<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR427621_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalre</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad 27-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 2.1.3 ev. Wmo</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-21865</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE WAALRE
            2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de </vet><vet>gemeente</vet><vet>Waalre</vet></al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1
                        november 2016, nr. 2016-53;</al><al/><al>gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede,derde
                        enzevende lid<cursief>, </cursief>2.1.5, eerste lid, 2.1.6,
                            <cursief>2.1.</cursief>7<cursief>, 2.3.6, </cursief>vierde
                            lid<cursief>,</cursief> en 2.6.6, eerste lid, van de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al/><al>overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze
                        waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven;
                        dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen
                        bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving
                        onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie,
                        een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij
                        zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; dat het
                        noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan
                        als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de ondersteuning
                        bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met
                        een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen,
                        beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid
                        van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te
                        bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve
                        samenleving;</al><al/><al>besluit vast te stellen de:</al><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning<vet>gemeente</vet><vet>
                            Waalre </vet><vet>201</vet><vet>7</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="-"><al><vet>algemeen gebruikelijke voorziening</vet>: voorziening die niet
                                speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen
                                verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbaar
                                aanbod;</al></li><li nr="-"><al><vet>bijdrage</vet>: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste
                                lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al><vet>Centrum voor Maatschappelijke Deelname</vet> (CMD): </al><al> Het CMD helpt inwoners (alsmede mantelzorgers, vrijwilligers en
                                professionals) met alle vragen) die betrekking hebben op het sociale
                                domein. In het CMD wordt begeleiding/ondersteuning geboden, de
                                professionals in het CMD activeren en versterken het netwerk rondom
                                een vrager, bieden zelf hulp en organiseren professionele zorg. De
                                professional uit het CMD is aanspreekpunt voor het hele gezin en
                                coördineert de ondersteuning die wordt ingezet.</al></li><li nr="-"><al><vet>gebruikelijke hulp</vet>: hulp die naar algemeen aanvaarde
                                opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot,
                                ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; </al></li><li nr="-"><al><vet>gesprek</vet>: als bedoeld in artikel 5 van deze
                                verordening;</al></li><li nr="-"><al><vet>hulpvraag</vet>: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning
                                als bedoeld in artikel 2.3.2. eerste lid van de wet;</al></li><li nr="-"><al><vet>kostprijs</vet>: de hoogte van de kostprijs van een
                                maatwerkvoorziening is gelijk aan de kostprijs die de gemeente voor
                                de betreffende voorziening betaalt.</al></li><li nr="-"><al><vet>melding</vet>: melding aan het college als bedoeld in artikel
                                2.3.2, eerste lid, van de wet; </al></li><li nr="-"><al><vet>onverantwoord</vet>: wanneer direct gevaar dreigt voor de
                                client danwel zijn omgeving.</al></li><li nr="-"><al><vet>p</vet><vet>ersoonsgebonden budget</vet>: bedrag waaruit namens
                                het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen,
                                woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een
                                maatwerkvoorziening behoren, en die een client van derden heeft
                                betrokken.</al></li><li nr="-"><al><vet>PlusTeam:</vet>Organisatie die inwoners met
                                complexe advies- en hulpvragen helpt. In het PlusTeam werken
                                gespecialiseerde professionals. Deze professionals verlenen
                                professionele zorg activeren en versterken het netwerk rondom een
                                vragen en zetten de benodigde zorg van andere organisaties in.
                                Hierbij is de professional van het PlusTeam aanspreekpunt voor het
                                gezin en coördinator van de zorg.</al></li><li nr="-"><al><vet>verslag</vet>: het ondersteuningsplan dat een schriftelijke
                                weergave is van de uitkomsten van het onderzoek.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al><vet>voorliggende voorziening</vet>: voorziening of dienst op grond
                                van een andere wettelijke regeling die voorliggend is op de Wmo en
                                waarmee aan de hulpvraag tegemoet wordt gekomen.</al></li><li nr="-"><al><vet>wet</vet>: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al><vet>zelfredzaamheidmatrix</vet>: een instrument waarmee de mate van
                                zelfredzaamheid van de cliënt eenvoudig en volledig kan worden
                                beoordeeld;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden
                            gemeld. Dit kan schriftelijk, elektronisch of telefonisch.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft
                            het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening
                            in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op
                            kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de
                            cliënt uitgangspunt is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek,
                            bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid
                            gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2,
                            eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over
                            de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een
                            afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens
                            en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek
                            nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De
                            cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in
                            artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de cliënt bekend is bij de gemeente, kan het college in
                            overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld
                            in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om zelf
                            een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de
                            wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de
                            gelegenheid het plan te overhandigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat mede op basis van een zelfredzaamheidmatrix
                            in een of meerdere gesprekken met degene door of namens wie de melding
                            is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de
                            mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie zo spoedig mogelijk
                            en voor zover nodig wordt onderzocht:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                    cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of
                                    zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen
                                    dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen
                                    uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn
                                    zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij
                                    een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                    mantelzorger van de cliënt;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                    voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in
                                    artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                    maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering
                                    van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen
                                    dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen
                                    of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld
                                    in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van
                                    publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk
                                    en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;</al></li><li nr="i."><al>welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het
                                    bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd
                                    zal zijn, en</al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb,
                                    waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht
                                    over de gevolgen van die keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid,
                            aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het
                            onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek,
                            diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt
                            toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het
                            bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien
                            van een gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger
                            uiterlijk binnen 5 weken na datum melding een schriftelijke verslag van
                            de uitkomsten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag
                            toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat
                            een getekend exemplaar binnen 5 werkdagen geretourneerd wordt aan de
                            contactpersoon waarmee hij het gesprek heeft gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven wat de
                            reden is waarom hij niet akkoord is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een
                            maatwerkvoorziening kan hij dit aangeven op het door hem ondertekende
                                verslag<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om
                            een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als
                            aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van
                            een aanvraag voor een maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
                                    participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze
                                    beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen
                                    kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van
                                    andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met
                                    gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage
                                    aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
                                    wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang
                                    mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven,
                                    <vet>of</vet></al></li><li nr="b."><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale
                                    problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                    dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg
                                    van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar
                                    het oordeel van het college niet op eigen kracht, met
                                    gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere
                                    personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage
                                    aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                                    wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de
                                    cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op
                                    eigen kracht te handhaven in de
                                    samenleving<cursief>.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag
                            redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing
                            had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in
                            aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot de
