/><al>Vervolgens wordt ingegaan op de vormen van ambulante handel
                                    (paragraaf 2), het juridisch kader van de standplaatsvergunning
                                    (paragraaf 3), de beleidsuitgangspunten bij het verlenen van een
                                    incidentele en vaste standplaatsvergunning (paragraaf 4), de
                                    kosten bij het innemen van een standplaatsvergunning (paragraaf
                                    5), toezicht en handhaving (paragraaf 6), de hardheidsclausule
                                    (paragraaf 7), de overgangsbepaling (paragraaf 8), de
                                    inwerkingtreding (paragraaf 9) en de citeertitel van het
                                    standplaatsenbeleid (paragraaf 10). </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. Vormen van ambulante handel</label></kop><structuurtekst><al>De term ambulante handel is een verzamelnaam van een aantal vormen
                                van handel in de openbare ruimte. Er wordt onderscheid gemaakt
                                in:</al><al>-<cursief>(week)markten</cursief><cursief>;</cursief></al><al><cursief>- het innemen van een standplaats en</cursief></al><al><cursief>- venten.</cursief></al><al/><al>Collectes, een openbare inzameling van geld of goederen, vallen hier
                                niet onder.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Weekmarkt</label></kop><structuurtekst><al>De kernen Heythuysen en Haelen beschikken beide over een
                                        <cursief>weekmarkt</cursief>. Regelgeving met betrekking tot
                                    deze markten is op basis van artikel 160, eerste lid, aanhef
                                    onder h, van de Gemeentewet geregeld in de Marktverordening, het
                                    Marktreglement en de Verordening marktgelden. Daar deze
                                    specifieke regelingen zijn vastgesteld voor de weekmarken en
                                    deze ook zijn uitgezonderd op basis van de Algemene plaatselijke
                                    verordening gemeente Leudal (vervolgens: APV), worden de
                                    weekmarkten in het standplaatsenbeleid buiten beschouwing
                                    gelaten.</al><al/><al>In de APV is geregeld dat het innemen van een standplaats
                                    tijdens een evenement ook niet valt onder het
                                    standplaatsenregime (artikel 5:17 lid 2 APV).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Minimarkten met een beperkt aantal standplaatsen</label></kop><structuurtekst><al>De kleine markten in de overige kernen van de gemeente Leudal
                                    zijn geen weekmarkten. Het zijn zogenaamde <cursief>minimarkten
                                        met een beperkt aantal
                                        standplaatsen</cursief><cursief>(maximaal
                                        </cursief><cursief>5
                                        </cursief><cursief>standplaatsen).</cursief></al><al/><al>Er worden voor deze minimarkten afzonderlijke
                                    standplaatsvergunningen verleend op grond van de APV. Het
                                    college van burgemeester en wethouders stelt voorschriften aan
                                    deze vorm van ambulante handel want een standplaats kan overlast
                                    veroorzaken, onveilig verkeersgedrag veroorzaken of het
                                    straatbeeld ontsieren. Ook kan een standplaats soms het lokaal
                                    voorzieningenniveau aantasten. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Venten</label></kop><structuurtekst><al>Onder <cursief>venten </cursief>wordt verstaan de uitoefening
                                    van kleinhandel, waarbij de goederen aan willekeurige
                                    voorbijgangers worden aangeboden, dan wel het huis-aan-huis
                                    aanbieden van goederen. Volgens jurisprudentie dient de venter
                                    zijn waren voortdurend aan te bieden vanaf een andere plaats.
                                    Dit is anders dan het innemen van een standplaats. Dan worden
                                    vanaf een vaste plaats goederen ter verkoop aangeboden. Als
                                    gevolg van de deregulering van de APV is voor het venten in de
                                    gemeente Leudal geen ventvergunning meer vereist. Er is gekozen
                                    voor een algemene regel. Het is ingevolge de APV verboden te
                                    venten als de openbare orde wordt verstoord, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
                                    Eventuele overlast door het venten kan aangepakt worden door de
                                    Buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s).</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. Juridisch kader standplaatsen</label></kop><paragraaf><kop><label>3.1 Standplaatsvergunning</label></kop><structuurtekst><al>Voor het innemen van een standplaats in de gemeente Leudal is
                                    een standplaatsvergunning nodig van het college van burgemeester
                                    en wethouders op grond van artikel 5:18 APV. De vergunning wordt
                                    in de praktijk verleend namens het college met toepassing van
                                    het bepaalde in de mandaatregeling. Gebruik van de
                                    mandaatregeling is alleen mogelijk binnen de kaders van het
                                    standplaatsenbeleid. De aangewezen marktmeester draagt in
                                    samenwerking met de medewerkers Burger Bedrijven Plein
                                    (vervolgens: BBP) APV/bijzondere wetten zorg voor de
                                    coördinatie, advisering en standplaatsvergunningverlening. </al><tussenkop> Persoonsgebonden vergunning</tussenkop><al>De standplaatsvergunning is ingevolge artikel 1:5 APV een
                                            <cursief>persoonsgebonden vergunning.</cursief> Een
                                        vergunning wordt persoonlijk genoemd, als die alleen of
                                        vooral is verleend vanwege de persoon van de
                                        vergunningaanvrager. De persoonlijke vergunning is in
                                        beginsel niet overdraagbaar. Een uitzondering wordt gemaakt
                                        bij het overlijden van de standplaatsvergunninghouder. Dan
                                        kan het recht worden overgedragen aan de partner of een
                                        kind, wanneer binnen één maand na het overlijden een verzoek
                                        hiertoe wordt ingediend. </al><tussenkop> Standplaatsvergunning voor drie jaar </tussenkop><al>In het kader van de deregulering werd de
                                        standplaatsvergunning in beginsel voor <cursief>onbepaalde
                                            tijd</cursief> verleend op grond van artikel 1:7 APV.
