<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR428508_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2032961</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
            2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hardenberg;</al><al/><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 29
                        november 2016, nr. 2032961</al><al/><al>Gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen de </al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
                        2017</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                                    hemelwater,grondwater of oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting.</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel, niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4, voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten.</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt voor zover het percelen
                                betreft die uitsluitend tot woning dienen de belasting geheven naar
                                een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
                                gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>een watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>een bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst><al>Dit artikellid is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een perceel dat uitsluitend dient als woning € 261,---
                                        per jaar;</al></li><li nr="b."><al>voor perceel dat niet of niet uitsluitend dient als
                                        woning:</al><lijst><li nr="-"><al>€ 261,--- per jaar, indien in een jaar minder wordt
                                                geloosd dan 500 m3 afvalwater;</al></li><li nr="-"><al>€ 566,-- per jaar, indien in een jaar 500 m3 of
                                                meer, doch minder dan 750 m3 afvalwater wordt
                                                geloosd;</al></li><li nr="-"><al>€ 857,-- per jaar, indien in een jaar 750 m3 of
                                                meer, doch minder dan 1.000 m3 afvalwater wordt
                                                geloosd;</al></li><li nr="-"><al>€ 1.024,-- per jaar, indien in een jaar 1.000 m3 of
                                                meer, doch minder dan 1.250 m3 afvalwater wordt
                                                geloosd;</al></li><li nr="-"><al>€ 1.192,-- per jaar, indien in een jaar 1.250 m3 of
                                                meer, doch minder dan 1.500 m3 afvalwater wordt
                                                geloosd;</al></li><li nr="-"><al>€ 1.326,-- per jaar, indien in een jaar 1.500 m3 of
                                                meer, doch minder dan 1.750 m3 afvalwater wordt
                                                geloosd;</al></li><li nr="-"><al>€ 1.433,-- per jaar, indien in een jaar 1.750 m3 of
                                                meer, doch minder dan 2.000 m3 afvalwater wordt
                                                geloosd. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in een jaar 2.000 m3 of meer water wordt geloosd, wordt het
                                onder lid 1, sub b van dit artikel berekende recht groot € 1.433,--
                                per jaar verhoogd met € 189,-- per jaar voor elke 1.000 m3 water of
                                gedeelte daarvan boven 2.000 m3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing
                                naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor aanslagen die
                                worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben,
                                ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                aanslagen , of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het
                                bedrag daarvan, meer is dan € 100,-- doch minder dan € 2.000,-- en
                                zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en elke van de volgende termijnen
                                telkens een maand later, met dien verstande dat, indien na de
                                kalendermaand, waarin de aanslagen worden opgelegd, minder dan tien
                                kalendermaanden in het belastingjaar overblijven, de aanslagen
                                moeten worden betaald in zoveel bedoelde termijnen al er nog
                                kalendermaanden in het jaar overblijven, met een minimum van
                                vier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor aanslagen die
                                worden opgelegd na afloop van het belastingjaar waarop zij
                                betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen , of als het aanslagbiljet maar
                                één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,-- doch
                                minder dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                                de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van
                                de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van
                                burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening rioolheffing 2016 van 1 december 2015 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de
                                    heffing en invordering van rioolheffing 2017".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad van de gemeente
                        Hardenberg van 13 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter</ondertekening><ondertekening>F.G.S. Droste P.H. Snijders</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>