                            zelfredzaamheid of participatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
                            eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts
                            verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is
                            afgeschreven,</al><lijst><li nr="a."><al>tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als
                                    gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                    rekenen;</al></li><li nr="b."><al>tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
                                    veroorzaakte kosten, of</al></li><li nr="c."><al>als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing
                                    biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke
                                    ondersteuning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de
                            goedkoopst compenserende voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen onafhankelijke
                        adviesinstantie om advies vragen als het dit van belang acht voor de
                        beoordeling van de aanvraag om een maatwerkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de
                            beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                    resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van
                                    toepassing,</al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn en</al></li><li nr="e."><al>hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb
                            wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                    bedoeld,</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb en</al></li><li nr="f."><al>hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de
                            beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de cliënt dit wenst, verstrekt het college hem een
                            persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten,
                            hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de
                            maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht
                                    voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van
                                    zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk
                                    of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een
                                    persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze
                                    uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de
                                    maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd
                                    te krijgen;</al></li><li nr="c."><al>naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten,
                                    hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot
                                    de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en
                                    cliëntgericht worden verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder
                            c, weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen,
                            woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn
                            voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de kosten van het betrekken van de diensten,
                                    hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van
                                    derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening
                                    of;</al></li><li nr="b."><al>indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel
                                    2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d en e van de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een persoonsgebonden budget is titel 4.2 van de Algemene wet
                            bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt
                            het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten
                            die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft
                            gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening
                            noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum
                            van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst
                            compenserende maatwerkvoorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden
                            betreffende het tarief, een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt de
                            mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en
                            andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het
                            sociaal netwerk<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en
                            algemene voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                    cliëntondersteuning, en,</al></li><li nr="b."><al>voor een maatwerkvoorziening .</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                    cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                    verschuldigd;</al></li><li nr="b."><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage
                                    is en</al></li><li nr="c."><al>dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van een
                                    woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de
                                    onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie
                                    een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond
                                    verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen
                                    met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt de hoogte van de kostprijs van een
                            maatwerkvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                            betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen,
                            door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van
                                    de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden
                                    in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                    overeenstemming met de professionele standaard;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden
                            gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                            deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders,
                            een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met
                            de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                            geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een
                            aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich
                            heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan
                            de toezichthoudende ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudende ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet
                            onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het
                            college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden
                            van geweld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden
                            voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een
                            voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op
                            verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en
                            omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                            aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld
                            in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing
                            als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel
                            intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is
                                    aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening
                                    verbonden voorwaarden, of</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel
                                    gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                            blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend
                            voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                            plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                            heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
                            college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking
                            heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de
                            ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten
                            pgb.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van Pgb’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                        waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische
                            problemen</titel></kop><al>Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel
                        2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische
                        psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende
                        aannemelijke meerkosten hebben, en die een inkomen hebben lager dan een door
                        het college vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon, een
                        tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de
                        participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren diensten, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                                    zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                    personeel als gevolg vanverlof, ziekte, scholing en werkoverleg,
                                    en</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en</al></li><li nr="b."><al>de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van
                                    de leverancier worden gevraagd, zoals:</al><lijst><li nr="1."><al>aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;</al></li><li nr="2."><al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al></li><li nr="3."><al>onderhoud en reparatie van de voorziening, en</al></li><li nr="4."><al>verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden
                                            (bijv. sociaal wijkteams).</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op
                            de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze
                            verordening is de verordening klachtbehandeling Waalre van toepassing.
                            Dit geldt niet voor het Plus Team. Het Plus Team kent een eigen
                            klachtenregeling openbaar lichaam Plus Team.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten
                            van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                            overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                            ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                            cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                            gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                            periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun
                            vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                            betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd
                            en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over
                            verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke
                            ondersteuning , en voorziet hen in ondersteuning om hun rol effectief te
                            kunnen vervullen. Binnen de gemeente Waalre is dit een kernactiviteit
                            van de Particpatieraad Wmo.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek
                            overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat
                            zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg
                            benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en
                            tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt na afloop van de
                        beleidstermijn geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft
                        wordt het beleid vervolgens aangepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2015 wordt
                            ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van
                            de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2015
                            totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit
                            waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Waalre 2015 en waarop nog niet is beslist bij het
                            in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens
                            deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2015 wordt beslist met
                            inachtneming van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Waalre 2017.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2015 wordt
                            hiermee ingetrokken.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van datum 13 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Waalre,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>W.A. Ernes drs. J. Brenninkmeijer</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Waalre/i281992.pdf">Toelichting verordening maatschappelijke ondersteuning 2017</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>