                                        Indien er toch een termijn aan standplaatsvergunning werd
                                        verbonden moest dit met motivering geschieden, in het belang
                                        van onder meer de openbare orde, overlast,
                                        verkeersveiligheid en milieu. In het standplaatsenbeleid
                                        2012 is expliciet door het college van burgemeester en
                                        wethouders besloten dat de standplaatsvergunning in beginsel
                                        voor vijf jaar werd verleend met een mogelijkheid tot
                                        verlenging. </al><al/><al>De standplaatsvergunningen vallen onder de Europese
                                        Dienstenrichtlijn, een richtlijn die er op gericht is dat
                                        ondernemers makkelijker hun diensten kunnen aanbieden in
                                        Europa. Volgens deze Dienstenrichtlijn worden
                                        standplaatsvergunningen gezien als schaarse
                                        besluiten/vergunningen. Deze schaarse besluiten/vergunningen
                                        mogen niet meer voor onbepaalde tijd of voor vijf jaren
                                        worden verleend.</al><al/><al>Schaarse besluiten/vergunningen sluiten bij de
                                        vergunningverlening namelijk degenen uit aan wie daardoor
                                        geen vergunning kan worden verleend. Hierdoor worden de
                                        onderlinge kansen van (potentiële) aanvragers om een
                                        vergunningplichtige activiteit te verrichten beperkt. Het
                                        speelveld van de mededinging komt dan aan de orde. </al><al/><al>Volgens de Dienstenrichtlijn mag de looptijd van een
                                        vergunning niet meer buitensporig lang zijn. De duur zou
                                        volgens de overwegingen in deze Dienstenrichtlijn niet
                                        langer mogen zijn dan nodig is met het oog op de
                                        afschrijving van investeringen en een billijke vergoeding
                                        van het geïnvesteerde kapitaal.</al><al/><al>Vandaar dat de termijn van vijf jaar te lang is en de
                                        termijn van drie jaar wordt gehanteerd vanaf de vaststelling
                                        van het geactualiseerde standplaatsenbeleid.</al><al>Standplaatsen waarvoor vanaf 1 januari 2017 een
                                        standplaatsvergunning wordt verleend, zijn slechts geldig
                                        voor drie jaar.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Vaste en incidentele standplaatsvergunningen, proefperiode</label></kop><structuurtekst><al>Er wordt onderscheid gemaakt in vaste standplaatsvergunningen en
                                    incidentele standplaatsvergunningen</al><tussenkop> Vaste standplaats</tussenkop><al>Een vaste standplaats is een standplaats die structureel en
                                        regelmatig (wekelijks of maandelijks) wordt ingenomen. Een
                                        dergelijke standplaatsvergunning wordt voor drie jaar
                                        verleend. </al><tussenkop> Incidentele standplaats </tussenkop><al>Een incidentele standplaats is een standplaats die
                                        incidenteel en tijdelijk, gedurende zeer korte termijn
                                        (maximaal drie maanden) wordt ingenomen. Een dergelijke
                                        standplaatsvergunning kan niet voor onbepaalde termijn
                                        worden verleend gelet op de tijdelijkheid van de inname van
                                        de standplaats.</al><tussenkop> Standplaats inname op particuliere grond</tussenkop><al>Een standplaats wordt normaal gesproken ingenomen op
                                        gemeentegrond. Het is ook mogelijk een standplaats in te
                                        nemen op particuliere grond. Ingevolge artikel 5:19 APV is
                                        het verboden dat de rechthebbende op een perceel
                                        (particuliere) grond toe staat dat daarop zonder vergunning
                                        van het college van burgemeester en wethouders een
                                        standplaats wordt of is ingenomen. Hiervoor blijft een
                                        standplaatsvergunning nodig. Met dit verbod is het mogelijk
                                        niet alleen maatregelen te nemen tegen degene die zonder
                                        vergunning een standplaats inneemt maar ook tegen de
                                        eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats
                                        zonder vergunning toestaat.</al><tussenkop> Proefperiode na loting</tussenkop><al>De mogelijkheid bestaat om in overleg met de marktmeester
                                        een standplaats in te nemen voor een proefperiode van
                                        maximaal één maand. Zo kan de ondernemer zelf ondervinden of
                                        de standplaats op de locatie daadwerkelijk bevalt. Dit dient
                                        in overleg met de marktmeester te gebeuren. De proefperiode
                                        kan worden ingenomen als de standplaatsvergunning na loting
                                        is toegewezen. Wat onder loting wordt verstaan is te vinden
                                        in paragraaf 3.3.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Loting</label></kop><structuurtekst><al>Volgens Europese en landelijke juridische uitspraken dient de
                                    gemeente transparante regels te hebben waaraan de gemeente bij
                                    de verdeling van schaarse vergunningen voldoet. Het gaat vooral
                                    om transparantieverplichtingen bij de verdeling en verlening van
