<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR427310_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-160525.html">Gemeenteblad 2016 - 160525</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad 2016_422</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening onroerende zaakbelastingen 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening onroerende zaakbelastingen 2017</vet></al><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en
                                wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 216, 217 en 220 tot en met 220h van de
                                Gemeentewet;</al><al>Besluit</al><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van
                                onroerende zaakbelastingen 2017”.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "onroerende zaakbelastingen" worden ter zake van
                                binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al></li><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar een onroerende zaak, die niet in hoofdzaak tot woning
                                dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al></li><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel
                                in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft
                                gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene
                                aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                                gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak
                                ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter
                                beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="3."><al>De waardepeildatum is 1 januari 2016.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al></li><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak
                                tot woning dienen: 0,1731%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot
                                woning dienen: 0,1057%</al></li><li nr="c."><al>de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak
                                tot woning dienen: 0,2055%</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op hele euro's.</al></li><li nr="3."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende
                                zaakbelasting of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt bij het bepalen van
                                de maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten de waarde
                                van:</al></li><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor
                                de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                                voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                                teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de
                                in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen
                                van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet
                                van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                in artikel 1, derde lid onderdeel b, van die wet bedoelde
                                voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                                zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                                volledige rechtsbevoegdheid, welke zich uitsluitend of nagenoeg
                                uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, worden
                                beheerd;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                                organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken
                                die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                                zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn
                                aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde
                                eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken,
                                abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>onroerende zaken, die worden gebruikt als pastorie of kosterswoning,
                                indien het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht daarvan
                                toekomt aan een kerkgenootschap of ander genootschap als in
                                onderdeel c bedoeld;</al></li><li nr="m."><al>onroerende zaken met agrarische bestemming, voor zover deze
                                ongebouwd zijn en al niet vrijgesteld zijn op grond van letter a
                                voornoemd;</al></li><li nr="n."><al>onroerende zaken die worden gebruikt als sportterrein, één en ander
                                met uitzondering van gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="o."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer
                                zijn of waarvan de gemeente het genot krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht daarvan toekomt, met uitzondering van delen van
                                zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke
                                termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het
                                einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van
                                het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de
                                maand).</al></li><li nr="4."><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid
                                tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het
                                betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische
                                betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het
                                eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de onroerende zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2017.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="3."><al>De "Verordening onroerende zaakbelastingen 2016" van 12 november
                                2015 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening onroerende
                                zaakbelastingen 2017".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2016</ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening onroerende
                        zaakbelastingen 2017”</titel></kop><al><vet>WOZ-waarde</vet></al><al>In verband met de jaarlijkse herwaardering zijn de onroerende zaken voor het
                    belastingjaar 2017 opnieuw getaxeerd en hiervoor is de waardepeildatum 1 januari
                    2016 gehanteerd. Op basis van de huidige prognoses komt de stijging van de
                    WOZ-waarden voor de woningen uit op gemiddeld 1,35% en voor de niet-woningen is
                    het gemiddelde dalingspercentage -/- 1,96%. De totale WOZ-waarde stijgt
                    daarnaast als gevolg van een toename van het aantal woningen en niet-woningen in
                    2017 (areaalontwikkeling). </al><al>Voor de ontwikkeling van de WOZ-waarde geeft dit het volgende totaalbeeld:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="71*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde 2016 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 23.238.906.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van woningen 2016 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 17.444.765.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2016 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.794.141.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde 2017 is:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 23.543.479.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van woningen 2017 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 17.799.831.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2017 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.743.648.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor het belastingjaar 2017 wordt een opbrengst geraamd van € 39.022.000,--.
                    Hierbij is rekening gehouden met een correctie voor vrijstellingen, leegstand
                    (voor gebruikers), afrondingen, bezwaarschriften en oninbare posten.</al><al><vet>Tarieven 2017</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="46*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="26*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>OZB woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>0,1057%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OZB niet-woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>0,2055%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OZB niet-woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>gebruiker</al></entry><entry colname="col3"><al>0,1731%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De OZB tarieven zijn berekend op basis van de nieuwe WOZ-waarden voor 2017 met
                    inbegrip van de verwachte areaal- en waardeontwikkeling. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>