<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR427570_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de Regeling melden vermoeden van een misstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale uitvoeringsdienst Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noord-Beveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reimerswaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">Elektronisch publicatieblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>de Regeling melden vermoeden van een misstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Bijlage 3, bedoeld in artikel F.1, elfde lid, van de gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      de Regeling melden vermoeden van een misstand
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Besluit van het Dagelijks Bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland
                        (verder RUD), de wijziging in bijlage 3 van de Collectieve
                        Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies </al>
          <al/>
          <al>Het Dagelijks Bestuur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland,</al>
          <al>Gelet op</al>
          <al/>
          <al>Bijlage 3, bedoeld in artikel F.1, elfde lid, van de gemeenschappelijke
                        regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;</al>
          <al/>
          <al>Besluit vast te stellen: </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>de Regeling melden vermoeden van een misstand</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Pre-ambule </vet>
          </al>
          <al>Deze regeling is de uitwerking van de wettelijke verplichting uit de Wet
                        Huis voor Klokkenluiders. De definities uit deze wet zijn dus ook van
                        toepassing in deze regeling.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Definities</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In deze Regeling melden vermoeden van een misstand wordt verstaan
                                onder:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>
                    <vet>werknemer: </vet>de persoon die werkt of heeft gewerkt
                                        voor de RUD zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel h van de
                                        Wet Huis voor Klokkenluiders;</al></li>
                <li nr="b."><al>
                    <vet>werkgever: </vet>het Dagelijks Bestuur van de RUD
                                        Zeeland dat handelt zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel g
                                        van de Wet Huis voor Klokkenluiders;</al></li>
                <li nr="c."><al>
                    <vet>vermoeden van een misstand: </vet>het vermoeden van een
                                        werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of
                                        heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door
                                        zijn werk met die organisatie in aanraking is gekomen,
                                        sprake is van een misstand voor zover:</al><lijst>
                    <li nr="1e."><al>het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die
                                                voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn
                                                werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de
                                                kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn
                                                werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere
                                                organisatie, en</al></li>
                    <li nr="2e."><al>het maatschappelijk belang in het geding is
                                                bij:</al><lijst>
                        <li nr="i."><al>de (dreigende) schending van een wettelijk
                                                  voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar
                                                  feit,</al></li>
                        <li nr="ii."><al>een (dreigend) gevaar voor de
                                                  volksgezondheid,</al></li>
                        <li nr="iii."><al> een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van
                                                  personen,</al></li>
                        <li nr="iv."><al> een (dreigend) gevaar voor de aantasting van
                                                  het milieu,</al></li>
                        <li nr="v."><al>een (dreigend) gevaar voor het goed
                                                  functioneren van de organisatie als gevolg van een
                                                  onbehoorlijke wijze van handelen of
                                                  nalaten;</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="d."><al>
                    <vet>vermoeden van een onregelmatigheid: </vet>een op
                                        redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een onvolkomenheid
                                        of ongerechtigheid van algemene, operationele of financiële
                                        aard die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de
                                        organisatie en zodanig ernstig is dat deze buiten de
                                        reguliere werkprocessen valt en de verantwoordelijkheid van
                                        de direct leidinggevende overstijgt;</al></li>
                <li nr="e."><al>
                    <vet>adviseur: </vet>een persoon die door zijn functie een
                                        geheimhoudingsplicht heeft en die door een werknemer in
                                        vertrouwen wordt geraadpleegd over een vermoeden van een
                                        misstand of onregelmatigheid;</al></li>
              </lijst><lijst>
                <li nr="f."><al>
                    <vet>vertrouwenspersoon: </vet>de persoon die is aangewezen
                                        om als vertrouwenspersoon integriteit voor de RUD te