                                    schaarse vergunningen, die waarborgen dat de aanvragers gelijke
                                    kansen hebben om mee te dingen naar schaarse vergunningen. Deze
                                    vereiste transparantie is nog geen vaste praktijk.</al><al/><al>Volgens het standplaatsenbeleid 2012 werd uitgegaan van een
                                    verdeelsysteem op grond van aanvraag en op grond van een
                                    eventuele wachtlijst.</al><al/><al>Na de inwerkingtreding van het geactualiseerde
                                    standplaatsenbeleid worden standplaatsvergunningen die in 2017
                                    eindigen niet meer automatisch via aanvraag of via een
                                    wachtlijst afgegeven. De vrijgekomen vergunningen worden
                                    openbaar kenbaar gemaakt via een advertentie in het plaatselijke
                                    huis-aan-huis blad en in het Gemeenteblad. Liefhebbers voor de
                                    standplaats kunnen zich vervolgens inschrijven voor de
                                    vrijkomende standplaats(en) voor een nader te bepalen datum. Bij
                                    meer dan een gegadigde voor een standplaatsvergunning op een
                                    bepaalde locatie wordt via loting door aanwezigheid van drie
                                    ambtenaren, de standplaats toegewezen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.4 Weigeringsgronden</label></kop><structuurtekst><al>Er zijn verschillende redenen waarom een standplaatsvergunning
                                    geweigerd kan worden. </al><tussenkop> In strijd met geldend bestemmingsplan </tussenkop><al>De standplaatsvergunning wordt geweigerd door het college
                                        van burgemeester en wethouders wegens strijd met een geldend
                                        bestemmingsplan.</al><tussenkop> Andere weigeringsgronden</tussenkop><al>De standplaatsvergunning kan door het college van
                                        burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 1:8 en
                                        5:18 APV worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="e."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand;</al></li><li nr="f."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst><tussenkop> Ad. In strijd met het bestemmingsplan</tussenkop><al>De standplaatsvergunning wordt geweigerd door het college
                                        van burgemeester en wethouders wegens strijd met een geldend
                                        bestemmingsplan. In de bestemmingsplannen wordt geregeld dat
                                        standplaatsen enkel zijn toegestaan binnen bepaalde
                                        hoofdbestemmingen, zoals de bestemming Verkeer. Voor de
                                        verdere beoordeling of de standplaats past binnen (een
                                        dergelijke hoofdbestemming opgenomen in) het bestemmingsplan
                                        is in de bestemmingsplannen opgenomen dat de APV en het
                                        standplaatsenbeleid het toetsingskader vormen. De
                                        uitgangspunten geformuleerd in het standplaatsenbeleid
                                        bieden de basis voor de inhoudelijke beoordeling. De
                                        aangevraagde standplaats dient dus te passen binnen de
                                        kaders van de inhoudelijke beoordeling en binnen het
                                        bestemmingsplan.</al><tussenkop> Ad. a, b, c en d </tussenkop><al><vet><cursief>O</cursief></vet><vet><cursief>penbare orde en
                                                openbare veiligheid</cursief></vet></al><al>De APV is gericht op de huishouding van de gemeente en is
                                        van oudsher een openbare orde en overlastverordening. Het
                                        begrip “openbare orde” is een open begrip. Een vaak
                                        gebezigde definitie luidt: “het ordelijk verloop van het
                                        gemeenschapsleven in de openbare ruimte”. Dit omvat in ieder
                                        geval de bescherming tegen een werkelijke en voldoende
                                        ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de
                                        samenleving en kan met name onderwerpen in verband met de
                                        menselijke waardigheid, de bescherming van minderjarigen en
                                        kwetsbare volwassenen, als ook dierenwelzijn omvatten. Het
                                        begrip “openbare veiligheid” omvat ook vraagstukken in
                                        verband met de staatsveiligheid.</al><al/><al><vet><cursief>Overlast</cursief></vet></al><al>“Overlast” is geen zelfstandige weigeringsgrond. Echter
                                        overlast kan via de algemene gronden openbare orde, openbare
                                        veiligheid, volksgezondheid en milieu wel worden aangemerkt
                                        als een dergelijke weigeringsgrond. Overlast kan namelijk
                                        betrekking hebben op verschillende aspecten, zoals
                                        geluidsoverlast, overlast veroorzaakt door stof, afval
                                        enzovoorts, dit kan worden geschaard onder milieu of zelfs
                                        volksgezondheid. Onder overlast wordt in ieder geval ook
                                        begrepen hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW.</al><al/><al><vet><cursief>Bescherming van het
                                        milieu</cursief></vet></al><al>De standplaatsen kunnen mogelijkerwijs vallen onder het
                                        begrip inrichting en daardoor vallen onder de werkingssfeer
                                        van het Activiteitenbesluit ingevolge de Milieuwetgeving.
