<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR428560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Lochem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal Gemeenteblad, 14 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Lochem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, artikelen 95, 96, 97, 99 en 147, artikelen 22, 23, 27 Rechtspositiebesluit wethouders, artikeln 2, 7a, 13 en 15 Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Lochem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lochem;</al><al/><al> Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        25 oktober 2016; </al><al/><al>gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid
                        en 97, 99 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23,
                        eerste lid, 27a, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, en
                        de artikelen 2, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, en 15 van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al/><al><vet>besluit</vet><vet>:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders</vet><vet>, raads- en
                        commissieleden gemeente Lochem</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83
                                    of 84 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m.
                                bijzondere deskundigheid</titel></kop><al>Een lid van de commissie bezwaarschriften ontvangt een vergoeding die
                            gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verhoogd met 100%. De
                            voorzitter van de commissie bezwaarschriften ontvangt een vergoeding
                            gelijk aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden verhoogd met 150%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen
                            96, eerste lid, en 97 van de Gemeetewet is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in
                                    artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig
                                    in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan
                                niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de
                                vervulling van de functie van raads- of commissielid, dienen daartoe
                                vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken,
                                overeenkomstig het tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslissen de fractievoorzitters van alle in
                                de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen op basis van
                                meerderheid van stemmen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt raads- en commissieleden ten laste van de gemeente
                                voor de uitoefening van het raads- of commissielidmaatschap een
                                tabletcomputer in bruikleen ter beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Raads- en commissieleden ondertekenen voor de bruikleen een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan raads- en commissieleden aan wie geen tabletcomputer ter
                                beschikking is gesteld, wordt door het college van burgemeester en
                                wethouders op aanvraag voor de uitoefening van het raads- of
                                commissielidmaatschap een tegemoetkoming verleend voor de aanschaf
                                of het gebruik van een eigen computer. Deze tegemoetkoming bedraagt
                                voor de duur van het raads- of commissielidmaatschap maandelijks
                                1/36<sup>e</sup> van de aanschafwaarde. Daarbij wordt ten hoogste
                                uitgegaan van de aanschafwaarde van de tabletcomputer welke het
                                college aan raads- en commissieleden in bruikleen ter beschikking
                                stelt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangen raads- en commissieleden voor de duur van hun
                                raads- of commissielidmaatschap een vergoeding voor de aanleg- en
                                abonnementskosten van de internetverbinding voor de in dit artikel
                                bedoelde computerapparatuur voor zover deze nodig is voor het
                                uitoefenen van het raads- of commissieliedmaatschap. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de in lid 4 genoemde vergoeding van de abonnementskosten wordt
                                een normbedrag per maand vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in lid 4 wordt gedaan bij
                                de griffier. De griffier beslist over de aanvraag op basis van
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen
                                de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in
                                artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder
                                aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen,
                                genoemd in hoofdstuk II van deze verordening, voor zover deze worden
                                gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als
                                bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van
                                de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Reiskosten
                            woon-werkverkeer</titel></kop><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten
                            woon-werkverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van
                            het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 3 van de
                            Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Zakelijke reis- en verblijfskosten</titel></kop><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en
                            verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt,
                            bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de
                            gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie
                            wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan wethouders wordt ten laste van de gemeente voor de uitoefening
                                van het wethouderschap een tabletcomputer in bruikleen ter
                                beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wethouders ondertekenen voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan wethouders aan wie geen tabletcomputer ter beschikking is
                                gesteld, wordt door het college van burgemeester en wethouders op
                                aanvraag voor de uitoefening van het wethouderschap een
                                tegemoetkoming verleend voor de aanschaf of het gebruik van een
                                eigen computer. Deze tegemoetkoming bedraagt voor de duur van het
                                wethouderschap maandelijks 1/36<sup>e</sup> van de aanschafwaarde.
                                Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                                tabletcomputer welke het college aan wethouders in bruikleen ter
                                beschikking stelt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangen wethouders voor de duur van hun wethouderschap
                                een vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten van de
                                internetverbinding voor de in dit artikel bedoelde
                                computerapparatuur voor zover deze nodig is voor het uitoefenen van
                                het wethouderschap. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de in lid 4 genoemde vergoeding van de abonnementskosten wordt
                                een normbedrag per maand vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in lid 4 wordt gedaan bij
                                de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris beslist over de
                                aanvraag op basis van bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan wethouders wordt ten laste van de gemeente voor de uitoefening
                                van het wethouderschap communicatieapparatuur in bruikleen ter
                                beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wethouders ondertekenen voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhuis, reis- en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele
                                woonlasten bij benoeming</titel></kop><al>Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid,
                                    onderdeel a, van Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig
                                    artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders;
                                    en</al></li><li nr="b."><al>dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22,
                                    eerste lid, onderdeel b, van Rechtspositiebesluit wethouders,
                                    overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanwijziging als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen
                                de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in
                                artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder
                                aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen,
                                genoemd in hoofdstuk III van deze verordening, voor zover deze
                                worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking
                                als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h,
                                van de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie Artikel 13 Betaling vaste
                            vergoedingen</titel></kop><structuurtekst><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor de
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis,
                            tenzij het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden of de Regeling rechtspositie wethouders anders
                            bepalen. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Betaling en declaratie van onkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor
                                vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats
                                door:</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een
                                        rechtstreekse, aan de gemeente toegezonden factuur, of</al></li><li nr="b."><al>betaling vooruit uit eigen middelen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De declaratie van kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald
                                en de vergoeding van reiskosten met eigen auto vindt plaats door
                                gebruikmaking van een declaratieformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en
                                binnen drie maanden na het onstaan van de kosten ingediend</al><lijst><li nr="-"><al>indien het een wethouder betreft bij de portefeuillehouder
                                        Financiën</al></li><li nr="-"><al>indien het de portefeuillehouder Financiën betreft bij de
                                        burgemeester</al></li><li nr="-"><al>indien het een raads- of commissielid betreft bij de
                                        griffier of de secretaris van de commissie onder bijvoeging
                                        van de originele bewijsstukken.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                            gemeente Lochem, zoals vastgesteld op 9 mei 2011 wordt ingetrokken met
                            ingang van de dag dat de geactualiseerde Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Lochem in werking treedt.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking de dag na bekendmaking in het digitale
                            Gemeenteblad en heeft waar nodig terugwerkende kracht tot en met 1 juli
                            2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Lochem. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lochem in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>6 december 2016,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.Veenbergen S.W. van ‘t Erve</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>