                                        fungeren;</al></li>
                <li nr="g."><al>
                    <vet>afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders:
                                        </vet>de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders,
                                        bedoeld in artikel 3a, tweede lid, Wet Huis voor
                                        Klokkenluiders;</al></li>
                <li nr="h."><al>
                    <vet>melding: </vet>de melding van een vermoeden van een
                                        misstand of onregelmatigheid op grond van deze
                                        regeling;</al></li>
                <li nr="i."><al>
                    <vet>melder: </vet>de werknemer die een vermoeden van een
                                        misstand of onregelmatigheid heeft gemeld op grond van deze
                                        regeling;</al></li>
                <li nr="j."><al>
                    <vet>contactpersoon: </vet>de persoon die door de directeur
                                        na ontvangst van de melding, in overleg met de melder, is
                                        aangewezen als contactpersoon met het oog op het tegengaan
                                        van benadeling;</al></li>
                <li nr="k."><al>
                    <vet>onderzoekers: </vet>de personen aan wie de directeur
                                        het onderzoek naar de misstand opdraagt;</al></li>
                <li nr="l."><al>
                    <vet>externe instantie: </vet>de instantie die naar het
                                        redelijk oordeel van de melder het meest in aanmerking komt
                                        om de externe melding van het vermoeden van een misstand bij
                                        te doen;</al></li>
                <li nr="m."><al>
                    <vet>externe derde: </vet>iedere organisatie of
                                        vertegenwoordiger van een organisatie die naar het redelijk
                                        oordeel van de melder in staat mag worden geacht (in)direct
                                        de vermoede misstand te kunnen (doen) oplossen;</al></li>
                <li nr="n."><al>
                    <vet>afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders:
                                        </vet>de afdeling onderzoek van het Huis voor
                                        Klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, derde lid, Wet Huis
                                        voor Klokkenluiders.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer</titel>
          </kop>
          <al>Een werknemer kan over een vermoeden van een misstand of
                        onregelmatigheid:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een adviseur in vertrouwen raadplegen;</al></li>
            <li nr="b."><al>de vertrouwenspersoon als adviseur in vertrouwen raadplegen;</al></li>
            <li nr="c."><al>de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders in vertrouwen
                                raad plegen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Interne melding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een werknemer met een vermoeden van een misstand of
                                onregelmatigheidbinnen de organisatie van zijn werkgever kan daarvan
                                melding doen:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>bij iedere leidinggevende die binnen de organisatie
                                        hiërarchisch een hogere positie bekleedt dan hij;</al></li>
                <li nr="b."><al>via de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon stuurt de
                                        melding, in overleg met de werknemer, door naar een
                                        leidinggevende of Dagelijks Bestuur als de werknemer een
                                        redelijk vermoeden heeft dat de directeur bij de vermoede
                                        misstand of onregelmatigheid betrokken is.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Een werknemer van een andere organisatie die door zijn werkzaamheden
                                met de organisatie van de werkgever in aanraking is gekomen, en een
                                vermoeden heeft van een misstand of onregelmatigheid binnen de
                                organisatie van de werkgever kan ook een interne melding doen.</al></li>
            <li nr="3."><al>Als de werknemer een redelijk vermoeden heeft dat de directeur bij
                                de vermoede misstand of onregelmatigheid betrokken is, moet in deze
                                regeling voor "directeur" "voorzitter van het Dagelijks Bestuur"
                                worden gelezen.</al></li>
            <li nr="4."><al>Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van
                                aangifte van een strafbaar feit onverlet.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Bescherming van de melder tegen benadeling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De werknemer die te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van
                                een misstand of onregelmatigheid meldt, zal in verband daarmee geen
                                nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na
                                de behandeling van deze melding bij de werkgever, een andere
                                organisatie, een externe instantie of een externe derde.</al></li>
            <li nr="2."><al>Onder nadelige gevolgen wordt in ieder geval verstaan het nemen van
                                een benadelende maatregel, zoals:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>het verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek;</al></li>
                <li nr="b."><al>het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een
                                        aanstelling voor bepaalde tijd;</al></li>
                <li nr="c."><al>het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in
                                        een aanstelling voor onbepaalde tijd;</al></li>