                                        Hierdoor moet worden voldaan aan de voorschriften van het
                                        Activiteitenbesluit. Daarnaast is het mogelijk op grond van
                                        dit besluit maatwerkvoorschriften te stellen.</al><tussenkop> Ad.e Redelijke eisen van welstand</tussenkop><al>De weigeringsgrond “redelijke eisen van welstand” kan
                                        gehanteerd worden als een of meer standplaatsen worden
                                        ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig
                                        verstoord wordt (ordening van straathandel). </al><tussenkop> Ad.f Redelijk voorzieningenniveau</tussenkop><al>In het verleden is het beschermen van een “redelijk
                                        voorzieningenniveau” in de gemeente ten behoeve van de
                                        consument als een openbare orde belang aangemerkt. De
                                        gedachte was dat gevestigde winkeliers geconfronteerd worden
                                        met hoge exploitatiekosten die niet in verhouding staan tot
                                        de vrij lage exploitatiekosten van de straathandelaren. Uit
                                        jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
                                        Raad van State blijkt dat het reguleren van de
                                        concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang
                                        van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de
                                        Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State slechts
                                        één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het
                                        voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de
                                        gemeente in gevaar komt. Het gaat hierbij om de primaire
                                        levensbehoeften binnen een redelijke afstand beschikbaar
                                        moeten blijven. Wil een gemeente op basis van het redelijk
                                        verzorgingsniveau een vergunning weigeren dan moet worden
                                        aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de
                                        plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel
                                        in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen
                                        aangeboden worden. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.5 Intrekkingsgronden </label></kop><structuurtekst><al>De vaste en incidentele standplaatsvergunning kan worden
                                    ingetrokken op grond van artikel 1:6 Algemene plaatselijke
                                    verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                            gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de
                                            omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen
                                            van de vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk
                                            is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                                            waarvan de vergunning is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet
                                            zijn of worden nagekomen (bijvoorbeeld indien de
                                            standplaats niet daadwerkelijk wordt ingenomen zonder
                                            opgave van geldige reden);</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt
                                            binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                            ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                            termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst><al/><al>Ad c. Als de standplaatsvergunninghouder gedurende zes
                                    achtereenvolgende dagdelen of gedurende zes dagdelen binnen een
                                    tijdvak van drie maanden, geen gebruik heeft gemaakt van de
                                    standplaats zonder opgave van een geldige reden kan de
                                    standplaatsvergunning ingetrokken worden. Met achtereenvolgende
                                    dagdelen wordt bedoeld de achtereenvolgende dagdelen waarvoor de
                                    standplaatsvergunning geldig is. De standplaats moet
                                    daadwerkelijk worden ingenomen. Ingeval van ziekte of vakantie
                                    moet de standplaatsvergunninghouder de marktmeester tijdig voor
                                    het tijdstip waarop de standplaats moet worden ingenomen in
                                    kennis stellen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.6 Vervallen van een standplaatsvergunning</label></kop><structuurtekst><al>Het recht op het innemen van een standplaats vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij het overlijden van de
                                            standplaatsvergunninghouder;</al></li></lijst><al/><al>ad b. Bij het overlijden van de standplaatsvergunninghouder kan
                                    het recht op de standplaats worden overgedragen aan de partner
                                    of een kind, wanneer binnen één maand na het overlijden een
                                    verzoek hiertoe wordt ingediend (zie paragraaf 3.1).</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4. Beleidsuitgangspuntenverlenen van vaste en incidentele standplaatsvergunningen</label></kop><paragraaf><kop><label>· Keuze voor maximaal aantal standplaatsvergunningen</label></kop><structuurtekst><al>In paragraaf 1 is beschreven welke problemen op het gebied van
                                    de openbare orde en veiligheid kunnen ontstaan indien onbeperkt
                                    standplaatsvergunningen worden verleend.</al><al>Daarnaast vormt de verzorgingsfunctie een belangrijk
                                    uitgangspunt voor een standplaatsenbeleid. </al><al/><al>De geschetste problemen in paragraaf 1 maken het noodzakelijk om
                                    het aantal standplaatsen per kern aan een maximum te
                                    verbinden.</al><al/><al>Uit jurisprudentie blijkt dat een maximumstelsel een goed
                                    toetsingscriterium is bij het beoordelen van een aanvraag voor
                                    een vergunning voor het innemen van een standplaats. Het
                                    maximumstelsel betekent per definitie dat een aanvraag wordt
                                    geweigerd indien het vastgestelde maximum wordt overschreden. </al><al/><al>In geval van bijzondere omstandigheden kan gemotiveerd van het
                                    maximumstelsel worden afgeweken (zgn. hardheidsclausule voor
                                    uitzonderlijke situatie).</al><al/><al>Nader bepaald kan worden waar standplaatsen kunnen worden
                                    ingenomen gedurende welke tijdstippen. Hierbij spelen beschreven
