<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR427881_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-176029.html">gmb-2016-176029</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening rioolheffing 2016 van 14 december 2015 wordt ingetrokken.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Albrandswaard;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november
                        2016;</al><al>gelet op <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=288a" struct="BWB">artikel 228a van de Gemeentewet</extref>;</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
                                verstaan een open water;</al></li><li nr="d."><al>onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
                                Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste
                                individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen;</al></li><li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de
                        inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                            verder te noemen: gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 –voor gebruik is afgestaan, degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde
                        die minder is dan € 25.000, die in zelfstandig gebruik zijn als berging of
                        garagebox.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar
                            het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar
                            voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is
                            opgepompt. In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
                            van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                            kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of </al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                            afvalwater is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per eigendom van
                        waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd:</al><lijst><li nr="a."><al>tot en met 500 m³ per jaar met dien verstande dat aan een volgens de
                                gemeentelijke basisadministratie alleenwonende gebruiker van een
                                eigendom van waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd vermindering wordt verleend van 25% van het in dit lid
                                genoemde tarief en dat deze vermindering beperkt blijft over het
                                aantal volle maanden dat men alleenwonend is € 266,78</al></li><li nr="b."><al>per m³ boven de 500 m³ tot en met 1500 m³; € 1,56</al></li><li nr="c."><al>per m³ boven de 1500 m³ tot en met 2500 m³ € 1,45</al></li><li nr="d."><al>per m³ boven de 2500 m³ tot en met 5000 m³ € 1,35</al></li><li nr="e."><al>per m³ boven de 5000 m³. € 1,21</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                            of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de
                            loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
                            zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als
                            er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de
                            loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in
                            dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                            9,–.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            eigendom in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 9,– worden niet geheven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt
                            het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9, eerste lid" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990</extref> moet de
                            aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘<extref doc="1.1:CVDR392242_1" struct="CVDR">Verordening rioolheffing
                                2016</extref>’ van 14 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van
                            de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing
                            2017’.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Albrandswaard van 19 december 2016.</al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2016-12-19">2016-12-19</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening> mr. Renske van der Tempel</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. Hans-Cristoph Wagner</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>