                <li nr="d."><al>het treffen van een disciplinaire maatregel;</al></li>
                <li nr="e."><al>de opgelegde benoeming in een andere functie;</al></li>
                <li nr="f."><al>het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of
                                        toekenning van vergoedingen;</al></li>
                <li nr="g."><al>het onthouden van promotiekansen;</al></li>
                <li nr="h."><al>het afwijzen van een verlofaanvraag.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De werkgever zorgt ervoor dat de melder ook op geen andere manier
                                bij zijn werk nadelige gevolgen ondervindt van de melding.</al></li>
            <li nr="4."><al>Als de werkgever na het doen van een melding een benadelende
                                maatregel neemt, motiveert de werkgever waarom hij deze maatregel
                                nodig acht en dat deze maatregel geen verband houdt met het te
                                goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een
                                misstand of onregelmatigheid.</al></li>
            <li nr="5."><al>De werkgever spreekt werknemers die zich schuldig maken aan
                                benadelingvan de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing of
                                een disciplinaire maatregel opleggen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Het tegengaan van benadeling van de melder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De contactpersoon bespreekt samen met de melder, welke risico’s op
                            benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico's kunnen worden
                            verminderd en wat de werknemer kan doen als hij van mening is dat sprake
                            is van benadeling. De contactpersoon maakt een verslag van deze
                            bespreking en stuurt dit naar de melder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan
                            hij dat bespreken met de contactpersoon. De contactpersoon en de melder
                            bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te
                            gaan. De contactpersoon maakt een verslag van deze bespreking en stuurt
                            dit na goedkeuring door de melder naar de directeur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De directeur zorgt ervoor dat maatregelen die nodig zijn om benadeling
                            tegen te gaan worden genomen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling</titel>
          </kop>
          <al>De werkgever zal:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de adviseur in dienst van de werkgever niet benadelen vanwege het
                                fungeren als adviseur van de melder; </al></li>
            <li nr="b."><al>de vertrouwenspersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de
                                in deze regeling beschreven taken; </al></li>
            <li nr="c."><al>de contactpersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in
                                deze regeling beschreven taken; </al></li>
            <li nr="d."><al>de onderzoekers die in dienst zijn van de werkgever niet benadelen
                                vanwege het uitoefenen van de in deze regeling beschreven
                                taken;</al></li>
            <li nr="e."><al>een werknemer die wordt gehoord door, documenten verstrekt aan of
                                anderszins edewerking verleend aan de onderzoekers niet benadelen in
                                verband met het te goeder trouw afleggen van een verklaring.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Intern en extern onderzoek naar benadeling van de melder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De melder die meent dat er sprake is van benadeling in verband met het
                            doen van een melding van een vermoeden van een misstand of
                            onregelmatigheid, kan de directeur vragen om onderzoek te doen naar hoe
                            er binnen de organisatie met hem wordt omgegaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Ook de personen bedoeld in artikel 6 kunnen de directeur vragen om
                            onderzoek te doen naar hoe er binnen de organisatie met hen wordt
                            omgegaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De melder kan ook de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders
                            vragen om een onderzoek in te stellen over hoe de werkgever zich
                            richting hem heeft gedragen naar aanleiding van de melding van een
                            vermoeden van een misstand of onregelmatigheid.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Vertrouwelijke omgang met de melding en de identiteit van de
                            melder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De werkgever zorgt ervoor dat de informatie over de melding zo wordt
                            bewaard dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor de
                            personen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De personen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn maken
                            de identiteit van de melder niet bekend zonder uitdrukkelijke
                            schriftelijke instemming van de melder en gaan met de informatie over de
                            melding vertrouwelijk om.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Als het vermoeden van een misstand of onregelmatigheid is gemeld via de
                            vertrouwenspersoon en de melder geen toestemming heeft gegeven zijn
                            identiteit bekend te maken, wordt alle correspondentie over de melding
                            verstuurd aan de vertrouwenspersoon en stuurt de vertrouwenspersoon dit
                            zonder uitstel door aan de melder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De personen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn maken
                            de identiteit van de adviseur niet bekend zonder uitdrukkelijke