                                    aspecten als verkeersveiligheid en voorkomen van overlast een
                                    rol.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>· Tijdsduur vaste standplaats</label></kop><structuurtekst><al>Een vaste standplaats is een standplaats die structureel,
                                    wekelijks of maandelijks wordt ingenomen gedurende minimaal 12
                                    maanden(tot drie jaar) met een vaste frequentie op
                                    eenzelfde tijdstip en plaats. </al><al/><al>Voor het standplaatsenbeleid van 2012 is door het college van
                                    burgemeester en wethouder besloten dat de standplaatsvergunning
                                    in beginsel voor vijf jaar wordt verleend met een mogelijkheid
                                    tot verlenging. Als gevolg van de Dienstenrichtlijn en de
                                    schaarse besluiten is deze periode gewijzigd in drie jaar. (Zie
                                    paragraaf 3.1).</al><al/><al>De vaste standplaats wordt ingenomen voor minimaal één dagdeel
                                    per week (een dagdeel is een aaneengesloten periode van maximaal
                                    vijf uur, binnen het tijdsbestek van 08:00 uur tot maximaal
                                    22:00 uur) en maximaal één dag (drie dagdelen van vijf
                                    uur).</al><al/><al>De dagen en tijdstippen waarop de standplaatsen mogen worden
                                    ingenomen zijn gerelateerd aan de Winkeltijdenwet en de
                                    Winkeltijdenverordening.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>· Locaties vaste standplaats en maximum aantal per standplaats</label></kop><structuurtekst><al>Bij het maximumstelsel in het onderstaande overzicht is rekening
                                    gehouden met:</al><lijst><li nr="-"><al>de weigeringsgronden conform artikel 1:8 en 5:18
                                            APV;</al></li><li nr="-"><al>bijzondere omstandigheden (aard en omvang) in de
                                            betreffende kernen,</al></li><li nr="-"><al>de weekmarkten in de kernen Heythuysen en Haelen (op de
                                            dagen van de weekmarkten is er geen inname van een vaste
                                            of incidentele standplaatsvergunning mogelijk). </al></li></lijst><al/><al>Vergunningen voor een vaste standplaats kunnen worden afgegeven
                                    voor de onderstaande locaties. Het maximaal aantal te verlenen
                                    standplaatsvergunningen zoals vermeld in de tabel is per locatie
                                    bepaald voor maximaal één dagdeel per week. </al><al/><al>Op de overige dagdelen in de week, mogen per dagdeel maximaal
                                    twee standplaatsvergunningen worden verleend met uitzondering
                                    van de locaties waar het maximale aantal beperkt is tot 1. Daar
                                    mag één standplaats worden ingenomen op de overige dagdelen per
                                    week.</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Kern </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Locatie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Maximaal </vet></al><al><vet>aantal standplaatsen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Baexem </al></entry><entry colname="col2"><al>Mgr. Kriekelsplein </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buggenum </al></entry><entry colname="col2"><al>Plein tegenover de kerk</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ell </al></entry><entry colname="col2"><al>Scheijmansplein </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Grathem </al></entry><entry colname="col2"><al>Markt </al></entry><entry colname="col3"><al>2 (geen gemeentelijke stroomvoorziening)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Grathem </al></entry><entry colname="col2"><al>Nassauplein </al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Haelen, met uitzondering van de
                                                  donderdagmorgen</al></entry><entry colname="col2"><al>Raadhuisplein </al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Haelen, tegenover de kerk, Kerkplein</al></entry><entry colname="col2"><al>Tegenover de kerk, Kerkplein</al></entry><entry colname="col3"><al>1 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Haler </al></entry><entry colname="col2"><al>Plein nabij de kerk Isidoorstraat/Speltstraat
                                                  </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heibloem </al></entry><entry colname="col2"><al>Isidoorstraat</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heythuysen, met uitzondering van vrijdag</al></entry><entry colname="col2"><al>Julianaplein </al></entry><entry colname="col3"><al>1 (geen verkoop, bestemd voor para-medische
                                                  zaken)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heythuysen, met uitzondering van vrijdag </al></entry><entry colname="col2"><al>Plein bij de kerk </al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heythuysen, met uitzondering van vrijdag </al></entry><entry colname="col2"><al>Raadhuisplein/Plein voor het gemeentehuis
                                                  buiten parkeervakken</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Horn </al></entry><entry colname="col2"><al>Van Horneplein </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Horn </al></entry><entry colname="col2"><al>Raadhuisplein </al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hunsel </al></entry><entry colname="col2"><al>Kerkplein </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ittervoort </al></entry><entry colname="col2"><al>Kermisplein/Dahliaplein </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kelpen-Oler</al></entry><entry colname="col2"><al>Kerkstraat </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Neer</al></entry><entry colname="col2"><al>Kerkplein/Engelmanstraat </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Neeritter </al></entry><entry colname="col2"><al>Krekelbergplein </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nunhem </al></entry><entry colname="col2"><al>Kermisplein </al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Roggel </al></entry><entry colname="col2"><al>Markt </al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Kermis, evenementen</label></kop><structuurtekst><al>Bij de kermis en bij evenementen kan door de marktmeester worden
                                    besloten dat geen standplaats mag worden ingenomen op de
                                    aangewezen locatie. Er kan door de marktmeester worden besloten
                                    dat op een andere plaats de standplaats dient te worden
                                    ingenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>· Locaties incidentele standplaats</label></kop><structuurtekst><al>Een incidentele standplaats is een standplaats die tijdelijk,
                                    gedurende zeer korte termijn en maximaal drie maanden, wordt
                                    ingenomen. Een incidentele standplaats kan dus niet voor
                                    onbepaalde termijn worden verleend.</al><al/><al>Incidentele standplaatsen kunnen naast de bovengenoemde locaties
                                    ook worden ingenomen op een andere locaties binnen de gemeente
                                    Leudal. De locatie zal in overleg tussen de aanvrager en de
                                    marktmeester en de medewerkers BBP APV/bijzondere wetten worden
                                    bepaald en wordt getoetst op grond van de weigeringsgronden van
                                    de standplaatsen. Als een standplaats overigens op particulier
                                    terrein ligt is een toestemming van de eigenaar van de grond
                                    nodig. Het is overigens niet toegestaan dat ter plaatse op
                                    particuliere grond zonder standplaatsvergunning een standplaats
                                    wordt ingenomen (artikel 5:19 APV) (zie paragraaf 3.2).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>· Tijdsduur incidentele standplaats</label></kop><structuurtekst><al>Een incidentele standplaats wordt gedurende minimaal 1 dagdeel
                                    en maximaal 7 dagen per week, gedurende een maximale periode van
                                    drie maanden ingenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Geen verlening standplaats,uitzondering</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>Op de dag dat de weekmarkt plaatsvindt in de kernen
                                            Heythuysen (vrijdag) en Haelen (donderdag) wordt geen
                                            vaste en geen incidentele standplaatsvergunningen
                                            afgegeven in de kern waar de weekmarkt gehouden
                                            wordt.</al><al/></li><li nr="-"><al>Tijdens de kermisdagen in de betreffende kern is het
                                            niet toegestaan om in de kern een incidentele
                                            standplaats in te nemen en worden geen incidentele
                                            standplaatsvergunningen verleend. Een uitzondering kan
                                            door de marktmeester worden gemaakt voor het innemen van
                                            een incidentele standplaats op het kermisterrein.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwijkingen locaties en tijdsduur vaste of incidentele standplaats gedurende bijvoorbeeld de sinterklaas- en kerstperiode, schaatsperiode</label></kop><structuurtekst><al>In specifieke gevallen kan door het college van burgemeester en
                                    wethouders gemotiveerd worden afgeweken van de aangegeven
                                    locaties, tijdsduur voor een vaste of een incidentele
                                    standplaats en het verbod om een incidentele standplaats in te
                                    nemen tijdens de weekmarkt.</al><al/><al>Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan de periode dat kermis
                                    gevierd wordt in de betreffende kern; de oliebollenverkoop,
                                    poffertjesverkoop in de sinterklaas- en kerstperiode en de
                                    verkoop van koek, soep, chocolademelk tijdens schaatsperiodes. </al><al/><al>Voor de oliebollenverkoop kan een incidentele
                                    standplaatsvergunning worden verleend voor een periode van
                                    maximaal drie maanden gedurende maximaal zeven dagen per
                                    week.</al><al/><al>In alle gevallen waarin de aangewezen locaties door tijdelijke
                                    veranderde omstandigheden niet meer voldoen, kan de marktmeester
                                    een andere geschikte locatie aanwijzen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>· Uitzonderingen maximumstelsel en locatiekeuze</label></kop><structuurtekst><al><vet>-</vet>Het maximumstelsel en de locatiekeuze is niet van
                                    toepassing op standplaatsenvergunningen voor de verkoop van
                                        <cursief>zelf geteelde landbouwprodukten</cursief> (bv
                                    asperges, aardbeien enz.) vanaf het perceel grond waarop ze
                                    worden geteeld buiten de bebouwde kom gedurende de periode van
                                    april tot september. </al><al/><al>-Het maximumstelsel is ook niet van toepassing op
                                    standplaatsvergunningen voor <cursief>politieke partijen,
                                        verenigingen voor algemeen belang en instanties voor de
                                        gezondheidszorg.</cursief></al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5. Kosten </label></kop><structuurtekst><al>De kosten voor een standplaatsvergunning worden verdeeld in twee
                                onderdelen.</al><lijst><li nr="A."><al>In eerste instantie betaalt een aanvrager van een
                                        standplaatsvergunning legeskosten voor het in behandeling
                                        nemen van een standplaatsvergunningaanvraag.</al></li><li nr="B."><al>Daarnaast wordt een vergoeding in rekening gebracht voor het
                                        elektriciteits-/stroomverbruik indien een standplaatshouder
                                        gebruik maakt van een gemeentelijke stroomvoorziening.</al></li></lijst></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Ad A. Legeskosten vaste en incidentele standplaatsvergunning</label></kop><structuurtekst><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte van
                                    een vergunning om in de gemeente Leudal een standplaats in te
                                    nemen voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                    goederen dan wel het aanbieden van diensten, is de aanvrager
                                    leges verschuldigd. Het legestarief wordt jaarlijks door de
                                    gemeenteraad vastgesteld en opgenomen in de Tarieventabel
                                    behorende bij de Legesverordening.</al><al/><al>Er is een verschillend tarief bepaald voor de vaste en
                                    incidentele standplaatsvergunning op grond de Tarieventabel
                                    (3.2.3) behorende bij de legesverordening. De Tarieventabel
                                    wordt overigens jaarlijks bijgesteld.</al><al/><al>Bij de bepaling van de bedragen zijn de tijdsbesteding voor de
                                    afgifte van de vergunningen én de indirecte kosten
                                    bepalend.</al><al/><al>Voor de <cursief>actuele legesbedragen</cursief> wordt verwezen
                                    naar de geldende Legesverordening en Tarieventabel.</al><tussenkop> · Uitzondering in rekening brengen legeskosten</tussenkop><al>Instanties voor de gezondheidszorg, verenigingen die het
                                        algemeen belang vertegenwoordigen, politieke partijen zijn
                                        geen legeskosten verschuldigd voor de standplaatsvergunning.