                            schriftelijke instemming van de melder en de adviseur.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de interne
                            melding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De leidinggevende of de vertrouwenspersoon die de melding ontvangt,
                            stuurt de melding zonder uitstel door aan de directeur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een mondelinge melding of mondelinge toelichting wordt schriftelijk
                            vastgelegd en ter goedkeuring voorgelegd aan de melder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De directeur stuurt de melder zonder uitstel een ontvangstbevestiging
                            van de melding.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de
                            melding, de datum waarop deze is ontvangen en een kopie van de
                            melding.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Na ontvangst van de melding wijst de directeur, in overleg met de
                            melder, zonder uitstel een contactpersoon aan met het oog op het
                            tegengaan van benadeling.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Behandeling van de interne melding door de werkgever</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De directeur stelt een onderzoek in naar het gemelde vermoeden van een
                            misstand of onregelmatigheid, tenzij:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of</al></li>
              <li nr="b."><al>op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft
                                    op een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als de directeur besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de
                            melder schriftelijk binnen twee weken na de interne melding. Daarbij
                            wordt aangegeven waarom de directeur geen onderzoek instelt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De directeur beoordeelt of een externe instantie van de interne melding
                            van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid op de hoogte moet
                            worden gebracht. Indien de werkgever een externe instantie op de hoogte
                            stelt, stuurt de directeur de melder hiervan een kopie tenzij het
                            onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kan worden
                            geschaad.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De directeur draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk
                            en onpartijdig zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Als de directeur een externe instantie op de hoogte gesteld heeft van de
                            interne melding, kan hij voor het onderzoek aansluiten bij het onderzoek
                            dat deze externe instantie laat verrichten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Personen die mogelijk betrokken zijn (geweest) bij de vermoede misstand
                            of onregelmatigheid voeren het onderzoek niet uit.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>De directeur informeert zonder uitstel de melder schriftelijk dat een
                            onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. De
                            directeur stuurt de melder daarbij een kopie van de onderzoeksopdracht
                            tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen
                            worden geschaad.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>De directeur informeert de personen op wie een melding betrekking heeft
                            over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang
                            daardoor kan worden geschaad.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>De uitvoering van het onderzoek</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De onderzoekers stellen de melder in de gelegenheid te worden gehoord.
                            De onderzoekers zorgen voor een verslag, en leggen dit verslag ter
                            goedkeuring en ondertekening voor aan de melder. De melder ontvangt het
                            vastgestelde verslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De onderzoekers kunnen ook anderen horen. De onderzoekers zorgen voor
                            een verslag, en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor
                            aan de persoon die gehoord is. De persoon die gehoord is ontvangt het
                            vastgestelde verslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De onderzoekers kunnen binnen de organisatie van de werkgever alle
                            documenten inzien en opvragen die zij voor het onderzoek redelijkerwijs
                            nodig achten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Werknemers mogen de onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij
                            het redelijkerwijs nodig achten dat de onderzoekers daar in het kader
                            van het onderzoek kennis van nemen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De onderzoekers stellen een concept onderzoeksrapport op en stellen de
                            melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen
                            ernstige bezwaren bestaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast. Zij
                            sturen de melder hiervan een kopie, tenzij hiertegen ernstige bezwaren
                            bestaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Standpunt van de werkgever</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De directeur informeert de melder binnen acht weken na de melding
                            schriftelijk over het standpunt met betrekking tot het gemelde vermoeden
                            van een missstand of onregelmatigheid. Daarbij wordt tevens aangegeven
                            tot welke stappen de melding heeft geleid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als duidelijk is dat het standpunt niet binnen acht weken kan worden
                            gegeven, dan informeert de directeur de melder daarover schriftelijk.