                                    </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ad B. Kosten stroomgebruik vaste en incidentele standplaats</label></kop><structuurtekst><al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen:</al><lijst><li nr="-"><al>klein verbruik ( gebruik van elektriciteit voor
                                            verlichting en kassa) en </al></li><li nr="-"><al>groot verbruik ( gebruik van overige elektriciteit
                                            anders dan verlichting en kassa, zoals bakken, braden,
                                            koelen enz.).</al></li></lijst><al/><al>Voor een <vet>vaste standplaats</vet> worden de volgende
                                    stroomkosten in rekening gebracht:</al><lijst><li nr="-"><al>Klein verbruik: € 100,00 per jaar;</al></li><li nr="-"><al>Groot verbruik: € 250,00 per jaar .</al></li></lijst><al/><al>Voor de <vet>incidentele standplaats</vet> worden de volgende
                                    stroomkosten in rekening gebracht, waarbij onderscheid gemaakt
                                    in de volgende dagdelen:</al><al><cursief>* </cursief>08:00-13:00 (maximaal 5) uur;</al><al>* 13:00-18:00 (maximaal 5) uur;</al><al>* 18:00-22:00 (maximaal 5) uur. </al><lijst><li nr="-"><al>Klein verbruik: € 2,00 per dagdeel;</al></li><li nr="-"><al>Groot verbruik: € 5,00 per dagdeel.</al></li></lijst><al/><al>De kosten voor het innemen van een incidentele standplaats
                                    dienen vooraf gelijktijdig met de legeskosten te worden betaald.
                                    De aanvrager dient dus vooraf aan te geven of er gebruik wordt
                                    gemaakt van de gemeentelijke stroomvoorziening. Bij het gebruik
                                    van een particuliere stroomvoorziening is de
                                    standplaatsvergunninghouder hiervoor zelf verantwoordelijk en
                                    dienen de veiligheidseisen in acht genomen te worden.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6. Toezicht en Handhaving </label></kop><structuurtekst><al>Ten behoeve van toezicht en handhaving van standplaatsvergunningen
                                door de gemeente wordt gewerkt met het volgende stappenplan.</al><al/><al>Het stappenplan bestaat uit twee elementen, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>controle, informeel overleg met schriftelijke bekrachtiging
                                        waarschuwing; </al></li><li nr="b."><al>hercontrole en tweede schriftelijke waarschuwing, oplegging
                                        en uitvoering bestuursrechtelijke beschikking.</al><al/></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colwidth="31*"/><colspec colname="col4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Overtreding</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Maatregelen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Marktmeester/</vet></al><al><vet>Toezichthouder/</vet></al><al><vet>buitengewoon opsporingsambtenaar</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>college</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inname standplaats zonder vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Na eerste constatering</vet> wordt de
                                                  standplaatshouder mondeling aangezegd om
                                                  onmiddellijk de inname van de standplaats en de
                                                  exploitatie te beëindigen tot de
                                                  standplaatsvergun-ning is verleend. </al><al>Dit wordt schriftelijk bevestigd.</al><al>(Er dient zo mogelijk een standplaatsvergun-ning
                                                  te worden aangevraagd).</al><al><vet>Na tweede constatering</vet> wordt de
                                                  standplaatshouder wederom aangeschreven om
                                                  onmiddellijk de inname en de exploitatie van de
                                                  standplaats te beëindigen tot de
                                                  standplaatsvergun-ning is verleend.</al><al>(Er dient een standplaatsvergun-ning te worden
                                                  aangevraagd).</al><al>Tegelijkertijd wordt de procedure gestart tot
                                                  het opleggen van een preventieve dwangsom. </al><al>Bij iedere volgende overtreding, binnen een
                                                  termijn van drie jaar, kan de dwangsom
                                                  onmiddellijk verbeurd worden verklaard.</al></entry><entry colname="col3"><al>Mondelinge waarschuwing</al></entry><entry colname="col4"><al>Bekrachtiging mondelinge waarschuwing door
                                                  schriftelijke waarschuwing</al><al>Tweede </al><al>schriftelijke waar-schuwing</al><al>En</al><al>oplegging preventieve dwangsom</al><al>Verbeurd verklaring preventieve dwangsom</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Niet naleven van de voorschriften van de
                                                  standplaats-vergunning </al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Na eerste constatering</vet> volgt een
                                                  mondelinge aanzegging waarbij op de overtreding
                                                  wordt gewezen.</al><al>Deze mondelinge aanzegging wordt schriftelijk
                                                  bevestigd.</al><al><vet>Na tweede constatering</vet> volgt wederom
                                                  een aanschrijving waarbij op de overtreding wordt
                                                  gewezen.</al><al>Tegelijkertijd wordt de procedure gestart tot
                                                  het opleggen van een preventieve dwangsom.</al><al>Bij iedere volgende overtreding, binnen een
                                                  termijn van drie jaar, kan de dwangsom
                                                  onmiddellijk verbeurd worden verklaard.</al><al><vet>Na </vet><vet>drie
                                                  </vet><vet>overtredingen</vet> wordt het besluit
                                                  tot dwangsom ingetrokken en wordt door middel van
                                                  een nieuw besluit de vergunning ingetrokken.</al></entry><entry colname="col3"><al>Mondelinge waarschuwing</al></entry><entry colname="col4"><al>Bekrachtiging mondelinge waarschuwing door </al><al>schriftelijke waarschuwing</al><al>Tweede</al><al>schriftelijke waar-schuwing</al><al>En</al><al>preventieve dwangsom</al><al>Onmiddellijk verbeurd verklaren dwangsom</al><al>Besluit tot dwangsom ingetrokken en vergunning
                                                  ingetrokken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Naast de bestuursrechtelijke handhaving kan ook strafrechtelijke
                                handhaving door de politie plaatsvinden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>7. Uitzonderijke situaties (Hardheidsclausule)</label></kop><structuurtekst><al>In de praktijk kunnen er zich uitzonderlijke situaties voordoen
                                waarbij de mogelijkheid moet kunnen bestaan om van het
                                standplaatsenbeleid af te wijken.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan hiertoe dan apart
                                besluiten. Een dergelijk besluit dient dan uitdrukkelijk gemotiveerd
                                te worden. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>8. Verleende standplaatsvergunning (en) op grond van het Standplaatsenbeleid 2012</label></kop><structuurtekst><al>Op het moment van de inwerkingtreding van het Standplaatsenbeleid
                                gemeente Leudal (2017) vervallen niet automatisch alle eerder
                                verleende standplaatsvergunningen. De verleende
                                standplaatsvergunningen blijven geldig tot het einde van de termijn
                                zoals vermeld in de standplaatsvergunning. Ook als de
                                standplaatsvergunning voor een langere periode dan drie jaar is
                                verleend. Of als de standplaats wordt ingenomen op een locatie die
                                niet meer voldoet aan het geactualiseerde standplaatsenbeleid. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>9. Inwerkingtreding Standplaatsenbeleid en benaming</label></kop><structuurtekst><al>Het geactualiseerde standplaatsenbeleid treedt in werking op 1
                                januari 2017. </al><al>Het beleid wordt geciteerd als: Standplaatsenbeleid gemeente Leudal
                                (2017)</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heythuysen, 6 december 2016</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Leudal;</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>D.J.E. Noppers A.H.M. Verhoeven MPM</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>1.<vet>Inleiding</vet></al><al>2.<vet>Vormen van ambulante handel</vet></al><al>3.<vet>Juridisch kader
                    standplaatsen</vet></al><al>3.1<vet>Standplaatsvergunning</vet></al><al>3.2<vet>Vaste en incidentele standplaatsvergunning,
                    proefperiode</vet></al><al>3.3<vet>Loting</vet></al><al>3.4<vet>Weigeringsgronden</vet></al><al>3.5<vet>Intrekkingsgronden</vet></al><al>3.6<vet>Vervallen van een
                    standplaatsvergunning</vet></al><al>4.<vet>Beleidsuitgangspunten verlenen van vaste en
                    incidentele standplaatsvergunningen</vet></al><al>5.<vet>Kosten </vet></al><al>6.<vet>Toezicht en handhaving</vet></al><al>7.<vet><vet>Uitzonderlijke situaties
                    (Hardheidsclausule</vet></vet></al><al>8.<vet>Verleende standplaatsvergunning(en) op grond
                    van het Standplaatsenbeleid 2012 </vet></al><al>9.<vet>Inwerkingtreding Standplaatsenbeleid en
                    benaming</vet></al></bijlage></regeling></body></cvdr>