                            Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de melder het standpunt
                            tegemoet kan zien. Als de totale termijn daardoor meer dan twaalf weken
                            is, wordt dit gemotiveerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Na afronding van het onderzoek beoordeelt de directeur of een externe
                            instantie van de interne melding van een vermoeden van een misstand of
                            onregelmatigheid van het onderzoeksrapport en het standpunt van de
                            werkgever op de hoogte moet worden gebracht. Indien de werkgever een
                            externe instantie op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een
                            kopie, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kan
                            worden geschaad.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De personen op wie de melding betrekking heeft, worden op dezelfde
                            manier geïnformeerd als de melder, tenzij het onderzoeksbelang of het
                            handhavingsbelang daardoor kan worden geschaad.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt
                            werkgever</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De werkgever stelt de melder in de gelegenheid op het onderzoeksrapport
                            en het standpunt van de werkgever te reageren.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als de melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van
                            de werkgever onderbouwd aangeeft dat het vermoeden van een misstand of
                            onregelmatigheid niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht of
                            dat in het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever sprake is
                            van wezenlijke onjuistheden, reageert de werkgever hier inhoudelijk op
                            en stelt hij zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek in. Voor dit
                            nieuwe of aanvullende onderzoek gelden dezelfde regels als voor het
                            eerste onderzoek.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Als de werkgever een externe instantie op de hoogte brengt of heeft
                            gebracht, stuurt hij ook de hiervoor bedoelde reactie van de melder op
                            het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever aan die externe
                            instantie toe. De melder ontvangt hiervan een kopie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Externe melding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Na het doen van een interne melding van een vermoeden van een misstand
                            of onregelmatigheid, kan de melder een externe melding doen als:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de melder het niet eens is met het standpunt van de werkgever of
                                    van oordeel is dat het vermoeden ten onrechte terzijde is
                                    gelegd;</al></li>
              <li nr="b."><al>de melder niet tijdig een standpunt heeft ontvangen over zijn
                                    interne melding.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De melder kan direct een externe melding doen van een vermoeden van een
                            misstand of onregelmatigheid als het eerst doen van een interne melding
                            in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd. Dat is in ieder geval
                            aan de orde indien dit uit enig wettelijk voorschrift voortvloeit of
                            sprake is van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend
                                    maatschappelijk belang onmiddellijke externe melding
                                    noodzakelijk maakt;</al></li>
              <li nr="b."><al>een redelijk vermoeden dat de werkgever bij de vermoede misstand
                                    betrokken is;</al></li>
              <li nr="c."><al>een situatie waarin de melder in redelijkheid kan vrezen voor
                                    tegenmaatregelen in verband met het doen van een interne
                                    melding;</al></li>
              <li nr="d."><al>een duidelijk aanwijsbare dreiging van verduistering of
                                    vernietiging van bewijsmateriaal;</al></li>
              <li nr="e."><al>een eerdere melding volgens de procedure van dezelfde misstand,
                                    die de misstand niet heeft weggenomen;</al></li>
              <li nr="f."><al>een plicht tot directe externe melding.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De melder kan de externe melding doen bij een externe instantie die
                            daarvoor naar het redelijk oordeel van de melder het meest in aanmerking
                            komt. Een externe instantie is in ieder geval:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een instantie die is belast met de opsporing van strafbare
                                    feiten;</al></li>
              <li nr="b."><al>een instantie die is belast met het toezicht op de naleving van
                                    het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift;</al></li>
              <li nr="c."><al>een andere daartoe bevoegde instantie waar het vermoeden van een
                                    misstand of onregelmatigheid kan worden gemeld, waaronder de
                                    afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Als naar het redelijk oordeel van de melder het maatschappelijk belang
                            zwaarder weegt dan het belang van de werkgever bij geheimhouding, kan de
                            melder de externe melding ook doen bij een externe derde die naar zijn
                            redelijk oordeel in staat mag worden geacht (in)direct de vermoede
                            misstand of onregelmatigheid te kunnen (doen) opheffen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15.</nr>
            <titel>Rapportage en evaluatie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De directeur maakt jaarlijks een rapportage over de uitvoering van deze
                            regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>informatie over het aantal meldingen en een indicatie van de
                                    aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de
                                    standpunten van de werkgever;</al></li>
              <li nr="b."><al>algemene informatie over de ervaringen met het tegengaan van
                                    benadeling van de melder;</al></li>
              <li nr="c."><al>informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar
                                    benadeling in verband met het doen van een melding van een
                                    vermoeden van een misstand of onregelmatigheid en een indicatie
                                    van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de
                                    werkgever.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De directeur stuurt de rapportage voor bespreking aan de
                            ondernemingsraad.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>II</nr>
          </kop>
          <al>De Uitvoeringsregelingen van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                        Provincies wordt als volgt gewijzigd: de Regeling Procedure en bescherming
                        bij melding vermoedens van een misstand wordt ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>III</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie en werkt terug tot en
                        met 1 juli 2016.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>